Hoeveel werkgelegenheid brengt de sierteeltsector Katwijk? ’Twintig procent is direct of indirect gelinkt’

,,Er is ooit een schatting geweest dat twintig procent van de werkgelegenheid in Katwijk direct of indirect is gelinkt aan de sierteeltsector’’, aldus Coen Meijeraan, manager Vastgoed van Royal FloraHolland. Die vijfduizend mensen werken behalve op de bloemenveiling zelf, bij 135 bedrijven (handel maar ook toeleveranciers). 124 bedrijven huren ruimte op het bedrijventerrein aan de Laan van Verhof.

Een derde van het terrein is verkocht aan vooral handelsbedrijven, zoals de vijf grote Rijnsburgse spelers als de Van der Plas Group, Heemskerk Flowers, Hoek, Vianen en L&M, de zogenaamde ’grote vijf’. Maar ook de lokale middenstand profiteert van de aanwezigheid van de sierteeltbedrijven. Niet alleen de bakker die aan de bedrijfskantine broodjes levert, maar ook de autodealer, de accountant en de webshopbouwer. In dit verhaal een kijkje bij vier bedrijven op en rond het Florapark.

’Praten is mijn hobby en ik verdien er geld mee’

Als de Nederlandse bloemen mondjesmaat worden aangeleverd, is het voor Thierry van Eijk uit Sassenheim hoogtij. Zijn verwerkingsbedrijf Flowers Green and Plants Handling, kortweg FGP Handling, regelt voor buitenlandse bloemenkwekers de aanvoer op Royal FloraHolland. In Rijnsburg, maar sinds januari 2024 ook in Naaldwijk.

Verwerking van buitenlandse bloemen betekent in feite dat de bloemen uit het buitenland worden ’uitgepakt’. De bloemen die deze vrijdagochtend op Deense karren uit Italië zijn aangekomen, worden allemaal uit de zwarte plastic emmertjes gehaald, geteld, gecontroleerd en vervolgens op de bekende witte fusten gezet. Die worden automatisch van stapels gehaald en met water, voorzien van voeding en wat chloor tegen de bacteriegroei, op een lopende band gezet. Daar zetten de medewerkers van Van Eijk de bloemen netjes in om vervolgens op veilingkarren klaar te zetten.

,,Dit zijn emmertjes, maar het kunnen ook dozen zijn die met het vliegtuig uit Israël, Kenia of Ecuador komen. Veel vracht komt aan op Luik waarna het vervolgens naar Rijnsburg wordt gereden. Wij maken vervolgens foto’s en de veilingbrieven en zorgen dat de bloemen worden verkocht’’, vertelt Van Eijk. ,,Deze bloemen gaan nu naar de koelcel, zodat ze maandag geveild kunnen worden.’’

De 52-jarige Sassenheimer werkt al twintig jaar in de verwerking van bloemen. ,,We willen de bloemen zo netjes mogelijk verwerken. En als er iets niet goed is dan heb ik gelijk contact met de kweker en geef advies. Weggooien is soms de beste oplossing, maar soms moeten de bloemen gewoon in de koelcel bijkomen. De kweker beslist maar 99 van 100 vertrouwen erop dat ik juist handel.’’

Hij wijst naar de geverfde salixen uit China die voor de ventilatoren moeten worden gezet. Of naar de takken Pig Face waarvan een deel beschimmeld is. De container is al besteld om ze weg te gooien.

Van Eijk begint elke ochtend om zes uur en vanaf dat tijdstip is hij bezig om alles te regelen voor zijn klanten. ,,Mooi toch? Praten is mijn hobby en daar verdien ik mijn geld mee. En ik ga elke dag met plezier naar mijn werk. Ook op zondag hoor want morgen komt er een vrachtwagen uit Frankrijk. Dan ga ik met collega’s rustig een paar uur aan de slag.’’

Nabijheid scheelt bloemenrijder tijd

De hallen van het Rijnsburgse bedrijf Theo Mulder BV staan vol met vrachtwagens in allerlei formaten. Van opleggers van zestien meter tot kleinere vrachtwagentjes waarmee je elke binnenstad kunt inrijden. Het meer dan honderd jaar oude bedrijf levert jaarlijks zo’n zestig tot tachtig carrosserieën af, waarvan zo’n zestig procent is bestemd voor bloemenbedrijven. Het bedrijf , met 65 vaste werknemers, bestond in 2013 honderd jaar. De overgrootvader van de huidige directeur Peter Mulder, Arend, begon in 1913 in hartje Rijnsburg als wagenmaker met de reparatie en bouw van boerenwagens en landbouwwerktuigen Later werden dat bloemenwagens zoals de bekende vrachtwagens met rolluiken. In de generaties daarna groeide het bedrijf uit tot het huidige carrosseriebedrijf.

Sinds 1981 worden aan de Laan van Verhof, op steenworp afstand van Royal FloraHolland en dus ook van alle bloemenbedrijven, carrosserieën gebouwd, maar ook onderhouden, hersteld bij schade, gespoten en voorzien van reclame. ,,En dat is zeker bij bloemenrijders niet zo gemakkelijk, want ze willen allemaal wat bijzonders’’, vertelt directeur Peter Mulder, terwijl hij een rondleiding door het bedrijf geeft.

In een van de hallen worden nieuwe chassis, het onderstel met wielen, motor en de cabine voor de bestuurder, voorzien van een carrosserie. ,,Je koopt een nieuw chassis bij de vrachtwagenfabriek, maar de carrosserie wordt apart gemaakt. Die tekenen we in ons bedrijf tot in detail uit. Lijnrijders willen vaak een zijdeur, zodat de klanten gemakkelijk in de vrachtwagen, een soort SRV-wagen, hun bloemen kunnen uitzoeken. Maar denk ook aan een wifi-punt, koeling, verwarming, trap en stopcontact. Alles wordt op maat gemaakt en elke wagen is apart’’, vertelt hij.

In de enorme spuitcabines krijgen de vrachtwagens hun kleurige uiterlijk, elders in het gebouw wordt de belettering en de illustraties gemaakt en aangebracht terwijl in een andere hal schades worden hersteld en carrosserieën worden onderhouden.

Zo’n zestig procent van de werkzaamheden is gelinkt aan de sierteeltsector. Toen de bedrijfslocatie in hartje Rijnsburg te klein werd, werd in 1981 bewust voor de Laan van Verhof gekozen. De carrosseriebouwer zat zo vlak bij de oude locatie van FloraHolland die vlak daarna ook naar de Laan van Verhof verhuisde. Directeur Mulder: ,,De chauffeurs hebben te maken met de rijtijdenwet en hebben geen tijd om hun vrachtwagen voor onderhoud of schadeherstel ver weg te brengen. Wij zitten hier lekker dichtbij veel bloemenbedrijven.’’

’Lijndienst en taxiservice sierteelt’

Bloemen hebben geen voetjes. Dus ze moeten van de kweker naar de koper worden gebracht. Dat is het werk van Van der Slot Transport uit Noordwijkerhout. Met tweehonderd ’koppen’ wordt dagelijks tussen de 5 en 6 procent van alle, op de veilingklok, gekochte bloemen en planten, naar de koper getransporteerd. Daarnaast gaan nog veel meer bloemen direct van de kweker naar de inkoper, de supermarkt, bouwmarkt of naar de veiling. Daarvoor zijn dagelijks 52 eigen vrachtwagens op de weg.

Eigenaar Alex van der Slot (57) is de derde generatie van het door opa Quirinus opgerichte vervoersbedrijf. Sinds FloraHolland in 1998 begon met het zogeheten Kopen Op Afstand (KOA) verzorgt het bedrijf een soort lijndienst voor bloemen tussen de drie vestigingen van FloraHolland, Rijnsburg, Naaldwijk en Aalsmeer. Daarnaast rijdt het bedrijf, onderdeel van de Koninklijke Van der Slot Groep, met bloemen door een groot deel van Nederland maar ook België en Duitsland. Dagelijks worden meer dan een miljoen partijen bloemen en planten vervoerd.

Van der Slot: ,,We zijn niet de grootste sierteelttransporteur, maar we streven ernaar de beste te zijn. We ontzorgen onze klanten onder meer door te controleren wat er voor het transport wordt aangeleverd. We zijn geen keurmeesters, maar we kijken naar lengte, de inhoud van het krat en zichtbare afwijkingen. Zo voorkom je dat een klant geld uitgeeft aan iets waar hij niets aan heeft.’’

Daarnaast probeert het bedrijf de vrachtwagens zo efficiënt mogelijk vol te laden. Dat scheelt in kosten, maar vooral ook in de uitstoot van CO2 per bloem. Daarbovenop is het vervoer in hoge mate gedigitaliseerd zodat de koper precies weet wanneer de bloemen precies arriveren.

De Noordwijkerhouter ziet het bloementransport veranderen. Door de toenemende regelgeving stoppen steeds meer kwekers, want ’de lol is eraf’. Ook loopt de aanvoer voor de klok langzaam terug, terwijl grote inkoopbedrijven voor een deel zelf het vervoer regelen. Maar somber over de toekomst is Van der Slot absoluut niet. Meer rechtstreeks vervoer van kweker naar inkoper is ook werk. ,,We zijn daarnaast hét taxibedrijf onder de sierteelttransporteurs. Uiteindelijk moet alle handel worden weggebracht.’’

’Het is allemaal gevoel’

Als klein ventje ging William Broekhof uit De Zilk al langs de deuren om bloemen te verkopen. En toen hij 18 was, ging hij aan de slag bij Jan de Groot. ,,Ik ging al jaren graag met ome Jan mee naar de veiling en dan mocht ik ook echt kopen. Ik moest die bloemen wél verkopen, dus ik heb weleens op een hoek op de markt een partij bloemen staan uitventen. Zo leer je het vak.’’ 

Inmiddels is Broekhof 41 jaar en verkoopt hij bloemen op acht markten in Nederland. ,,Niks mooier dan een klant die voor één bos bloemen komt en weggaat met voor 30 tot 40 euro bloemen. Met een glimlach.’’

Broekhof heeft een bloemenhandel met een dock in Rijnsburg en sinds vier jaar een gloednieuw bedrijfsgebouw op het Bulb Trade Park in Noordwijkerhout. Hij heeft vijf vaste werknemers plus personeel onder meer voor de verschillende markten. In Rijnsburg laadt hij zijn twee vrachtwagens en een bus vol. De bloemen worden vervolgens in Noordwijkerhout klaargezet voor zijn marktkramen, onder meer in Amersfoort en Spakenburg. Op dinsdag en donderdag worden er boeketten gemaakt.

Vier ochtenden in de week gaat hij in de vroege ochtenduren naar Rijnsburg om, voordat de veiling begint, de bloemen te schouwen. Een belangrijke klus in zijn ogen, want geen dag is hetzelfde en dus wil hij de handelswaar eerst zien. Daarna kruipt hij achter de computer om die bloemen te kopen waarvan hij denkt dat er vraag naar is.

Broekhof: ,,Nederlanders zijn heel erg seizoensgebonden en willen in het voorjaar tulpen, dan pioenrozen en vervolgens het zomerspul. Woensdag is onze graadmeter voor de handel op vrijdag en zaterdag. Maar uiteindelijk is het allemaal gevoel. Ik houd geen data bij of zoiets. Ik werk wekelijks al zes dagen van meer dan acht uur en ik wil ook mijn vrouw en drie kinderen nog eens zien.’’

Om dat gevoel met de klant te houden, staat hij zelf ook geregeld op de markt. In Amersfoort kent hij de klanten bij naam en ervaart hij de lol van het verkopen. ,,Ga je aan het einde van de zaterdag, want dan wil je leeg naar huis, stunten met de prijs of maak je aanbiedingen. Dat werk wil ik voor geen goud missen.’’

Serie

Dit verhaal maakt deel uit van een zevendelige serie over het sierteeltcomplex in Rijnsburg/Katwijk. De historie, de bedreigingen en de veranderingen maar ook de impact op de directe omgeving. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland. In het zesde verhaal de bedrijven rondom het sierteeltcomplex.

Bron: Leidsch Dagblad (Roza van der Veer en beeld door Hielco Kuipers)

Sierteelt_Rijnsburg_Gerrit_en_Niels_Ravensbergen_van_leliekwekers-katwijk-rijnsburg-greenport

Bloementeelt in de afgelopen decennia: van stomen en rugspuit naar kwikstaart en shotje Yakult

In de canon van Katwijk heeft de sierteelt een eigen plekje. De teelt en handel in bloemen gaat namelijk terug naar de tijd van Karel de Grote toen de zogeheten Madonnalelie werd geïntroduceerd. Rond 1400 werden bij de abdij van Rijnsburg al rozen geteeld. Naast de groenteteelt van onder meer uien, waaraan de Rijnsburgers hun bijnaam danken, heeft de bloementeelt, maar later ook de bollenteelt zo al eeuwenlang een plek in het dorp.

In het boek Duizend jaar Rijnsburg van J. Glasbergen en S. Leenheer wordt gewezen op een bloembollenvereniging die vanaf 1875 jaarlijks twee verkopingen van bloembollen hield. Een belangrijk deel van die bollen werd ook in Rijnsburg gebroeid, tot die teelt uiteindelijk meer naar de noordelijke Bollenstreek verhuisde. In Rijnsburg bleef de bloementeelt, buiten en onder glas, op veel plekken aanwezig. Door schaalvergroting, maar ook door huizenbouw zijn veel sierteeltgebieden inmiddels verdwenen. Maar in Trappenberg/Kloosterschuur zijn er nog bloemenbedrijven te vinden waar veelal jaarrond miljoenen bloemen het bedrijf verlaten.

Miljoen

Eén van die teeltbedrijven is het bloemenbedrijf van de familie Ravensbergen. Het bedrijf bestaat al bijna honderd jaar en is opgericht door de broers Paul en Jaap Ravensbergen. Zij begonnen in 1931 met de broeierij van tulpen. Naast een miljoen stelen, een behoorlijke hoeveelheid in die tijd, volgde een heel scala aan zomerbloemen als gladiolen, irissen, nanussen en duizendschonen maar ook zaaigoed en chrysanten in het najaar.

,,Je kunt het niet bedenken of we hebben het wel geteeld’’, vertelt de 76-jarige Gerrit Ravensbergen, die op 21-jarige leeftijd net als zijn gelijknamige neef en later zijn broer Jac in het bedrijf van zijn vader en oom stapte. Rond de eeuwwisseling trad de derde generatie in het bedrijf, dat inmiddels is gespecialiseerd in de teelt van parfumvrije lelies.

Niels, zoon van broer Jac, Gerben en Jaap van Gerrit zelf en Paul van neef Gerrit openden in 2003 een nieuw kassencomplex aan de Kloosterschuurlaan. Daar worden jaarrond bijna negen miljoen lelies geteeld die onder de naam van Dutch Lily Masters de wereld overgaan. Niels (43) en Gerrit hebben met eigen ogen de veranderingen in de bloementeelt gezien, zoals bij het planten, het oogsten, plaagbestrijding, bemesting en de verkoop.

Planten

Aanvankelijk broeiden veel Rijnsburgse kwekers in het voorjaar tulpen. De bollen werden in kistjes geplant die in de grond werden gezet. Gerrit herinnert zich dat hij de kistjes bij flinke vorst ’met bevroren vingers soms moest losbikken’. Vervolgens werden ze met de kruiwagen naar binnengereden in een kas waarop eerst met de hand de ramen werden gelegd.

,,Als het echt koud was, werd er wat gestookt. Mijn vrouw zei weleens dat het een wonder is dat ik het niet aan mijn rug heb gekregen, want het was zwaar en veel werk. We hadden één miljoen tulpen en dat was toen veel. Maar ja, vroeger had je houten kasten en mannen en van staal. Nu heb je mannen van bordkarton’’, zegt hij met een grijns.

Plantrobot

Niels houdt zich nu bezig met de teelt en de lelieoogst jaarrond. Elke week worden 175.000 bollen geplant die door Jaap aangekocht en eventueel ingevroren en weer ontdooid zijn. Sinds kort heeft het bedrijf een nieuwe plantrobot aangeschaft. Niemand hoeft meer op de knieën, want de bollen worden in cupjes gezet en belanden vervolgens netjes in de grond. Een laser zorgt ervoor dat ze keurig in het gelid staan en de rupsbanden rijden over het looppad.

Heel wat anders dan de houten kistjes die met de hand werden gevuld en met een kruiwagen naar binnen werden gereden. Niels: ,,Er is veel gemechaniseerd, maar er blijven genoeg handelingen over als je elke dag bloemen oogst. Drieduizend keer een fust met bloemen tillen, is best pittig, want dat is geen handtas hoor. In de zomer is mijn rug altijd wit van het zout en ik haal elke dag minstens 20.000 stappen.’’

Snijden

(LED)-belichting, temperatuur en watergeven is weliswaar allemaal geautomatiseerd, waardoor het soms drie keer op een dag ramen open en dicht zetten, voorbij is. Maar de lelies snijden gaat nog steeds met de hand, met een simpel mesje. Een transportband brengt de gesneden bloemen naar de bosmachine die steeds tien lelies telt, op de juiste lengte afsnijdt, het onderste blad weghaalt waarna ze binnen dertig seconden ingehoesd in het water staan. ,,Dat is beter voor de kwaliteit.’’

Gerrit knikt en steekt zijn hand in zijn zak. Daar haalt hij zijn eigen mesje uit, want nog steeds werkt hij drie ochtenden mee met het oogsten van bloemen. ,,Het is veel gemakkelijker geworden door de transportband. Vroeger legden we de bloemen in het pad. Dat was buiten maar ook in de eerste kassen, nog zonder goot, niet prettig. Het water liep er dwars doorheen en je werd zeiknat. Behalve snijden, moest je ook de bladeren weghalen, de bloemen wegsjouwen op je arm naar een karretje en met een touwtje een bos maken. Dat gaat nu allemaal mechanisch. Zoals ik al zei, ze hebben nu een luizenleven’’, grijnst hij opnieuw.

Spuiten

Ook de verzorging van het gewas is anders geworden. Niet alleen licht, water en temperatuur zijn met een paar drukken op de knop te regelen, ook het aanpakken van eventuele luizenplaag gaat via een spuitboom die over de lelies rolt. Gerrit: ,,Vroeger spoten wij vaak preventief. Bij chrysanten bijvoorbeeld deden we dat elke twee weken om geen gezeur met spint op de veiling te krijgen. Hoe? Met een spuit op de rug. We noemden het gewasbescherming, maar het was natuurlijk gif. We wilden schade voorkomen en dat lukte prima. Bijhouden wat we gebruikten? Nee, we schreven niks op.’’

Die situatie is nu wel anders geworden, weet Niels. Aan de Kloosterschuurlaan wordt alleen af en toe tegen luizen gespoten, het enige beestje waar de lelies last van hebben. Preventief spuiten is al heel lang niet meer aan de orde. ,,Als je een kwikstaart ziet, weet je dat er luizen zitten en dan moet je soms plaatselijk wat doen om erger te voorkomen. Maar de kas zit vol sluipwespen, roofwantsen en gaasvliegen die luizen opruimen.’’ Spuiten tegen onkruid gebeurt één keer namelijk als de lelies net opkomen. ,,Roundup? Nee, dat gebruiken we al twintig jaar niet meer. We hebben een olieachtige substantie waardoor het onkruid slecht kiemt. En daarna zijn de lelies zo groot dat het onkruid eronder blijft. Heel soms in de zomer schoffelen we weleens.’’

Bemesting

In de grond aan de Kloosterschuurlaan worden sinds 2003 jaarrond lelies geteeld. Bij het frezen (hakselen) van de gewasresten worden elke teeltronde biologische korrels, gemaakt van druivenpitten en zeewier, toegevoegd. ,,Een kleintje Yakult voor het bodemleven’’, noemen de telers het. Voordeel van het shotje is dat de grond niet wordt uitgeput maar beter wordt. Eventuele overschotten aan water en meststoffen worden via de drainage opgevangen, en opnieuw gebruikt via de beregening in de kas. Met dit in 2018 in gebruik genomen systeem is het meststofverbruik met zeventig procent afgenomen en is het teeltsysteem volledig gesloten. Er gaat niets vanuit de kas de sloot of het riool in.

Niels: ,,Vergelijk de grond maar met een koffiefilter waardoor steeds dezelfde stoffen heen sijpelen. Je weet wat je moet toevoegen en er wordt niets verspild.’’ Gerrit: ,,Wij stoomden elk jaar de grond voor de tulpen want je wilde geen ’kwaaie’ grond, zoals dat werd genoemd. Er ging een zeil over de grond en er werd hete stoom onder geblazen dan was alles steriel en dood. Vervolgens werd jaarlijks een grondmonster genomen en dan werd met de hand gemest. Wat er te veel werd gestrooid, belandde in de sloot waar we ooit nog het water uithaalden. Ik weet nog dat we een bassin bij het recent verkochte bedrijf aan de Noordwijkerweg moesten maken voor de opvang van regenwater. Dat kostte toen 40.000 gulden en dat vonden we zonde van onze centen. Maar de investering hadden we er binnen een jaar uit want de bloemen groeiden beter door het veel schonere en minder zoute regenwater. Dat hadden we honderd jaar eerder moeten doen, zeiden we tegen elkaar. Datzelfde geldt nu voor het opvangen van drainagewater.’’

Verkoop

De komst van internet en de computer heeft de teelt maar ook de verkoop van de bloemen veranderd. Gerrit: ,,Wij sneden de bloemen en gooiden ze bij wijze van spreken in de trog. De handel zocht het maar uit. Je kon op de veiling mazzel hebben als jouw bloemen als eerste werden geveild maar ook pech als je in de laatste rij zat. Het was altijd afwachten wat je kreeg voor de aangeboden bloemen die we aanvankelijk ’s morgens nog zelf naar de veiling brachten.’’

In de eerste jaren werd naar de veiling gebeld om de prijs te horen, later werd vanaf acht uur ’s morgens op de computer gekeken. Nu wordt het overgrote deel van de lelies direct verkocht waarna alleen de afrekening nog via FloraHolland verloopt. Niels: ,,De handel en bloemist kopen vanaf een plaatje en bestellen zo direct bij de kweker. Ik denk dat hooguit vijf procent van onze lelies nog voor de klok gaat en ook die is volledig gedigitaliseerd. Het is meer boodschappen doen waarbij de bloemist elke woensdag een aantal lelies wil hebben.’’

Serie

Dit verhaal maakt deel uit van een zevendelige serie over het sierteeltcomplex in Rijnsburg/Katwijk. De historie, de bedreigingen en de veranderingen maar ook de impact op de directe omgeving. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland. In het eerste verhaal de verandering in de bloementeelt. Volgende week de zorgen van de kwekers over hun toekomst.

Bron: Leidsch Dagblad (Rosa van der Veeren beeld door Hielco Kuipers)

HAS-studenten-Demoveld-Bollenstreekmei-2025-greenport

Onderzoek Demoveld Bollenstreek: HAS-studenten Daisy, Siebe en Fleur gegrepen door biodiversiteit

Daisy is vierdejaars studente Milieukunde en binnen haar studie heeft ze een interesse ontwikkeld in thema’s zoals biodiversiteit en de transitie naar regeneratieve landbouw. “Deze onderwerpen spreken mij aan vanwege hun urgentie en de complexe samenhang tussen ecologische en economische aspecten. De overstap naar een duurzamer landbouwsysteem vraagt om fundamentele veranderingen. Hierbij is de samenwerking tussen verschillende partijen, waaronder telers en beleidsmakers, essentieel.” Deze complexiteit motiveert haar om bij te dragen aan oplossingen die zowel de biodiversiteit herstellen als de landbouw toekomstbestendig maken.

Ook Fleur is vierdejaars student Milieukunde. Deze Bollenstreekse heeft een sterkte interesse in bodemgezondheid en biodiversiteit in haar eigen leefomgeving. “Deze combinatie maakt dat ik me met enthousiasme inzet voor duurzamere ontwikkelingen binnen de bollenteelt.”

Siebe doet de opleiding Toegepaste Biologie en zit in zijn vierde jaar. Sinds het begin van zijn studie heeft hij een grote fascinatie voor soortenherkenning en determinatie, en hoe deze informatie inzicht kan geven in de ecologische staat van een gebied. Binnen deze beroepsopdracht werd hij specifiek betrokken vanwege zijn expertise op dit vlak. “Mijn rol in het project richt zich op het determineren van de gevonden organismen met name insecten tot op familie- of soortniveau, en deze data vervolgens ecologisch te interpreteren. Op die manier kunnen we niet alleen registreren wát er leeft op het demoveld, maar ook begrijpen waarom die soorten daar voorkomen, en hoe dit samenhangt met de toegepaste teeltmethodes. Het is voor mij een mooie kans om mijn passie voor soortenkennis te verbinden aan praktijkgericht onderzoek naar biodiversiteit.”

Wat is de relatie tussen de bollen- en bloementeelt kijkende naar de biodiversiteit en natuurinclusief telen?

“In Nederland is de bollen- en bloemensector overwegend intensief waarbij veelal sprake is van monoculturen en het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. Deze praktijken kunnen een negatieve impact hebben op de biodiversiteit, aangezien chemische middelen vaak ook schadelijk zijn voor niet-doelsoorten. Bij natuurinclusieve bollenteelt wordt gestreefd naar een teeltsysteem dat ruimte laat voor natuur. Op het Demoveld Bollenstreek zijn bijvoorbeeld een bloemenrand en een haag aangelegd om de ecologische diversiteit te bevorderen. Daarnaast worden minder tot geen gewasbeschermingsmiddelen ingezet en wordt de bodem minder intensief bewerkt. Dit stimuleert het bodemleven en vermindert verstoring van het ecosysteem. Door deze aanpak kan de biodiversiteit zich herstellen en kan het systeem terugkeren naar een meer natuurlijke balans. Dit vergroot de weerbaarheid van het teeltsysteem en vermindert de kans op plagen, doordat natuurlijke plaagonderdrukkers worden ondersteund. Natuurinclusief telen vormt daarmee een belangrijke stap richting het herstel van biodiversiteit. Tegelijkertijd is het van belang om de effecten op opbrengst en economische haalbaarheid te onderzoeken, zodat deze aanpak ook op grotere schaal rendabel en toepasbaar wordt.”

Wat vinden jullie van het Demoveld Bollenstreek en wat gaan jullie precies onderzoeken?

Daisy: “Wij waarderen het initiatief, en dat dit veld beschikbaar is gesteld voor onderzoek naar natuurinclusieve en extensieve teelt. In een tijd waarin de vraag naar duurzame landbouwpraktijken groeit en de bollenteelt regelmatig onder druk staat vanwege haar milieubelasting, biedt dit demoveld een kans om het tij te keren. Door samen met telers te zoeken naar duurzamere en milieuvriendelijkere teeltmethoden, kunnen we laten zien dat de bollenteelt een positieve bijdrage kan leveren aan een toekomstbestendig landbouwsysteem. Dit veld fungeert daarmee niet alleen als proeflocatie, maar ook als belangrijk voorbeeld voor een nieuw perspectief binnen de sector.”

Fleur vult aan: “Ons onderzoek richt zich op het vergelijken van biodiversiteit en bodemgezondheid aan beide zijdes van het demoveld: de natuurinclusieve en de natuurextensieve zijde. We onderzoeken in hoeverre verschillende teelttechnieken invloed uitoefenen op de narcissenteelt, biodiversiteit en bodemkwaliteit.”

Siebe: “Voor het in kaart brengen van de biodiversiteit maken we gebruik van diverse vangmethoden, waarmee we inzicht krijgen in de soortenrijkdom en ecologische variatie op het veld. Daarnaast voeren we bodemanalyses uit om de kwaliteit van de bodem op beide zijdes te beoordelen. Ook evalueren we het effect van ecologische maatregelen, zoals de aanleg van een bloemenrand en een heg, op de biodiversiteit. In een vervolgstap onderzoeken we de relatie tussen biodiversiteit en bodemgezondheid, om de onderlinge samenhang tussen deze factoren beter te begrijpen.”

Wat valt je op aan de bevindingen van de voorgaande groep studenten?

Bij het terugkijken naar het werk van de studenten die hen voorgingen, valt op dat zij vooral in grote lijnen hebben gekeken naar de insecten en andere organismen op het demoveld. De waarnemingen werden alleen gegroepeerd op verschillende organismen, zonder precies te bepalen om welke soortgroepen het ging. Daisy, Fleur en Siebe gaan verder.

Siebe: “In onze opdracht hebben wij ervoor gekozen om een aantal stappen verder te gaan. We hebben geprobeerd alle gevangen dieren zoveel mogelijk tot op familiegroep te determineren — dat betekent dat we niet alleen ‘een vlieg’ benoemen, maar bijvoorbeeld weten of het een bloemvlieg, dansmug of rouwmug gaat. Deze verfijning geeft veel meer informatie over de ecologie van het veld. Zo kunnen we beter begrijpen welke groepen insecten op welke plekken voorkomen, en wat dat zegt over de invloed van verschillende vormen van landbouw, zoals extensieve of natuurinclusieve teelt.”

Daisy: “Kortom: door dieper te kijken, halen we veel meer uit dezelfde vangsten en dat maakt onze analyse sterker én relevanter voor de praktijk.”

Waarom zijn jullie veel op het veld en wat hopen jullie aan te treffen/mee te maken?

Fleur: “Tijdens ons onderzoek hebben we vier meetrondes uitgevoerd om de biodiversiteit in kaart te brengen. Gedurende vier opeenvolgende weken zijn we telkens twee dagen per week op locatie geweest om de vallen uit te zetten en later weer te verzamelen. Tijdens de eerste meetronde zijn tevens bodemmonsters verzameld. Deze monsters zijn samengevoegd tot mengmonsters en vervolgens geanalyseerd in het laboratorium.”

Binnenkort presenteren de studenten hun bevindingen aan de Bollenjongens.

Op de foto v.l.n.r. Fleur, Daisy en Siebe.

Bollenjongen-Mark-Hulsebosch-Regiocertificering-greenport

Mark Hulsebosch over deelname project Regiocertificering: We willen vooruit.

Mark Hulsebosch (één van de Bollenjongens) is al jarenlang actief in de bloembollenteelt. Binnen zijn bedrijf J.G.J. Hulsebosch & Zn. uit De Zilk staat duurzaamheid hoog op de agenda. “We willen vooruit, en dat betekent dat we moeten kijken naar manieren om onze teelt verder te verduurzamen. Regiocertificering helpt daarbij.”

Meedoen aan de pilotgroep Voorjaarsbloeiers was voor Mark vanzelfsprekend, het past perfect in zijn duurzaamheidsvisie. “Het is belangrijk om als sector te laten zien wat we doen en hoe we stappen zetten richting een duurzamere toekomst. Door samen te werken en ervaringen te delen, kunnen we elkaar versterken en efficiënter verduurzamen.”

Rapportages geven waardevolle informatie

De rapportages die uit de metingen komen bevatten waardevolle en leerzame informatie, zo ook voor Mark. “Uit de rapportages bleek dat wij meer kunstmest gebruikten op onze gewassen dan sommige andere kwekers. We gaan experimenteren met een vermindering van kunstmest en toetsen na de oogst wat de effecten hiervan zijn op de bol en bloem. Daarnaast zijn we kritischer gaan kijken naar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en hun impact op het milieu. De middelen met een lagere milieu-impact zijn vaak duurder in prijs, positieve impact vs. kosten wegen we zorgvuldig af zodat ook deze aanpassing iets toevoegt als het gaat om verduurzaming.”

Ik vond het interessant hoe open iedereen was
in het delen van gegevens
.

Investeringen vanuit duurzaamheidsoptie

Verduurzaming staat bij Mark, en binnen het bedrijf, hoog op de prioriteitenlijst en ze waren al langere tijd bezig met verduurzamen. Zo hebben er een paar jaar geleden geïnvesteerd in zonnepanelen en maken ze gebruik van spuittechnieken met de hoogste driftreductietechnieken. “Elke investering die we doen, bekijken we vanuit een duurzaamheidsoptiek. Regiocertificering helpt om verduurzaming nog beter in te passen in onze bedrijfsvoering.”

De investering die Mark doet zie je ook terug in de groep uit de pilotgroep Voorjaarsbloeiers. “Ik vond het interessant hoe open iedereen was in het delen van gegevens. Dat is niet vanzelfsprekend in een sector waarin je ook elkaars concurrenten bent. De discussies die voortkomen uit het delen van de gegevens zijn enorm waardevol. We leren van elkaar en kunnen concrete verbeteringen doorvoeren.”

Verduurzaming in de sector wordt steeds belangrijker. Door naar de toekomst te kijken kan je anticiperen, aanpassen en handelen. Pro-actief. “Regiocertificering helpt ons om van elkaar te leren en concrete verbeteringen door te voeren. Als we echt stappen willen zetten, moeten we samenwerken en zelf het initiatief nemen. Alleen zo kunnen we de sector verder versterken en Regiocertificering helpt daar bij!”

Ook enthousiast geworden?

Doe dan mee aan Regiocertificering en zet samen met ons de stap naar een duurzame toekomst. De eerste telers in de pilotgroep hebben al ervaren hoe Regiocertificering helpt bij het verduurzamen van de bollenteelt in de Duin- en Bollenstreek. Nu is het jouw kans om aan te sluiten!  

Wat levert deelname op?  

✔️ Praktische handvatten om duurzamer en efficiënter te werken  

✔️ Ondersteuning en kennisuitwisseling met collega-telers  

✔️ Bijdragen aan een toekomstbestendige bollensector en regio 

Wil je meer weten of vrijblijvend kennismaken? Meld je aan voor meer informatie of een persoonlijk gesprek met Greenport Duin- en Bollenstreek, via info@greenportdb.nl of 06-10 71 55 59 (Maarten Prins, programmamanager).  

Sluit je aan en maak samen met ons de Duin- en Bollenstreek een koploper in duurzame bollenteelt! 

Tuinbouw-battle-finale-award-greenport

Basisschool De Bron wint Tuinbouw Battle Award 2025

Remon Blok, directeur van Rabobank Bollenstreek (partner Tuinbouw Battle), reikte de felbegeerde award uit na een complimentenregen over de actieve deelname van de leerlingen. “Via hun eigen ‘pop-up store’ zijn de tulpen verkocht. Het is mooi om te zien dat deze jonge generatie (de toekomst) met een open blik nieuwsgierig beweegt. De toekomst van de sector ligt in handen van de jonge generatie. Rabobank vindt het belangrijk om een bijdrage te leveren aan de brede welvaart in de streek. Om die reden zijn we naast partner in duurzaamheid bij het Bloemencorso Bollenstreek ook partner van de Tuinbouw Battle, waar de jeugd, het onderwijs en de sector samenkomen.”

“Wauw, we hebben gewonnen”, riepen ze in koor! “We zijn de beste!
Meedoen aan de Tuinbouw Battle was al tof maar nu helemaal!”

Winnaar speurtocht

Naast het winnen van de award maakten de ruim 200 leerlingen ook kans op de prijs voor de speurtocht die ze die ochtend deden. Met vragen over de Tuinbouw Battle, de sierteelt en het Bloemencorso Bollenstreek werd de opgedane kennis van de leerlingen getest. Basisschool het Noorderlicht groep 7A had de meeste vragen goed en gaat met de klas op bezoek bij De Tulperij in Voorhout. Bestuurslid Educatie van Bloemencorso Bollenstreek Marlijn Hoeijmans: “Aan de hand van de speurtocht, en workshops die later nog gegeven worden, enthousiasmeren we kinderen voor ons Bloemencorso en de sierteelt. De verjonging van ons corso hebben wij in het vizier en met de finale van de Tuinbouw Battle bij onze opbouwlocatie dragen wij bij aan het in stand houden van ons cultureel immaterieel erfgoed.”

NK Tulpen keuren

Nieuw dit jaar in de Tuinbouw Battle is de toevoeging van het NK Tulpen keuren. De leerlingen kregen op school les in het keuren, waarbij ze keken naar de stam, het blad en de bloem. Aan het einde van de les keurden ze de speciaal geselecteerde potten met tulpen. De leerlingen die de minste ‘strafpunten’ hadden wonnen een wildcard voor het echte NK wat plaatsvond op vrijdag 4 april in Keukenhof.
Elf leerlingen uit de Duin- en Bollenstreek deden mee en ook 10 leerlingen uit de Greenport Noord-Holland Noord. Tess van de Johannesschool uit Hillegom werd Nederlands Kampioen Tulpen keuren in de categorie scholen. Een geweldige prestatie!

Leren en werken in het groen

Greenport Duin- en Bollenstreek draagt met de organisatie van de Tuinbouw Battle bij aan de promotie van leren en werken in de sierteelt. Op een speelse manier komen de kinderen in aanraking met de sierteelt en alle aspecten die daar bij horen: verzorging, marketing, verpakking, verkoop, stuksprijs en het maken van een verslag. Als afsluiting wordt de finale van de Tuinbouw Battle georganiseerd tijdens de opbouwdagen van Bloemencorso Bollenstreek.

Meedoen met de Tuinbouw Battle? Geef je op!

“Dit is precies waar het om gaat in de Tuinbouw Battle: leren en samenwerken, kennismaken met en opdoen van groen en creatief zijn”, laat Eva van der Kwast (organisator Tuinbouw Battle Duin- en Bollenstreek) weten. “Op naar 2025-2026! Ik nodig alle basisscholen (groep 7/8) uit de regio uit om mee te doen! Het project wordt volledig verzorgd en deelname is gratis. Geef je dus op en wie weet sta jij met jouw klas volgend jaar op het podium tijdens de finale.” Aanmelden kan via: communicatie@greenportdb.nl.