Peter van Tilburg (64) groeide op in het huidige tuindersgebied Trappenberg/Kloosterschuur. Zijn overgrootvader kwam rond 1850 vanuit Sliedrecht naar Rijnsburg, waar hij negentig hectare grond in de toenmalige Kloosterschuur pachtte. Van Tilburg herinnert zich nog dat zijn vader Floris koeien, maar ook schapen en een paar varkens had.
Van Tilburg ging zelf ook de bloementeelt in. Hij begon met, net als veel Rijnsburgse telers, met zomerbloemen en droogbloemen. ,,Ik bouwde zelf een kasje met éénruiters tot ik in 1985 een sierteeltbedrijf met orchideeën kon overnemen in Kleipetten. Op een gegeven moment had ik vier bedrijfslocaties: in de Kloosterschuur, in Kleipetten, zonnebloemen in Frankrijk om het seizoen te verlengen en glas aan de Noordwijkerweg.’’
Klaar
In 2002 werd op de plek waar ooit de koeien van zijn vader graasden het nieuwe orchideeënbedrijf Van Tilburg Orchids gebouwd, dat inmiddels wordt gerund door zoon Han. Peter ziet nu in Trappenberg/Kloosterschuur hetzelfde gebeuren als in Kleipetten, waar alle tuinbouwbedrijven zijn verdwenen voor woningbouw. ,,Daar waren veel kleinere bedrijven zonder opvolgers. Investeringen blijven uit en dan wordt op een gegeven moment de stap te groot om aan alle eisen te voldoen. Wij zijn het enige bedrijf dat uiteindelijk is doorgegaan. Dezelfde trend zie je nu rond de Voorhouterweg, maar ook al een beetje in Trappenberg/Kloosterschuur. Als je praat over bedrijven met toekomstperspectief, heb je er niet meer dan een handvol. Dus ik denk dat het hier in de regio straks gewoon klaar is.’’
Droom
Eén van die bedrijven met toekomstperspectief is de 25 jaar geleden opgerichte gerberakwekerij Esmeralda van Marcel van Vliet (52) en Gerben Wessels (53). Een bedrijf waar met veertig man personeel jaarlijks dertig miljoen gerbera’s worden geoogst. Als het aan deze kwekers had gelegen, was het bedrijf inmiddels niet alleen groter, maar ook gehuisvest in een compleet nieuw kassencomplex. Maar die droom lijkt verder dan ooit nu het Katwijkse college Rijnsburg-Noord heeft aangewezen voor de vestiging van bedrijven en om financiële redenen geen exclusieve gronden meer reserveert voor de sierteelt. Een hectare bedrijventerrein levert simpelweg meer op dan een hectare kassen.
,,Er wordt gezegd dat de sierteelt belangrijk is, maar in de praktijk valt dat tegen’’, constateren de kwekers inmiddels. Zij zien namelijk dat, naast een aanpassing van de bestemming, al langere tijd tuinbouwgronden worden gebruikt voor niet-sierteeltdoeleinden. ,,Een zorgkwekerij, de opslag van strandhuisjes en een caravanstalling. Verder worden al jaren bedrijfswoningen omgezet in plattelandswoningen. De gemeente heeft na bijna drie jaar nog steeds geen goede regelgeving om dit tegen te gaan. Daar wonen straks mensen die denken landelijk te wonen, maar het blijkt een agrarisch industrieterrein te zijn. ’s Morgens om zes uur begint het werk in de kassen, de radio gaat aan en vrachtwagens halen bloemen. Ook op zaterdag, want bloemen houden geen weekeinde. Die mensen gaan zeuren en klagen en dat is niet handig voor beide partijen’’, licht eigenaar Van Vliet toe.
Andere agenda
Zelf wilden de gerberakwekers graag een nieuw bedrijf neerzetten op de voormalige gronden van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij, rond de Kloosterschuurweg en afgebakend door de Vinkenweg en Mezenlaan. Deze negentien hectare is inmiddels eigendom van de gemeente Katwijk. Maar de verhuizing bleek niet zo simpel te zijn, want de kwekers werden geconfronteerd met aanvullende eisen en beperkingen. Zo moest er binnen een jaar na aankoop van de grond worden begonnen met de bouw, mochten er geen twee bedrijfswoningen komen, was er geen ontsluiting van het perceel naar de weg en waren er geen elektriciteit-, gas- en wateraansluitingen.
Reden voor de gerberakwekers om af te haken. Peter van Tilburg, die tot dit voorjaar in LTO Nederland zat en nu nog voor de lokale telers op de bres staat, heeft er een hard hoofd in dat die voormalige GOM-gronden ooit nog bij de glastuinders terecht komen. ,,Met het aanbod dat ze toen aan telers deden, ging het nooit lukken. De prijs was niet conform en de kavels van twee hectare waren te klein. Ik denk dat ze niet aan kwekers wilden verkopen en dat er echt een andere agenda was. Dat blijkt nu wel, nu het college kiest voor een bedrijvenbestemming in plaats van exclusief een tuindersgebied.’’
Uitsterfbeleid
De Rijnsburgse kwekers hebben al langere tijd het gevoel dat er lokaal een uitsterfbeleid wordt gevoerd. Een vermoeden dat werd bevestigd door het in 2023 door de gemeente Katwijk uitgevoerde onderzoek met de titel Scenario’s GOM gronden en Trappenberg/Kloosterschuur. Daarin wordt vastgesteld dat Trappenberg/Kloosterschuur het enige resterende sierteeltgebied van de hele Duin- en Bollenstreek is. Het herbestemmen van de voormalige GOM-gronden leidt niet direct tot het verdwijnen van de teelt, maar betekent wel het einde aan investeringen en de teelt op lange termijn, aldus het rapport. En dat terwijl er van de in totaal twaalf bloemenkwekers drie Rijnsburgse bedrijven (waarvan Esmeralda er een is) staan te trappelen om in het tuinbouwgebied uit te breiden.
Naast Esmeralda wil Van Egmond Lisianthus graag uitbreiden. Het bedrijf heeft nu nog een tweede locatie in het Westland, maar wil het bedrijf in Rijnsburg concentreren. Na eerdere pogingen om op de GOM-gronden te bouwen, wordt nu geprobeerd om naast én achter (op Voorhouts grondgebied) het huidige bedrijf te bouwen. ,,We zijn daar al jaren mee bezig, maar het schiet niet op. Het voelt niet alsof de tuinders, toch de trots van Rijnsburg, serieus worden genomen’’, aldus directeur José van Egmond. Ook het lelieveredelingsbedrijf Vletter en Den Haan, dat nu onder meer in de Kamphuizerpolder zit, wil graag naar één plek in Rijnsburg. Om dat mogelijk te maken, zouden de voormalige GOM-gronden geschikt zijn. Tussen het bedrijf en de gemeente Katwijk wordt nog steeds overleg gevoerd, melden ze beiden. Met andere telers zoals Marcel van Vliet en teeltmanager Gerben Wessels is al tijden niet meer gesproken.
Achteruitgang
De hele discussie over de toekomst van Rijnsburg-Noord en dus het sierteeltgebied is precies het scenario waarvoor de gerberatelers al tijden bang zijn. Want ja, als het niet overduidelijk is dat een gebied is bestemd voor de sierteelt, zoals ooit vastgelegd door de gemeente Rijnsburg, betekent dat een langzame achteruitgang. Teeltbedrijven zonder opvolging wachten op een aantrekkelijk bod van de langskomende projectontwikkelaar of de gemeente. Logisch, want de gronden en het bedrijf zijn simpelweg hun pensioen.
Minder telers betekent dat voorzieningen, huisvesting voor arbeidskrachten, maar ook bloementransport, voor de resterende kwekers moeilijker worden. ,,Maar denk ook eens aan het verbeteren van de waterkwaliteit in het gebied in het kader van KWR in 2027. Gezamenlijk zijn er nu watercoaches bij de bedrijven aan het werk’’, licht Wessels toe. Een ander voorbeeld is het project om aardwarmte in Trappenberg/Kloosterschuur te gaan opwekken. Dat is een uitgesproken kans om met veel minder energiekosten kassen, huizen en bedrijfsgebouwen te verwarmen.
Gerberakweker Van Vliet: ,,Het is een prachtige techniek, maar je hebt wel een zekere schaal nodig. Als alle telers meedoen, is het interessant en heb je die schaal. Als er een paar afhaken wordt het al snel te klein en dus te duur. Zo mis je een mooie kans om te verduurzamen.’’
’Behoud het ecosysteem’ en ’rook tuinders niet uit’
Hoe de toekomst van het tuindersgebied Trappenberg/Kloosterschuur eruitziet, is vastgelegd in de herziene Intergemeentelijke Structuurvisie (ISG). In het uit 2016 daterende ISG werd het sierteeltcomplex nog als belangrijk voor de Greenport Bollenstreek omschreven. Maarten Prins, programmamanager Greenport Duin- en Bollenstreek, hoopt dat zo blijft. Net zoals hij nog hoopt dat negentien hectare tuinbouwgrond, ooit bedoeld als plek voor nieuwe teeltbedrijven maar inmiddels door eigenaar Katwijk vrijgegeven voor andere bedrijven, toch voor de tuinbouw blijft behouden.
,,De discussie is begrijpelijk vanuit de portemonnee van de gemeente Katwijk. Maar ik denk dat het belangrijk is dat de tuinbouw in dit laatste gebied een plek houdt. Er zitten een aantal levensvatbare bedrijven die graag willen, maar nu niet de kans krijgen. Laat er nu eens iemand van buiten naar kijken en dan zorgen dat er realistische plannen worden gemaakt. Nu lijkt het of Katwijk meewerkt, maar in de praktijk zie ik het ook als mee stribbelen.’’
Hij wijst op het belang van het in standhouden van het ’ecosysteem’ van tuinders, handel en toeleveranciers. ,,Bovendien kan het complex van grote waarde zijn voor de hele samenleving op gebied van biodiversiteit, waterhuishouding, maar ook warmtewinning. Daarnaast moet je kiezen wat voor economie je in je dorp wilt hebben. Alleen maar forenzen die de hele dag achter de computer zitten? Wat is Rijnsburg dan voor bloemendorp zonder bloemen? Die sierteeltsector hoort bij de eigen cultuur.’’
Ook voor FloraHollandmanager Coen Meijeraan is het behoud van een kwekersgebied van groot belang. Niet alleen omdat een (klein) deel van de aanvoer van FloraHolland uit Rijnsburg komt, maar ook voor de primaire werkgelegenheid en de interactie tussen kopers en kwekers. ,,Je hebt hier een compleet sierteeltcluster met alle elementen zoals handel en teelt. Dat cluster verzwak je door de laatste kwekers ’uit te roken’, zoals nu in Katwijk gebeurt. En als dat cluster er niet meer is, heeft ook de accountant, het uitzendbureau en de carrosseriebouwer geen werk meer.’’
Serie
Dit verhaal maakt deel uit van een zevendelige serie over het sierteeltcomplex in Rijnsburg/Katwijk. De historie, de bedreigingen en de veranderingen maar ook de impact op de directe omgeving. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland. In het tweede verhaal Kloosterschuur/Trappenberg en de zorgen over het voortbestaan van het teeltgebied. Volgende week Royal FloraHolland als spil van de sierteelt.
Bron: Leids Dagblad (Rosa van der Veer en beeld door Hielco Kuipers)
Bedrijven menen arbeidsmigranten hard nodig te hebben. Maar dan moeten die werknemers wel een plek hebben om te wonen. Waar die huizen moeten staan, is een vraag waar gemeenten in de Duin- en Bollenstreek al jaren over steggelen. Ondertussen zoeken werkgevers én commerciële huisvesters en uitzenders naar eigen oplossingen. Huisvesting bij agrarische bedrijven of grootschalige locaties met al dan niet tijdelijke woningen voor arbeidsmigranten zijn twee, breed gedeelde, ideeën. Hoe noodzakelijk is het? En welke hobbels moeten worden genomen?
Professor Leo Lucassen, hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis en directeur van het Internationaal Instituut van Sociale Geschiedenis van de Leidse Universiteit, constateert dat het regelen van goede huisvesting een van de belangrijke problemen rond arbeidsmigranten is. Het gevaar van uitbuiting ligt snel op de loer zoals ook Emile Roemer constateerde in zijn onderzoeken naar de huisvesting van arbeidsmigranten. „Zeker als ook de werkgevers zich op de woningmarkt begeven. De arbeidsmigranten hebben namelijk geen recht op sociale huisvesting en komen vaak terecht in vakantieparken of worden opgehokt in een gebouw met weinig ruimte. Daar moeten overheden met wetgeving iets aan doen.”
Hoe dat moet, is volgens hem geen hogere wiskunde. Werkgevers en dus ook uitzendbureaus die de arbeidsmigranten werven en naar Nederland halen, moeten verantwoordelijk worden voor passende huisvesting. Dat hoeft geen viersterrenhotel te zijn maar een kamer met kookgelegenheid tegen niet te hoge kosten, is vaak al prima. „Veel arbeidsmigranten willen toch gewoon geld sparen om mee naar huis te brengen.” Hij wijst naar Limburg waar in de tijd dat de mijnen nog open waren, zogeheten gezellenhuizen waren. Daar konden jonge arbeiders wonen die gezamenlijk de keuken deelden. „De zogeheten Polenhotels zijn daar een voorbeeld van. Het kan dus wel. Maar overheden en werkgevers moeten gezamenlijk dit probleem oppakken, water bij de wijn doen en het probleem niet afschuiven op elkaar. Dat gebeurt nu te vaak en te gemakkelijk.”
Woonhuizen
Deze arbeidsmigranten wonen op verschillende plekken. Uit berekeningen van Decisio woont 70 procent in appartementen en eengezinswoningen in de dorpen. Voor een deel zijn dit arbeidsmigranten die zich definitief in Nederland vestigen en zelf een huis kopen. Vaak zijn dat stellen met of zonder kinderen. Maar voor de overgrote meerderheid gaat het om huizen die worden gekocht door werkgevers en huisvesters. Veel agrarische werkgevers zorgen zo dat het eigen personeel onder dak komt. Daarnaast wijken grote huisvesters uit naar woonhuizen. Nico Geerlings van Flexwonen.nu uit Noordwijkerhout, die een flinke groep arbeidsmigranten in reguliere huizen heeft, zegt weinig keus te hebben. „Het is niet illegaal want het is huisvesting maar het is niet vergund. Ik moet mensen ergens laten slapen want ieder mens heeft recht op een bed. Maar nu laat ik mensen ook weleens slapen in huizen waarvan ik weet dat ik niet naar de gemeente hoef te gaan voor een vergunning. Ik ben al dertien jaar bezig om honderd procent vergunde huisvesting te krijgen maar je staat soms met de rug tegen de muur.” Ook Peter Ruigrok van Ruigrok Producties uit Hillegom huisvest veel mensen in eengezinswoningen. „Steeds vaker de vaste mensen en stelletjes. Dat is sowieso de meerderheid.”
Piepsysteem
Om hoeveel huizen in de Duin- en Bollenstreek het precies gaat, is overigens niet duidelijk. Navraag bij de gemeenten wijst uit dat het in Hillegom, Lisse en Teylingen gaat het om respectievelijk 128, 71 en 169 huizen maar daar zitten ook zorginstellingen bij, waar mensen van meerdere huishoudens een huis delen. In Katwijk is een inventarisatie gedaan waaruit bleek dat het een marginaal verschijnsel is met twaalf huizen. Een onwaarschijnlijk laag aantal met 2.682 geregistreerde inwoners met een niet-Nederlandse nationaliteit in 2021 en 860 arbeidsmigranten BRP-geregistreerd in 2019. Noordwijk zegt niet te registreren of mensen van meerdere huishoudens een huis delen. Hoe verschillend de registratie ook is, over een ding zijn gemeenten het eens namelijk dat het officieel niet mag. Alleen wordt er pas opgetreden als er klachten of problemen zijn. Dus zolang de buren niet klagen, gebeurt er niets. Wel zetten gemeenten stappen om het opkopen van huizen voor de verhuur lastiger te maken. Maar dat betekent niet dat de inmiddels door arbeidsmigranten bewoonde huizen hiermee vrijkomen.
Bij bedrijven
Bij betrokken partijen leven wel ideeën om het huisvestingsprobleem van arbeidsmigranten aan te pakken. Zo zou tijdelijke huisvesting bij de bedrijven een oplossing voor agrarische bedrijven kunnen zijn. Veel agrariërs willen wel maar op dit moment mag tijdelijke huisvesting slechts drie maanden worden gebruikt. Hillegom, Lisse en Teylingen studeren op dit moment op nieuw beleid waarbij wordt gekeken naar een verruiming van de mogelijkheden. Maar dan mag het niet gaan om meer dan 30 bedden voor arbeidsmigranten op het bedrijf en moet de exploitatie gebeuren door een SNF-gecertificeerd logiesbedrijf, het keurmerk voor huisvesting van arbeidsmigranten. Want de werkgever die ook de huisvesting regelt, is vragen om problemen en vergroot de kans op uitbuiting. Ook in Noordwijk wordt gestudeerd op verruiming terwijl Katwijk praat over enkele initiatieven rond huisvesting in het glastuingebied Kloosterschuur-Trappenberg. Andries Middag tot voor kort programmamanager van Greenport Duin- en Bollenstreek hoopt dat er snel knopen worden doorgehakt. Hij denkt dat eigenlijk alle plekken met glastuinbouw als Kloosterschuur/Trappenberg én de Rooversbroek in Lisse geschikt zijn. „Maar regel dan dat mensen die daar werken, de voorkeur krijgen en registreer mensen. Dan kun je het ook reguleren.”
Jaarrond
Agrariërs wachten ondertussen met smart de witte rook uit de gemeentehuizen af. Voor Roy Rotteveel bijvoorbeeld van vaste plantenkwekerij Gebr. Rotteveel uit Noordwijk zou dit een prima oplossing zijn. „We hebben hard gezocht naar huisvesting voor onze werknemers maar elke keer kregen we nee te horen. Dat is zeker een keer of dertig gebeurd. Als er vijftig gegadigden zijn voor een huurhuis staan een paar Poolse werknemers niet bovenaan de lijst.” Dus hebben de kwekers zelf een huis gekocht in Lisse waar twee eigen werknemers, samen met twee arbeidsmigranten van een ander bedrijf, wonen. „Ze wonen er prima met allemaal een eigen kamer en een gedeelde woonkamer en keuken. Ik heb een neef in Amsterdam met minder ruimte. Maar ideaal is het niet. Ik zou veel liever hier op het terrein een paar appartementen voor tijdelijke werknemers hebben. Maar dan moet de gemeente wel meewerken en moet je jaarrond kunnen verhuren. Dan komt er weer een huis in Lisse vrij.” .
De Voorhoutse teler Jan van der Slot heeft eenzelfde soort ervaring met telefoontjes naar verhuurders. Hij zou best op het bedrijf een aantal woonunits willen plaatsen. „Ik zit er niet op te wachten hoor want mijn privacy is ook wat waard. Maar als het wat oplost, moet het maar. Alleen moet het rendabel zijn en niet voor een paar maanden zoals de gemeente nu zegt.”
Een glastuinder in Katwijk die niet met zijn naam in de krant wil want hij is ’in gesprek met de gemeente’, kan niet wachten op nieuwe regels. Als hij huisvesting op het eigen terrein mag realiseren voor een periode van tien jaar levert dat alleen maar winnaars op, is de redenatie van de bloemenkweker. Hij heeft zijn arbeidskrachten, zij hebben werk en een fatsoenlijk en betaalbaar onderkomen én de druk op de huizenmarkt in de dorpen en steden wordt minder. „Nu halen we mensen die in Den Haag wonen maar ook daar wordt het steeds moeilijker om plekken te vinden voor arbeidsmigranten. Deze mensen hebben echt geen idiote eisen en wij hoeven geen geld te verdienen op de huisvesting. Het kan prima kostenneutraal als je de huisjes tien jaar mag laten staan. Wij hoeven niet meer met allerlei kunst en vliegwerk werknemers te zoeken en onze arbeidskrachten zijn niet langer anderhalf tot tweeënhalf uur reistijd kwijt. Het is veel fijner als ze gewoon op de fiets naar het werk kunnen.”
Thuis eten tussen de middag
Simon Pennings, bollenteler en voorzitter van de kring Duin- en Bollenstreek van de KAVB, huisvest al veertig jaar arbeidsmigranten op eigen terrein. „Dat begon met een kampeerterrein, later caravans en nu hebben we op het bedrijfsterrein een paar leeggekomen huizen waar we de arbeidskrachten in huisvesten. Daarnaast hebben we slaapcabines voor tijdelijke krachten. Dat zou elk agrarisch bedrijf moeten kunnen doen want dit geeft rust op de woningmarkt. En eerlijk gezegd: ze wonen hier rianter dan mijn eigen kinderen toen ze studeerden.”
Ook het Noordwijkerhoutse bollenbedrijf Jansen’s Overseas heeft zelf huisvesting voor dertig mensen geregeld op eigen terrein. Inmiddels maakt directeur Dennis van der Krogt plannen om twee oude schuren te slopen en te vervangen door tijdelijke huisvesting aan de Schippersvaartweg. Ook wil hij participeren in een pilot om samen met een lokaal uitzendbureau nog meer huisvesting te realiseren. Daarmee zou hij voor de 125 arbeidsmigranten die bij het exportbedrijf werken, huisvesting hebben. „Deze mensen komen hier werken en dus willen we ze goed onderbrengen. Liefst op eigen terrein want dat vinden veel mensen prettig. Lekker tussen de middag thuis eten en geen reistijd”, aldus Van der Krogt. Hij hoopt dat de gemeente en de provincie medewerking aan de plannen geven. „Het is voor onze werknemers prettig maar ook voor het dorp. Nu zitten mensen in reguliere woonhuizen. Dat is niet ideaal, ook al voldoet het aan alle wettelijke normen. Die huizen komen straks weer vrij voor andere woningzoekenden. Ik zie echt geen enkel nadeel.”
Huisvesting voor arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven is maar een deel van de oplossing. Uiteindelijk werkt de meerderheid van de arbeidsmigranten niet in de agrarische sector maar in onder meer de logistiek en voedingsindustrie. Volgens Andries Middag moeten een paar centrale huisvestingslocaties, waar je veel arbeidsmigranten kunt huisvesten, worden aangewezen.
Hij constateert dat daarvoor steun nodig is van de provincie die tot nog toe geen huisvesting in het buitengebied toestond maar alleen in de omgeving van bestaande stads- en dorpskernen. „Een locatie als bij Jansen’s Overseas in Noordwijkerhout voldoet prima. Het vereist alleen politieke moed om plekken aan te wijzen. Veel gemeenten zijn bang om hun nek als eerste uit te steken want ja, wie weet huisvest je de arbeidsmigranten van de buurgemeente. Op deze centrale plekken kunnen arbeidsmigranten die uiteindelijk grotendeels bij de niet-agrarische bedrijven werken, huisvesting vinden. Die grootschalige locaties kun je koppelen aan een bed voor bed regeling waardoor er weer huisvesting in de dorpen vrijkomt voor starters”, denkt Middag.
Zijn ideeën worden gedeeld door bijvoorbeeld de Taskforce Huisvesting Arbeidsmigranten. Woordvoerder Dennis van der Voort constateert dat alles begint met plekken aanwijzen door gemeenten en ontwikkelaars zoals in Noord-Holland volop gebeurt. Ook Stephan Stokkermans, voorzitter van Horeca Noordwijk, ziet dit als oplossing. „Nu is veel hotelpersoneel gehuisvest in oudere pensions die zijn omgebouwd tot appartementen. Voordeel was dat daar altijd al twintig mensen woonden want woonhuizen met acht mensen is vragen om ellende. Doe die stap naar voren, wijs plekken aan en los het probleem op. Het is crisis dus handel daar ook naar.”
Ook huisvesters als FlexWonen, Ruigrok Productie en het landelijk opererende Kafra Housing zien grootschalige woonlocaties als de echte oplossing. Frank van Gool, oprichter van Kafra Housing dat onder meer Holiday Inn in Leiden exploiteert en daar veel medewerkers van Heemskerk Fresh & Easy heeft gehuisvest, heeft als motto ’bouwen, bouwen en nog eens bouwen’. „Naast het voormalige Holiday Inn hebben wij nog 150 locaties, ook woonhuizen. Dat heeft niet onze voorkeur maar veel gemeenten houden het aanwijzen van centrale locaties tegen. In de Bollenstreek zijn ze zeker niet een van de snelsten terwijl het echt heel hard nodig is.” Er lopen inmiddels gesprekken met Katwijk maar in welke stadium wil Van Gool niet zeggen. „Eerst de omwonenden en dan de krant.”
Nico Geerlings, directeur van Flexwonen.nu uit Noordwijkerhout, staat eveneens te springen. Het bedrijf heeft nu in de Bollenstreek één grote woonlocatie aan de Schippersvaartweg in Noordwijkerhout waar 144 arbeidsmigranten wonen. „Maar ik huisvest nu mensen die dagelijks tachtig kilometer heen en tachtig kilometer terug met touringcar afleggen om in Noordwijkerhout te werken. Die mensen zeggen straks ’Toedeloe, ik ga naar Duitsland want daar verdien ik meer en de huisvesting is beter.’’ Hij verwijst naar het Westland waar arbeidsmigranten zich heel gemakkelijk kunnen inschrijven. „Dan wordt meteen gekeken of het woonadres vergund is en als dat niet het geval is, wordt naar een oplossing gezocht. Schouder aan schouder worden locaties gezocht waar arbeidsmigranten kunnen wonen. In de Bollenstreek begint het besef door te dringen dat we deze kant ook op moeten. Wij moeten de overheid overtuigen dat dit ook prima kan. Kijk naar de Trampoline aan de Schippersvaartweg, op de plek van de voormalige waterzuivering. Ik zou wel tien Trampolines willen bouwen en dan ook nog in een betere kwaliteit.”
Definitieve huisvesting
Ook Peter Ruigrok van Ruigrok Productie bv wil graag aan de slag. Hij ziet meer in definitieve huisvesting zoals de twee woontorens die hij bij Aalsmeer heeft gebouwd. „Allemaal studio’s voor twee personen. Het kost geld, zo’n 40 tot 50 mille per werknemer, dus je moet een bezetting hebben van 85 procent om uit de kosten te komen. Maar over 15 jaar heeft het gebouw nog steeds waarde.” In de voormalige Nachtegaal, tegenwoordig Lowietje, in Lisse, is hij bezig om steeds meer studio’s te bouwen. Zes jaar geleden waren hier nog veel kamers waar zes arbeidsmigranten in stapelbedden sliepen. Nu zijn er nog steeds vier persoonskamers maar de meeste arbeidsmigranten delen met één ander een voormalige hotelkamer. De helft van de bewoners heeft al de beschikking over een gloednieuw ingerichte studio met eigen keuken en sanitair. De verbouwing betekent minder slaapplekken dus meer mensen onderbrengen in de nieuwe woontorens bij Aalsmeer. Als in de Bollenstreek een bouwlocatie wordt aangewezen, gaat de Hillegommer morgen aan de slag. „Maar er zijn zoveel gemeentelijke regels, ik krijg daar hoofdpijn van. Bovendien wordt in de Bollenstreek elk hoekje al volgebouwd met huizen en dan sta ik met de arbeidsmigranten niet vooraan in de rij.” Een bed-voor-bed regeling waarbij woonhuizen vrijkomen bij aanwijzing van een grote huisvestingsplek, ziet Ruigrok niet zitten. „Dat werkt niet. In de woonhuizen zitten steeds meer stellen en vaste mensen die vaak leidinggevende plekken in de bedrijven krijgen. Die mensen hebben kindertjes en die zouden dan uit huis moeten? Nee, dat doen we dus niet.”
Job Pennings van Job’s Bemiddeling, sinds 2020 in het uitzendwerk en met inmiddels 150 tot 200 arbeidsmigranten in dienst, zou graag een woonlocatie neerzetten. Achter hun bedrijf aan de Langevelderweg staat nu tijdelijke huisvesting voor twaalf arbeidsmigranten. Twee per kamer en per zes een woonkamer en keuken waarvoor wekelijks 65 euro per bed wordt betaald met een SNF-keurmerk. De andere arbeidsmigranten huizen in dertig particuliere woningen van Katwijk tot Vogelenzang. „Als we ruimte krijgen, willen we als graag. We zijn als in gesprek met FlexHome dat ook in Katwijk een woonlocatie heeft.”
Wachten op provincie
Ondertussen wordt in sommige gemeentehuizen nagedacht over de gewenste grootschalige bouwlocaties. In Katwijk worden gesprekken gevoerd over huisvesting in het glastuinbouwgebied Kloosterschuur/Trappenberg. Huisvesting op bedrijfsterreinen wil Katwijk niet. Katwijkerbroek met 64 tijdelijke verblijfsplekken is de uitzondering. Dit standpunt wordt gedeeld door Hillegom, Lisse en Teylingen die om milieuaspecten als geluid, geur en gevaar slechts beperkt ruimte ziet voor huisvesting op bedrijfsterreinen. In Noordwijk is inmiddels een inventarisatie gedaan om te kijken waar ruimte is voor grootschalige locaties. Dat leverde 65 potentiële plekken op waarvan uiteindelijk zeven realiseerbaar zijn. Er wordt nu gewacht op de provincie om meer mogelijk te maken in het buitengebied. „Duidelijk was en is dat het huidige provinciale ruimtelijke beleid een lokale oplossing behoorlijk in de weg staat. Er liggen nu plannen om het provinciale beleid aan te passen dat wellicht in het vierde kwartaal definitief wordt door provinciale staten. Hierdoor wordt er meer mogelijk om het tekort op te lossen”, aldus Noordwijk.
Noordwijk doelt daarmee op de ’herziening 2022 module Ruimte en Wonen’ die in april is besproken en inmiddels ter inzage ligt op het provinciehuis Zuid-Holland. Deze herziening biedt mogelijkheden om huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk te maken want er hoeft niet alleen meer binnen de bestaande dorpsgrenzen te worden gezocht naar potentiële locaties. Zo hoopt de provincie dat er meer huisvestingsplekken kunnen worden gevonden. „De provincie denkt dan ook graag met gemeentes mee en nodigt hen uit om al in een vroeg stadium het gesprek aan te gaan over initiatieven, zodat meegedacht kan worden met het kansrijk maken van een locatie”, aldus woordvoerder Michel Groeneveld. Op 12 oktober beslist Provinciale Staten over de herziening.
Marktpartijen
Met deze stap kan de nood worden verlicht maar is het probleem nog niet opgelost. Want uiteindelijk moeten marktpartijen daadwerkelijk huisvesting realiseren en exploiteren, zoals Noordwijk zelf constateert. In recente afgesloten coalitieprogramma’s worden de eerste stappen gezet. Zo wil Noordwijk de termijn voor tijdelijke bewoning oprekken naar maximaal negen maanden, oudere agrarische bedrijfsgebouwen ombouwen voor eigen werknemers en woonunits aan de rand van de dorpen toestaan terwijl Katwijk in de regio geclusterde huisvesting voor arbeidsmigranten wil. Grote huisvesters als Kafra Housing, Flexwonen.nu en Ruigrok Producties staan in de startblokken.
Het lijkt dus simpel. Maar wil je goede huisvesting regelen dan moet je eerst wel weten om hoeveel mensen het nu precies gaat. Daar werpt het in 2021, in opdracht van de Greenport Duin- en Bollenstreek geschreven, rapport van Decisio licht op. Volgens CBS-cijfers, waar Decisio zich op baseert, wonen in de Duin- en Bollenstreek ongeveer 3.905 arbeidsmigranten die in de Basisregistratie Personen (BRP) zijn ingeschreven. De gemeente Noordwijk is de belangrijkste woongemeente met 1.440 arbeidsmigranten, zo’n 37 procent van het totaal. Daarnaast zijn Katwijk (860 geregistreerde arbeidsmigranten) en Hillegom (605 geregistreerde arbeidsmigranten) belangrijke woongemeenten. Alleen zijn de bijna 4.000 arbeidsmigranten waarschijnlijk een forse onderschatting, meent Decisio. Veel arbeidsmigranten schrijven zich niet in de BRP bij de verschillende gemeenten omdat ze de procedure niet kennen, ze vrezen rechten in hun eigen land te verliezen of, bij seizoenswerk, minder dan vier maanden in de Bollenstreek verblijven en dus niet verplicht zijn om zich in te schrijven. Decisio komt dan ook met een schatting van tussen de 7.000 en 12.000 arbeidsmigranten die in de Duin- en Bollenstreek wonen.
Onderzoek
Dit verhaal is het vierde deel van een zesdelige serie over arbeidsmigranten in de Bollenstreek. Volgende week zaterdag verschijnt deel vijf. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland.
Wethouder Jacco Knape, wethouder Economie gemeente Katwijk en voorzitter regionale stuurgroep bedrijventerreinen: “Wij wonen in één van de dichtstbevolkte gebieden van Nederland. Daardoor is de druk op de ruimte groot. We willen er wonen, werken en recreëren en het liefst op een verantwoorde en duurzame manier. Juist daarom moeten we investeren in een goed uitgedachte strategie. Met dit uitvoeringsplan geven wij invulling aan de manier waarop we dat willen doen.”
Aan de slag
Om voldoende ruimte te houden voor ondernemers en bedrijvigheid, stelt de stuurgroep bedrijventerreinen van Economie071 een gebiedsregisseur aan. De werving van deze spin in het web start nog dit jaar. Daarnaast is in het uitvoeringsplan afgesproken dat een werklocatie die omgezet gaat worden naar woonlocatie altijd binnen de regio wordt gecompenseerd. Hier zijn voorwaarden voor uitgewerkt, zoals het compenseren van de kosten door de gemeente die de werklocatie opgeeft. Verder staat duurzaamheid hoog op de agenda. Om te achterhalen waar bedrijven kansen zien voor verduurzaming en het toekomstbestendig maken van hun onderneming wordt de ‘Challenge Toekomstige Bedrijventerreinen’ ingezet.
Ruimte voor bedrijven
De strategie is een coproductie van gemeenten en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Martijn van Pelt (voorzitter VNO-NCW Bedrijfsleven Rijnland): “Bedrijven in onze regio groeien, innoveren en hebben ruimte nodig. Ook komen er uitdagingen aan, zoals verduurzaming, klimaatadaptatie en het behouden van een aantrekkelijke, groene omgeving. In het verstedelijkte gebied van onze regio is daarnaast ook sprake van een groeiende vraag aan wonen, energie en andere functies. Al deze ontwikkelingen hebben ruimte nodig. Het is daarbij ontzettend belangrijk om een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven te behouden met voldoende en toekomstbestendige bedrijventerreinen. Het uitvoeringsplan houdt daar rekening mee.”
In deze regio (Holland Rijnland) werken zo’n 25.000 internationale medewerkers. Deze werknemers zijn voor een groot deel afkomstig is uit Midden- en Oost-Europa. Het realiseren van huisvesting voor deze grote groep (in heel Nederland werken zo’n 400.000 internationale medewerkers) is een flinke uitdaging.
Betrokken werkgevers, uitzendbureaus en huisvestingspartijen hebben zich daarom verenigd in de Taskforce Huisvesting Arbeidsmigranten, die met de politiek zoekt naar goede huisvestingsoplossingen.
De Taskforce Huisvesting Arbeidsmigranten overhandigde een manifest voor voldoende veilige en gecertificeerde huisvesting voor internationale medewerkers. Het team van ONL gaat de Taskforce Huisvesting Arbeidsmigranten de komende periode helpen om dit belangrijke onderwerp op de agenda in politiek Den Haag te zetten.
Gevolgen Coronacrisis Bas Scholten, makelaar CNB, erkent dat er iets minder wordt gehandeld, maar wijt eventuele terughoudendheid niet aan angst voor de financiële gevolgen van de coronacrisis. Kopers spreken vooral het eigen vermogen aan aangevuld met een lening van de bank of een andere financieringspartij. Bij de geldschieters is de bereidheid onverminderd groot, merkt de makelaar. “Wie voldoende eigen vermogen heeft, kan gewoon terecht.”
Bollengrond Dat de grondhandel rustig doorgaat, wil niet zeggen dat alles bij het oude blijft. De makelaar wordt vaker benaderd door partijen van buiten de sector. Ook daar is belangstelling voor bollengrond. De belangstelling van buiten de sector heeft wel een effect op de grondprijs, die stijgt in sommige gebieden licht. Voor beleggers is landbouwgrond interessant, omdat de belegging goed bestand is tegen inflatie. Pacht is ook een goede inkomstenbron. Voor de bollensector blijft de grond daardoor wel beschikbaar voor gebruik.
Prijs in beweging Uit de cijfers van RVO en het kadaster over het eerste kwartaal van dit jaar blijkt dat de grondprijs in West-Nederland met 25 procent is gestegen. Tegelijkertijd is de handel met 21 procent afgenomen. Scholten benadrukt dat de stijging in de bollengrond-prijzen lang niet zo extreem is. Gemiddeld wordt voor een hectare 68.100 euro per hectare betaald, tegen 54.400 euro in het laatste kwartaal van 2019. De prijs voor bollengrond ligt daar overigens boven, tussen de 100.000 en 140.000 euro per hectare, afhankelijk van de locatie.
Het toekomstperspectief ligt bij één hoogwaardig glastuinbouwgebied Trappenberg-Kloosterschuur. De voorwaarden voor bedrijfsverplaatsing moeten nog worden gecreëerd waarbij nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de energiehuishouding meteen moeten worden doorgevoerd. Door een visie op te stellen voor de ontwikkeling van handelsplaats Rijnsburg, komen nieuwe mogelijkheden op tafel.
Rol: projecttrekker. Partners: deelnemers aan de transitietafel, gemeente Katwijk, GOM, PZH, Glastuinbouw NL, RFH, individuele ondernemers en mogelijk Anthos.