Onderwijs ontwikkelt zich steeds meer naar combinatie praktijk en theorie

Voor de komende 10 jaar ziet Bakker werken en leren steeds meer in elkaar overlopen. “Je ziet dat nu al gebeuren. Opleidingen, cursussen, trainingen en de combinatie met werken raken steeds meer met elkaar verweven.” Bakker spreekt voor het MBO. Het opleidingstraject vindt voor een deel van de opleidingen overwegend plaats op bedrijven. Zijn verwachting is dat opleidingen met voltijdsstudie (BOL) zeker zullen blijven, maar dat de combinatie werken en leren (BBL) zich zal doorontwikkelen. De vraag naar goed opgeleide vakmensen in de (glas)tuinbouw, handel en groenvoorziening blijft groeien. Door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt kiezen steeds meer studenten van de opleidingen Boomteelt, Teelt en techniek, Groene handel en logistiek en Hovenier voor een BBL-traject (Beroepsbegeleidende Leerweg).

“Met deze BBL-opleidingen, starten we ’s ochtends op school met theorie en gaan de studenten vervolgens de praktijk in. Daar horen zij waar de bedrijven tegenaan lopen en welke kennis en vaardigheden er nodig zijn. Zo ervaren de studenten dat de theoretische kennis die ze opdoen op school, ook direct toepasbaar is in de praktijk. Ervaringen van ondernemers spreken studenten erg aan, naast de lessen van docenten, zeker als je het samen verzorgt.” 

Groepsgevoel en algemene ontwikkeling
De kansen die de EU biedt voor onderwijs worden ook aangegrepen. “De EU stimuleert de samenwerking tussen Europese onderwijsinstellingen. Yuverta MBO Aalsmeer heeft drie jaar geleden samen met partnerscholen uit Spanje, Zweden en Denemarken een Erasmusaanvraag toegekend gekregen. Onze studenten zijn in Spanje geweest en een bezoek aan Kopenhagen staat op de agenda. De buitenlandse studenten hebben op hun beurt kunnen zien hoe het er in Nederland aan toegaat.”
Dit brengt de studenten volgens Bakker niet alleen vakkennis, maar draagt ook bij aan hun algemene ontwikkeling. Ze spreken buitenlandse talen, maken kennis met andere culturen en het is goed voor de groepsbinding. “Daarnaast hebben we contact met landbouwuniversiteiten in onder andere Boekarest en Boedapest. Dat geeft aan dat internationalisering belangrijk is”.

Meewerken aan projecten en fieldlabs
Ook actuele onderwerpen, zoals droogte en de toenemende verzilting in de bollenteelt, krijgen aandacht binnen het onderwijs. “Er zijn veel projecten en fieldlabs waar ik graag aan meewerk met onze studenten. Neem onze studenten van de opleiding Toegepaste Biologie. Zij zijn heel geschikt om mee te werken aan onderzoek naar bijvoorbeeld het stimuleren van plantgroei.”  Als concreet voorbeeld noemt Bakker een onderzoek waarbij een groep studenten met een fotosynthesemeter de activiteit van planten heeft gemeten. “De studenten zijn prima in staat om met deze apparatuur praktisch onderzoek te doen. Ze ontdekten dat de assimilatielampen dagelijks een half uur te vroeg aangingen. Op jaarbasis levert zo’n ontdekking een flinke energiebesparing.” 

Bakker vindt het jammer dat HBO-studenten soms eerder worden gevraagd voor onderzoek, terwijl zijn studenten ook een goede bijdrage aan kunnen leveren. Projecten waarbij samenwerking ontstaat met zowel MBO- als HBO-studenten, zou Bakker van harte toejuichen.

Werken met drones
Weerbaar telen en het arbeidsvraagstuk, zijn enkele uitdagingen voor de toekomst. Robotisering kan daarbij helpen. Bakker ziet in de nabije toekomst binnen het onderwijs een steeds verdergaande integratie met technologie. “In het kader van de Human Capital Agenda, kunnen we als onderwijs, bedrijfsleven en overheid met elkaar de komende jaren werken aan een concrete invulling hiervan.”  
Hij denkt onder andere aan werken met drones en ontwikkeling van digitale meet- en regeltechnieken. “Het is belangrijk dat studenten weten hoe ze data moeten ontsluiten, vastleggen én interpreteren.” Ook de Regiodeal en Leven Lang Ontwikkelen (LLO) bieden kansen om in te spelen op deze ontwikkelingen.

Yuverta heeft drie scholen in Aalsmeer: een vmbo, een mavo en MBO en is in 2021 ontstaan uit een fusie van Wellantcollege, Citaverde en Helicon Opleidingen.

Drie Greenports ontdekken elkaars kracht tijdens inspirerend werkbezoek

Op 7 september kwamen de voorzitters en programmamanagers van Greenport bij elkaar voor een inspirerend werkbezoek.

Het doel: elkaar én elkaars regio beter leren kennen, kennis en ervaringen uitwisselen en samen verkennen waar kansen liggen voor verdere samenwerking. De excursie begon bij Vireo in De Kwakel. Vooral de indrukwekkende stekrobots trokken de aandacht. Vervolgens ging de route naar Boskoop voor bezoeken aan vollegrondskwekerij van Boot en Dart, die veelal aan overheden levert. Vervolgens naar Van Lint waar een ondergrondse waterberging wordt gerealiseerd en naar Vurens, die bijzondere ‘kraggen en drijftillen’ levert die bijdragen aan biodiversiteit.

Jong en gedreven ondernemers
De middag stond in het teken van innovatie, ondernemerschap, water en natuur. De drie Greenports staan deels voor dezelfde uitdagingen op het gebied van verduurzaming, internationale werknemers, energie, het verbeteren van de waterkwaliteit en het verhogen van de biodiveristeit. Tegelijkertijd hebben zij hun eigen projecten, kennis en praktijkervaring. “Het is goed om ervaringen uit te wisselen, kennis te delen en zo elkaar te versterken. Deze middag waar we van elkaar konden leren en de kans kregen om te kijken bij jonge en gedreven ondernemers, maakte het een waardevolle dag”, aldus Dick Hylkema, voorzitter Greenport Duin- en Bollenstreek 

De drie Greenports willen deze kennisuitwisseling verder uitbouwen. Het werkbezoek krijgt een vervolg in de Duin- en Bollenstreek.De ontmoeting vond plaats in het kader van de Regio Deal Sierteeltregio, waarin de drie Greenports nauw samenwerken aan een sterke, duurzame en toekomstbestendige sierteelt.

Bollenstreek-drone-satelliet-greenport-duin-en-bollenstreek

Jaarrapportage 2025 en samenvatting beschikbaar

In 2025 hebben we mooie stappen gezet in de streek. Het Demoveld Bollenstreek en het Ecologisch Proefveld gaan de komende jaren verder; samen leren hoe je groener kunt telen. Dat geldt ook voor Regiocertificering. Dit project heeft inmiddels haar tweede pilotjaar afgesloten. En hoe! Inmiddels doen naast telers van voorjaarbloeiers, ook vaste plantentelers mee en telers van zomerbloeiers. De teller staat op circa 55% van het totale beteelbare sierteeltareaal in de Duin- en Bollenstreek. Zo kunnen we impact
maken.

Dat geldt ook voor de Human Capital Agenda en de Regio Deal Sierteeltregio die vanaf 1 januari 2026 van start zijn gegaan en waar hard aan gewerkt is. De sierteeltsector in de streek staat voor grote transities en de ondernemers zijn bereid die aan te gaan, daarvoor zijn bundeling van krachten, experimenteerruimte en onderzoeks- en leercapaciteit essentieel. Daar kunnen we op deze manier met alle betrokken partijen invulling aan geven. Ruimte is schaars, meervoudige waarde-creatie en inspelen om nieuwe ontwikkelingen (zoals klimaatverandering en maatschappelijke inzichten) zorgen ervoor dat
de het maatschappelijk draagvlak blijft en dat het rendabel (en plezierig!) ondernemen blijft.

Downloads

Tulpen-virus-herkenning

Het jaarplan 2026 gepubliceerd

Het heeft langer geduurd dan gepland om het jaarplan op te leveren, dit door onzekerheid over een deel van onze financiering. Deze is nu voor dit jaar en voor 2027 weggenomen.

Grote transities; veel kleine stappen samen maken ook grote impact

De tuinbouw in de Duin- en Bollenstreek staat voor grote transities, waar wij graag onze bijdrage aan leveren; met de kracht van ons netwerk. In het jaarplan nemen wij u mee in onze plannen én doelen op het gebied van:

  • Verduurzaming
  • Arbeid, Ondernemerschap en innovatie
  • Samenwerking: de kracht van ons netwerk inzetten om samen de streek en de toekomst vorm te geven
  • Brede welvaart.

Jaarplan en samenvatting jaarplan.

Lees hier het volledige jaarplan. En ook een samenvatting is beschikbaar.

Greenport-Dick-Hylkema-Duin-en-Bollenstreek

Nieuwe bestuursvoorzitter: Dick Hylkema

Mijn roots, geworteld in de Duin- en Bollenstreek

“Geboren en getogen in Hillegom, waar beide ouders een echte tuinbouw achtergrond al hadden. Van mijn vaders kant waren ze turfstekers bij Heerenveen en zijn opa kwam – toen het crisis was daar – naar Hillegom (emigreren heette het toen) om een middenstandwinkeltje te beginnen aan de Stationsweg. Zijn vader ging in de bollen werken en uiteindelijk hadden ze een eigen bedrijf in De Zilk, wat mijn vader en z’n broer vanaf de jaren dertig voortzetten: Teelt en export naar de Verenigde Staten. Ze reisden per schip naar de VS en reden dan per auto bijna een half jaar per jaar door de VS om klanten te bezoeken en orders te boeken. Eigenlijk heel bijzonder dat de klantrelaties toen al zo hecht waren, dat was lang niet in alle sectoren zo. Mijn moeder kwam uit Enkhuizen en haar beide grootvaders waren de oprichters van Sluis & Groot. Sterke roots in de veredeling dus, alhoewel mijn moeders’ vader vrij jong overleden is en niet direct in de zaak betrokken was.

De zaak van m’n vader was ook niet in beeld voor mij. Als jongste van vijf kinderen was hij – toen ik nog klein was – na 25 jaar reizen op de VS zich meer gaan richten op fulltime bestuurswerk door de laatste elf jaar van z’n werkzame leven voorzitter te worden van het Productschap Siergewassen. Zijn broer en mijn neef hebben toen de zaak voortgezet, maar inmiddels niet meer. Ook was hij nog twee keer voorzitter van de Floriade (Amsterdam) waar ik als jong kind wel eens meeging en m’n ogen uitkeek. Overigens waren dat de enige Floriade’s die echt succesvol waren…

Ik ben dus best wel trots op m’n familieachtergrond. Gepaste trots overigens, want ik heb er tenslotte niks voor hoeven doen.

Het is natuurlijk allemaal erg uit de oude doos maar toch leuk als er heel soms naar gevraagd wordt zoals nu bij Greenport Duin- en Bollenstreek. Tijd voor wat minder ver terug in de tijd…

Studie en loopbaan

De bollenzaak was dus allang niet meer in beeld voor mij. Ik had na m’n eindexamen van de middelbare school in Haarlem eerst drie maanden gewerkt bij een klant van m’n oom in Californië op de plantenkwekerij. Ik had qua vervolgstudie niet echt een duidelijke richting voor ogen. Mijn vader kwam regelmatig in Wageningen en vroeg zich af of een studie daar niks voor mij was. En dat gebeurde ook. Ik vond mezelf – ondanks een B-pakket – niet echt iemand voor een lab en dus werd het de studie landbouweconomie met een aantal bijvakken in de tuinbouwplantenteelt. Een erg leuke tijd met ook nog een mooie stage bij de Nederlandse ambassade in Londen waar ik de markt voor sierteeltproducten in het VK mocht onderzoeken. Toen ik in 1986 terug kwam ben ik bij de boterdivisie van Campina in Breda gaan werken. Een baan in de tuinbouw lag misschien meer voor de hand maar eigenlijk wilde ik daarom juist eerst iets aders in de land- en tuinbouw. Een commerciële functie, heel leerzaam, zeker in de tijd van de boterberg. Toen ik na vier jaar eigenlijk de kant van Veghel uit moest hebben we privé er voor gekozen weer in het westen te gaan wonen en ben ik terecht gekomen bij het Centraal Bureau van de Tuinbouwveilingen (CBT). Dat was een marketingfunctie. Reuze internationaal en interessant, het was ook de tijd van de Wasserbombe. Toen zeven jaar later de koepel uit elkaar viel door verschillende inzichten van de onderliggende vijfentwintig veilingen ben ik bij de WLTO in Haarlem gaan werken als directeur belangenbehartiging. De link was wel een beetje logisch omdat veel van de tuinders uit de veiling coöperaties in het Westen ook vaak waren aangesloten bij de WLTO. Daar is de basis gelegd ook voor m’n latere functies in de belangenbehartiging voor boeren en tuinders en ook de handel.

Via functies bij LTO Nederland, Glastuinbouw Nederland heb ik de laatste tien jaar voor de Nederlandse aardappelhandel (de NAO) gewerkt. Nederland is ijzersterk met name in veredeling van aardappels en die pootaardappelen gaan de hele wereld over. Prachtig om als gezicht van deze sector dat verhaal steeds weer te vertellen. In deze jaren hebben we, onder andere Anthos, VGB, Plantum en NAO, ook een belangrijke verbinding gebracht tussen de tuinbouw en de akkerbouw in de vorm van een plantaardige handelskoepel, PlantNet International (PNI). Met name de exportzaken (fytosanitaire eisen van derde landen) zijn zeer vergelijkbaar tussen bijv. de pootaardappelen en de bloembollen. Dus we konden de krachten bundelen en is PNI nu op het hoogste niveau gesprekspartner van LVVN en de NVWA.

Persoonlijke drive

M’n hele loopbaan heb ik dus in allerlei functies vanuit verschillende optiek rond de boer en tuinder en de keten gestaan. Daarbij geloof ik zeer in een sterke ketensamenwerking om de markt optimaal te bedienen. Maar ook op het niveau van brancheorganisaties is die samenwerking een must. Er is bovendien zoveel druk op de land- en tuinbouw en de beschikbare ruimte dat we vanuit het gezamenlijke cluster van veredeling t/m exporthandel, toeleveranciers en kennisinstellingen alle zeilen moeten bijzetten om de sector genoeg toekomstperspectief te laten hebben zodat het ondernemerschap ook voor een nieuwe generatie kan floreren voor een sterke rol in de economie en welvaart. Dat gezamenlijke cluster vanuit het verleden opgebouwd is ook de kracht voor de toekomst.

En dan spelen regio’s een hele belangrijke rol. Want de land- en tuinbouw heeft weliswaar ruimte nodig maar heeft daarmee ook sterke roots in de regio’s en kan – door steeds meer te verduurzamen – voor heel veel continuïteit zorgen voor economie en maatschappij. En ook om het landschap te beheren.

Veel internationaal gerichte ketenspelers in de veredeling en de afzet hebben hun basis in Nederland vanwege het sterke ondernemerschap van de primaire productie. Zonder die primaire productie zijn er ook geen ketens want die verplaatsen dan naar andere landen waar wel primaire productie is. Daarom is een professionele op duurzaamheid gerichte teelt zo’n belangrijke factor voor de toekomst van onze sterkste sectoren zodat die ook behouden blijven voor Nederland en in ons geval de Duin- en Bollenstreek.

Motivatie voor het voorzitterschap van Greenport DB

Eigenlijk is de belangrijkste motivatie om een bijdrage te leveren aan een sterke Greenport Duin- en  Bollenstreek dat ik er niet alleen geboren en getogen ben maar ook nog lang gewoond heb, in Noordwijkerhout. Weliswaar woon ik nu enkele jaren in Voorschoten, maar dat voelt nog steeds als de rand van de Duin- en Bollenstreek.

En wat ook meespeelt is dat er ondanks de druk op de sector nog steeds veel onderdelen van de bollen, bloemen en plantenketen aanwezig zijn in deze regio en daarmee wordt er een belangrijke bijdrage geleverd niet alleen aan de regio maar ook aan de gehele Nederlandse bollen- en planten sector. En die rol moeten we koesteren. Een sterke teelt gericht op duurzaamheid is daarbij onmisbaar en alleen zo kan er een innovatief klimaat zijn waar spelers elkaar stimuleren om gezamenlijk de sterkste te zijn. Ook de overheden zijn daar cruciaal in. Want zij zijn het immers die de randvoorwaarden moeten stellen te midden van andere belangen. Dus een goede samenwerking is voor beide kanten noodzakelijk zodat de sector past in het gewenste maatschappelijk kader maar ook de bijdrage kan blijven leveren aan de welvaart van de Duin- en Bollenstreek. De Greenport wil deze positie waarborgen voor de toekomst door partijen te verbinden en waar nodig initiatieven te ontplooien om het geschetste doel te bereiken. Daar wil ik als geboren en getogen Bollenstreker een bijdrage aan leveren.”

Contact met Dick

Dick is te bereiken via voorzitter@greenportdb.nl.

Bestuursleden-Klaas-Hogervorst-Hubert-Weijers-Greenport-Duin-en-Bollenstreek

Greenport Duin- en Bollenstreek verwelkomt twee nieuwe bestuursleden

Even voorstellen

Vanuit overheid en onderwijs zijn Kees van der Zwet, Jacco Knape en Kees Bakker al enige tijd de vertegenwoordigers. Met de komst van Klaas en Hubert zijn er nu drie ondernemers actief in het bestuur. De andere ondernemer die al een tijd actief is, is Marcel van Vliet.
Klaas en Hubert stellen zichzelf op de website verder voor, waarbij de focus voor beiden ligt op verduurzaming van de sierteelt en ruimte voor ondernemerschap.

Bestuur vol expertise

De bestuursleden zijn allemaal verbonden aan de streek. Daarmee heeft de Greenport korte lijnen en veel inhoudelijke kennis in huis. Het bestuur heeft een brede expertise en een groot en relevant netwerk op het gebied van innovatie, duurzaamheid en samenwerking binnen de tuinbouwsector. Hun gezamenlijke ervaring en betrokkenheid zullen bijdragen aan het versterken van de strategische koers van Greenport Duin- en Bollenstreek, met als doel de regio toekomstbestendig en concurrerend te houden in een veranderende markt en maatschappij.

Greenport Duin- en Bollenstreek

Greenport Duin- en Bollenstreek is het cluster van kennis, innovatie, ondernemerschap, handel en teelt(innovatie) in de bloemen- en bolleneconomie. Gelegen in de gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk, en Teylingen zorgt het open landschap met vollegrondsteelt voor een aantrekkelijke regio om te wonen en te recreëren. Omliggende gebieden zoals het agrarische gebied tussen Hillegom en Haarlem completeren dit beeld.