uitvoeringsplan_bedrijventerreinen_regio-071.

Een nieuwe stap voor bedrijven in de regio071

Wethouder Jacco Knape, wethouder Economie gemeente Katwijk en voorzitter regionale stuurgroep bedrijventerreinen: “Wij wonen in één van de dichtstbevolkte gebieden van Nederland. Daardoor is de druk op de ruimte groot. We willen er wonen, werken en recreëren en het liefst op een verantwoorde en duurzame manier. Juist daarom moeten we investeren in een goed uitgedachte strategie. Met dit uitvoeringsplan geven wij invulling aan de manier waarop we dat willen doen.”

Aan de slag

Om voldoende ruimte te houden voor ondernemers en bedrijvigheid, stelt de stuurgroep bedrijventerreinen van Economie071 een gebiedsregisseur aan. De werving van deze spin in het web start nog dit jaar. Daarnaast is in het uitvoeringsplan afgesproken dat een werklocatie die omgezet gaat worden naar woonlocatie altijd binnen de regio wordt gecompenseerd. Hier zijn voorwaarden voor uitgewerkt, zoals het compenseren van de kosten door de gemeente die de werklocatie opgeeft. Verder staat duurzaamheid hoog op de agenda. Om te achterhalen waar bedrijven kansen zien voor verduurzaming en het toekomstbestendig maken van hun onderneming wordt de ‘Challenge Toekomstige Bedrijventerreinen’ ingezet.

Ruimte voor bedrijven

De strategie is een coproductie van gemeenten en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Martijn van Pelt (voorzitter VNO-NCW Bedrijfsleven Rijnland): “Bedrijven in onze regio groeien, innoveren en hebben ruimte nodig. Ook komen er uitdagingen aan, zoals verduurzaming, klimaatadaptatie en het behouden van een aantrekkelijke, groene omgeving. In het verstedelijkte gebied van onze regio is daarnaast ook sprake van een groeiende vraag aan wonen, energie en andere functies. Al deze ontwikkelingen hebben ruimte nodig. Het is daarbij ontzettend belangrijk om een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven te behouden met voldoende en toekomstbestendige bedrijventerreinen. Het uitvoeringsplan houdt daar rekening mee.”

Op https://www.economie071.nl/bedrijventerreinen/uitvoeringsplan-bedrijventerreinen/ is het uitvoeringsplan te vinden.

mest-bemesting-nitraat-greenport-duin-en-bollenstreek

‘Economische druk Nitraatplan op sector groot’

Inmiddels heeft demissionair minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid naar aanleiding van het onderzoek in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat wel gesleuteld mag worden aan het programma, maar dat de doelen vaststaan. Tegelijkertijd vindt ze dat de maatregelen ook ‘uitvoerbaar’ moeten zijn. Volgens het onderzoek zijn de economische gevolgen voor met name de akkerbouw en de varkenshouderij groot.   

‘Open voor aanpassingen’

Schouten ziet in dat die gevolgen groot zijn, zo schrijft ze in de Kamerbrief. ‘Het realiseren van deze doelen vereist aanpassingen in de huidige landbouwpraktijk en dat zal onmiskenbaar ook economische gevolgen hebben. Tegelijkertijd is mij er uiteraard veel aan gelegen om de economische impact niet groter te laten zijn dan noodzakelijk om de doelen te bereiken. Ik sta dan ook open voor aanpassingen.’

Rustgewas

Met name de rotatieverplichtingen hebben grote gevolgen. Liet de KAVB eerder al becijferen dat een gemiddeld bollenbedrijf aanvankelijk vijf en uiteindelijk vijftien procent van de omzet inlevert, uit de analyse van Wageningen blijkt dat intensieve bouwplannen in de akkerbouw ook lastig worden met de verplichting om in 1:4 een rustgewas te zetten. Zowel voor de bollenteelt als in de akkerbouw geldt dat de financiële opbrengsten van een rustgewas veel lager liggen. Het onderzoek gaat uit van beperkte gevolgen voor de vollegrondsgroenteteelt, maar volgens LTO worden veel teelten onmogelijk door de eis om voor 1 oktober het gewas te oogsten.  

Mest

De invoering van bredere teeltvrije zones zoals voorgesteld in het actieplan zet de mestmarkt onder druk omdat het areaal landbouwgrond afneemt, stelt Wageningen. Ook dat heeft economische gevolgen voor zowel de sectoren die de mest leveren, als de gebruikers.

GreenportLIVE-internationale-medewerkers-14-10-21-rshousing

GreenportLIVE: In gesprek over internationale medewerkers

Ons GreenportLIVE event over internationale medewerkers vond plaats op een bijzondere plek: het duurzaamheidscentrum van RS Housing aan de Delfweg in Noordwijkerhout. Met ruim veertig aanwezigen (waaronder bestuurders, ambtenaren en ondernemers) was onze locatie goed gevuld. De bijeenkomst startte met een presentatie van projectleider internationale medewerkers, Annemieke de Man, over het onderzoek dat Decisio in het opdracht van Greenport Duin- en Bollenstreek uitvoerde. In dit onderzoek werd gekeken naar het aantal internationale medewerkers in de Bollenstreek, wonend en werkend. 

Conclusies onderzoek

Annemieke nam de aanwezigen mee langs de belangrijkste conclusies uit het onderzoek: er werken ruim 10.000 internationale medewerkers binnen onze Greenport en de prognose is dat dat aantal in 2030 gegroeid is naar ruim 14.000. Ruim 61% van deze medewerkers werkt via uitzendbureaus. De belangrijkste werksectoren zijn de landbouw, groothandel en de horeca en 78% van de medewerkers verblijft korter dan 3 jaar in Nederland en 49% zelfs korter dan een jaar. In de Bollenstreek staan ruim 3900 internationale medewerkers ingeschreven in het Basis Register Persoonsgegevens (BRP) van de gemeenten. Omdat het merendeel van de internationale medewerkers ingeschreven staat in Registratie Niet-Ingezetenen (RNI), waarin geen verblijfsadres wordt geregistreerd, is dat een fractie van het aantal medewerkers dat daadwerkelijk in de Bollenstreek woont. Decisio schat in, op basis van vier rekenmethoden, dat het werkelijke aantal tussen de 7000 en 11.000 moet liggen. 

Kwalitatief goede huisvesting afhankelijk van meerdere factoren

Uit nader Greenport-onderzoek blijkt dat het vinden en creëren van kwalitatief goede huisvesting voor deze doelgroep voor werkgevers, uitzenders en huisvesters zeer moeilijk is. Slechts 10% – 20% van de genomen huisvestingsinitiatieven leidt daadwerkelijk tot extra huisvesting. Het ontbreekt onder meer aan goede locaties, eenduidig overheidsbeleid en aan draagvlak en politieke wil. Een beeld dat door de aanwezigen herkend werd. 

Arbeidsmigratie uit Polen

Malgorzata Bos-Karczewska sloot het officiële deel af met een presentatie over de ontwikkeling van arbeidsmigratie uit Polen en de waarde van deze medewerkers voor de Nederlandse economie. Malgorzata is onder andere hoofdredacteur van Polonia.nl, bestuurslid van het Kenniscentrum Arbeidsmigranten en lid van de maatschappelijke raad van advies van Glastuinbouw Nederland. Zij gaf in haar presentatie aan dat het merendeel van de Poolse medewerkers in Nederland jong is (tussen de 20-25 jaar) en over voldoende potentie beschikt om belangrijke toegevoegde waarde te zijn en worden voor Nederlandse bedrijven. Onder invloed van de stijgende welvaart in Polen ligt het in de lijn der verwachting dat het aantal Poolse medewerkers dat naar Nederland komt zal dalen en de arbeidsmigratie van landen buiten Europa toe zal nemen. Zij waarschuwde de aanwezigen dat het draagvlak hiervoor in de samenleving steeds kleiner wordt en wees daarbij ook naar de misstanden die er zijn (arbeidsuitbuiting, slechte huisvesting). Dit werd door de aanwezigen niet herkend en als een te negatief beeld ervaren. Het onderstreept in ieder geval dat het nodig is en blijft om als sector de best practices extern te blijven delen en te laten zien dat internationale medewerkers in de tuinbouwpraktijk op de juiste en goede waarde worden geschat. 

Bezoek duurzaamheidscentrum

Na de presentaties konden de aanwezigen het duurzaamheidscentrum van RS Housing bekijken. Dit duurzaamheidscentrum bestaat o.a. uit drie modelwoningen voor doelgroepen als studenten, arbeidsmigranten en statushouders. Eigenaar Ruud Warmerdam leidde iedereen met plezier rond. Tijdens de netwerkborrel was er gelegenheid om na te praten waar een groot gedeelte van de aanwezigen gebruik van maakte.

Opname en rapport beschikbaar

De presentatie over het Decisio-onderzoek is hier te downloaden, evenals het onderliggende rapport. Daarnaast is ook de link naar de opname en het artikel uit het Leids Dagblad beschikbaar (voor abonnees).

Gezocht: vijftien directeuren voor één dag

Directeur voor één dag wordt georganiseerd door Glastuinbouw Nederland, HortiHeroes, HandelGroeit en SeedValley. “Het aantrekken van talent in de hortisector is nog steeds een uitdaging en vraagt blijvende aandacht”, aldus Lenny Dijkshoorn, programmamanager bij HortiHeroes. “Het bedrijfsleven zit te springen om goede mensen. Directeur voor 1 Dag draagt bij aan het verder versterken van het imago de hortisector.” Er doen bedrijven mee uit verschillende Greenport-gebieden in Nederland, waaronder Royal FloraHolland, Dutch Flower Group en Royal Brinkman.

Aanmelden

Derde- of vierdejaars hbo/wo-studenten kunnen zich tot 1 november 2021 aanmelden via de website hortiheroes.com/directeurvoor1dag.

kas-greenport-duin-en-bollenstreek

NVWA strikt bij overtreding gewasbescherming in sierteelt onder glas

De meeste telers onder glas die zich aan de regels houden bij het toepassen en gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen, hebben weinig te vrezen. Zeker als bij hen niet eerder overtredingen zijn geconstateerd. De sector sierteelt onder glas scoort in vergelijking met andere helaas minder goed als het gaat om naleving van de gewasbeschermingsregels. Dit vormt een risico op voor mens, dier en milieu. Daarom gaat de NVWA hier extra op letten vanaf het vierde kwartaal dit jaar.

Gerichte inspecties

Met name telers die in de afgelopen drie jaar een overtreding hebben begaan, kunnen de NVWA opnieuw verwachten. Als alles bij deze gerichte inspecties akkoord is, dan blijft het bezoek zonder gevolgen. Constateert de NVWA-inspecteur echter dat de regels bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wederom zijn overtreden, dan ontvangt de teler een boete. Boetebedrag voor niet toegelaten gebruik kan oplopen tot een paar duizend euro. Bovenop de boete kan de NVWA aan een onderneming die de regels overtreedt een last onder dwangsom (LOD) opleggen. Hiermee draagt de teler zelf verantwoordelijkheid voor de gevolgen van het niet-naleven en dit leidt tot een hardere aanpak van serieovertreders in de gewasbescherming.

Last onder dwangsom

Het opleggen van een LOD gebeurt bij een herhaalde overtreding voor gebruik van niet (in de teelt) toegelaten middelen of onjuist gebruik van middelen. De omvang van deze LOD wordt per situatie bepaald. Dit werkt vaak als een ‘extra stok achter de deur’ om de begane overtreding ongedaan te maken of niet meer te begaan. Deze ‘last’ is te zien als een voorwaardelijke boete die het bedrijf boven het hoofd hangt als er in een periode van bijvoorbeeld twee of drie jaar bij inspecties opnieuw overtredingen worden vastgesteld. Worden in deze periode geen overtredingen gesignaleerd, dan komt de LOD te vervallen. Gaat een teler desondanks weer de mist in, dan wordt de dwangsom onherroepelijk en moet worden betaald.

Achtergrond: LOD in kort bestek

Na vaststelling van een (herhaalde) overtreding, krijgt de ondernemer eerst een schriftelijke vooraankondiging. In deze brief staat dat de NVWA overweegt om een last onder dwangsom op te leggen, welke overtreding is begaan en wat te doen om het opleggen van een last onder dwangsom af te wenden. Hierop kan de teler binnen 2 weken zijn zienswijze geven aan de NVWA. Na beoordeling van de reactie, ontvangt de teler van de NVWA een definitieve beschikking over de overtreding(en), last onder dwangsom en termijn. Hiertegen is binnen 6 weken bezwaar aan te tekenen, overigens zonder dat de LOD daarmee wordt opgeschort.

Meer informatie (eerder verschenen NVWA-berichten):

Bron: Glastuinbouw Nederland en NWWA.

uitzendkrachten-greenport-duin-en-bollenstreek

Land- en tuinbouw en uitzendsector tekenen voor veilig en gezond werk uitzendkrachten

Uitzendkrachten verdienen specifieke aandacht. Door de aard van het werk dat zij verrichten hebben zij vaak te maken met ongevallen, lichamelijke belasting en blootstelling aan stoffen. Daarnaast hebben internationale uitzendkrachten door hun geringe kennis van de Nederlandse taal moeilijker toegang tot belangrijke informatie en ondersteuning gericht op veilig en gezond werken. Dit blijkt onder andere uit de SER-verkenning diversiteit arbeidsrelaties en arbeidsomstandigheden  en adviezen van Arbodeskundigen gericht op arbeidsmigranten. Verder is het door de complexe verantwoordelijkheidsverdeling tussen de inlener, het uitzendbureau en de uitzendkracht niet altijd duidelijk wat de rechten en plichten zijn van partijen als het gaat om de zorg voor veilige en gezonde werkomstandigheden voor uitzendkrachten.

Betere werkomstandigheden

“Vrijwel alle ondernemers vinden goede werkomstandigheden belangrijk en investeren daar dagelijks in”, benadrukt Eric Douma, portefeuillehouder Ondernemerschap en Onderwijs bij LTO Nederland. “Er gaat heel veel goed. Maar er zijn ook nog stappen te zetten. Als ondertekenaars zetten wij ons in voor betere werkomstandigheden voor uitzendkrachten en ondersteunen wij onze achterban hierbij.”

Extra slagkracht

“Met deze intentieverklaring slaan inleners, uitzendkrachten en uitzendbureaus de handen ineen. Daarmee creëren we extra slagkracht” aldus Jurriën Koops, voorzitter Doorzaam en tevens voorzitter van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). “We gaan de kennis van inleners, uitzendkrachten en uitzendbureaus over hun rechten en plichten bevorderen. En hen ondersteunen met advies,  voorlichting en activiteiten.”

“Zo vergroten we voor iedereen de toegang tot instrumenten als de risico-inventarisatie en -evaluatie, de Arbochecklist, de arbocatalogi, en werkinstructies”, vult Leo van Beekum van FNV aan. “Daarnaast vragen wij leiderschap van inleners en uitzendbureaus op het gebied van veilige en gezonde werkomstandigheden. Met gerichte communicatie, wetende dat nog niet iedereen even ver is in de ontwikkeling van goed werkgeverschap”, aldus Adri Bom-Lemstra, voorzitter Glastuinbouw Nederland.

Bedrijven en uitzendorganisaties betrekken

“We gaan er de komende maanden alles aan doen om ervoor te zorgen dat werkgevers en uitzendorganisaties zich aanmelden als ambassadeur en zich ook committeren aan de doelstellingen. vertelt Hans Koehorst, werkgeversvoorzitter van Stigas. “Zo willen we bouwen aan betere arbeidsomstandigheden voor uitzendkrachten op de werkvloer”, zegt Jeroen Brandenburg, werknemersvoorzitter Stigas.