Regiocertificering biedt een concrete structuur om duurzaamheidsdoelen meetbaar te maken en prestaties tussen kwekers te vergelijken. Binnen deze aanpak staan waterkwaliteit, nutriëntenbalans en bodemkwaliteit centraal. Het gaat onder meer om het terugdringen van stikstof- en fosfaatoverschotten, het berekenen van organische stof in de bodem en het beperken van de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen.
KPI’s als basis voor inzicht en verbetering
Regiocertificering werkt met kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) die de voortgang op duurzaamheidsdoelen meten en zichtbaar maken. Deze indicatoren richten zich op onderdelen waar kwekers zelf invloed op hebben, zoals:
- stikstof- en fosfaatoverschotten in de bodem
- organische stofgehalte van de bodem
- milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen, uitgedrukt in milieubelastingspunten (MBP), die het effect laten zien op de kwaliteit van het water en de bodem
- probleemstoffen, het gebruik van actieve stoffen uit gewasbeschermingsmiddelen die teruggevonden worden in het oppervlaktewater
Door deze gegevens structureel te verzamelen, ontstaat een beeld van de prestaties op bedrijfsniveau én op regionaal niveau.
Van data naar praktijk: de rol van adviesrichtlijnen
De uitkomsten van de KPI’s worden vertaald naar praktische handvatten via de zogenoemde Adviesrichtlijnen Regiocertificering. Deze richtlijnen maken inzichtelijk wat de cijfers betekenen in de dagelijkse bedrijfsvoering en welke stappen bijdragen aan verdere verbetering.
De adviesrichtlijnen worden regelmatig geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten uit Regiocertificering, ervaringen van kwekers en input van erfbetreders. Zo sluiten ze aan op de praktijk en blijven ze actueel.
Samen leren met ruimte voor maatwerk
Een belangrijk uitgangspunt van Regiocertificering is dat de adviesrichtlijnen breed worden gedragen en toegepast binnen de sector. De richtlijnen zijn tot stand gekomen in nauwe samenwerking met erfbetreders Delphy en Agrifirm en enkele kwekers uit de regio. Met deze partijen zijn afspraken gemaakt over het gebruik en de toepassing van de richtlijnen.
Ook andere partijen in de regio ondersteunen het initiatief en dragen de adviesrichtlijnen uit richting kwekers. Zo draagt Van der Veek bij aan de bekendheid en toepassing van de richtlijnen binnen de sector.
Tegelijkertijd blijft er ruimte voor professioneel maatwerk. De diversiteit aan bedrijven in de Duin- en Bollenstreek vraagt om een praktische toepassing die aansluit bij de situatie op het bedrijf. Daarom houden de adviesrichtlijnen rekening met verschillende bedrijfssituaties. Omstandigheden zoals weersinvloeden, bodem- en gewasomstandigheden of specifieke teeltkeuzes kunnen aanleiding geven om tijdelijk af te wijken van de richtlijnen.
Drie teeltgroepen, één gezamenlijke basis
Voor verschillende teeltgroepen zijn specifieke adviesrichtlijnen opgesteld:
- voorjaarsbloeiers
- vaste planten
- zomerbloeiers
Deze documenten geven gerichte adviezen over het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen binnen de betreffende teelten. De richtlijnen worden gedeeld met kwekers uit de pilotgroepen van Regiocertificering en erfbetreders, en verder doorontwikkeld op basis van praktijkervaring.
Meer weten of de adviesrichtlijnen opvragen?
De adviesrichtlijnen zijn bedoeld als praktisch hulpmiddel in de dagelijkse bedrijfsvoering en als ondersteuning bij verdere verduurzaming van de sector. Wie meer wil weten over de aanpak of de documenten wil inzien, kan contact opnemen met: Harry Kager, projectleider Regiocertificering Duin- en Bollenstreek.
