Basisschool Opmaat wint Tuinbouw Battle Award 2026 op podium Vroegbloeiers

De leerlingen van Basisschool Opmaat kregen de felbegeerde award in handen na hun inzet tijdens de Tuinbouw Battle. De klas won in hun ronde en maakte – mede daardoor – kans op de hoofdprijs. Nico van der Poel, vrijwilliger bij de Tuinbouw Battle, klom op het podium om de prijs te overhandigen.

Nico van der Poel: “Ik ben trots op de inzet van alle kinderen die hebben meegedaan aan de Tuinbouw Battle dit jaar. Ongekend veel enthousiasme! Basisschool Opmaat blonk uit door hun samenwerking, ze maakten prachtige foto’s van het proces van bol tot bloeiende tulp en ze hadden ook nog eens een prachtig bedrag opgehaald voor het goede doel.”

Als kers op de taart gaan de leerlingen, naast dat ze met de award naar huis gaan, per bus naar de Tulip Experience in Noordwijkerhout.

Winnaar speurtocht

Naast het winnen van de award deden een aantal leerlingen mee met het NK Tulpenkeuren. Van elke klas was er één leerling die, na oefenen op school, een wildcard won voor het NK. Op vrijdag 27 maart was het NK met de speciale basisschoolkeuring en vielen twee leerlingen uit Zuid-Holland in de prijzen. Nummer drie en nummer één van het NK werden op deze Vroegbloeiersochtend gehuldigd op het podium.

De speurtocht die ook onderdeel was van deze ochtend leverde, naast een hoop extra kennis, ook een prijs op voor de klas die de meeste vragen goed had. De vragen gingen over de Tuinbouw Battle, de sierteelt en het Bloemencorso Bollenstreek, zo werd de opgedane kennis van de leerlingen getest. Van de Johannesschool had groep 8A de meeste vragen goed en zij winnen een uitje naar De Tulperij in Voorhout.

Remon Blok (Rabobank) overhandigde de prijs uit aan een uitgelaten klas! “Meedoen met de Tuinbouw Battle heeft een sociaal component, daar naast levert kennismaken met de sierteelt indirect een bijdrage aan de brede welvaart in de streek. De sector is tenslotte een grote werkgever, dus het feit dat de leerlingen op deze leeftijd leren en ontdekken in het groen is prachtig.”

Vier de Lente Vroegbloeiers

Vier de Lente Vroegbloeiers is ontstaan als ‘jonge zusje’ van Bloemencorso Bollenstreek om op een verjongende manier kennis van het bollenvak, sierteelt en de streek over te dragen op de nieuwe generatie! Dit is een belangrijke voorwaarde voor de bijschrijving van het Bloemencorso op de UNESCO Werelderfgoedlijst. De Tuinbouw Battle is een prachtige manier om leerlingen van groep 7/8, de zogenaamde ‘Vroegbloeiers’ te enthousiasmeren.

Programmamanager Greenport Duin- en Bollenstreek, Maarten Prins: “Ik ben trots op het project Tuinbouw Battle. Op een laagdrempelige manier en spelenderwijs maken kinderen kennis met de verschillende aspecten van de sierteelt. Zo leren ze dat de sector meer is dan buiten werken in het groen en juist heel veelzijdig is. En als je juf ieder jaar vrij neemt om te gaan steken bij het Bloemencorso Bollenstreek, weet je dat dit iets bijzonders is.”

Leren en werken in het groen

Greenport Duin- en Bollenstreek draagt met de organisatie van de Tuinbouw Battle bij aan de promotie van leren en werken in de sierteelt. Op een speelse manier komen de kinderen in aanraking met de sierteelt en alle aspecten die daar bij horen: verzorging, marketing, verpakking, verkoop, stuksprijs en het maken van een verslag. Als afsluiting wordt de finale van de Tuinbouw Battle georganiseerd op het podium van Bloemencorso Bollenstreek, op deze manier krijgen de kinderen ook hier een inkijkje.

Meedoen met de Tuinbouw Battle? Geef je op!

Eva van der Kwast (organisator Tuinbouw Battle): “Het project Tuinbouw Battle draait nu een aantal jaar en ook in het najaar van 2026 en het voorjaar van 2027 gaat de battle weer van start. Ik nodig alle basisscholen (groep 7/8) uit de regio op om mee te doen! Het project wordt volledig verzorgd en deelname is gratis. Geef je dus op en wie weet sta jij met jouw klas volgend jaar op het podium tijdens de finale. Aanmelden kan via: eva@greenportdb.nl.”

“Met Regiocertificering maken kwekers duurzame bollenteelt aantoonbaar”

Volgens Mulder zit daar precies de meerwaarde. “Het geeft een methodiek om inzichtelijk te maken waar je staat als bedrijf. Daarmee kun je richting omgeving en overheid onderbouwen dat je werkt aan een duurzame bollenteelt, met een economisch en ecologisch verantwoorde impact. Die balans is cruciaal en zorgt voor draagvlak.”

Advies aan de keukentafel, met data als basis

Als teeltadviseur speelt Mulder een directe rol in dat proces. “Het gebeurt aan de keukentafel. Samen kijken we naar de kritische prestatie-indicatoren (KPI’s): waar sta je, waar zitten de knelpunten en waar kun je verbeteren?” Die KPI’s – bijvoorbeeld op het gebied van milieubelastingspunten en het gebruik van probleemstoffen – vormen de basis voor het advies. “Zo kijken we concreet naar bemesting en de voorgenomen bespuitingen: wat kan slimmer en met minimale impact op de omgeving?” “De basis daarvoor is data vanuit de teeltregistratie”, vervolgt Mulder. “Binnen Regiocertificering wordt de teeltregistratie opgehaald en vertaald naar KPI’s. Ongeveer 60 procent van de deelnemende kwekers werkt met ons teeltregistratiesysteem GMN Crop. We kijken nu samen met Schuttelaar & Partners hoe we dit systeem kunnen koppelen aan Farmmaps, zodat dataverzameling efficiënter wordt en minder tijd kost. Via Farmmaps kunnen de KPI’s vervolgens automatisch berekend worden.” De onderbouwing voor de adviezen komt onder andere uit praktijkonderzoek. “Zo doen we op de proeftuin van het Expertisecentrum Bloembollenteelt in Breezand onderzoek naar de inzet van biostimulanten en gewasbeschermingsmiddelen met een groen profiel. Die kennis nemen we mee naar de kweker. Want soms kun je met een ander middel hetzelfde resultaat bereiken, maar met minder impact op de omgeving, dus minder milieubelasting.”

Meer bewustwording, andere keuzes

Regiocertificering zorgt voor verandering in de praktijk. “Ik merk dat kwekers bewuster keuzes maken”, zegt Mulder. “Denk aan het gebruik van grovere spuitdoppen om pendimethalin te spuiten of het vervangen van een probleemstof die in het water wordt gevonden door een geschikt alternatief.” Ook bij ziektebestrijding verschuift het denken. “Zo wordt bij vuurbestrijding het middelenpakket steeds kleiner. Dan ga je actief op zoek naar alternatieven die minder belastend zijn voor het milieu, zonder dat je inlevert op resultaat.”

“Het zijn soms echt kleine aanpassingen met een groot effect”



Samenwerken aan één lijn

Binnen Regiocertificering overleggen teeltadviseurs van Agrifirm-GMN en Delphy onder meer over gezamenlijke adviesrichtlijnen. “Die zorgen ervoor dat we op specifieke onderwerpen en KPI’s vanuit dezelfde uitgangspunten adviseren”, legt Mulder uit. Die richtlijnen worden regelmatig aangescherpt. “Op basis van nieuwe inzichten kijken we wat werkt en wat niet. En hoe we ervoor zorgen dat maatregelen ook echt uitvoerbaar zijn in de praktijk.” Praktische tips spelen daarin een belangrijke rol. “Bijvoorbeeld: gebruik voor toepassing van bodemherbiciden in de winter een grovere spuitdop dan voor de gewasverzorging in het voorjaar. Of kijk in hyacint, narcis of bijgoed of je gebruik kunt maken van bodemherbiciden zonder pendimethalin. Het zijn soms echt kleine aanpassingen, met een groot effect.’’

Hardnekkige uitdagingen blijven

Tegelijkertijd zijn er nog knelpunten. “Voor sommige teelten zijn we echt afhankelijk van bepaalde middelen zoals pendimethalin. Daarvoor is met name in de tulpenteelt geen goed alternatief.” Om deze middelen te behouden, blijft emissie een groot aandachtspunt. “We moeten alles op alles zetten om te voorkomen dat middelen in het water terechtkomen door zo zorgvuldig mogelijk te werken.” Die zorgvuldigheid zit vaak in praktische keuzes op het erf en in het veld, van spuittechniek tot driftbeperking, zoals Agrifirm recent toelichtte in een artikel met tips uit de praktijk.

Van meten naar sturen

De komende jaren moeten laten zien dat de aanpak van Regiocertificering werkt. “We moeten kunnen aantonen dat de milieubelasting daalt en dat we minder probleemstoffen in het water terugzien.” Daarmee sluit Regiocertificering aan op een bredere ontwikkeling richting doelsturing. “Kwekers willen zelf aan de knoppen zitten. Deze aanpak helpt om dat onderbouwd te doen, gericht toe te werken naar een doel, met data als basis.”

Foto: Robert Waasdorp

greenport_anne_koning_alliantie_bollenstreek

Alliantie Bollenstreek in gesprek met provincie: van plannen naar zichtbare resultaten in de regio

De bijeenkomst vond plaats bij bollenkwekerij en handelsbedrijf J. Heemskerk & Zn in De Zilk en bracht vertegenwoordigers samen van de provincie, Greenport Duin- en Bollenstreek, Hoogheemraadschap van Rijnland en van de gemeenten Hillegom, Lisse, Teylingen, Noordwijk en Katwijk. Gedeputeerde Anne Koning is al eerder in de streek in gesprek gegaan (o.a. bij de eindbijeenkomst van Living Lab B7) en zo ook nu voor dit verdiepende overleg, met aansluitend een rondleiding langs de bollenvelden en vervolgens een bliksembezoek aan Keukenhof.

Samenwerking staat stevig, nu doorpakken

De Alliantie Bollenstreek benadrukte dat de samenwerking tussen ondernemers, overheden en organisaties (triple helix) de afgelopen jaren veel heeft opgeleverd. We hebben bijvoorbeeld waardevolle input kunnen leveren bij de vaststelling van het PLGDG, Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek. Tegelijkertijd werd duidelijk dat de volgende stap nodig is: het uitvoeren van plannen die er al liggen.

“De samenwerking staat als een huis,” zei dagvoorzitter Piet Dijkzeul. “Maar het is nu tijd om door te pakken en ervoor te zorgen dat inwoners en ondernemers ook echt resultaat gaan zien en ervaren in hun omgeving.”

Welke thema’s spelen er in de Bollenstreek?

Tijdens het overleg kwamen drie belangrijke thema’s aan bod die direct raken aan het dagelijks leven in de regio:

1. Duurzame bollenteelt

Naast deelname aan Regiocertificering (www.regiocertificering.nl) werken telers aan een schonere en duurzamere manier van telen door proeven en onderzoeken te doen onder andere op het Demoveld Bollenstreek en het Ecologisch Proefveld – met aandacht voor waterkwaliteit, biodiversiteit en minder uitstoot. Innovaties zoals slimme technieken en robots helpen daarbij. De Alliantie gaf aan dat extra steun nodig is om deze ontwikkelingen verder op te schalen.

2. Ruimte voor wonen én landschap

De druk op de ruimte in de Bollenstreek neemt toe, onder andere door woningbouw en energievraagstukken. Tegelijkertijd blijft er veel waardering voor het open landschap en de kleurrijke velden. De Alliantie pleit ervoor om nieuwe woningen vooral binnen dorpen en aan de randen te bouwen, zodat het karakter van de streek behouden blijft.

3. Van overleg naar uitvoering

Er liggen al veel plannen en er zijn samenwerkingen, bijvoorbeeld binnen het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG) en Duurzame Greenport. De Alliantie vindt het belangrijk om nu duidelijke afspraken te maken: wie doet wat, en wanneer? Ook wil zij betrokken blijven bij de verdere uitwerking.

“De Alliantie Bollenstreek laat zien dat in het gebied echt verantwoordelijkheid wordt genomen. Wat goed en belangrijk! De Bollenstreek is prachtig. We blijven onze schouders eronder zetten,” zegt provinciebestuurder Anne Koning. “Nu is het tijd om nog concreter te worden.”

Oproep: samen verantwoordelijkheid nemen

De Alliantie Bollenstreek roept de provincie en andere partners op om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de uitvoering van de plannen. Met duidelijke afspraken en goede samenwerking kan de Bollenstreek zich blijven ontwikkelen als een sterke regio waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Waar het open landschap blijft, de teelt verduurzaamd is en ingespeeld wordt op klimaatverandering en verzilting, en er ruimte is voor natuur.

De Alliantie Bollenstreek is een samenwerkingsverband van: CultuurHistorisch Genootschap (CHG), Koninklijke Algemene Vereniging voor Bloembollencultuur (KAVB), LTO Noord afd. Duin- en Bollenstreek, Milieu Overleg Duin- en Bollenstreek (MODB), Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging (ANLV) Geestgrond en de Bollenjongens.

greenport_pps_bollen_bodem_aaltjes_ecc_leiden

Eindmeeting Bollen@Bodem & Aaltjes brengt sector in beweging

Gezonde bodem begint bij een sectoroverstijgende aanpak

Binnen de PPS lag de focus op één duidelijke overtuiging: duurzame bollenteelt begint bij een gezonde bodem én alle bodemgebruikers moeten daaraan bijdragen. Daarom ontwikkelden de projectpartners kennis en praktische tools voor integraal bodembeheer, met speciale aandacht voor het beheersen van aaltjes. Tijdens de eindmeeting presenteerden zij de uitgevoerde onderzoeken, de belangrijkste inzichten en concrete aanknopingspunten voor vervolg.

Van visie naar praktijk

Bernd Feenstra (KAVB) gaf tijdens de opening aan dat de beeldvorming over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aangeeft dat het beter moet (ookal worden er al minder middelen gebruikt t.o.v. 2011). Hier wordt in Toekomst Bollenvak aan gewerkt.

Het belangrijkste resultaat van PPS Bollen@Bodem en Aaltjes is dat er een sectoroverstijgende aanpak nodig is voor duurzaam bodemgebruik. Een aaltje kan namelijk zowel in een akkerbouwgewas als in een bollenteelt schade veroorzaken. In het project is daarom samengewerkt tussen sectoren en was er een goede samenwerking tussen partners en onderzoekers. Binnen deze PPS zijn ook trainingen georganiseerd voor erfbetreders. Dit is belangrijk om meer begrip te krijgen over hoe duurzaam bodemgebruik in de praktijk werkt.

Samenwerken tussen huurders en verhuurders begint met een goed gesprek aan de keukentafel en daarvoor is een checklist ontwikkeld. Om goed samen te werken moet data gedeeld worden met alle gebruikers van een perceel, maar data delen is nog niet zo makkelijk. Het bodemkwaliteitsplan kan een tool zijn voor een meer integrale aanpak van het bouwplan van het perceel.

Paneldiscussie

Tijdens de paneldiscussie kwam naar voren dat de huidige praktijk rondom verhuur van percelen niet toekomstbestendig is. In Nederland is het areaal te klein om het slecht te beheren. Daarom zijn nieuwe en aangepaste afspraken (o.b.v. van deze PPS) tussen huurder-verhuurder essentieel.

Het was een interessante bijeenkomst waarbij er nog genoeg stappen te nemen zijn om de aaltjes te beheersen op een manier die passend is. Samen vooruit dus.”

Focus op aaltjes en toekomst

Na de lunch richtten de sprekers zich op de praktische aanpak van aaltjes. Ze bespraken onder andere inundatie en de aanpak van Trichodoridenproblematiek in de praktijk. Inundatie heeft niet alleen effect op plantenparasitaire aaltjes, maar ook op vrijlevende aaltjes en schimmel/bacterie verhoudingen. Daarbij lijkt het aaltjes P.anemones niet alleen een probleem te zijn voor lelie, maar ook kunnen gewassen in de rotatie het aaltje vermeerderen. Dus een goed bouwplan is essentieel voor de beheersing van P. anemones, maar er is meer kennis nodig om te weten welke gewassen er gekozen moeten worden voor het bouwplan.

Samen vooruit

Tijdens de afsluitende interactieve ‘nu-wat?’-sessie keken deelnemers samen vooruit. Ze verkenden welke stappen nodig zijn om de sector verder te versterken en bouwden zo een brug tussen de afronding van het project en het vervolg. Daarbij kwam unaniem naar voren dat er meer kennis nodig is over trichodoriden om de schade van deze groep aaltjes zo veel mogelijk te beperken, maar ook moet voorkomen worden dat stengelaaltje de nieuwe galmijt wordt.

Partners

Met deze eindmeeting sloten de betrokken partijen samen met professionals uit de bollensector   de PPS succesvol af.  Deze Publiek Private Samenwerking wordt gefinancierd door Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, KAVB, Stichting Bloembollenonderzoek, Royal Anthos, CNB, Agrifirm NWE B.V., Farmplus B.V., BO Akkerbouw, Bollenacademie, Keukenhof B.V., Greenport Noord-Holland Noord en Greenport Duin- en Bollenstreek.
Het onderzoek werd uitgevoerd door Wageningen University & Research en Vertify i.s.m. de partners.

Caroline Kerdijk-leerkracht-Opmaat-over-Tuinbouw-Battle

Lerares Caroline over de Tuinbouw Battle: “De kinderen groeien letterlijk met de tulpen mee”

In het Denklab krijgen leerlingen extra verrijking naast het reguliere onderwijs, waarbij onderzoekend en ontwerpend leren centraal staan. De klas werkte dit jaar met veel enthousiasme aan de Tuinbouw Battle. We spraken haar over de aanpak, ervaringen in de klas en wat het project de leerlingen heeft gebracht.

Waarom wilde je met jouw klas deelnemen aan de Tuinbouw Battle?

“In 2022 werd ik door een collega van basisschool Opmaat op de Tuinbouw Battle gewezen. Ik heb toen met de kinderen van Denklab groep 8 meegedaan en dat was een groot succes. Omdat we destijds met meerdere groepen deelnamen, is het voor ons geen jaarlijks project. Maar ik wilde het graag eens in de vier jaar terug laten komen. Dat is dit jaar gelukt!

De huidige groep 8 kreeg nu zelf de verantwoordelijkheid. Vier jaar geleden maakten ze het project al mee, maar nu mochten ze zelf de tulpen verzorgen, oogsten, inpakken en een verkoopplan maken. Ook dit jaar was het weer een succes.

De Tuinbouw Battle sluit goed aan bij het Denklab, waar we werken aan onderzoekend leren, ontwerpend leren, mindset en executieve functies. Leerlingen onderzoeken de groei van tulpen en zijn daar ook zelf verantwoordelijk voor. Daarnaast moesten de kinderen zelf bedenken hoe ze de tulpen gingen verkopen en maakten ze ontwerpen om de verkoop bekend te maken. Van bol tot tulpenverkoop is door beide Denklab groepen helemaal zelf uitgewerkt.”

Hoe hebben jullie het project aangepakt in de klas?

“Toen de karren in het Denklab lokaal kwamen, heb ik de eerste lading water gegeven. Daarna zijn we met de kinderen afspraken gaan maken. Elke dag waren er drie andere kinderen verantwoordelijk voor het water geven. Omdat Denklab groep 8 pas op maandag de eerste bijeenkomst had, hebben de kinderen van Denklab groep 6-7 de eerste dagen beide karren onderhouden. Het schema stond op het whiteboard in de klas.

Omdat ik zelf alleen op maandag en donderdag aanwezig ben, lag er een behoorlijke verantwoordelijkheid bij de groep zelf de rest van de week. Dat hebben ze fantastisch gedaan. Ze hielpen elkaar en herinnerden elkaar aan het waterschema.

Tijdens de Denklab-momenten werkten de leerlingen in groepjes aan verschillende onderdelen van het project, zoals prijsbepaling, het kiezen van een goed doel, het maken van een verkoopplan en het vastleggen van het proces. Ze hadden hier maar drie keer een uur voor, want de tulpen groeiden zo ontzettend snel dat we het programma moesten aanpassen om alles op tijd te kunnen oogsten, inpakken en verkopen.”

Wat vonden de kinderen leuk aan de Tuinbouw Battle?

“De kinderen vonden het fantastisch om verantwoordelijk te zijn voor de groei van de tulpen. Ze gingen elke dag kijken of er weer iets veranderd was. Er waren zelfs twee meisjes uit Denklab groep 5 zo enthousiast, dat zij elke pauze wel even het Denklab lokaal in kwamen om de tulpen te checken. Zij zaten in een lokaal naast ons en konden zo de karren goed in de gaten houden.

Je ziet ze ook als groep enorm groeien in het omgaan met elkaar en elkaar helpen waar het nodig is. Dus ook voor een goed groepsproces is dit een heel fijn project!”

Waren er ook uitdagingen?

“Ja, die waren er zeker. Sommige kinderen waren zo enthousiast met water geven dat de bakken soms overstroomden. De twee meiden uit Denklab groep 5 hebben mij dat een keer zien oplossen met doekjes en maatbekers en zij wilden het vanaf toen wel oppakken. Erg leuk om te zien dat deze meiden zich zo verantwoordelijk hebben gevoeld voor de tulpen en dat zij op de dagen dat ik er niet was even alles in de gaten wilden houden.

Ook vonden de kinderen het lastig om tot een goede prijs te komen, want je kan niet in ieders portemonnee kijken. Uiteindelijk heeft marktonderzoek en de prijs van de teler zelf de doorslag gegeven.

Daarnaast was het organiseren van gezamenlijke momenten soms een uitdaging, omdat de Denklab-groepen op verschillende dagen les hebben. Mijn collega’s waren hierin heel flexibel, daar ben ik ze erg dankbaar voor.”

Wat hebben de kinderen geleerd over ondernemen en verkopen?

“De kinderen vonden het dus enorm lastig om een goede prijs te bepalen voor de verkoop van de tulpen. In eerste instantie zaten ze vrij hoog en achteraf gezien misschien net weer iets te laag. Hierin hebben ze veel geleerd over ondernemen en verkopen. Van het doen van een prijsonderzoek naar tulpen in de winkels tot het maken van posters voor de verkoop op het schoolplein, ook hebben zij als groep heel goed gekeken naar wat ze met de tulpenopbrengst wilden doen. Ze kozen ervoor het in drie delen te schenken aan Kika, Prinses Maxima Centrum en het Wereld Natuur Fonds.”

Hoe heb jij het als leerkracht ervaren?

“Ik heb dit project nu twee keer mee mogen maken met twee totaal verschillende groepen. Wat mij opvalt, is hoe groot het verantwoordelijkheidsgevoel van de kinderen is. Waar ze in de klas soms moeite hebben met plannen of afspraken nakomen, zag ik nu leerlingen die elke dag met de tulpen bezig waren. Ook in de groep als geheel zie je mooie ontwikkelingen tijdens zo’n project. Ze helpen elkaar, ze ondersteunen elkaar, ze geven elkaar tips en ze hebben het maar mooi met elkaar gedaan!”

Wat zou je andere leerkrachten willen meegeven die twijfelen om mee te doen?

“Het is een project waarbij je met weinig voorbereiding tot zeer mooie resultaten komt. Je wordt goed geholpen door vrijwilligers en de leerlingen vinden het echt fantastisch.

Je ziet je groep groeien en ook individuele leerlingen maken mooie ontwikkelingen door. Het is echt een ervaring om niet te vergeten. Want hoe gaaf is het dat je met echt materiaal aan de slag mag gaan! De kinderen groeien letterlijk met de tulpen mee.”

Heb je nog een mooie anekdote?

“Mijn dochters hebben ook aan de Tuinbouw Battle meegedaan in 2022, toen zij hoorden dat ik dit project weer zou gaan doen, kwamen de mooie verhalen van dit project weer naar boven! Het blijft een leuk, leerzaam project. Wij hopen in 2030 weer mee te mogen doen.”

greenport_regiocertificering_borden

Geen grap: De Regiocertificeringsborden staan in de velden

Esther Witkamp, communicatieadviseur Regiocertificering:

“Met deze borden krijgt het initiatief nog meer gezicht in de regio. Bewoners en bezoekers zien waar kwekers in de Duin- en Bollenstreek voor staan én aan werken.”

De borden maken Regiocertificering zichtbaar én herkenbaar. Ze nodigen uit tot gesprek en bieden toegang tot meer informatie. Via de QR-code komen geïnteresseerden op de speciale webpagina met een overzicht van deelnemende kwekers. Staat jouw bedrijf nog niet op deze pagina, maar wil je wel vermeld worden? Stuur je bedrijfsnaam en adres naar esther@greenportdb.nl.

Samen werken we met deze en andere communicatie-uitingen aan herkenbaarheid, vertrouwen en verbinding in de regio.

Meer informatie over Regiocertificering vind je op de speciale webpagina.