Volgens Mulder zit daar precies de meerwaarde. “Het geeft een methodiek om inzichtelijk te maken waar je staat als bedrijf. Daarmee kun je richting omgeving en overheid onderbouwen dat je werkt aan een duurzame bollenteelt, met een economisch en ecologisch verantwoorde impact. Die balans is cruciaal en zorgt voor draagvlak.”
Advies aan de keukentafel, met data als basis
Als teeltadviseur speelt Mulder een directe rol in dat proces. “Het gebeurt aan de keukentafel. Samen kijken we naar de kritische prestatie-indicatoren (KPI’s): waar sta je, waar zitten de knelpunten en waar kun je verbeteren?” Die KPI’s – bijvoorbeeld op het gebied van milieubelastingspunten en het gebruik van probleemstoffen – vormen de basis voor het advies. “Zo kijken we concreet naar bemesting en de voorgenomen bespuitingen: wat kan slimmer en met minimale impact op de omgeving?” “De basis daarvoor is data vanuit de teeltregistratie”, vervolgt Mulder. “Binnen Regiocertificering wordt de teeltregistratie opgehaald en vertaald naar KPI’s. Ongeveer 60 procent van de deelnemende kwekers werkt met ons teeltregistratiesysteem GMN Crop. We kijken nu samen met Schuttelaar & Partners hoe we dit systeem kunnen koppelen aan Farmmaps, zodat dataverzameling efficiënter wordt en minder tijd kost. Via Farmmaps kunnen de KPI’s vervolgens automatisch berekend worden.” De onderbouwing voor de adviezen komt onder andere uit praktijkonderzoek. “Zo doen we op de proeftuin van het Expertisecentrum Bloembollenteelt in Breezand onderzoek naar de inzet van biostimulanten en gewasbeschermingsmiddelen met een groen profiel. Die kennis nemen we mee naar de kweker. Want soms kun je met een ander middel hetzelfde resultaat bereiken, maar met minder impact op de omgeving, dus minder milieubelasting.”
Meer bewustwording, andere keuzes
Regiocertificering zorgt voor verandering in de praktijk. “Ik merk dat kwekers bewuster keuzes maken”, zegt Mulder. “Denk aan het gebruik van grovere spuitdoppen om pendimethalin te spuiten of het vervangen van een probleemstof die in het water wordt gevonden door een geschikt alternatief.” Ook bij ziektebestrijding verschuift het denken. “Zo wordt bij vuurbestrijding het middelenpakket steeds kleiner. Dan ga je actief op zoek naar alternatieven die minder belastend zijn voor het milieu, zonder dat je inlevert op resultaat.”
“Het zijn soms echt kleine aanpassingen met een groot effect”
Samenwerken aan één lijn
Binnen Regiocertificering overleggen teeltadviseurs van Agrifirm-GMN en Delphy onder meer over gezamenlijke adviesrichtlijnen. “Die zorgen ervoor dat we op specifieke onderwerpen en KPI’s vanuit dezelfde uitgangspunten adviseren”, legt Mulder uit. Die richtlijnen worden regelmatig aangescherpt. “Op basis van nieuwe inzichten kijken we wat werkt en wat niet. En hoe we ervoor zorgen dat maatregelen ook echt uitvoerbaar zijn in de praktijk.” Praktische tips spelen daarin een belangrijke rol. “Bijvoorbeeld: gebruik voor toepassing van bodemherbiciden in de winter een grovere spuitdop dan voor de gewasverzorging in het voorjaar. Of kijk in hyacint, narcis of bijgoed of je gebruik kunt maken van bodemherbiciden zonder pendimethalin. Het zijn soms echt kleine aanpassingen, met een groot effect.’’
Hardnekkige uitdagingen blijven
Tegelijkertijd zijn er nog knelpunten. “Voor sommige teelten zijn we echt afhankelijk van bepaalde middelen zoals pendimethalin. Daarvoor is met name in de tulpenteelt geen goed alternatief.” Om deze middelen te behouden, blijft emissie een groot aandachtspunt. “We moeten alles op alles zetten om te voorkomen dat middelen in het water terechtkomen door zo zorgvuldig mogelijk te werken.” Die zorgvuldigheid zit vaak in praktische keuzes op het erf en in het veld, van spuittechniek tot driftbeperking, zoals Agrifirm recent toelichtte in een artikel met tips uit de praktijk.
Van meten naar sturen
De komende jaren moeten laten zien dat de aanpak van Regiocertificering werkt. “We moeten kunnen aantonen dat de milieubelasting daalt en dat we minder probleemstoffen in het water terugzien.” Daarmee sluit Regiocertificering aan op een bredere ontwikkeling richting doelsturing. “Kwekers willen zelf aan de knoppen zitten. Deze aanpak helpt om dat onderbouwd te doen, gericht toe te werken naar een doel, met data als basis.”
Foto: Robert Waasdorp
















