Op 7 september kwamen de voorzitters en programmamanagers van Greenport bij elkaar voor een inspirerend werkbezoek.
Het doel: elkaar én elkaars regio beter leren kennen, kennis en ervaringen uitwisselen en samen verkennen waar kansen liggen voor verdere samenwerking. De excursie begon bij Vireo in De Kwakel. Vooral de indrukwekkende stekrobots trokken de aandacht. Vervolgens ging de route naar Boskoop voor bezoeken aan vollegrondskwekerij van Boot en Dart, die veelal aan overheden levert. Vervolgens naar Van Lint waar een ondergrondse waterberging wordt gerealiseerd en naar Vurens, die bijzondere ‘kraggen en drijftillen’ levert die bijdragen aan biodiversiteit.
Jong en gedreven ondernemers De middag stond in het teken van innovatie, ondernemerschap, water en natuur. De drie Greenports staan deels voor dezelfde uitdagingen op het gebied van verduurzaming, internationale werknemers, energie, het verbeteren van de waterkwaliteit en het verhogen van de biodiveristeit. Tegelijkertijd hebben zij hun eigen projecten, kennis en praktijkervaring. “Het is goed om ervaringen uit te wisselen, kennis te delen en zo elkaar te versterken. Deze middag waar we van elkaar konden leren en de kans kregen om te kijken bij jonge en gedreven ondernemers, maakte het een waardevolle dag”, aldus Dick Hylkema, voorzitter Greenport Duin- en Bollenstreek
De drie Greenports willen deze kennisuitwisseling verder uitbouwen. Het werkbezoek krijgt een vervolg in de Duin- en Bollenstreek.De ontmoeting vond plaats in het kader van de Regio Deal Sierteeltregio, waarin de drie Greenports nauw samenwerken aan een sterke, duurzame en toekomstbestendige sierteelt.
Dit zorgde voor commotie. Eens in de zes jaar bepaalt Nederland of de huidige watermaatregelen volstaan. Dit is de opdracht van Verdaas als deltacommissaris. Zijn conclusie: Nederland moet veel meer doen om droog te blijven en voldoende zoet water te houden. Hij sprak over ingrijpende veranderingen voor bewoners van de Nederlandse Delta, inclusief bollenboeren en andere landbouwers. Verdaas stelde dat klimaatverandering sneller verloopt dan gedacht. Actie is vereist.
De bollensector is zich daarvan bewust. Radio-1 programma ‘Dit is de Dag’ wijdde een item aan het onderwerp met als titel: Kunnen we de bollensector redden van het zoute zeewater’. Presentator Jan-Willem Wesselink sprak met zoetwater-expert Marjolein Mens van kennisinstituut Deltares, Maarten Prins programmamanager bij Greenport in de Duin- en Bollenstreek en bollenteler Simon Pennings.
Steeds weer aangepast
Marjolein Mens: “Metingen wijzen uit dat zout water de komende jaren door drukverschillen steeds verder door de kleilaag omhoog zal komen.” Simon Pennings sprak zijn trots uit op de bollensector. “Door de jaren heen hebben we ons steeds weten aan te passen aan nieuwe situaties. We laten ons nu als sector niet zomaar afschrijven.” Investeren in buffering en voorkomen dat veel zoet water naar de zee stroomt, biedt volgens hem mogelijkheden.
Als toekomstpad werden drie mogelijkheden geschetst: faciliteren, accommoderen en transformeren. Faciliteren is de huidige situatie. Maarten Prins sprak over mogelijkheden om te accommoderen zoals teelt uit de grond of rassen die beter bestand zijn tegen zouter water. Bij transformeren zou je kunnen denken aan compleet andere teelten op bepaalde plaatsen. “Het gaat er nu om de mogelijkheden te onderzoeken. Hiervoor loopt een aantal projecten van het bedrijfsleven samen met het Hoogheemraadschap en Provincie. Zuid-Holland.” Zoals het onderzoek naar vatbaarheid van gewassen voor zout en het project met Salta, KAVB en LTO waarbij we monitoren waar verzilting optreedt. Een volgende stap is het maken van een waterplan.
Voor H.M. van Haaster & Zonen BV is de speciale aanhanger met lekgoot en opvangreservoir inmiddels een vast onderdeel van de bedrijfsvoering. Vooral tijdens de rooi- en planttijd bewijst de aanhanger zijn waarde. Martijn van Haaster: “Als je bollen hebt ontsmet, geschuimd of gedompeld, moet je wat mij betreft niet zonder lekgoot de weg op.”
H.M. van Haaster & Zonen BV is een familiebedrijf dat al ruim 110 jaar actief is in de teelt van voorjaarsbloeiers als tulpen, hyacinten en narcissen. Daarnaast houdt het bedrijf zich al ruim 70 jaar bezig met de groothandel en export van bloembollen. Omdat er veel tussen verschillende locaties wordt gereden, is transport een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering.
Zo’n zes jaar geleden investeerde het bedrijf in een speciale aanhanger met een lekgoot, opvangreservoir en klemdak. De aanleiding was in eerste instantie vooral praktisch. “We hadden de aanhanger nodig omdat we veel tussen verschillende locaties reden. Het dak was voor ons een absolute vereiste. Daarmee kunnen we de kisten tijdens het transport goed vastzetten, zonder spanbanden. Bovendien blijven de bollen dankzij het klemdek door als we tijdens het transport regen krijgen.”
Meteen gekozen voor een lekgoot
Omdat Van Haaster verwachtte de aanhanger lange tijd te gebruiken, koos Martijn direct voor een uitvoering met lekgoot en opvangreservoir. “Als je toch een nieuwe aanhanger koopt, kun je hem maar beter meteen goed uitvoeren. Voor ons was het logisch om direct voor een aanhanger met lekgoot te kiezen.”
Deze voorziening komt vooral tijdens planttijd goed van pas. Kisten waarin bollen zijn ontsmet, geschuimd of gedompeld, kunnen tijdens het transport nog vocht of resten van middelen bevatten. Via de lekgoot wordt het water opgevangen in een speciaal reservoir onder de aanhanger.
“Je voorkomt daarmee dat het water tijdens het transport van de aanhanger afloopt. Je wilt niet dat lekwater op de weg of uiteindelijk in het oppervlaktewater terechtkomt.”
Helemaal droog blijven de kisten overigens niet door het dak. Door regen en wind kan er via de zijkanten altijd water bij komen. Het dak beperkt de hoeveelheid restvloeistof wel aanzienlijk. Daarnaast kunnen de kisten met het naar beneden beweegbare dak stevig worden vastgeklemd. Spanbanden zijn daardoor niet meer nodig.
Een aandachtspunt: zand
De voorziening kent ook een praktisch aandachtspunt. Tijdens de oogst komt er veel zand op de aanhanger terecht. Dat kan ervoor zorgen dat de lekgoot verstopt raakt. Van Haaster heeft samen met twee collega-kwekers gezocht naar een praktische oplossing voor het residu van bolontsmettingsmiddelen op de kisten. Zij hebben gezamenlijk een kistenwasser aangeschaft. Daardoor kunnen de kisten voor de oogst worden gereinigd, waarbij residu van bolontsmettingsmiddelen deels van de kisten wordt gewassen. “Zo spoelt er tijdens de oogst minder residuwater van de kisten af tijdens het transport.” Dit is een stap voorwaarts maar nog niet 100% sluitend.
In het najaar worden de kisten opnieuw ontsmet. Juist in dit seizoen komt de combinatie van deze aanhanger met klemdak, lekgoot en het opvangreservoir goed tot zijn recht. Het dak beperkte de hoeveelheid regenwater die bij de kisten komt, terwijl eventueel lekwater via de lekgoot wordt opgevangen. Zo kan Van Haaster ook tijdens het transport het risico op emissies beperken.
Praktische investering
Van Haaster kocht de aanhanger destijds zonder gebruik te maken van subsidie. Inmiddels zijn er volgens Martijn mogelijkheden om een dergelijke investering te ondersteunen. Bij Landbouwportaal Rijnland kan 40% subsidie worden aangevraagd voor een lekgoot op de transportwagen.
Voor Van Haaster staat vooral de praktische meerwaarde centraal. “Het is een voorziening die tijdens de planttijd echt zijn dienst bewijst. Je hebt veel transportbewegingen en dan wil je gewoon dat het water dat van de kisten komt, wordt opgevangen.”
Zijn advies aan collega-kwekers is dan ook duidelijk: denk bij transport niet alleen aan het vastzetten van de kisten, maar ook aan wat er met eventueel lekwater gebeurt.
“Als je bollen hebt ontsmet, geschuimd of gedompeld, ga dan wat mij betreft niet zonder lekgoot de weg op. Je wilt voorkomen dat resten van middelen tijdens het transport vrijkomen. Met een lekgoot en opvangreservoir kun je dat risico eenvoudig beperken.”
In 2025 hebben we mooie stappen gezet in de streek. Het Demoveld Bollenstreek en het Ecologisch Proefveld gaan de komende jaren verder; samen leren hoe je groener kunt telen. Dat geldt ook voor Regiocertificering. Dit project heeft inmiddels haar tweede pilotjaar afgesloten. En hoe! Inmiddels doen naast telers van voorjaarbloeiers, ook vaste plantentelers mee en telers van zomerbloeiers. De teller staat op circa 55% van het totale beteelbare sierteeltareaal in de Duin- en Bollenstreek. Zo kunnen we impact maken.
Dat geldt ook voor de Human Capital Agenda en de Regio Deal Sierteeltregio die vanaf 1 januari 2026 van start zijn gegaan en waar hard aan gewerkt is. De sierteeltsector in de streek staat voor grote transities en de ondernemers zijn bereid die aan te gaan, daarvoor zijn bundeling van krachten, experimenteerruimte en onderzoeks- en leercapaciteit essentieel. Daar kunnen we op deze manier met alle betrokken partijen invulling aan geven. Ruimte is schaars, meervoudige waarde-creatie en inspelen om nieuwe ontwikkelingen (zoals klimaatverandering en maatschappelijke inzichten) zorgen ervoor dat de het maatschappelijk draagvlak blijft en dat het rendabel (en plezierig!) ondernemen blijft.
Een praktische stap richting een emissiearm erf en aantoonbaar schoner oppervlaktewater: dat is het idee achter de centrale wasplaats die Erik Hogervorst (Hogervorst Creating Solutions) wil realiseren voor en in de Bollenstreek.
Hiervoor wordt subsidie aangevraagd. De centrale wasplaats wordt alleen gerealiseerd bij voldoende draagvlak. Daarom is er behoefte aan minimaal 15 agrariërs die zich voor een periode van 5 jaar willen verbinden als gebruiker. Daarmee wordt de basis gelegd voor een toekomstbestendige voorziening.
Hoe werkt de centrale wasplaats
Via een centrale wasplaats worden machines zoals veldspuiten worden op één centrale plek gereinigd, waarbij het spoelwater zorgvuldig wordt opgevangen en verwerkt. Zo komen deze stoffen niet in het oppervlaktewater terecht.
De voordelen zijn direct merkbaar:
Je werkt mee aan een betere bescherming van waterkwaliteit en biodiversiteit
Minder emissies vanaf het erf
Kostenvoordeel door gedeeld gebruik van de voorziening
Inclusief drie reinigingsbeurten per jaar voor een veldspuit of een andere machine die in aanraking is geweest met gewasbeschermingsmiddelen.
Deelname inclusief garanties
Met deelname wordt gegarandeerd dat reiniging op een gecontroleerde en verantwoorde manier plaatsvindt, zonder risico op belasting van het oppervlaktewater. Een directe stap richting een emissiearm erf en schoner water in de omgeving.
Wil je meewerken? Stuur dan de gebruiksovereenkomst uiterlijk eind juli naar Erik Hogervorst. Neem bij vragen of uitleg contact op met Erik Hogervorst: e.hogervorst@hogervorst.nl of 06-536 36 039.
Beeld is ter illustratie en in eigendom van Hogervorst.