demoveld-inloopavond-greenport

Woensdag 20 mei: lnloopavond Demoveld Bollenstreek

Bezoekers horen die avond meer over de laatste ontwikkelingen op het veld en kunnen in gesprek met bollenteler Henk Verdegaal, coördinator van het demoveld en onderzoeker Anne Marie van Dam. Zij doet samen met studenten van de HAS green academy onderzoek op het demoveld.

Speciaal inloopmoment voor bewoners

Op het demoveld wordt gewerkt aan een bollenteelt zonder of met minder chemische middelen en meer aandacht voor biodiversiteit, bodemgezondheid en waterkwaliteit. Tijdens het inloopmoment krijgen geïnteresseerden uitleg over de innovaties die momenteel in de praktijk worden getest.

Meer biodiversiteit en minder chemie

Zo zijn op het veld bloemenmengsels aangelegd die natuurlijke vijanden van plaaginsecten aantrekken. Daarvoor is er ook een gemengde haag, die de biodiversiteit op het veld verhoogt. Ook wordt geëxperimenteerd met bollenteelt op ruggen, met mechanische onkruidbestrijding.

Innovaties in de praktijk

Daarnaast kunnen bezoekers kennismaken met nieuwe technieken zoals druppelfertigatie bij hyacintenteelt op ruggen. Via speciale slangen in de bodem krijgen planten gericht water en voeding toegediend. Studenten van de HAS green academy doen op het veld onderzoek naar onder meer biodiversiteit en het temperatuurverloop in de ruggen tijdens koude periodes.

Onderzoek en praktijk komen samen

Het demoveld is bedoeld als een plek om te leren, te onderzoeken en te ervaren. Een praktijklocatie waar nieuwe inzichten worden getest. Daarbij wordt gekeken naar onder meer opbrengst, bodemkwaliteit en insecten. Er is een nauwe link met het initiatief Regiocertificering, waarin telers gezamenlijk werken aan een verdere verduurzaming in de sector.

De kennis uit het demoveld, studentenonderzoek en Regiocertificering komt samen in het Kennisplatform Duurzame Bollenstreek. Dit project wordt mogelijk gemaakt met financiering van de Europese Unie en provincie Zuid-Holland.

Aanmelden

Aanmelden is momenteel niet meer mogelijk. Door de grote belangstelling hebben wij woensdagavond twee momenten ingepland en deze zitten vol. Heeft u interesse in een bezoek aan het veld? Laat uw gegevens dan achter bij eva@greenportdb.nl en schrijf u via demoveldbollenstreek.nl in voor berichtgeving over het veld. 

(Het inloopmoment biedt bewoners de kans om van dichtbij te zien wat er gebeurt op het veld en vragen te stellen over de verschillende teeltmethoden en onderzoeken. Meer informatie is te vinden op demoveldbollenstreek.nl. Geïnteresseerden worden gevraagd zich vooraf aan te melden, dat kan via dit formulier. En om zoveel mogelijk op de fiets te komen. In verband met de persoonlijke aandacht die we willen geven, kunnen we maximaal 40 mensen ontvangen. Bij veel belangstelling wordt een extra moment ingepland.)

Het Demoveld Bollenstreek wordt mogelijk gemaakt met financiering van:

 

Regio Deal Sierteeltregio: 2,4 miljoen voor projecten

Drie programmalijnen

De projecten zijn afkomstig uit de drie programmalijnen van de Regio Deal en richten zich op een gezonde en vitale leefomgeving, een duurzame en veerkrachtige arbeidsmarkt, en het verbeteren van de positie van internationale medewerkers.

Programmalijn 1: Verbeteren water- en bodemkwaliteit, innovatie en verduurzaming

Zo wordt binnen programmalijn 1 gewerkt aan het project Remote Sensing for Floriculture, waarin drones, sensoren en kunstmatige intelligentie worden ingezet om ziekten in gewassen vroegtijdig te herkennen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen.

Programmalijn 2: Regionale arbeidsmarkt en leer-en werkomgeving

Binnen programmalijn 2 wordt onder meer gewerkt aan de Green Campus, een regionaal knooppunt waar ondernemers, onderwijs en onderzoekers samenwerken aan innovatie, praktijkgericht onderzoek en talentontwikkeling in de sierteelt.

Programmalijn 3: Verbeteren van de positie van arbeidsmigranten en versterken regionale samenwerking

Binnen programmalijn 3 start het project ‘Goed voorbeeld doet goed volgen’. Dit project richt zich op het vergroten van bewustwording bij ondernemers over de risico’s van arbeidsuitbuiting en biedt praktische ondersteuning om misstanden te voorkomen en aan te pakken.

Robbert-Jan van Duijn, voorzitter stuurgroep Regio Deal Sierteeltregio:

“Met deze eerste projecten laten we zien waar de Regio Deal voor staat: samen bouwen aan een toekomstbestendige en leefbare sierteeltregio. Het is mooi om te zien dat zoveel partijen zich hiervoor inzetten en dat goede ideeën nu daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden.”

Mark Boerée, programmamanager Regio Deal Sierteeltregio:

“De kracht van de Regio Deal zit in de samenwerking tussen overheden, ondernemers, onderwijs en kennisinstellingen. Met deze eerste projecten zetten we concrete stappen richting innovatie, verduurzaming en een gezonde leefomgeving in de sierteeltregio.”

De geselecteerde projecten

Programmalijn 1 Gezonde en vitale leefomgeving

  • Remote Sensing for Floriculture
  • Kwekerij 3.0
  • Telen met de natuur in de boomkwekerij
  • Netcongestie mitigatie Boskoop
  • Vervolgonderzoek circulaire watervoorziening Boskoop
  • Onderzoek calamiteitenberging Middelburg-Tempelpolder.

Programmalijn 2 Duurzame en veerkrachtige arbeidsmarkt

  • Green Campus
  • Human Capital Platform (Triple Helix)
  • Modern werkgeverschap
  • Structurele LLO-ontwikkeling
  • Taal & Skills
  • Beter benutten leerpaden.

Programmalijn 3 – Gezonde leefomgeving en positie arbeidsmigranten

  • Goed voorbeeld doet goed volgen.

Betrokkenheid Greenport Duin- en Bollenstreek

Greenport Duin- en Bollenstreek is als aanvrager of projectpartner bij alle projecten van Programmalijn 2 betrokken. De komende drie jaar zal een scala aan projecten en activiteiten uitgevoerd worden. Daarmee kunnen we een boost geven aan scholing en een veerkrachtige arbeidsmarkt in de Bollenstreek!

Over de Regio Deal Sierteeltregio

De Regio Deal Sierteeltregio is een gezamenlijke investering van Rijk en regio (elk 10 miljoen). De deal wordt uitgevoerd door veertien gemeenten, de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland, de Greenports Boskoop, Aalsmeer en Duin- en Bollenstreek, de Economic Boards Alphen aan den Rijn en Duin- en Bollenstreek en onderwijs- en kennisinstellingen Yuverta, mboRijnland, Resilient Delta initiative en ACCEZ.

De Regio Deal Sierteeltregio loopt tot 31 december 2029 en is bedoeld om een duurzame impuls met blijvende effecten te geven aan de regionale ontwikkeling. Voor dit jaar is nog 2,7 miljoen euro beschikbaar voor projecten die bijdragen aan een toekomstbestendige sierteeltregio. Op www.regiodealsierteelt.nl is meer informatie te vinden over de Regio Deal.

(Bron: Regio Deal Sierteeltregio)

Remote-Sensing-Ondernemers-in-de-Lead-Keukenhof-Unmanned-Valley-Greenport-Duin-en-Bollenstreek

Slotbijeenkomst Remote Sensing for Floriculture (RS4F)

In goed bezochte bijeenkomst bij Unmanned Valley gaf Tamme van der Wal (van Aerovision) een overzicht van de ontwikkelingen. Door verschillende lagen van data op elkaar te leggen ontstaat een beeld van de bemesting, de groei en de te verwachte oogst van broccoli op een perceel. Maar ook: hoe kom je tot een gesloten systeem: van herkenning tot handelingen (via een taakkaart op een werktuig) naar terugkoppeling (wat heb ik dan aan bemesting gegeven of aan onkruid weggehaald?) en wat is het effect ervan?

Resultaten RS4F

Walter Kort (van Unmanned Valley) deelde de resultaten van RS2 . Botrytisherkenning (en voorspelling) is nog niet mogelijk. Wat wel duidelijk is geworden: dat de combinatie van sensoren (bladvochtigheid, windrichting) en drone- en spacetechnologie een logische is. En in de tussentijd is ook duidelijk geworden dat een aantal telers staat te popelen om nieuwe technologie toe te passen, maar het werken ermee begeleiding nodig heeft door een onafhankelijke partij en daarbij nieuwe manieren van leren en innoveren. 

Samenwerking

Deze slotbijeenkomst hebben we gecombineerd met Ondernemers in de Lead van Keukenhof. In de groepsdiscussies hebben we opgehaald welke behoeften er zijn om verder te kunnen gaan met nieuwe technologie. Dit wordt de komende tijd verwerkt. De eerste indruk: vooral de behoefte om hier praktijkgericht mee aan de slag te gaan op de bedrijven. Het was een avond met nieuwe verbindingen, veel vragen en dus ook betrokkenheid.

Partners trokken samen op

Deze avond is mogelijk gemaakt door NL Space Campus, Economic Board Duin- en Bollenstreek (EBDB – die het project financierde), Ondernemers in de Lead, Unmanned Valley (UMV) en Greenport Duin- en Bollenstreek.

Goedgekeurd in RegioDeal

De aanvraag Remote Sensing die door de RegioDeal is goedgekeurd, is ingediend door EBDB, UMV en NL Space Campus. Dus zonder Keukenhof en Greenport Duin- en Bollenstreek. Remote Sensing gaat nu door met de ziekteherkenning en governance vraagstukken (van wie is de data etc). Keukenhof en Greenport Duin- en Bollenstreek willen daarnaast een initiatief opzetten met een ‘klasje’ van telers die worstelen met de vraag ‘Ik heb een drone en nu?’.

“Met Regiocertificering maken kwekers duurzame bollenteelt aantoonbaar”

Volgens Mulder zit daar precies de meerwaarde. “Het geeft een methodiek om inzichtelijk te maken waar je staat als bedrijf. Daarmee kun je richting omgeving en overheid onderbouwen dat je werkt aan een duurzame bollenteelt, met een economisch en ecologisch verantwoorde impact. Die balans is cruciaal en zorgt voor draagvlak.”

Advies aan de keukentafel, met data als basis

Als teeltadviseur speelt Mulder een directe rol in dat proces. “Het gebeurt aan de keukentafel. Samen kijken we naar de kritische prestatie-indicatoren (KPI’s): waar sta je, waar zitten de knelpunten en waar kun je verbeteren?” Die KPI’s – bijvoorbeeld op het gebied van milieubelastingspunten en het gebruik van probleemstoffen – vormen de basis voor het advies. “Zo kijken we concreet naar bemesting en de voorgenomen bespuitingen: wat kan slimmer en met minimale impact op de omgeving?” “De basis daarvoor is data vanuit de teeltregistratie”, vervolgt Mulder. “Binnen Regiocertificering wordt de teeltregistratie opgehaald en vertaald naar KPI’s. Ongeveer 60 procent van de deelnemende kwekers werkt met ons teeltregistratiesysteem GMN Crop. We kijken nu samen met Schuttelaar & Partners hoe we dit systeem kunnen koppelen aan Farmmaps, zodat dataverzameling efficiënter wordt en minder tijd kost. Via Farmmaps kunnen de KPI’s vervolgens automatisch berekend worden.” De onderbouwing voor de adviezen komt onder andere uit praktijkonderzoek. “Zo doen we op de proeftuin van het Expertisecentrum Bloembollenteelt in Breezand onderzoek naar de inzet van biostimulanten en gewasbeschermingsmiddelen met een groen profiel. Die kennis nemen we mee naar de kweker. Want soms kun je met een ander middel hetzelfde resultaat bereiken, maar met minder impact op de omgeving, dus minder milieubelasting.”

Meer bewustwording, andere keuzes

Regiocertificering zorgt voor verandering in de praktijk. “Ik merk dat kwekers bewuster keuzes maken”, zegt Mulder. “Denk aan het gebruik van grovere spuitdoppen om pendimethalin te spuiten of het vervangen van een probleemstof die in het water wordt gevonden door een geschikt alternatief.” Ook bij ziektebestrijding verschuift het denken. “Zo wordt bij vuurbestrijding het middelenpakket steeds kleiner. Dan ga je actief op zoek naar alternatieven die minder belastend zijn voor het milieu, zonder dat je inlevert op resultaat.”

“Het zijn soms echt kleine aanpassingen met een groot effect”



Samenwerken aan één lijn

Binnen Regiocertificering overleggen teeltadviseurs van Agrifirm-GMN en Delphy onder meer over gezamenlijke adviesrichtlijnen. “Die zorgen ervoor dat we op specifieke onderwerpen en KPI’s vanuit dezelfde uitgangspunten adviseren”, legt Mulder uit. Die richtlijnen worden regelmatig aangescherpt. “Op basis van nieuwe inzichten kijken we wat werkt en wat niet. En hoe we ervoor zorgen dat maatregelen ook echt uitvoerbaar zijn in de praktijk.” Praktische tips spelen daarin een belangrijke rol. “Bijvoorbeeld: gebruik voor toepassing van bodemherbiciden in de winter een grovere spuitdop dan voor de gewasverzorging in het voorjaar. Of kijk in hyacint, narcis of bijgoed of je gebruik kunt maken van bodemherbiciden zonder pendimethalin. Het zijn soms echt kleine aanpassingen, met een groot effect.’’

Hardnekkige uitdagingen blijven

Tegelijkertijd zijn er nog knelpunten. “Voor sommige teelten zijn we echt afhankelijk van bepaalde middelen zoals pendimethalin. Daarvoor is met name in de tulpenteelt geen goed alternatief.” Om deze middelen te behouden, blijft emissie een groot aandachtspunt. “We moeten alles op alles zetten om te voorkomen dat middelen in het water terechtkomen door zo zorgvuldig mogelijk te werken.” Die zorgvuldigheid zit vaak in praktische keuzes op het erf en in het veld, van spuittechniek tot driftbeperking, zoals Agrifirm recent toelichtte in een artikel met tips uit de praktijk.

Van meten naar sturen

De komende jaren moeten laten zien dat de aanpak van Regiocertificering werkt. “We moeten kunnen aantonen dat de milieubelasting daalt en dat we minder probleemstoffen in het water terugzien.” Daarmee sluit Regiocertificering aan op een bredere ontwikkeling richting doelsturing. “Kwekers willen zelf aan de knoppen zitten. Deze aanpak helpt om dat onderbouwd te doen, gericht toe te werken naar een doel, met data als basis.”

Foto: Robert Waasdorp

greenport_pps_bollen_bodem_aaltjes_ecc_leiden

Eindmeeting Bollen@Bodem & Aaltjes brengt sector in beweging

Gezonde bodem begint bij een sectoroverstijgende aanpak

Binnen de PPS lag de focus op één duidelijke overtuiging: duurzame bollenteelt begint bij een gezonde bodem én alle bodemgebruikers moeten daaraan bijdragen. Daarom ontwikkelden de projectpartners kennis en praktische tools voor integraal bodembeheer, met speciale aandacht voor het beheersen van aaltjes. Tijdens de eindmeeting presenteerden zij de uitgevoerde onderzoeken, de belangrijkste inzichten en concrete aanknopingspunten voor vervolg.

Van visie naar praktijk

Bernd Feenstra (KAVB) gaf tijdens de opening aan dat de beeldvorming over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aangeeft dat het beter moet (ookal worden er al minder middelen gebruikt t.o.v. 2011). Hier wordt in Toekomst Bollenvak aan gewerkt.

Het belangrijkste resultaat van PPS Bollen@Bodem en Aaltjes is dat er een sectoroverstijgende aanpak nodig is voor duurzaam bodemgebruik. Een aaltje kan namelijk zowel in een akkerbouwgewas als in een bollenteelt schade veroorzaken. In het project is daarom samengewerkt tussen sectoren en was er een goede samenwerking tussen partners en onderzoekers. Binnen deze PPS zijn ook trainingen georganiseerd voor erfbetreders. Dit is belangrijk om meer begrip te krijgen over hoe duurzaam bodemgebruik in de praktijk werkt.

Samenwerken tussen huurders en verhuurders begint met een goed gesprek aan de keukentafel en daarvoor is een checklist ontwikkeld. Om goed samen te werken moet data gedeeld worden met alle gebruikers van een perceel, maar data delen is nog niet zo makkelijk. Het bodemkwaliteitsplan kan een tool zijn voor een meer integrale aanpak van het bouwplan van het perceel.

Paneldiscussie

Tijdens de paneldiscussie kwam naar voren dat de huidige praktijk rondom verhuur van percelen niet toekomstbestendig is. In Nederland is het areaal te klein om het slecht te beheren. Daarom zijn nieuwe en aangepaste afspraken (o.b.v. van deze PPS) tussen huurder-verhuurder essentieel.

Het was een interessante bijeenkomst waarbij er nog genoeg stappen te nemen zijn om de aaltjes te beheersen op een manier die passend is. Samen vooruit dus.”

Focus op aaltjes en toekomst

Na de lunch richtten de sprekers zich op de praktische aanpak van aaltjes. Ze bespraken onder andere inundatie en de aanpak van Trichodoridenproblematiek in de praktijk. Inundatie heeft niet alleen effect op plantenparasitaire aaltjes, maar ook op vrijlevende aaltjes en schimmel/bacterie verhoudingen. Daarbij lijkt het aaltjes P.anemones niet alleen een probleem te zijn voor lelie, maar ook kunnen gewassen in de rotatie het aaltje vermeerderen. Dus een goed bouwplan is essentieel voor de beheersing van P. anemones, maar er is meer kennis nodig om te weten welke gewassen er gekozen moeten worden voor het bouwplan.

Samen vooruit

Tijdens de afsluitende interactieve ‘nu-wat?’-sessie keken deelnemers samen vooruit. Ze verkenden welke stappen nodig zijn om de sector verder te versterken en bouwden zo een brug tussen de afronding van het project en het vervolg. Daarbij kwam unaniem naar voren dat er meer kennis nodig is over trichodoriden om de schade van deze groep aaltjes zo veel mogelijk te beperken, maar ook moet voorkomen worden dat stengelaaltje de nieuwe galmijt wordt.

Partners

Met deze eindmeeting sloten de betrokken partijen samen met professionals uit de bollensector   de PPS succesvol af.  Deze Publiek Private Samenwerking wordt gefinancierd door Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, KAVB, Stichting Bloembollenonderzoek, Royal Anthos, CNB, Agrifirm NWE B.V., Farmplus B.V., BO Akkerbouw, Bollenacademie, Keukenhof B.V., Greenport Noord-Holland Noord en Greenport Duin- en Bollenstreek.
Het onderzoek werd uitgevoerd door Wageningen University & Research en Vertify i.s.m. de partners.

Caroline Kerdijk-leerkracht-Opmaat-over-Tuinbouw-Battle

Lerares Caroline over de Tuinbouw Battle: “De kinderen groeien letterlijk met de tulpen mee”

In het Denklab krijgen leerlingen extra verrijking naast het reguliere onderwijs, waarbij onderzoekend en ontwerpend leren centraal staan. De klas werkte dit jaar met veel enthousiasme aan de Tuinbouw Battle. We spraken haar over de aanpak, ervaringen in de klas en wat het project de leerlingen heeft gebracht.

Waarom wilde je met jouw klas deelnemen aan de Tuinbouw Battle?

“In 2022 werd ik door een collega van basisschool Opmaat op de Tuinbouw Battle gewezen. Ik heb toen met de kinderen van Denklab groep 8 meegedaan en dat was een groot succes. Omdat we destijds met meerdere groepen deelnamen, is het voor ons geen jaarlijks project. Maar ik wilde het graag eens in de vier jaar terug laten komen. Dat is dit jaar gelukt!

De huidige groep 8 kreeg nu zelf de verantwoordelijkheid. Vier jaar geleden maakten ze het project al mee, maar nu mochten ze zelf de tulpen verzorgen, oogsten, inpakken en een verkoopplan maken. Ook dit jaar was het weer een succes.

De Tuinbouw Battle sluit goed aan bij het Denklab, waar we werken aan onderzoekend leren, ontwerpend leren, mindset en executieve functies. Leerlingen onderzoeken de groei van tulpen en zijn daar ook zelf verantwoordelijk voor. Daarnaast moesten de kinderen zelf bedenken hoe ze de tulpen gingen verkopen en maakten ze ontwerpen om de verkoop bekend te maken. Van bol tot tulpenverkoop is door beide Denklab groepen helemaal zelf uitgewerkt.”

Hoe hebben jullie het project aangepakt in de klas?

“Toen de karren in het Denklab lokaal kwamen, heb ik de eerste lading water gegeven. Daarna zijn we met de kinderen afspraken gaan maken. Elke dag waren er drie andere kinderen verantwoordelijk voor het water geven. Omdat Denklab groep 8 pas op maandag de eerste bijeenkomst had, hebben de kinderen van Denklab groep 6-7 de eerste dagen beide karren onderhouden. Het schema stond op het whiteboard in de klas.

Omdat ik zelf alleen op maandag en donderdag aanwezig ben, lag er een behoorlijke verantwoordelijkheid bij de groep zelf de rest van de week. Dat hebben ze fantastisch gedaan. Ze hielpen elkaar en herinnerden elkaar aan het waterschema.

Tijdens de Denklab-momenten werkten de leerlingen in groepjes aan verschillende onderdelen van het project, zoals prijsbepaling, het kiezen van een goed doel, het maken van een verkoopplan en het vastleggen van het proces. Ze hadden hier maar drie keer een uur voor, want de tulpen groeiden zo ontzettend snel dat we het programma moesten aanpassen om alles op tijd te kunnen oogsten, inpakken en verkopen.”

Wat vonden de kinderen leuk aan de Tuinbouw Battle?

“De kinderen vonden het fantastisch om verantwoordelijk te zijn voor de groei van de tulpen. Ze gingen elke dag kijken of er weer iets veranderd was. Er waren zelfs twee meisjes uit Denklab groep 5 zo enthousiast, dat zij elke pauze wel even het Denklab lokaal in kwamen om de tulpen te checken. Zij zaten in een lokaal naast ons en konden zo de karren goed in de gaten houden.

Je ziet ze ook als groep enorm groeien in het omgaan met elkaar en elkaar helpen waar het nodig is. Dus ook voor een goed groepsproces is dit een heel fijn project!”

Waren er ook uitdagingen?

“Ja, die waren er zeker. Sommige kinderen waren zo enthousiast met water geven dat de bakken soms overstroomden. De twee meiden uit Denklab groep 5 hebben mij dat een keer zien oplossen met doekjes en maatbekers en zij wilden het vanaf toen wel oppakken. Erg leuk om te zien dat deze meiden zich zo verantwoordelijk hebben gevoeld voor de tulpen en dat zij op de dagen dat ik er niet was even alles in de gaten wilden houden.

Ook vonden de kinderen het lastig om tot een goede prijs te komen, want je kan niet in ieders portemonnee kijken. Uiteindelijk heeft marktonderzoek en de prijs van de teler zelf de doorslag gegeven.

Daarnaast was het organiseren van gezamenlijke momenten soms een uitdaging, omdat de Denklab-groepen op verschillende dagen les hebben. Mijn collega’s waren hierin heel flexibel, daar ben ik ze erg dankbaar voor.”

Wat hebben de kinderen geleerd over ondernemen en verkopen?

“De kinderen vonden het dus enorm lastig om een goede prijs te bepalen voor de verkoop van de tulpen. In eerste instantie zaten ze vrij hoog en achteraf gezien misschien net weer iets te laag. Hierin hebben ze veel geleerd over ondernemen en verkopen. Van het doen van een prijsonderzoek naar tulpen in de winkels tot het maken van posters voor de verkoop op het schoolplein, ook hebben zij als groep heel goed gekeken naar wat ze met de tulpenopbrengst wilden doen. Ze kozen ervoor het in drie delen te schenken aan Kika, Prinses Maxima Centrum en het Wereld Natuur Fonds.”

Hoe heb jij het als leerkracht ervaren?

“Ik heb dit project nu twee keer mee mogen maken met twee totaal verschillende groepen. Wat mij opvalt, is hoe groot het verantwoordelijkheidsgevoel van de kinderen is. Waar ze in de klas soms moeite hebben met plannen of afspraken nakomen, zag ik nu leerlingen die elke dag met de tulpen bezig waren. Ook in de groep als geheel zie je mooie ontwikkelingen tijdens zo’n project. Ze helpen elkaar, ze ondersteunen elkaar, ze geven elkaar tips en ze hebben het maar mooi met elkaar gedaan!”

Wat zou je andere leerkrachten willen meegeven die twijfelen om mee te doen?

“Het is een project waarbij je met weinig voorbereiding tot zeer mooie resultaten komt. Je wordt goed geholpen door vrijwilligers en de leerlingen vinden het echt fantastisch.

Je ziet je groep groeien en ook individuele leerlingen maken mooie ontwikkelingen door. Het is echt een ervaring om niet te vergeten. Want hoe gaaf is het dat je met echt materiaal aan de slag mag gaan! De kinderen groeien letterlijk met de tulpen mee.”

Heb je nog een mooie anekdote?

“Mijn dochters hebben ook aan de Tuinbouw Battle meegedaan in 2022, toen zij hoorden dat ik dit project weer zou gaan doen, kwamen de mooie verhalen van dit project weer naar boven! Het blijft een leuk, leerzaam project. Wij hopen in 2030 weer mee te mogen doen.”