Deadline eerste ronde Keukenhof Innovatiefonds 2026

Op de website is duidelijk uitgelegd waar een aanvraag aan moet voldoen. De sluitingsdatum voor de eerste ronde is 18 januari a.s. Meer informatie vind je op de website van Keukenhof.

Wat is het Keukenhof Innovatiefonds?

Tijdens het Nationaal Bloembollen Congres 2024 kondigde Keukenhof een onderzoek aan naar de behoefte aan een innovatiebudget binnen de bloembollensector. Uit de enquête bleek dat die behoefte groot is: ondernemers willen collectief investeren in innovatie, maar vroege fase-investeringen zijn  risicovol.

Op basis van deze inzichten heeft Keukenhof het Innovatiefonds gelanceerd. Het fonds stimuleert vernieuwende ideeën en samenwerkingen binnen de bloembollen- en sierteeltsector. Centraal staan innovatie, creativiteit en gezamenlijke inzet, met als doel binnen 2–4 jaar zichtbaar bij te dragen aan de verduurzaming van de sector.

Dit is hét moment om buiten de gebaande paden te denken en daadwerkelijk stappen te zetten.

Greenport-Dick-Hylkema-Duin-en-Bollenstreek

Nieuwe bestuursvoorzitter: Dick Hylkema

Mijn roots, geworteld in de Duin- en Bollenstreek

Geboren en getogen in Hillegom, waar beide ouders een echte tuinbouw achtergrond al hadden. Van mijn vaders kant waren ze turfstekers bij Heerenveen en zijn opa kwam – toen het crisis was daar – naar Hillegom (emigreren heette het toen) om een middenstandwinkeltje te beginnen aan de Stationsweg. Zijn vader ging in de bollen werken en uiteindelijk hadden ze een eigen bedrijf in De Zilk, wat mijn vader en z’n broer vanaf de jaren dertig voortzetten: Teelt en export naar de Verenigde Staten. Ze reisden per schip naar de VS en reden dan per auto bijna een half jaar per jaar door de VS om klanten te bezoeken en orders te boeken. Eigenlijk heel bijzonder dat de klantrelaties toen al zo hecht waren, dat was lang niet in alle sectoren zo. Mijn moeder kwam uit Enkhuizen en haar beide grootvaders waren de oprichters van Sluis & Groot. Sterke roots in de veredeling dus, alhoewel mijn moeders’ vader vrij jong overleden is en niet direct in de zaak betrokken was.

De zaak van m’n vader was ook niet in beeld voor mij. Als jongste van vijf kinderen was hij – toen ik nog klein was – na 25 jaar reizen op de VS zich meer gaan richten op fulltime bestuurswerk door de laatste elf jaar van z’n werkzame leven voorzitter te worden van het Productschap Siergewassen. Zijn broer en mijn neef hebben toen de zaak voortgezet, maar inmiddels niet meer. Ook was hij nog twee keer voorzitter van de Floriade (Amsterdam) waar ik als jong kind wel eens meeging en m’n ogen uitkeek. Overigens waren dat de enige Floriade’s die echt succesvol waren…

Ik ben dus best wel trots op m’n familieachtergrond. Gepaste trots overigens, want ik heb er tenslotte niks voor hoeven doen.

Het is natuurlijk allemaal erg uit de oude doos maar toch leuk als er heel soms naar gevraagd wordt zoals nu bij Greenport Duin- en Bollenstreek. Tijd voor wat minder ver terug in de tijd…

Studie en loopbaan

De bollenzaak was dus allang niet meer in beeld voor mij. Ik had na m’n eindexamen van de middelbare school in Haarlem eerst drie maanden gewerkt bij een klant van m’n oom in Californië op de plantenkwekerij. Ik had qua vervolgstudie niet echt een duidelijke richting voor ogen. Mijn vader kwam regelmatig in Wageningen en vroeg zich af of een studie daar niks voor mij was. En dat gebeurde ook. Ik vond mezelf – ondanks een B-pakket – niet echt iemand voor een lab en dus werd het de studie landbouweconomie met een aantal bijvakken in de tuinbouwplantenteelt. Een erg leuke tijd met ook nog een mooie stage bij de Nederlandse ambassade in Londen waar ik de markt voor sierteeltproducten in het VK mocht onderzoeken. Toen ik in 1986 terug kwam ben ik bij de boterdivisie van Campina in Breda gaan werken. Een baan in de tuinbouw lag misschien meer voor de hand maar eigenlijk wilde ik daarom juist eerst iets aders in de land- en tuinbouw. Een commerciële functie, heel leerzaam, zeker in de tijd van de boterberg. Toen ik na vier jaar eigenlijk de kant van Veghel uit moest hebben we privé er voor gekozen weer in het westen te gaan wonen en ben ik terecht gekomen bij het Centraal Bureau van de Tuinbouwveilingen (CBT). Dat was een marketingfunctie. Reuze internationaal en interessant, het was ook de tijd van de Wasserbombe. Toen zeven jaar later de koepel uit elkaar viel door verschillende inzichten van de onderliggende vijfentwintig veilingen ben ik bij de WLTO in Haarlem gaan werken als directeur belangenbehartiging. De link was wel een beetje logisch omdat veel van de tuinders uit de veiling coöperaties in het Westen ook vaak waren aangesloten bij de WLTO. Daar is de basis gelegd ook voor m’n latere functies in de belangenbehartiging voor boeren en tuinders en ook de handel.

Via functies bij LTO Nederland, Glastuinbouw Nederland heb ik de laatste tien jaar voor de Nederlandse aardappelhandel (de NAO) gewerkt. Nederland is ijzersterk met name in veredeling van aardappels en die pootaardappelen gaan de hele wereld over. Prachtig om als gezicht van deze sector dat verhaal steeds weer te vertellen. In deze jaren hebben we, onder andere Anthos, VGB, Plantum en NAO, ook een belangrijke verbinding gebracht tussen de tuinbouw en de akkerbouw in de vorm van een plantaardige handelskoepel, PlantNet International (PNI). Met name de exportzaken (fytosanitaire eisen van derde landen) zijn zeer vergelijkbaar tussen bijv. de pootaardappelen en de bloembollen. Dus we konden de krachten bundelen en is PNI nu op het hoogste niveau gesprekspartner van LVVN en de NVWA.

Persoonlijke drive

M’n hele loopbaan heb ik dus in allerlei functies vanuit verschillende optiek rond de boer en tuinder en de keten gestaan. Daarbij geloof ik zeer in een sterke ketensamenwerking om de markt optimaal te bedienen. Maar ook op het niveau van brancheorganisaties is die samenwerking een must. Er is bovendien zoveel druk op de land- en tuinbouw en de beschikbare ruimte dat we vanuit het gezamenlijke cluster van veredeling t/m exporthandel, toeleveranciers en kennisinstellingen alle zeilen moeten bijzetten om de sector genoeg toekomstperspectief te laten hebben zodat het ondernemerschap ook voor een nieuwe generatie kan floreren voor een sterke rol in de economie en welvaart. Dat gezamenlijke cluster vanuit het verleden opgebouwd is ook de kracht voor de toekomst.

En dan spelen regio’s een hele belangrijke rol. Want de land- en tuinbouw heeft weliswaar ruimte nodig maar heeft daarmee ook sterke roots in de regio’s en kan – door steeds meer te verduurzamen – voor heel veel continuïteit zorgen voor economie en maatschappij. En ook om het landschap te beheren.

Veel internationaal gerichte ketenspelers in de veredeling en de afzet hebben hun basis in Nederland vanwege het sterke ondernemerschap van de primaire productie. Zonder die primaire productie zijn er ook geen ketens want die verplaatsen dan naar andere landen waar wel primaire productie is. Daarom is een professionele op duurzaamheid gerichte teelt zo’n belangrijke factor voor de toekomst van onze sterkste sectoren zodat die ook behouden blijven voor Nederland en in ons geval de Duin- en Bollenstreek.

Motivatie voor het voorzitterschap van Greenport DB

Eigenlijk is de belangrijkste motivatie om een bijdrage te leveren aan een sterke Greenport Duin- en  Bollenstreek dat ik er niet alleen geboren en getogen ben maar ook nog lang gewoond heb, in Noordwijkerhout. Weliswaar woon ik nu enkele jaren in Voorschoten, maar dat voelt nog steeds als de rand van de Duin- en Bollenstreek.

En wat ook meespeelt is dat er ondanks de druk op de sector nog steeds veel onderdelen van de bollen, bloemen en plantenketen aanwezig zijn in deze regio en daarmee wordt er een belangrijke bijdrage geleverd niet alleen aan de regio maar ook aan de gehele Nederlandse bollen- en planten sector. En die rol moeten we koesteren. Een sterke teelt gericht op duurzaamheid is daarbij onmisbaar en alleen zo kan er een innovatief klimaat zijn waar spelers elkaar stimuleren om gezamenlijk de sterkste te zijn. Ook de overheden zijn daar cruciaal in. Want zij zijn het immers die de randvoorwaarden moeten stellen te midden van andere belangen. Dus een goede samenwerking is voor beide kanten noodzakelijk zodat de sector past in het gewenste maatschappelijk kader maar ook de bijdrage kan blijven leveren aan de welvaart van de Duin- en Bollenstreek. De Greenport wil deze positie waarborgen voor de toekomst door partijen te verbinden en waar nodig initiatieven te ontplooien om het geschetste doel te bereiken. Daar wil ik als geboren en getogen Bollenstreker een bijdrage aan leveren.

Bollenstreek-drone-satelliet-greenport-duin-en-bollenstreek

Update over het Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport

De eerste versie van het plan werd in september gepubliceerd. Elke gemeenteraad in de Duin- en Bollenstreek (Hillegom, Lisse, Katwijk, Noordwijk en Teylingen) kon daarna aangeven wat er veranderd moest worden aan het plan. Dat leidde tot flinke discussies binnen gemeenteraden. Noordwijk besloot uiteindelijk om te wachten met het goedkeuren van het plan: zij wachten op de nieuwe Omgevingswet, een wet die over veel meer onderwerpen gaat die ook in het LGDG-plan terugkomen. Naar verwachting komt Noordwijk in de eerste maanden van 2026 met de gewenste op- en aanmerkingen.

Bollenstreek-gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen gingen wel aan de slag met het plan en hebben nu hun bedenkingen doorgegeven. Die zijn erin verwerkt. Nu is het definitieve toekomstplan gepubliceerd.

De veranderingen

Maar wat is er dan veranderd? Hieronder de zes inhoudelijke wijzigingen vergeleken met de eerste versie:

Uitbreiding van bollenbedrijven

Er is meer mogelijk voor bedrijven die belangrijk zijn voor de regio, zoals bollenbedrijven. Het gaat vooral om uitbreidingen van deze bedrijven. In het eerdere plan was er voor veel gebieden sprake van ‘nee, tenzij’: er kan niet worden uitgebreid, behalve onder bepaalde omstandigheden. Dat is veranderd: er is nu vaker sprake van ‘ja, mits’: uitbreiding is mogelijk, maar wel onder bepaalde voorwaarden. Vooral voor uitbreidingen onder de 6000 vierkante meter is er meer mogelijk geworden.

Zoekgebieden wonen

In het plan staan locaties per gemeente waar er in de toekomst gebouwd kan worden. Vooral in Hillegom zorgden die locaties voor discussie. De gemeenteraad wilde dat de Pastoorslaan-Zuid en de Zanderij uit het plan werden gehaald als locaties, dat is nu ook gebeurd. Verder is in Lisse de ‘Mens-locatie’ toegevoegd, een gebied ten westen van de N208, achter het kantoor van makelaar Mens.

Hoewel de wijzigingen van de gemeente Noordwijk nog niet in het plan zijn verwerkt, is er wel wat veranderd aan de zoeklocaties in Noordwijk. De locatie Achterweg is losgekoppeld van de opvang van asielzoekers, nadat Noordwijk eerder besloot om geen azc te bouwen aan de Achterweg.

Emissievrije teelt

Ook de bollenteelt zelf staat natuurlijk in het toekomstplan van de Bollenstreek. In de eerste versie van het plan stond dat de bollenteelt in 2030 emissievrij moest zijn. Dat ging vooral om de gewasbeschermingsmiddelen: die mochten vanaf 2030 niet meer schadelijk zijn voor de bodem en het water. Vervolgens moest de bollengrond in 2040 residuvrij zijn: dat betekent dat er geen resten van de bestrijdingsmiddelen achterblijven in de bol.

De bollensector trok aan de bel vanwege die doelstelling: dat zou volgens hen niet haalbaar zijn. In de nieuwe versie van het plan staat daarom de tekst ‘nagenoeg emissievrij in 2030’ , wat overeenkomt met de doelstelling van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Daarnaast is ‘residuvrij in 2040’ geen hard doel meer, zoals in de eerste versie van het plan.

Bedrijventerreinen

De bedrijventerrein in de Bollenstreek staan ook in het plan. Net zoals bij de woningbouwlocaties spreekt het toekomstplan ook over mogelijke plekken voor bedrijventerreinen. Daar is in de nieuwe versie van het plan de Nieuwe Poelweg in Lisse aan toegevoegd als mogelijke locatie voor een nieuw bedrijventerrein, mocht er een nieuwe weg komen tussen de N208 en A44 langs de Nieuwe Poelweg.

Stroom en aardwarmte

De eerdere versie van het plan sprak over mogelijkheden voor geothermie in de Bollenstreek. Dat is het gebruiken van aardwarmte die uit diepe putten wordt gehaald. Plekken voor die diepe putten worden in het toekomstplan aangewezen: in de eerste versie stonden zeven locaties.

In het nieuwe plan staan deze locaties er nog steeds, maar nu staat er ook bij dat een locatie in Noordwijk waarschijnlijk de eerste plek voor aardwarmte in de Bollenstreek wordt. Het gaat om een plek dichtbij de kruising tussen de N206 en de N444, tegenover voetbalclub SJC. Dat is opvallend, want op dit moment wordt daar juist een installatie van een oude gasboorplek opgeruimd.

Compensatie voor tweedeklas bollengrond

Tot slot wordt er nog extra duidelijk gemaakt dat tweedeklas bollengrond ook financieel gecompenseerd moet worden, als daar woningen op komen. In de eerste versie van het plan stonden alleen algemene regels over het compenseren van bollengrond.

Er moet een vast bedrag per vierkante meter bollengrond worden gerekend. Tweeklas bollengrond is namelijk belangrijk om op te waarderen naar eersteklas bollengrond, staat er in het toekomstplan.

Wat nu?

Het goedkeuren van het toekomstplan was een volgende stap in het proces van het programma LGDG. Nu kunnen de eerste onderzoeken starten naar mogelijke locaties, zoals voor woningbouw of voor bedrijventerreinen. Dat moet in de eerste zes maanden van 2026 gebeuren.

Uiteindelijk geeft een speciale commissie aan het einde van 2026 een eindadvies over de definitieve woningbouwlocaties. De gemeenteraden kunnen dan dus ook nog besluiten om een locatie af te keuren. Het plan gaat daarna naar de provincie, die in 2027 een besluit neemt over de plannen van de gemeentes.

Het hele goedgekeurde plan is hier te lezen.

Het belang van de LGDG

Het Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport (LGDG) kan gezien worden als het toekomstplan van de Bollenstreek. Het plan gaat over alles wat te maken heeft met ‘de omgeving’, dus hoe de streek eruit ziet. Denk daarbij aan nieuwe locaties om te bouwen, wegen, bollenvelden en bedrijventerreinen. De provincie speelt een belangrijke rol: die bepaalt welke ‘bestemming’ elk stuk grond heeft. Daarom kan er niet zomaar een huis worden gebouwd op grond die ‘bestemd is’ voor bollenteelt. De provincie gaat in 2027 opnieuw beoordelen welke bestemming past bij welke grond. De gemeenten geven uiteindelijk dit plan (de LGDG) aan de provincie om aan te geven welke veranderingen er het beste kunnen komen. De provincie moet de veranderingen uiteindelijk goedkeuren.

Bron: BO Omroep

Greenport-stro-wam-duin-en-bollenstreek

Nieuwsbrief december 2025

In de nieuwsbrief december vind je onder andere:

Lees de volledige nieuwsbrief gemakkelijk online.

Elke maand de nieuwsbrief in je mailbox? Meld je aan door op de homepage van onze website het formulier in te vullen.

Golden-hour-greenport-duin-en-bollenstreek

Eindejaarsbericht programmamanager Maarten Prins

Het is rustig op de velden en het is vroeg donker. De tijd van het jaar om het licht en de gezelligheid binnen op te zoeken en voor een blik in de spiegel en door het venster.

De oogst van het afgelopen jaar 

Die oogst is rijk en afwisselend. Zonder volledig te willen zijn, noem ik hierbij een paar van de thema’s en de oogst:

  • Regiocertificering
    Inmiddels een grote groep telers die meedoet (43!) en de schouders zet onder kennis-uitwisseling met als doel: het verbeteren van de water en bodemkwaliteit. De manier van samenwerken: telers, teeltadvies, deskundigen, de provincie, KAVB en het Hoogheemraadschap zorgt ervoor dat alle kennis aan tafel zit en gedeeld wordt en is de belangrijkste succesfactor. Ik ben trots op deze samenwerking en die zetten we in 2026 voort.

Daaraan gekoppeld: het Demoveld Bollenstreek en het ecologisch proefveld waar dicht bij de praktijk nieuwe manieren van schoon telen beproefd worden en waar we volgend jaar een extra boost aan willen geven vanuit de regeling Experimenteerlocaties. Dichtbij brengen van inzicht is hier het motto.

  • Visie 2050
    Samen met de sierteeltketen en de provincie werken we aan de tuinbouwvisie van de streek en aan de tuinbouwvisie van provincie Zuid-Holland voor alle gebieden. Wat gebeurt er om ons heen? Wat betekent dit voor ondernemingen afzonderlijk en wat voor het totaal? En als we dat weten: waar willen we dan aan werken. Goede input voor de Regiodeal.
    Ook: een goede spiegel: ligt de nabije toekomst rechtstreeks in het verlengde van het verleden, of gaan systemen veranderen, omdat er grenzen bereikt worden van wat nu mogelijk is? 

We hebben geen kristallen bol, wel kun je ‘wisdom of the crowd’ inzetten en ontstaat in de gesprekken een beeld wat de basis vormt voor verdere gesprekken, onderzoeken en acties. De Regiodeal Sierteelt regio geeft ons daarnaast de samenwerkings-, leer en experimenteeromgeving om hier in een grotere regio aan te werken met elkaar.

  • Human Capital
    Het belangrijkste op de balans zijn niet cijfers, dat zijn mensen. Welke vaardigheden heb je als ondernemer en medewerker nodig? En hoe gaat dit zich ontwikkelen?  Kun je daar sturing aan geven? Natuurlijk! Daar gaan mee aan de slag in 2026 en 2027 vanuit de Human Capital Agenda. Thema’s als goed werkgeverschap, innovatie en flexibele arbeid komen volop aan de orde. Vooral ook: waar krijg je energie en inspiratie van en hoe houd je die energie erin? 

En nog veel meer. Dat lees je in ons jaarplan, in onze nieuwsbrieven- en berichten en op LinkedIn, of ervaar je tijdens onze events.

Veranderverlangen en verandervermogen

Veranderen is geen doel op zich. Het ontstaat uit veranderverlangen. Omdat je merkt dat het anders kan, of moet. En misschien ook wel omdat je alles hetzelfde wilt houden en dat dit betekent dat er zaken moeten veranderen. Ik vergelijk het met een sleepboot die moet werken om het schip op z’n plek te houden, of die er juist voor zorgt dat de koers verlegd wordt. Die sleepboot heeft een koers nodig, heeft kennis van de stromingen en heeft een sterke tros (en reservetrossen) en voldoende brandstof in de tank om vol te houden. Het is fijn als je niet alleen op de brug staat, als je kunt afwisselen, jouw ervaringen kunt delen, elkaars kracht kunt gebruiken en mee kunt kijken op een groter radarscherm. Dat is de essentie van een Greenport.

Team

Ons team is de afgelopen tijd aardig uitgebreid met Esther Witkamp, Janine Bijlsma, Anne Marie van Dam, Helga van Marrewijk en Corien Zuijdwegt. Op de teampagina stellen zij zich aan je voor.

Dankjewel

Vanaf deze plek bedank ik het team, het bestuur en alle partijen met wie we het afgelopen jaar hebben samenwerkt voor hun inzet, enthousiasme en deskundigheid. Vooral ook voor hun wil ik er samen iets van maken. 

Alles stroomt

En ik wens jou, namens de Greenport, fijne Kerstdagen en een behouden vaart toe in het nieuwe jaar.

Regiocertificering-bijeenkomst-WAM-Pennings-greenport-duin-en-bollenstreek

Regiocertificering: waardevolle inzichten uit twee bijeenkomsten

In december kwamen de eerste twee groepen voorjaarsbloeiers (één bestaande en één nieuwe groep) met deelnemende kwekers samen om belangrijke stappen te zetten in de verdere ontwikkeling van Regiocertificering. Ze kregen een update over de stand van zaken van de pilot en wisselden ervaringen uit. De sessies boden volop ruimte voor uitwisseling: van praktische aandachtspunten tot de vraag hoe de regionale aanpak verder kan worden versterkt. Behalve naar de geanonimiseerde resultaten van de deelnemers keken de groepen verder naar opvallende patronen, verbeterkansen en leerpunten. Begin 2026 volgen nog twee groepen; vaste planten en zomerbloeiers.

Nieuwe webpagina, flyer voor handel, deelnemersborden en zichtborden

Naast de geanonimiseerde resultaten keken de groepen naar opvallende patronen, verbeterkansen en leerpunten. Yvonne Gooijer (Landbouwportaal) gaf een verdiepende toelichting op emissiereductie. Helga van Marrewijk en Esther Witkamp lichtten toe hoe de communicatie rond Regiocertificering de komende periode wordt aangescherpt. Zo is er een nieuwe webpagina gelanceerd, zijn er deelnemersborden en grotere zichtborden ontwikkeld én is er een hand-out die telers kunnen gebruiken richting handels- en afzetpartijen. Daarmee laten zij concreet zien wat ze met Regiocertificering doen voor schoon water, een gezonde bodem en een bloeiende streek.

De rode draad uit beide sessies: de meerwaarde van Regiocertificering zit niet alleen in cijfers en systemen, maar vooral in het onderlinge gesprek en het gezamenlijk leren.

Bob Bisschops – erfbetreder: “De kennis die in de pilotfase wordt opgedaan, levert uiteindelijk een Adviesrichtlijn op voor alle kwekers. In deze en volgende nieuwsbrieven delen we alvast de eerste tips. 

Er zijn veel dilemma’s bij de keuze van middelen. Probeer daarbij te focussen op probleemstoffen voor het oppervlaktewater in de regio, zoals Pendimethalin. Er ligt nog een flinke uitdaging, maar de kennis die we met elkaar in deze pilotfase opbouwen helpt enorm om uiteindelijk de doelen te halen.

Speciale nieuwsbrief over Regiocertificering

Binnenkort komen er aparte nieuwsbrieven over Regiocertificering voor deelnemende kwekers en voor erfbetreders. Regelmatig worden ontwikkelingen, inzichten en resultaten gedeeld vanuit de regionale aanpak. In onze maandelijkse nieuwsbrief besteden we ook aandacht aan regiocertificering. Via de homepage op onze website kan je je aanmelden voor de nieuwsbrief.