Genomineerden Tuinbouw Ondernemersprijs (150 dpi)

Bekend: Genomineerden Tuinbouw Ondernemersprijs en Themaprijs Samenwerking & Samenhang

Ook drie initiatieven ‘Betekenisvolle tuinbouw’ genomineerd.

“Wat een uitblinkers in de tuinbouw heb ik vandaag mogen feliciteren voor de 40e uitreiking van de Tuinbouw Ondernemersprijs. Absolute koplopers die laten zien hoe goed ondernemerschap, innovatie en duurzaamheid hand-in-hand gaan in onze mooie sector,” aldus Peter Maes. “Met de drie prachtige initiatieven die zijn genomineerd voor de Themaprijs zetten we de spotlight juist meer op de zachtere kant van het ondernemerschap: verbinding onderling én ook met de maatschappij. Want ook dat is steeds beter geborgd in onze sector en verdient een podium.”

Drie genomineerden Tuinbouw Ondernemersprijs

Door de onafhankelijke vakjury zijn genomineerd:

  • Limgroup (Horst): Een Limburgs veredelingsbedrijf, dat nieuwe rassen ontwikkelt van asperges en aardbeien. Al 60 jaar toonaangevend is op het gebied van aspergeveredeling. Volgens de jury een ontzettend mooi bedrijf met zeer veel drive en innovatiekracht. Limgroup heeft op disruptieve wijze een F1-hybride aardbeien programma opgezet en is daarmee een aanjager van transitie.
  • Ronico (Hem): West-Friese, kweker, broeier en verpakker van meer dan 250 miljoen tulpen per jaar. Het bedrijf bestaat sinds 1939 en wordt momenteel geleid door de derde generatie. Volgens de jury een koploper in zijn vakgebied. Als een van de eerste bedrijven is ze gestart om de footprint per tulp inzichtelijk te krijgen. Het bedrijf zet sterk in op innovatiekracht met een hightech teelt en robotisering, in een sector die maatschappelijk onder druk staat en waar oplossingen nodig zijn.
  • KP Holland (Naaldwijk): Een Westlandse veredelaar, vermeerderaar en producent van Spathiphyllum, Curcuma en Kalanchoë. Een familiebedrijf dat al 75 jaar bestaat, met nu een frisse, jonge directie die samenwerking en verduurzaming van de keten via een moderne aanpak vormgeeft. Volgens de jury een steevaste toponderneming met een sterke strategie en visie.

Drie genomineerden Themaprijs Samenwerking & Samenhang

Samen met Greenport Duin- en Bollenstreek wordt dit jaar ook de Themaprijs Samenwerking & Samenhang uitgereikt, die gaat over betekenisvolle tuinbouw door de kracht van sociale cohesie. Door de onafhankelijke vakjury zijn genomineerd:

  • 100% Groen Geteeld: telers, afzetcoöperaties en toeleveranciers werken samen aan een weerbaar teeltsysteem dat volledig draait op groene en biologische middelen, aangevuld met slimme technologische oplossingen. Juryoordeel: Binnen dit initiatief wordt kennis actief gedeeld. Vernieuwend hierbij is dat ook risico’s worden gedeeld, een gedurfde stap! Zowel voor de voedingstuinbouw, als voor de sierteelt, en maatschappelijk bijzonder relevant.
  • De Eerste Duurzame Generatie’ is een communicatieplatform gericht op een optimistisch, toekomstgericht perspectief waarin telers, denkers en doeners samen bouwen aan een wereld waar welvaart en duurzaamheid elkaar versterken. Juryoordeel: Het manifest van de Stichting De Eerste Duurzame Generatie is een handreiking naar de maatschappij, die wordt gemaakt op een vernieuwende en aantrekkelijke manier en gaat over de verschillende tuinbouwsectoren heen.
  • Broekpolder 2040: een vereniging van ondernemers die wil bijdragen aan de ontwikkeling van het tuinbouw gerelateerde bedrijfsleven in deze Westlandse polder. Juryoordeel: Het is niet eenvoudig om een bestaand tuinbouwgebied samen met de ondernemers en burgers een nieuwe invulling en inrichting te geven. Dit is ruimte creëren voor de volgende groene generatie en met een licence to operate.

Over de Tuinbouw Ondernemersprijs

Op woensdag 11 maart 2026 wordt tijdens de 40e – en dus extra feestelijke – uitreiking in Keukenhof bekendgemaakt wie zich de winnaars mogen noemen. De Tuinbouw Ondernemersprijs is dé ondernemersprijs van de sector, die sinds 1986 jaarlijks toegekend wordt door de Stichting Tuinbouw Ondernemersprijs. Flynth adviseurs en accountants, Glastuinbouw Nederland, Interpolis, Rabobank, Royal FloraHolland en het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, zijn partners in de stichting. En dit jaar ook Greenport Duin- en Bollenstreek. Met het uitreiken van de prijzen stelt de stichting zich ten doel om bekendheid te geven en belangstelling te wekken voor de positieve en innovatieve ontwikkelingen in de Nederlandse tuinbouwsector. Meer informatie vindt u op tuinbouwondernemersprijs.nl.

Hogervorst winst innovatieprijs met autonome druppelrobot, de Kilter AX-1

De Kilter is een robot die heel precies druppels van een middel daar kan laten vallen – op onkruiden of een gewas – waar dat nodig is, vertelt verkoper Brian Hogervorst van Hogervorst BV. Hiermee wordt de productie en kwaliteit van het gewas verhoogd, terwijl het herbicidegebruik en dus de milieubelasting en de kosten omlaag gaan, zo pretendeert het mechansiatiebedrijf.

De machine is ontwikkeld in Noorwegen en Kubota is degene die de machines in Europa importeert en introduceert. Hogervorst en twee andere dealers verkopen de autonome robot. De machine werkt met camera’s en AI (artificial intelligence). De machine werkt al drie jaar op de velden, met name bij groentetelers. Zo zijn er AI-modellen voor gewassen als peen, spinazie, radijs, babysla, peterselie, rucola en knolselderij. Hogervorst wil samen met WAM Pennings, een bloembollenkwekerij van tulpen uit Noordwijkerhout, een aanzet maken voor een eerste AI-model voor in tulpen.

Units met camera en rasterblok voor druppels

De machine bestaat uit 5 of 6 verschillende units (navenant de breedte van de machine). Daarin zitten camera’s en tevens een langwerpig blok met daarin 42 gaatjes op een raster van 6 x 6 mm. Van daaruit laat de machine een druppel vallen waar dat noodzakelijk is. „Dat kan een gewasbeschermingsmiddel zijn zoals een herbicide, maar bijvoorbeeld ook een plantversterker.” De onkruidmachine is verkrijgbaar van 1.40 breedte tot aan 2 meter breedte en rijdt maximaal 4 kilometer per uur, vertelt Erik Hogervorst. „Het grote voordeel is dat deze machine ook het grotere onkruid pakt”, vult hij aan. Ook is de machine heel licht; 260 kilogram. Erik Hogervorst heeft geregeld contact met een groenteteler in Duitsland die de machine heeft gekocht en er mee werkt. „Daar draait ie probleemloos.”

Pionier WAM Pennings

WAM Pennings heeft de eerste machine bij Hogervorst gekocht en krijgt de Kilter AX-1 in januari geleverd. De kweker gaat hem laten rijden in de verschillende tulpengewassen en vergaart zo veel data. „Die data gaat gedurende het jaar naar de fabrikant in Noorwegen. Die maakt er een algoritmisch model van voor zowel onkruid- als tulpdetectie.” De Kilter kost 130.000 euro plus een servicecontract van 6000 euro per jaar, aldus Hogervorst. Voor dit jaar heeft Hogervorst nog vier Kilters beschikbaar en te koop.

Negen andere kanshebbers

De andere negen innovaties die meedongen naar de innovatieprijs waren: de geautomatiseerde AI- leliebollensorteerder van Brom Mechatronica, de Agxeed autonome veldrobot van J. van der Sluis, de meetbox van Skov-Sercom, de refurbishingmogelijkheid van een nieuwe telmachine in een Van Nobelen machine, de nieuwe elastiekjesbinder van Havatec die automatisch een voedingszakje (poeder of liquid) toevoegt aan een bos bloemen, de onkruidrobot Earth Rover van W.N. Kramer, de ARA Ecorobotix spotsprayer van Agro Techniek, een compacte John Deere trekker van Kraakman BV en tevens een dubbele zuigarm voor een beregeningshaspel van Kraakman en de smart box-krat van SMOX.

Bron: Greenity

NPHD-Landgoed-Keukenhof-gastheer

Deadline eerste ronde Keukenhof Innovatiefonds 2026

Op de website is duidelijk uitgelegd waar een aanvraag aan moet voldoen. De sluitingsdatum voor de eerste ronde is 18 januari a.s. Meer informatie vind je op de website van Keukenhof.

Wat is het Keukenhof Innovatiefonds?

Tijdens het Nationaal Bloembollen Congres 2024 kondigde Keukenhof een onderzoek aan naar de behoefte aan een innovatiebudget binnen de bloembollensector. Uit de enquête bleek dat die behoefte groot is: ondernemers willen collectief investeren in innovatie, maar vroege fase-investeringen zijn  risicovol.

Op basis van deze inzichten heeft Keukenhof het Innovatiefonds gelanceerd. Het fonds stimuleert vernieuwende ideeën en samenwerkingen binnen de bloembollen- en sierteeltsector. Centraal staan innovatie, creativiteit en gezamenlijke inzet, met als doel binnen 2–4 jaar zichtbaar bij te dragen aan de verduurzaming van de sector.

Dit is hét moment om buiten de gebaande paden te denken en daadwerkelijk stappen te zetten.

Greenport-Dick-Hylkema-Duin-en-Bollenstreek

Nieuwe bestuursvoorzitter: Dick Hylkema

Mijn roots, geworteld in de Duin- en Bollenstreek

Geboren en getogen in Hillegom, waar beide ouders een echte tuinbouw achtergrond al hadden. Van mijn vaders kant waren ze turfstekers bij Heerenveen en zijn opa kwam – toen het crisis was daar – naar Hillegom (emigreren heette het toen) om een middenstandwinkeltje te beginnen aan de Stationsweg. Zijn vader ging in de bollen werken en uiteindelijk hadden ze een eigen bedrijf in De Zilk, wat mijn vader en z’n broer vanaf de jaren dertig voortzetten: Teelt en export naar de Verenigde Staten. Ze reisden per schip naar de VS en reden dan per auto bijna een half jaar per jaar door de VS om klanten te bezoeken en orders te boeken. Eigenlijk heel bijzonder dat de klantrelaties toen al zo hecht waren, dat was lang niet in alle sectoren zo. Mijn moeder kwam uit Enkhuizen en haar beide grootvaders waren de oprichters van Sluis & Groot. Sterke roots in de veredeling dus, alhoewel mijn moeders’ vader vrij jong overleden is en niet direct in de zaak betrokken was.

De zaak van m’n vader was ook niet in beeld voor mij. Als jongste van vijf kinderen was hij – toen ik nog klein was – na 25 jaar reizen op de VS zich meer gaan richten op fulltime bestuurswerk door de laatste elf jaar van z’n werkzame leven voorzitter te worden van het Productschap Siergewassen. Zijn broer en mijn neef hebben toen de zaak voortgezet, maar inmiddels niet meer. Ook was hij nog twee keer voorzitter van de Floriade (Amsterdam) waar ik als jong kind wel eens meeging en m’n ogen uitkeek. Overigens waren dat de enige Floriade’s die echt succesvol waren…

Ik ben dus best wel trots op m’n familieachtergrond. Gepaste trots overigens, want ik heb er tenslotte niks voor hoeven doen.

Het is natuurlijk allemaal erg uit de oude doos maar toch leuk als er heel soms naar gevraagd wordt zoals nu bij Greenport Duin- en Bollenstreek. Tijd voor wat minder ver terug in de tijd…

Studie en loopbaan

De bollenzaak was dus allang niet meer in beeld voor mij. Ik had na m’n eindexamen van de middelbare school in Haarlem eerst drie maanden gewerkt bij een klant van m’n oom in Californië op de plantenkwekerij. Ik had qua vervolgstudie niet echt een duidelijke richting voor ogen. Mijn vader kwam regelmatig in Wageningen en vroeg zich af of een studie daar niks voor mij was. En dat gebeurde ook. Ik vond mezelf – ondanks een B-pakket – niet echt iemand voor een lab en dus werd het de studie landbouweconomie met een aantal bijvakken in de tuinbouwplantenteelt. Een erg leuke tijd met ook nog een mooie stage bij de Nederlandse ambassade in Londen waar ik de markt voor sierteeltproducten in het VK mocht onderzoeken. Toen ik in 1986 terug kwam ben ik bij de boterdivisie van Campina in Breda gaan werken. Een baan in de tuinbouw lag misschien meer voor de hand maar eigenlijk wilde ik daarom juist eerst iets aders in de land- en tuinbouw. Een commerciële functie, heel leerzaam, zeker in de tijd van de boterberg. Toen ik na vier jaar eigenlijk de kant van Veghel uit moest hebben we privé er voor gekozen weer in het westen te gaan wonen en ben ik terecht gekomen bij het Centraal Bureau van de Tuinbouwveilingen (CBT). Dat was een marketingfunctie. Reuze internationaal en interessant, het was ook de tijd van de Wasserbombe. Toen zeven jaar later de koepel uit elkaar viel door verschillende inzichten van de onderliggende vijfentwintig veilingen ben ik bij de WLTO in Haarlem gaan werken als directeur belangenbehartiging. De link was wel een beetje logisch omdat veel van de tuinders uit de veiling coöperaties in het Westen ook vaak waren aangesloten bij de WLTO. Daar is de basis gelegd ook voor m’n latere functies in de belangenbehartiging voor boeren en tuinders en ook de handel.

Via functies bij LTO Nederland, Glastuinbouw Nederland heb ik de laatste tien jaar voor de Nederlandse aardappelhandel (de NAO) gewerkt. Nederland is ijzersterk met name in veredeling van aardappels en die pootaardappelen gaan de hele wereld over. Prachtig om als gezicht van deze sector dat verhaal steeds weer te vertellen. In deze jaren hebben we, onder andere Anthos, VGB, Plantum en NAO, ook een belangrijke verbinding gebracht tussen de tuinbouw en de akkerbouw in de vorm van een plantaardige handelskoepel, PlantNet International (PNI). Met name de exportzaken (fytosanitaire eisen van derde landen) zijn zeer vergelijkbaar tussen bijv. de pootaardappelen en de bloembollen. Dus we konden de krachten bundelen en is PNI nu op het hoogste niveau gesprekspartner van LVVN en de NVWA.

Persoonlijke drive

M’n hele loopbaan heb ik dus in allerlei functies vanuit verschillende optiek rond de boer en tuinder en de keten gestaan. Daarbij geloof ik zeer in een sterke ketensamenwerking om de markt optimaal te bedienen. Maar ook op het niveau van brancheorganisaties is die samenwerking een must. Er is bovendien zoveel druk op de land- en tuinbouw en de beschikbare ruimte dat we vanuit het gezamenlijke cluster van veredeling t/m exporthandel, toeleveranciers en kennisinstellingen alle zeilen moeten bijzetten om de sector genoeg toekomstperspectief te laten hebben zodat het ondernemerschap ook voor een nieuwe generatie kan floreren voor een sterke rol in de economie en welvaart. Dat gezamenlijke cluster vanuit het verleden opgebouwd is ook de kracht voor de toekomst.

En dan spelen regio’s een hele belangrijke rol. Want de land- en tuinbouw heeft weliswaar ruimte nodig maar heeft daarmee ook sterke roots in de regio’s en kan – door steeds meer te verduurzamen – voor heel veel continuïteit zorgen voor economie en maatschappij. En ook om het landschap te beheren.

Veel internationaal gerichte ketenspelers in de veredeling en de afzet hebben hun basis in Nederland vanwege het sterke ondernemerschap van de primaire productie. Zonder die primaire productie zijn er ook geen ketens want die verplaatsen dan naar andere landen waar wel primaire productie is. Daarom is een professionele op duurzaamheid gerichte teelt zo’n belangrijke factor voor de toekomst van onze sterkste sectoren zodat die ook behouden blijven voor Nederland en in ons geval de Duin- en Bollenstreek.

Motivatie voor het voorzitterschap van Greenport DB

Eigenlijk is de belangrijkste motivatie om een bijdrage te leveren aan een sterke Greenport Duin- en  Bollenstreek dat ik er niet alleen geboren en getogen ben maar ook nog lang gewoond heb, in Noordwijkerhout. Weliswaar woon ik nu enkele jaren in Voorschoten, maar dat voelt nog steeds als de rand van de Duin- en Bollenstreek.

En wat ook meespeelt is dat er ondanks de druk op de sector nog steeds veel onderdelen van de bollen, bloemen en plantenketen aanwezig zijn in deze regio en daarmee wordt er een belangrijke bijdrage geleverd niet alleen aan de regio maar ook aan de gehele Nederlandse bollen- en planten sector. En die rol moeten we koesteren. Een sterke teelt gericht op duurzaamheid is daarbij onmisbaar en alleen zo kan er een innovatief klimaat zijn waar spelers elkaar stimuleren om gezamenlijk de sterkste te zijn. Ook de overheden zijn daar cruciaal in. Want zij zijn het immers die de randvoorwaarden moeten stellen te midden van andere belangen. Dus een goede samenwerking is voor beide kanten noodzakelijk zodat de sector past in het gewenste maatschappelijk kader maar ook de bijdrage kan blijven leveren aan de welvaart van de Duin- en Bollenstreek. De Greenport wil deze positie waarborgen voor de toekomst door partijen te verbinden en waar nodig initiatieven te ontplooien om het geschetste doel te bereiken. Daar wil ik als geboren en getogen Bollenstreker een bijdrage aan leveren.

Bollenstreek-drone-satelliet-greenport-duin-en-bollenstreek

Update over het Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport

De eerste versie van het plan werd in september gepubliceerd. Elke gemeenteraad in de Duin- en Bollenstreek (Hillegom, Lisse, Katwijk, Noordwijk en Teylingen) kon daarna aangeven wat er veranderd moest worden aan het plan. Dat leidde tot flinke discussies binnen gemeenteraden. Noordwijk besloot uiteindelijk om te wachten met het goedkeuren van het plan: zij wachten op de nieuwe Omgevingswet, een wet die over veel meer onderwerpen gaat die ook in het LGDG-plan terugkomen. Naar verwachting komt Noordwijk in de eerste maanden van 2026 met de gewenste op- en aanmerkingen.

Bollenstreek-gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen gingen wel aan de slag met het plan en hebben nu hun bedenkingen doorgegeven. Die zijn erin verwerkt. Nu is het definitieve toekomstplan gepubliceerd.

De veranderingen

Maar wat is er dan veranderd? Hieronder de zes inhoudelijke wijzigingen vergeleken met de eerste versie:

Uitbreiding van bollenbedrijven

Er is meer mogelijk voor bedrijven die belangrijk zijn voor de regio, zoals bollenbedrijven. Het gaat vooral om uitbreidingen van deze bedrijven. In het eerdere plan was er voor veel gebieden sprake van ‘nee, tenzij’: er kan niet worden uitgebreid, behalve onder bepaalde omstandigheden. Dat is veranderd: er is nu vaker sprake van ‘ja, mits’: uitbreiding is mogelijk, maar wel onder bepaalde voorwaarden. Vooral voor uitbreidingen onder de 6000 vierkante meter is er meer mogelijk geworden.

Zoekgebieden wonen

In het plan staan locaties per gemeente waar er in de toekomst gebouwd kan worden. Vooral in Hillegom zorgden die locaties voor discussie. De gemeenteraad wilde dat de Pastoorslaan-Zuid en de Zanderij uit het plan werden gehaald als locaties, dat is nu ook gebeurd. Verder is in Lisse de ‘Mens-locatie’ toegevoegd, een gebied ten westen van de N208, achter het kantoor van makelaar Mens.

Hoewel de wijzigingen van de gemeente Noordwijk nog niet in het plan zijn verwerkt, is er wel wat veranderd aan de zoeklocaties in Noordwijk. De locatie Achterweg is losgekoppeld van de opvang van asielzoekers, nadat Noordwijk eerder besloot om geen azc te bouwen aan de Achterweg.

Emissievrije teelt

Ook de bollenteelt zelf staat natuurlijk in het toekomstplan van de Bollenstreek. In de eerste versie van het plan stond dat de bollenteelt in 2030 emissievrij moest zijn. Dat ging vooral om de gewasbeschermingsmiddelen: die mochten vanaf 2030 niet meer schadelijk zijn voor de bodem en het water. Vervolgens moest de bollengrond in 2040 residuvrij zijn: dat betekent dat er geen resten van de bestrijdingsmiddelen achterblijven in de bol.

De bollensector trok aan de bel vanwege die doelstelling: dat zou volgens hen niet haalbaar zijn. In de nieuwe versie van het plan staat daarom de tekst ‘nagenoeg emissievrij in 2030’ , wat overeenkomt met de doelstelling van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Daarnaast is ‘residuvrij in 2040’ geen hard doel meer, zoals in de eerste versie van het plan.

Bedrijventerreinen

De bedrijventerrein in de Bollenstreek staan ook in het plan. Net zoals bij de woningbouwlocaties spreekt het toekomstplan ook over mogelijke plekken voor bedrijventerreinen. Daar is in de nieuwe versie van het plan de Nieuwe Poelweg in Lisse aan toegevoegd als mogelijke locatie voor een nieuw bedrijventerrein, mocht er een nieuwe weg komen tussen de N208 en A44 langs de Nieuwe Poelweg.

Stroom en aardwarmte

De eerdere versie van het plan sprak over mogelijkheden voor geothermie in de Bollenstreek. Dat is het gebruiken van aardwarmte die uit diepe putten wordt gehaald. Plekken voor die diepe putten worden in het toekomstplan aangewezen: in de eerste versie stonden zeven locaties.

In het nieuwe plan staan deze locaties er nog steeds, maar nu staat er ook bij dat een locatie in Noordwijk waarschijnlijk de eerste plek voor aardwarmte in de Bollenstreek wordt. Het gaat om een plek dichtbij de kruising tussen de N206 en de N444, tegenover voetbalclub SJC. Dat is opvallend, want op dit moment wordt daar juist een installatie van een oude gasboorplek opgeruimd.

Compensatie voor tweedeklas bollengrond

Tot slot wordt er nog extra duidelijk gemaakt dat tweedeklas bollengrond ook financieel gecompenseerd moet worden, als daar woningen op komen. In de eerste versie van het plan stonden alleen algemene regels over het compenseren van bollengrond.

Er moet een vast bedrag per vierkante meter bollengrond worden gerekend. Tweeklas bollengrond is namelijk belangrijk om op te waarderen naar eersteklas bollengrond, staat er in het toekomstplan.

Wat nu?

Het goedkeuren van het toekomstplan was een volgende stap in het proces van het programma LGDG. Nu kunnen de eerste onderzoeken starten naar mogelijke locaties, zoals voor woningbouw of voor bedrijventerreinen. Dat moet in de eerste zes maanden van 2026 gebeuren.

Uiteindelijk geeft een speciale commissie aan het einde van 2026 een eindadvies over de definitieve woningbouwlocaties. De gemeenteraden kunnen dan dus ook nog besluiten om een locatie af te keuren. Het plan gaat daarna naar de provincie, die in 2027 een besluit neemt over de plannen van de gemeentes.

Het hele goedgekeurde plan is hier te lezen.

Het belang van de LGDG

Het Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport (LGDG) kan gezien worden als het toekomstplan van de Bollenstreek. Het plan gaat over alles wat te maken heeft met ‘de omgeving’, dus hoe de streek eruit ziet. Denk daarbij aan nieuwe locaties om te bouwen, wegen, bollenvelden en bedrijventerreinen. De provincie speelt een belangrijke rol: die bepaalt welke ‘bestemming’ elk stuk grond heeft. Daarom kan er niet zomaar een huis worden gebouwd op grond die ‘bestemd is’ voor bollenteelt. De provincie gaat in 2027 opnieuw beoordelen welke bestemming past bij welke grond. De gemeenten geven uiteindelijk dit plan (de LGDG) aan de provincie om aan te geven welke veranderingen er het beste kunnen komen. De provincie moet de veranderingen uiteindelijk goedkeuren.

Bron: BO Omroep

Greenport-stro-wam-duin-en-bollenstreek

Nieuwsbrief december 2025

In de nieuwsbrief december vind je onder andere:

Lees de volledige nieuwsbrief gemakkelijk online.

Elke maand de nieuwsbrief in je mailbox? Meld je aan door op de homepage van onze website het formulier in te vullen.