NPHD-Landgoed-Keukenhof-gastheer

Deadline eerste ronde Keukenhof Innovatiefonds 2026

Op de website is duidelijk uitgelegd waar een aanvraag aan moet voldoen. De sluitingsdatum voor de eerste ronde is 18 januari a.s. Meer informatie vind je op de website van Keukenhof.

Wat is het Keukenhof Innovatiefonds?

Tijdens het Nationaal Bloembollen Congres 2024 kondigde Keukenhof een onderzoek aan naar de behoefte aan een innovatiebudget binnen de bloembollensector. Uit de enquête bleek dat die behoefte groot is: ondernemers willen collectief investeren in innovatie, maar vroege fase-investeringen zijn  risicovol.

Op basis van deze inzichten heeft Keukenhof het Innovatiefonds gelanceerd. Het fonds stimuleert vernieuwende ideeën en samenwerkingen binnen de bloembollen- en sierteeltsector. Centraal staan innovatie, creativiteit en gezamenlijke inzet, met als doel binnen 2–4 jaar zichtbaar bij te dragen aan de verduurzaming van de sector.

Dit is hét moment om buiten de gebaande paden te denken en daadwerkelijk stappen te zetten.

Corien-Zuijdwegt-team-greenport-duin-en-bollenstreek-kennisplatform-duurzame-bollenstreek

Corien Zuijdwegt versterkt onze Greenport als projectleider Kennisplatform Duurzame Bollenstreek

Corien Zuijdwegt werkt sinds oktober 2025 als projectleider bij onze Greenport. Met haar ervaring als subsidie- en communicatieadviseur en kennis van de glastuinbouw begeleidt zij het project Kennisplatform Duurzame Bollenstreek.

“Ondanks dat ik al jaren inwoner van de Bollenstreek ben, is de bollenteelt nieuw voor mij. Toch voelt de sector vertrouwd door mijn affiniteit met landbouw en het werken met bevlogen ondernemers. 

In het project zie ik mijn rol als verbinder tussen betrokken partijen en ondersteun met het ontsluiten van de opgedane kennis op de proefvelden en het project regiocertificering. Daarnaast zorg ik er voor dat het project voldoet aan de gestelde voorwaarden vanuit de subsidieverstrekker. Zo hoop ik bij te dragen aan de zoektocht naar een toekomstbestendige en duurzame bollenteelt.”

Contact met Corien

Heb je vragen, wil je eens sparren of heb je ideeën voor het project waarin Corien actief is? Je bereikt haar via corien@greenportdb.nl of 06-270 26 038.

Greenport-Dick-Hylkema-Duin-en-Bollenstreek

Nieuwe bestuursvoorzitter: Dick Hylkema

Mijn roots, geworteld in de Duin- en Bollenstreek

“Geboren en getogen in Hillegom, waar beide ouders een echte tuinbouw achtergrond al hadden. Van mijn vaders kant waren ze turfstekers bij Heerenveen en zijn opa kwam – toen het crisis was daar – naar Hillegom (emigreren heette het toen) om een middenstandwinkeltje te beginnen aan de Stationsweg. Zijn vader ging in de bollen werken en uiteindelijk hadden ze een eigen bedrijf in De Zilk, wat mijn vader en z’n broer vanaf de jaren dertig voortzetten: Teelt en export naar de Verenigde Staten. Ze reisden per schip naar de VS en reden dan per auto bijna een half jaar per jaar door de VS om klanten te bezoeken en orders te boeken. Eigenlijk heel bijzonder dat de klantrelaties toen al zo hecht waren, dat was lang niet in alle sectoren zo. Mijn moeder kwam uit Enkhuizen en haar beide grootvaders waren de oprichters van Sluis & Groot. Sterke roots in de veredeling dus, alhoewel mijn moeders’ vader vrij jong overleden is en niet direct in de zaak betrokken was.

De zaak van m’n vader was ook niet in beeld voor mij. Als jongste van vijf kinderen was hij – toen ik nog klein was – na 25 jaar reizen op de VS zich meer gaan richten op fulltime bestuurswerk door de laatste elf jaar van z’n werkzame leven voorzitter te worden van het Productschap Siergewassen. Zijn broer en mijn neef hebben toen de zaak voortgezet, maar inmiddels niet meer. Ook was hij nog twee keer voorzitter van de Floriade (Amsterdam) waar ik als jong kind wel eens meeging en m’n ogen uitkeek. Overigens waren dat de enige Floriade’s die echt succesvol waren…

Ik ben dus best wel trots op m’n familieachtergrond. Gepaste trots overigens, want ik heb er tenslotte niks voor hoeven doen.

Het is natuurlijk allemaal erg uit de oude doos maar toch leuk als er heel soms naar gevraagd wordt zoals nu bij Greenport Duin- en Bollenstreek. Tijd voor wat minder ver terug in de tijd…

Studie en loopbaan

De bollenzaak was dus allang niet meer in beeld voor mij. Ik had na m’n eindexamen van de middelbare school in Haarlem eerst drie maanden gewerkt bij een klant van m’n oom in Californië op de plantenkwekerij. Ik had qua vervolgstudie niet echt een duidelijke richting voor ogen. Mijn vader kwam regelmatig in Wageningen en vroeg zich af of een studie daar niks voor mij was. En dat gebeurde ook. Ik vond mezelf – ondanks een B-pakket – niet echt iemand voor een lab en dus werd het de studie landbouweconomie met een aantal bijvakken in de tuinbouwplantenteelt. Een erg leuke tijd met ook nog een mooie stage bij de Nederlandse ambassade in Londen waar ik de markt voor sierteeltproducten in het VK mocht onderzoeken. Toen ik in 1986 terug kwam ben ik bij de boterdivisie van Campina in Breda gaan werken. Een baan in de tuinbouw lag misschien meer voor de hand maar eigenlijk wilde ik daarom juist eerst iets aders in de land- en tuinbouw. Een commerciële functie, heel leerzaam, zeker in de tijd van de boterberg. Toen ik na vier jaar eigenlijk de kant van Veghel uit moest hebben we privé er voor gekozen weer in het westen te gaan wonen en ben ik terecht gekomen bij het Centraal Bureau van de Tuinbouwveilingen (CBT). Dat was een marketingfunctie. Reuze internationaal en interessant, het was ook de tijd van de Wasserbombe. Toen zeven jaar later de koepel uit elkaar viel door verschillende inzichten van de onderliggende vijfentwintig veilingen ben ik bij de WLTO in Haarlem gaan werken als directeur belangenbehartiging. De link was wel een beetje logisch omdat veel van de tuinders uit de veiling coöperaties in het Westen ook vaak waren aangesloten bij de WLTO. Daar is de basis gelegd ook voor m’n latere functies in de belangenbehartiging voor boeren en tuinders en ook de handel.

Via functies bij LTO Nederland, Glastuinbouw Nederland heb ik de laatste tien jaar voor de Nederlandse aardappelhandel (de NAO) gewerkt. Nederland is ijzersterk met name in veredeling van aardappels en die pootaardappelen gaan de hele wereld over. Prachtig om als gezicht van deze sector dat verhaal steeds weer te vertellen. In deze jaren hebben we, onder andere Anthos, VGB, Plantum en NAO, ook een belangrijke verbinding gebracht tussen de tuinbouw en de akkerbouw in de vorm van een plantaardige handelskoepel, PlantNet International (PNI). Met name de exportzaken (fytosanitaire eisen van derde landen) zijn zeer vergelijkbaar tussen bijv. de pootaardappelen en de bloembollen. Dus we konden de krachten bundelen en is PNI nu op het hoogste niveau gesprekspartner van LVVN en de NVWA.

Persoonlijke drive

M’n hele loopbaan heb ik dus in allerlei functies vanuit verschillende optiek rond de boer en tuinder en de keten gestaan. Daarbij geloof ik zeer in een sterke ketensamenwerking om de markt optimaal te bedienen. Maar ook op het niveau van brancheorganisaties is die samenwerking een must. Er is bovendien zoveel druk op de land- en tuinbouw en de beschikbare ruimte dat we vanuit het gezamenlijke cluster van veredeling t/m exporthandel, toeleveranciers en kennisinstellingen alle zeilen moeten bijzetten om de sector genoeg toekomstperspectief te laten hebben zodat het ondernemerschap ook voor een nieuwe generatie kan floreren voor een sterke rol in de economie en welvaart. Dat gezamenlijke cluster vanuit het verleden opgebouwd is ook de kracht voor de toekomst.

En dan spelen regio’s een hele belangrijke rol. Want de land- en tuinbouw heeft weliswaar ruimte nodig maar heeft daarmee ook sterke roots in de regio’s en kan – door steeds meer te verduurzamen – voor heel veel continuïteit zorgen voor economie en maatschappij. En ook om het landschap te beheren.

Veel internationaal gerichte ketenspelers in de veredeling en de afzet hebben hun basis in Nederland vanwege het sterke ondernemerschap van de primaire productie. Zonder die primaire productie zijn er ook geen ketens want die verplaatsen dan naar andere landen waar wel primaire productie is. Daarom is een professionele op duurzaamheid gerichte teelt zo’n belangrijke factor voor de toekomst van onze sterkste sectoren zodat die ook behouden blijven voor Nederland en in ons geval de Duin- en Bollenstreek.

Motivatie voor het voorzitterschap van Greenport DB

Eigenlijk is de belangrijkste motivatie om een bijdrage te leveren aan een sterke Greenport Duin- en  Bollenstreek dat ik er niet alleen geboren en getogen ben maar ook nog lang gewoond heb, in Noordwijkerhout. Weliswaar woon ik nu enkele jaren in Voorschoten, maar dat voelt nog steeds als de rand van de Duin- en Bollenstreek.

En wat ook meespeelt is dat er ondanks de druk op de sector nog steeds veel onderdelen van de bollen, bloemen en plantenketen aanwezig zijn in deze regio en daarmee wordt er een belangrijke bijdrage geleverd niet alleen aan de regio maar ook aan de gehele Nederlandse bollen- en planten sector. En die rol moeten we koesteren. Een sterke teelt gericht op duurzaamheid is daarbij onmisbaar en alleen zo kan er een innovatief klimaat zijn waar spelers elkaar stimuleren om gezamenlijk de sterkste te zijn. Ook de overheden zijn daar cruciaal in. Want zij zijn het immers die de randvoorwaarden moeten stellen te midden van andere belangen. Dus een goede samenwerking is voor beide kanten noodzakelijk zodat de sector past in het gewenste maatschappelijk kader maar ook de bijdrage kan blijven leveren aan de welvaart van de Duin- en Bollenstreek. De Greenport wil deze positie waarborgen voor de toekomst door partijen te verbinden en waar nodig initiatieven te ontplooien om het geschetste doel te bereiken. Daar wil ik als geboren en getogen Bollenstreker een bijdrage aan leveren.”

Contact met Dick

Dick is te bereiken via voorzitter@greenportdb.nl.

Bollenstreek-drone-satelliet-greenport-duin-en-bollenstreek

Update over het Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport

De eerste versie van het plan werd in september gepubliceerd. Elke gemeenteraad in de Duin- en Bollenstreek (Hillegom, Lisse, Katwijk, Noordwijk en Teylingen) kon daarna aangeven wat er veranderd moest worden aan het plan. Dat leidde tot flinke discussies binnen gemeenteraden. Noordwijk besloot uiteindelijk om te wachten met het goedkeuren van het plan: zij wachten op de nieuwe Omgevingswet, een wet die over veel meer onderwerpen gaat die ook in het LGDG-plan terugkomen. Naar verwachting komt Noordwijk in de eerste maanden van 2026 met de gewenste op- en aanmerkingen.

Bollenstreek-gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen gingen wel aan de slag met het plan en hebben nu hun bedenkingen doorgegeven. Die zijn erin verwerkt. Nu is het definitieve toekomstplan gepubliceerd.

De veranderingen

Maar wat is er dan veranderd? Hieronder de zes inhoudelijke wijzigingen vergeleken met de eerste versie:

Uitbreiding van bollenbedrijven

Er is meer mogelijk voor bedrijven die belangrijk zijn voor de regio, zoals bollenbedrijven. Het gaat vooral om uitbreidingen van deze bedrijven. In het eerdere plan was er voor veel gebieden sprake van ‘nee, tenzij’: er kan niet worden uitgebreid, behalve onder bepaalde omstandigheden. Dat is veranderd: er is nu vaker sprake van ‘ja, mits’: uitbreiding is mogelijk, maar wel onder bepaalde voorwaarden. Vooral voor uitbreidingen onder de 6000 vierkante meter is er meer mogelijk geworden.

Zoekgebieden wonen

In het plan staan locaties per gemeente waar er in de toekomst gebouwd kan worden. Vooral in Hillegom zorgden die locaties voor discussie. De gemeenteraad wilde dat de Pastoorslaan-Zuid en de Zanderij uit het plan werden gehaald als locaties, dat is nu ook gebeurd. Verder is in Lisse de ‘Mens-locatie’ toegevoegd, een gebied ten westen van de N208, achter het kantoor van makelaar Mens.

Hoewel de wijzigingen van de gemeente Noordwijk nog niet in het plan zijn verwerkt, is er wel wat veranderd aan de zoeklocaties in Noordwijk. De locatie Achterweg is losgekoppeld van de opvang van asielzoekers, nadat Noordwijk eerder besloot om geen azc te bouwen aan de Achterweg.

Emissievrije teelt

Ook de bollenteelt zelf staat natuurlijk in het toekomstplan van de Bollenstreek. In de eerste versie van het plan stond dat de bollenteelt in 2030 emissievrij moest zijn. Dat ging vooral om de gewasbeschermingsmiddelen: die mochten vanaf 2030 niet meer schadelijk zijn voor de bodem en het water. Vervolgens moest de bollengrond in 2040 residuvrij zijn: dat betekent dat er geen resten van de bestrijdingsmiddelen achterblijven in de bol.

De bollensector trok aan de bel vanwege die doelstelling: dat zou volgens hen niet haalbaar zijn. In de nieuwe versie van het plan staat daarom de tekst ‘nagenoeg emissievrij in 2030’ , wat overeenkomt met de doelstelling van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Daarnaast is ‘residuvrij in 2040’ geen hard doel meer, zoals in de eerste versie van het plan.

Bedrijventerreinen

De bedrijventerrein in de Bollenstreek staan ook in het plan. Net zoals bij de woningbouwlocaties spreekt het toekomstplan ook over mogelijke plekken voor bedrijventerreinen. Daar is in de nieuwe versie van het plan de Nieuwe Poelweg in Lisse aan toegevoegd als mogelijke locatie voor een nieuw bedrijventerrein, mocht er een nieuwe weg komen tussen de N208 en A44 langs de Nieuwe Poelweg.

Stroom en aardwarmte

De eerdere versie van het plan sprak over mogelijkheden voor geothermie in de Bollenstreek. Dat is het gebruiken van aardwarmte die uit diepe putten wordt gehaald. Plekken voor die diepe putten worden in het toekomstplan aangewezen: in de eerste versie stonden zeven locaties.

In het nieuwe plan staan deze locaties er nog steeds, maar nu staat er ook bij dat een locatie in Noordwijk waarschijnlijk de eerste plek voor aardwarmte in de Bollenstreek wordt. Het gaat om een plek dichtbij de kruising tussen de N206 en de N444, tegenover voetbalclub SJC. Dat is opvallend, want op dit moment wordt daar juist een installatie van een oude gasboorplek opgeruimd.

Compensatie voor tweedeklas bollengrond

Tot slot wordt er nog extra duidelijk gemaakt dat tweedeklas bollengrond ook financieel gecompenseerd moet worden, als daar woningen op komen. In de eerste versie van het plan stonden alleen algemene regels over het compenseren van bollengrond.

Er moet een vast bedrag per vierkante meter bollengrond worden gerekend. Tweeklas bollengrond is namelijk belangrijk om op te waarderen naar eersteklas bollengrond, staat er in het toekomstplan.

Wat nu?

Het goedkeuren van het toekomstplan was een volgende stap in het proces van het programma LGDG. Nu kunnen de eerste onderzoeken starten naar mogelijke locaties, zoals voor woningbouw of voor bedrijventerreinen. Dat moet in de eerste zes maanden van 2026 gebeuren.

Uiteindelijk geeft een speciale commissie aan het einde van 2026 een eindadvies over de definitieve woningbouwlocaties. De gemeenteraden kunnen dan dus ook nog besluiten om een locatie af te keuren. Het plan gaat daarna naar de provincie, die in 2027 een besluit neemt over de plannen van de gemeentes.

Het hele goedgekeurde plan is hier te lezen.

Het belang van de LGDG

Het Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport (LGDG) kan gezien worden als het toekomstplan van de Bollenstreek. Het plan gaat over alles wat te maken heeft met ‘de omgeving’, dus hoe de streek eruit ziet. Denk daarbij aan nieuwe locaties om te bouwen, wegen, bollenvelden en bedrijventerreinen. De provincie speelt een belangrijke rol: die bepaalt welke ‘bestemming’ elk stuk grond heeft. Daarom kan er niet zomaar een huis worden gebouwd op grond die ‘bestemd is’ voor bollenteelt. De provincie gaat in 2027 opnieuw beoordelen welke bestemming past bij welke grond. De gemeenten geven uiteindelijk dit plan (de LGDG) aan de provincie om aan te geven welke veranderingen er het beste kunnen komen. De provincie moet de veranderingen uiteindelijk goedkeuren.

Bron: BO Omroep

Greenport-stro-wam-duin-en-bollenstreek

Nieuwsbrief december 2025

In de nieuwsbrief december vind je onder andere:

Lees de volledige nieuwsbrief gemakkelijk online.

Elke maand de nieuwsbrief in je mailbox? Meld je aan door op de homepage van onze website het formulier in te vullen.

Klaas-hogervorst-agrarisch-waterbeheer (1)

Flimpje over reduceren drift door gebruik grovere dop op 

Drift reduceren bij de inzet van bodemherbiciden? Gebruik een grovere dop! Het gebruik van de Lechler PRE 05 dop kan driftemissie van bodemherbiciden reduceren zonder aan effectiviteit van de onkruidbestrijding in te leveren. De dop is getest in de praktijk door demobedrijven onder begeleiding van BASF bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen Stomp en Wing-P. Met deze grovere dop heb je minder drift, minder verlies van middelen en een stabielere gewasbescherming. 

Bloembollentelers proberen grovere dop uit

Met medewerking van DAW demobedrijven en bloembollentelers Sjaak van den Berg (Boltha) en Klaas Hogervorst (Hogervorst en zonen) en Delphy werden grove doppen uitgeprobeerd. Deze bloembollentelers zetten de dop in en zij laten in deze video zien dat het werkt.

‘Essentieel dat we werken aan waterkwaliteit’

‘Minimale input, positief resultaat met grovere dop’

Het gebruik van de grovere dop is simpel en eenvoudig. De aanschafkosten zijn daarnaast ook beperkt. En dat terwijl de impact op drift groot is: minder middelen in de sloot, betekent een betere waterkwaliteit. De grovere druppel waait namelijk minder snel weg en belandt dus niet in de sloot. Hyacintenteler Klaas Hogervorst: ‘Ik vind het positief dat wij met zo’n kleine input – qua financiën en ook anders werken – zo’n voordeel kunnen halen!’

Lees hier het volledige artikel.

Bron: Agrarisch Waterbeheer