Sierteelt_Rijnsburg___Erik_van_den_Hoek_logistiekmanager_Flora

Royal FloraHolland wil spil van de hele sierteelt zijn. ’Kwekers hebben collectief nodig tegen macht kopers’

Ooit waren de bloementelers in Rijnsburg overgeleverd aan de grillen van de kopers. Telers werden tegen elkaar uitgespeeld om zo goedkoop aan handel te komen. Reden voor de telers om in 1914 een coöperatieve veiling op te richten. De opvolger van die veiling Flora bestaat nog steeds onder de naam Royal FloraHolland (FH) met vestigingen in de Rijnsburgse Kamphuizerpolder, maar ook in Aalsmeer en Naaldwijk. De veiling is eigendom van de telers die gezamenlijk optrekken tegenover de steeds vaker samenwerkende handelaren. Dit is een artikel in een reeks van artikelen van het Leidsch Dagblad.

In de volksmond is het nog steeds dé bloemenveiling. Maar bij Royal FloraHolland reppen ze liever over een digitaal platform waar de werkdag van ruim vierhonderd mensen om zes uur ’s morgens begint. Binnen een paar uur worden dagelijks 23.000 verschillende ’stelen’ verkocht aan handelaren die uiteindelijk zorgen dat ergens op de wereld een bos bloemen op de vensterbank of keukentafel prijkt. ,,Het gaat hier allemaal razendsnel’’, vertelt Erik van den Hoek, manager logistiek. Hij werkt al 28 jaar bij Royal FloraHolland en geeft een rondleiding door het Rijnsburgse complex, de enige locatie waar nog een echte mijnzaal met veilingklok aanwezig is.

Vanaf 6 uur ’s morgens openen hier handelaren hun laptop om via grote digitale klokken hun fusten met bloemen in te kopen. Gemiddeld zijn er een stuk of dertig of veertig kopers in een zaal met wel honderd plekken. Van den Hoek: ,,Voor de coronapandemie kwamen er vaak zo’n driehonderd kopers, afhankelijk van het weer, die met een druk op de knop bloemen kochten. Je merkte aan de sfeer hoe de bloemenprijs was. Was het allemaal wat jolig dan was de prijs laag, was het doodstil dan was de prijs hoog, want dan zat iedereen geconcentreerd te kopen. Die sfeer is weg, want het aantal kopers in de zaal is sinds de pandemie flink afgenomen. Er zijn er nu veel die het nut niet zien om hier te zitten. Ze kopen de bloemen vanaf een andere plek, thuis, hun box hier op de veiling of op kantoor.’’

Klok

De in totaal 2.500 kopers op FloraHolland zitten dan wel minder in de zaal, dat betekent niet dat het belang van de klok verdwijnt. In Rijnsburg wordt nog steeds 50 procent van de bloemen voor de klok verkocht, de rest gaat regelrecht van de kweker naar de koper. In de vestigingen van Aalsmeer en het Westland ligt dat percentage voor de klok lager, maar daar worden ook meer planten aangevoerd. Manager Van den Hoek: ,,De prijs voor de klok is over het algemeen hoger dan bijvoorbeeld in de voorverkoop. En de telers zijn niet afhankelijk van een grote afnemer. Stel dat die opeens jouw bloemen niet meer wil hebben, dan heb je wel een probleem.’’

Betaling

Telers die lid zijn van FloraHolland mogen gebruik mag maken van de fusten, de stapelwagens én het betalingssysteem van FloraHolland. Sterker nog, een kweker die lid is van de coöperatie is verplicht om alle bloemen, zelfs als ze regelrecht naar de koper gaan, via FloraHolland af te rekenen. Coen Meijeraan, Manager Real Estate &Facility Management (RE&FM), wijst erop dat kwekers via de coöperatie aan het einde van de week honderd procent gegarandeerd hun geld krijgen. ,,Kopers moeten per direct betalen aan FloraHolland. Daarmee hebben kwekers geen debiteurenrisico. Dat is in de bollenteelt bijvoorbeeld heel anders. Daar wachten telers soms maanden op hun geld.’’

Collectief

Royal FloraHolland, met in 2024 een omzet van 5,3 miljard euro en een winst van zes miljoen euro, is daarmee de spil van de hele sierteelt. In een wereld waarin handelsbedrijven groter worden, is een sterke telersorganisatie van groot zakelijk belang, constateert Meijeraan. ,,Als je geen lid bent van FloraHolland en je bloemen rechtstreeks aanlevert aan slechts één handelshuis, scheelt dat mogelijk een procent aan kosten, inderdaad. Dat gaat vast een tijdje goed, maar uiteindelijk zit je wel volledig in de zak van die bloemenkoper of retailer. Je moet dan meebewegen, want je hebt geen alternatief meer voor je bloemen zoals ze aanbieden voor de klok. In de groentesector zie je die dominantie van macht aan de koperszijde. Als bloemenkwekers als collectief sterk willen blijven staan, dan hebben ze een coöperatie als FloraHolland nodig.’’

Matchmaker

Om de spilfunctie van FloraHolland te versterken, is sinds enige tijd Floriday geïntroduceerd. Een digitaal afzetplatform, waarbij telers zelf beslissen hoe ze hun bloemen willen afzetten (verkopen). Doel is om uiteindelijk al het (wereldwijde) aanbod van leden en aanvoerders op dit platform te krijgen. Met de planten lukt dat goed, want daar gaat inmiddels 70 procent van de handel via Floriday, in de bloemen ligt het percentage lager. Meijeraan: ,,We willen de centrale ’matchmaker’ van de sierteelt zijn. Voor het mondiale cluster want we willen ook meer buitenlandse kwekers en kopers aan ons verbinden.’’

Om de positie van FloraHolland te versterken, wordt ook gewerkt aan de dienstverlening. Zo is enige tijd geleden een eigen transportbedrijf opgericht (Floriway) om de bloemen zelf te kunnen transporteren en is er een nieuw logistiek systeem waarmee FloraHolland 24 uur per dag uit kan leveren. Kopers kunnen aangeven op welk tijdstip ze de bloemen willen hebben die op FH staan opgeslagen. ,,Het adagium was altijd vaker, vlugger en sneller, maar we bieden nu de aanvullende mogelijkheid om op een later moment afgeleverd te krijgen. Nu is het grootste deel van de keten nog ingesteld op alles vroeg afhandelen maar inmiddels is een groeiende groep al gewend en vindt het ook handig om op andere tijdstippen bloemen geleverd te krijgen.’’

Verduurzaming

Dat betekent niet dat de toekomst van de sierteelt onbekommerd is. Met name de kritiek over de milieubelasting en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is een hoofdpijndossier.  ,,Het is wel vaak makkelijk scoren’’, moppert Meijeraan. ,,Er wordt vaak gebruik gemaakt van framing: op basis van eenzijdige berichtgeving wordt stemming gemaakt. Tegelijkertijd is er weinig oog voor dat bijna alle kwekers biologische middelen als sluipwespen en roofmijten gebruiken en alleen gericht ingrijpen als er iets mis gaat. Ook de veredeling is nu niet meer gericht op een nieuw kleurtje bloem, maar op sterkere planten die met minder gewasbeschermingsmiddelen toekunnen. Het is echt een integrale aanpak.’’

Zijn kanttekeningen betekenen niet dat de sector niet verder moet verduurzamen, vindt Meijeraan. De MPS of Global GAP certificaten (die voldoen aan de eisen van het Floriculture Sustainability Initiative) worden door FloraHolland opgelegd. ,,Daar is niet iedereen blij mee, maar we gaan er wel mee door. Het zou alleen mooi zijn als de consumenten expliciet gaan vragen naar deze certificaten. En er ook wat meer voor wil betalen.’’

’Ik zit voor de koper én de kweker’

Binnen Royal FloraHolland speelt de veilingmeester een cruciale rol. Onder zijn of haar leiding komt de prijs van de bloemen tot stand. We keken een ochtendje mee met veilingmeesters Linda de Ruiter en Marjan van der Plas.

Zeven uur stipt. Veilingmeester De Ruiter zit voor twee beeldschermen met haar vingers aan de knoppen van de veilingknop. In de komende paar uur zorgt zij, samen met klokmaat Van der Plas, dat karren vol bloemen worden verkocht voor een goede prijs. En dat betekent ook streng zijn voor kopers. ,,Jij mag nu niet meer drukken’’, klinkt het dus af en toe door haar speaker.

De lijst met de te veilen bloemen ligt uitgeprint op haar bureau. Maar haar ogen zijn continu gericht op de beeldschermen, waar een foto verschijnt van de aangeboden bloemen. Soms gaan hele karren in een keer weg, maar nog veel vaker worden partijen aan verschillende kopers gesleten. ,,Ik heb er nog twee. Kom op’’, moedigt Linda de kopers aan. ,,Dit is echt iets aparts en ik heb er maar vier emmers van’’, meldt ze bij een andere partij. De kopers bieden per afslag en Linda bepaalt of de prijs per cent, vijf cent, tien cent of een euro per steel omlaag gaat. Dat betekent constant meerekenen en inschatten wat de prijs doet.

Een enkele koper die per ongeluk te veel blikken (zoals de witte fusten steevast worden genoemd) heeft gekocht, krijgt de kans om zijn aankoop te annuleren. ,,Gedaan’’, meldt ze waarna er een code in het scherm verschijnt. ,,Zoiets moet ik wel in de gaten houden, hoor. Soms heeft een koper voor een hoge prijs gekocht en ziet hij de prijs kelderen. Dan zegt hij dat hij abuis was en wil later voor een lagere prijs toch de bloemen hebben. Koopmans kak noemen we dat, dus dan mag hij van mij niet meer drukken. Dat is nu eenmaal het risico van inkopen en ik zit er ook voor de kwekers’’, legt ze uit.

En zo grijpt ze als veilingmeester wel vaker in. Zo ook als een partij bloemen voor een te lage prijs of helemaal niet dreigt te worden verkocht. ,,Nee, deze laat ik niet doordraaien. Die doen we nog een keer’’, meldt ze in haar speaker tegen de onzichtbare kopers. Om vervolgens tevreden te knikken als de bloemen alsnog een koper hebben gevonden. ,,Je zit hier niet om elkaars nek om te draaien, maar je moet het met elkaar doen. Ik praat met kopers en kwekers en hoop dat ze mij veel informatie geven. Als ze melden dat het de laatste bloemen van het seizoen zijn of dat ze volgende week met de eerste bloemen komen, wil ik dat weten. Echt, als ik kweker zou zijn, zou ik zorgen dat de veilingmeester mijn beste vriend zou zijn.’’

Dan stapt Marjan van der Plas het kantoor binnen om het volgende uur veilen voor haar rekening te nemen. Linda kan even relaxen, koffie halen en haar e-mail en whatsapp bijwerken. ,,Mijn telefoon is staat altijd aan. Kwekers en kopers appen vaak. Ook in het weekeinde en zondag want ze willen iemand bereiken. We zijn echt een spin in het web hier.’’

Serie

Dit verhaal maakt deel uit van een zevendelige serie over het sierteeltcomplex in Rijnsburg/Katwijk. De historie, de bedreigingen en de veranderingen maar ook de impact op de directe omgeving. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland. In het derde verhaal de spil van het sierteeltcomplex: Royal FloraHolland.

Bron: Leidsch Dagblad (Rosa van der Veer en beeld door Hielco Kuipers)

Rijnsburgse tuinders steeds onzekerder over toekomst in Trappenberg/Kloosterschuur. ’Ik denk dat het hier straks klaar is’

Peter van Tilburg (64) groeide op in het huidige tuindersgebied Trappenberg/Kloosterschuur. Zijn overgrootvader kwam rond 1850 vanuit Sliedrecht naar Rijnsburg, waar hij negentig hectare grond in de toenmalige Kloosterschuur pachtte. Van Tilburg herinnert zich nog dat zijn vader Floris koeien, maar ook schapen en een paar varkens had.

Van Tilburg ging zelf ook de bloementeelt in. Hij begon met, net als veel Rijnsburgse telers, met zomerbloemen en droogbloemen. ,,Ik bouwde zelf een kasje met éénruiters tot ik in 1985 een sierteeltbedrijf met orchideeën kon overnemen in Kleipetten. Op een gegeven moment had ik vier bedrijfslocaties: in de Kloosterschuur, in Kleipetten, zonnebloemen in Frankrijk om het seizoen te verlengen en glas aan de Noordwijkerweg.’’

Klaar

In 2002 werd op de plek waar ooit de koeien van zijn vader graasden het nieuwe orchideeënbedrijf Van Tilburg Orchids gebouwd, dat inmiddels wordt gerund door zoon Han. Peter ziet nu in Trappenberg/Kloosterschuur hetzelfde gebeuren als in Kleipetten, waar alle tuinbouwbedrijven zijn verdwenen voor woningbouw. ,,Daar waren veel kleinere bedrijven zonder opvolgers. Investeringen blijven uit en dan wordt op een gegeven moment de stap te groot om aan alle eisen te voldoen. Wij zijn het enige bedrijf dat uiteindelijk is doorgegaan. Dezelfde trend zie je nu rond de Voorhouterweg, maar ook al een beetje in Trappenberg/Kloosterschuur. Als je praat over bedrijven met toekomstperspectief, heb je er niet meer dan een handvol. Dus ik denk dat het hier in de regio straks gewoon klaar is.’’

Droom

Eén van die bedrijven met toekomstperspectief is de 25 jaar geleden opgerichte gerberakwekerij Esmeralda van Marcel van Vliet (52) en Gerben Wessels (53). Een bedrijf waar met veertig man personeel jaarlijks dertig miljoen gerbera’s worden geoogst. Als het aan deze kwekers had gelegen, was het bedrijf inmiddels niet alleen groter, maar ook gehuisvest in een compleet nieuw kassencomplex. Maar die droom lijkt verder dan ooit nu het Katwijkse college Rijnsburg-Noord heeft aangewezen voor de vestiging van bedrijven en om financiële redenen geen exclusieve gronden meer reserveert voor de sierteelt. Een hectare bedrijventerrein levert simpelweg meer op dan een hectare kassen.

,,Er wordt gezegd dat de sierteelt belangrijk is, maar in de praktijk valt dat tegen’’, constateren de kwekers inmiddels. Zij zien namelijk dat, naast een aanpassing van de bestemming, al langere tijd tuinbouwgronden worden gebruikt voor niet-sierteeltdoeleinden. ,,Een zorgkwekerij, de opslag van strandhuisjes en een caravanstalling. Verder worden al jaren bedrijfswoningen omgezet in plattelandswoningen. De gemeente heeft na bijna drie jaar nog steeds geen goede regelgeving om dit tegen te gaan. Daar wonen straks mensen die denken landelijk te wonen, maar het blijkt een agrarisch industrieterrein te zijn. ’s Morgens om zes uur begint het werk in de kassen, de radio gaat aan en vrachtwagens halen bloemen. Ook op zaterdag, want bloemen houden geen weekeinde. Die mensen gaan zeuren en klagen en dat is niet handig voor beide partijen’’, licht eigenaar Van Vliet toe.  

Andere agenda

Zelf wilden de gerberakwekers graag een nieuw bedrijf neerzetten op de voormalige gronden van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij, rond de Kloosterschuurweg en afgebakend door de Vinkenweg en Mezenlaan. Deze negentien hectare is inmiddels eigendom van de gemeente Katwijk. Maar de verhuizing bleek niet zo simpel te zijn, want de kwekers werden geconfronteerd met aanvullende eisen en beperkingen. Zo moest er binnen een jaar na aankoop van de grond worden begonnen met de bouw, mochten er geen twee bedrijfswoningen komen, was er geen ontsluiting van het perceel naar de weg en waren er geen elektriciteit-, gas- en wateraansluitingen.

Reden voor de gerberakwekers om af te haken. Peter van Tilburg, die tot dit voorjaar in LTO Nederland zat en nu nog voor de lokale telers op de bres staat, heeft er een hard hoofd in dat die voormalige GOM-gronden ooit nog bij de glastuinders terecht komen. ,,Met het aanbod dat ze toen aan telers deden, ging het nooit lukken. De prijs was niet conform en de kavels van twee hectare waren te klein. Ik denk dat ze niet aan kwekers wilden verkopen en dat er echt een andere agenda was. Dat blijkt nu wel, nu het college kiest voor een bedrijvenbestemming in plaats van exclusief een tuindersgebied.’’

Uitsterfbeleid

De Rijnsburgse kwekers hebben al langere tijd het gevoel dat er lokaal een uitsterfbeleid wordt gevoerd. Een vermoeden dat werd bevestigd door het in 2023 door de gemeente Katwijk uitgevoerde onderzoek met de titel Scenario’s GOM gronden en Trappenberg/Kloosterschuur. Daarin wordt vastgesteld dat Trappenberg/Kloosterschuur het enige resterende sierteeltgebied van de hele Duin- en Bollenstreek is. Het herbestemmen van de voormalige GOM-gronden leidt niet direct tot het verdwijnen van de teelt, maar betekent wel het einde aan investeringen en de teelt op lange termijn, aldus het rapport. En dat terwijl er van de in totaal twaalf bloemenkwekers drie Rijnsburgse bedrijven (waarvan Esmeralda er een is) staan te trappelen om in het tuinbouwgebied uit te breiden.

Naast Esmeralda wil Van Egmond Lisianthus graag uitbreiden. Het bedrijf heeft nu nog een tweede locatie in het Westland, maar wil het bedrijf in Rijnsburg concentreren. Na eerdere pogingen om op de GOM-gronden te bouwen, wordt nu geprobeerd om naast én achter (op Voorhouts grondgebied) het huidige bedrijf te bouwen. ,,We zijn daar al jaren mee bezig, maar het schiet niet op. Het voelt niet alsof de tuinders, toch de trots van Rijnsburg, serieus worden genomen’’, aldus directeur José van Egmond. Ook het lelieveredelingsbedrijf Vletter en Den Haan, dat nu onder meer in de Kamphuizerpolder zit, wil graag naar één plek in Rijnsburg. Om dat mogelijk te maken, zouden de voormalige GOM-gronden geschikt zijn. Tussen het bedrijf en de gemeente Katwijk wordt nog steeds overleg gevoerd, melden ze beiden. Met andere telers zoals Marcel van Vliet en teeltmanager Gerben Wessels is al tijden niet meer gesproken.

Achteruitgang

De hele discussie over de toekomst van Rijnsburg-Noord en dus het sierteeltgebied is precies het scenario waarvoor de gerberatelers al tijden bang zijn. Want ja, als het niet overduidelijk is dat een gebied is bestemd voor de sierteelt, zoals ooit vastgelegd door de gemeente Rijnsburg, betekent dat een langzame achteruitgang. Teeltbedrijven zonder opvolging wachten op een aantrekkelijk bod van de langskomende projectontwikkelaar of de gemeente. Logisch, want de gronden en het bedrijf zijn simpelweg hun pensioen.

Minder telers betekent dat voorzieningen, huisvesting voor arbeidskrachten, maar ook bloementransport, voor de resterende kwekers moeilijker worden. ,,Maar denk ook eens aan het verbeteren van de waterkwaliteit in het gebied in het kader van KWR in 2027. Gezamenlijk zijn er nu watercoaches bij de bedrijven aan het werk’’, licht Wessels toe. Een ander voorbeeld is het project om aardwarmte in Trappenberg/Kloosterschuur te gaan opwekken. Dat is een uitgesproken kans om met veel minder energiekosten kassen, huizen en bedrijfsgebouwen te verwarmen.

Gerberakweker Van Vliet: ,,Het is een prachtige techniek, maar je hebt wel een zekere schaal nodig. Als alle telers meedoen, is het interessant en heb je die schaal. Als er een paar afhaken wordt het al snel te klein en dus te duur. Zo mis je een mooie kans om te verduurzamen.’’

’Behoud het ecosysteem’ en ’rook tuinders niet uit’

Hoe de toekomst van het tuindersgebied Trappenberg/Kloosterschuur eruitziet, is vastgelegd in de herziene Intergemeentelijke Structuurvisie (ISG). In het uit 2016 daterende ISG werd het sierteeltcomplex nog als belangrijk voor de Greenport Bollenstreek omschreven. Maarten Prins, programmamanager Greenport Duin- en Bollenstreek, hoopt dat zo blijft. Net zoals hij nog hoopt dat negentien hectare tuinbouwgrond, ooit bedoeld als plek voor nieuwe teeltbedrijven maar inmiddels door eigenaar Katwijk vrijgegeven voor andere bedrijven, toch voor de tuinbouw blijft behouden.

,,De discussie is begrijpelijk vanuit de portemonnee van de gemeente Katwijk. Maar ik denk dat het belangrijk is dat de tuinbouw in dit laatste gebied een plek houdt. Er zitten een aantal levensvatbare bedrijven die graag willen, maar nu niet de kans krijgen. Laat er nu eens iemand van buiten naar kijken en dan zorgen dat er realistische plannen worden gemaakt. Nu lijkt het of Katwijk meewerkt, maar in de praktijk zie ik het ook als mee stribbelen.’’

Hij wijst op het belang van het in standhouden van het ’ecosysteem’ van tuinders, handel en toeleveranciers. ,,Bovendien kan het complex van grote waarde zijn voor de hele samenleving op gebied van biodiversiteit, waterhuishouding, maar ook warmtewinning. Daarnaast moet je kiezen wat voor economie je in je dorp wilt hebben. Alleen maar forenzen die de hele dag achter de computer zitten? Wat is Rijnsburg dan voor bloemendorp zonder bloemen? Die sierteeltsector hoort bij de eigen cultuur.’’

Ook voor FloraHollandmanager Coen Meijeraan is het behoud van een kwekersgebied van groot belang. Niet alleen omdat een (klein) deel van de aanvoer van FloraHolland uit Rijnsburg komt, maar ook voor de primaire werkgelegenheid en de interactie tussen kopers en kwekers. ,,Je hebt hier een compleet sierteeltcluster met alle elementen zoals handel en teelt. Dat cluster verzwak je door de laatste kwekers ’uit te roken’, zoals nu in Katwijk gebeurt. En als dat cluster er niet meer is, heeft ook de accountant, het uitzendbureau en de carrosseriebouwer geen werk meer.’’

Serie

Dit verhaal maakt deel uit van een zevendelige serie over het sierteeltcomplex in Rijnsburg/Katwijk. De historie, de bedreigingen en de veranderingen maar ook de impact op de directe omgeving. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland. In het tweede verhaal Kloosterschuur/Trappenberg en de zorgen over het voortbestaan van het teeltgebied. Volgende week Royal FloraHolland als spil van de sierteelt.

Bron: Leids Dagblad (Rosa van der Veer en beeld door Hielco Kuipers)

Campagne Enjoy our Flowers, but don’t cross the flower line gaat door: Flower Liners krijgen vervolg

Flower Line

De campagne legde dit voorjaar vooral focus op de Flower Line. Een vriendelijke manier om te vertellen waar de absolute grens ligt. De bezoeker mag niet over die grens stappen. De grens wordt visueel benadrukt met een afscheidingslint. Dit seizoen is geleerd op welke manier de grens het meest effectief wordt aangeduid. Ook is duidelijk het verschil duidelijk geworden met velden waar het campagnemateriaal nog niet is toegepast. Een goede aanzet dus, die vraagt om een consequent vervolg.

De kracht van de Flower Liners

In de drukste weekenden van het bloembollenseizoen zijn deze vrijwilligers aanwezig geweest op de velden. Flower Liners helpen de bezoekers de juiste foto-hotspots in de streek te vinden en leggen uit waarom het niet is toegestaan over de flower line te stappen. Zij vertellen bijvoorbeeld waarom het belangrijk is om op de paden te blijven. En over het groeiproces van de bloembollen. En welke vogels allemaal bescherming voor hun nesten vinden tussen de bloeiende tulpen. De Flower Liners zijn hét gezicht van de campagne en maken op een vriendelijke en betrokken manier contact met toeristen.

Nieuwe Flower Liners gezocht

Om het succes van voorjaar 2025 voort te zetten, start nu al de zoektocht naar uitbreiding van de vrijwilligersgroep. Met een aantal interessante workshops, wil het campagneteam op speelse wijze de kennis van de Flower Liners vergroten. Zo staat een rondleiding op een bollenbedrijf op de agenda, zal het thema cultuurhistorie aandacht krijgen, staat een excursie tussen de bollenvogels op het programma en wordt één van de foto-hotspots bezocht met een training hoe-maak-je-het-perfecte-plaatje. De eerste activiteit staat al gepland voor begin augustus. Wie interesse heeft kan zich melden via ambassadeurs@enjoyourflowers.nl.

Keukenhof-innovatiefonds

Eerste ronde Keukenhof Innovatiefonds geopend

Tijdens het Nationaal Bloembollen Congres 2024 kondigde Keukenhof een onderzoek aan naar de behoefte aan een innovatiebudget binnen de bloembollensector. Uit de enquête onder inzenders en congresdeelnemers bleek dat deze behoefte sterk leeft. Er is behoefte aan collectief onderzoek en innovatie. Ook kwam naar voren dat de zgn. ‘vroege fase-investeringen’ vaak risicovol zijn voor ondernemers wat hen er van weerhoudt om te investeren. Keukenhof is met deze resultaten aan de slag gegaan en heeft inmiddels het Keukenhof Innovatiefonds opengesteld.

Met dit fonds wil Keukenhof vernieuwende ideeën binnen de bloembollen- en sierteeltsector stimuleren en samenwerkingen bevorderen. Hierbij staan innovatie, creativiteit en gezamenlijke inzet centraal en is het van belang dat binnen 2-4 jaar een zichtbare bijdrage geleverd kan worden aan de verduurzaming van de sector. Dit is hét moment om buiten de gebaande paden te denken en daadwerkelijk stappen te zetten.

Budget

In 2025 wordt een totaal startbedrag van €250.000,00 beschikbaar gesteld; vanaf 2026 wordt dit bedrag verhoogd naar €500.000,00 per jaar. Er kan een bijdrage worden aangevraagd voor innovatieve projecten met concrete oplossingen die de verduurzaming van de sector bevorderen en breed kunnen worden opgeschaald. Hiervoor varieert de bijdrage uit het fonds tussen de €25.000,00 en €100.000,00. Deelnemers dragen zelf ook bij. Dit hangt af van de fase waarin het project zich bevindt (25% conceptontwikkeling, 50% demonstratie, 75% praktijkimplementatie). Dit kan financieel of in de vorm van uren, waarbij geldt €60,00 p.u. Daarnaast is het mogelijk om andere fondsen aan te boren.

Aanvraag indienen

Vanaf woensdag 18 juni is het mogelijk om de aanvraag voor de eerste ronde van 2025 indienen. Gebruik hiervoor het Aanvraagformulier dat te vinden is op de website. Houd ook rekening met de deadline: de aanvraag moet vóór dinsdag 1 september a.s. bij Keukenhof binnen zijn om beoordeeld te kunnen worden. 

Alle voorwaarden, het aanvraagformulier en sjablonen voor het Projectplan en Projectbegroting staan op de website van Keukenhof.

Vragen of hulp nodig?

Heb je vragen of hulp nodig, neem contact op met Chris Karman via innovatiefonds@keukenhof.nl.

Bron: Keukenhof

Sierteelt_Rijnsburg_Gerrit_en_Niels_Ravensbergen_van_leliekwekers-katwijk-rijnsburg-greenport

Bloementeelt in de afgelopen decennia: van stomen en rugspuit naar kwikstaart en shotje Yakult

In de canon van Katwijk heeft de sierteelt een eigen plekje. De teelt en handel in bloemen gaat namelijk terug naar de tijd van Karel de Grote toen de zogeheten Madonnalelie werd geïntroduceerd. Rond 1400 werden bij de abdij van Rijnsburg al rozen geteeld. Naast de groenteteelt van onder meer uien, waaraan de Rijnsburgers hun bijnaam danken, heeft de bloementeelt, maar later ook de bollenteelt zo al eeuwenlang een plek in het dorp.

In het boek Duizend jaar Rijnsburg van J. Glasbergen en S. Leenheer wordt gewezen op een bloembollenvereniging die vanaf 1875 jaarlijks twee verkopingen van bloembollen hield. Een belangrijk deel van die bollen werd ook in Rijnsburg gebroeid, tot die teelt uiteindelijk meer naar de noordelijke Bollenstreek verhuisde. In Rijnsburg bleef de bloementeelt, buiten en onder glas, op veel plekken aanwezig. Door schaalvergroting, maar ook door huizenbouw zijn veel sierteeltgebieden inmiddels verdwenen. Maar in Trappenberg/Kloosterschuur zijn er nog bloemenbedrijven te vinden waar veelal jaarrond miljoenen bloemen het bedrijf verlaten.

Miljoen

Eén van die teeltbedrijven is het bloemenbedrijf van de familie Ravensbergen. Het bedrijf bestaat al bijna honderd jaar en is opgericht door de broers Paul en Jaap Ravensbergen. Zij begonnen in 1931 met de broeierij van tulpen. Naast een miljoen stelen, een behoorlijke hoeveelheid in die tijd, volgde een heel scala aan zomerbloemen als gladiolen, irissen, nanussen en duizendschonen maar ook zaaigoed en chrysanten in het najaar.

,,Je kunt het niet bedenken of we hebben het wel geteeld’’, vertelt de 76-jarige Gerrit Ravensbergen, die op 21-jarige leeftijd net als zijn gelijknamige neef en later zijn broer Jac in het bedrijf van zijn vader en oom stapte. Rond de eeuwwisseling trad de derde generatie in het bedrijf, dat inmiddels is gespecialiseerd in de teelt van parfumvrije lelies.

Niels, zoon van broer Jac, Gerben en Jaap van Gerrit zelf en Paul van neef Gerrit openden in 2003 een nieuw kassencomplex aan de Kloosterschuurlaan. Daar worden jaarrond bijna negen miljoen lelies geteeld die onder de naam van Dutch Lily Masters de wereld overgaan. Niels (43) en Gerrit hebben met eigen ogen de veranderingen in de bloementeelt gezien, zoals bij het planten, het oogsten, plaagbestrijding, bemesting en de verkoop.

Planten

Aanvankelijk broeiden veel Rijnsburgse kwekers in het voorjaar tulpen. De bollen werden in kistjes geplant die in de grond werden gezet. Gerrit herinnert zich dat hij de kistjes bij flinke vorst ’met bevroren vingers soms moest losbikken’. Vervolgens werden ze met de kruiwagen naar binnengereden in een kas waarop eerst met de hand de ramen werden gelegd.

,,Als het echt koud was, werd er wat gestookt. Mijn vrouw zei weleens dat het een wonder is dat ik het niet aan mijn rug heb gekregen, want het was zwaar en veel werk. We hadden één miljoen tulpen en dat was toen veel. Maar ja, vroeger had je houten kasten en mannen en van staal. Nu heb je mannen van bordkarton’’, zegt hij met een grijns.

Plantrobot

Niels houdt zich nu bezig met de teelt en de lelieoogst jaarrond. Elke week worden 175.000 bollen geplant die door Jaap aangekocht en eventueel ingevroren en weer ontdooid zijn. Sinds kort heeft het bedrijf een nieuwe plantrobot aangeschaft. Niemand hoeft meer op de knieën, want de bollen worden in cupjes gezet en belanden vervolgens netjes in de grond. Een laser zorgt ervoor dat ze keurig in het gelid staan en de rupsbanden rijden over het looppad.

Heel wat anders dan de houten kistjes die met de hand werden gevuld en met een kruiwagen naar binnen werden gereden. Niels: ,,Er is veel gemechaniseerd, maar er blijven genoeg handelingen over als je elke dag bloemen oogst. Drieduizend keer een fust met bloemen tillen, is best pittig, want dat is geen handtas hoor. In de zomer is mijn rug altijd wit van het zout en ik haal elke dag minstens 20.000 stappen.’’

Snijden

(LED)-belichting, temperatuur en watergeven is weliswaar allemaal geautomatiseerd, waardoor het soms drie keer op een dag ramen open en dicht zetten, voorbij is. Maar de lelies snijden gaat nog steeds met de hand, met een simpel mesje. Een transportband brengt de gesneden bloemen naar de bosmachine die steeds tien lelies telt, op de juiste lengte afsnijdt, het onderste blad weghaalt waarna ze binnen dertig seconden ingehoesd in het water staan. ,,Dat is beter voor de kwaliteit.’’

Gerrit knikt en steekt zijn hand in zijn zak. Daar haalt hij zijn eigen mesje uit, want nog steeds werkt hij drie ochtenden mee met het oogsten van bloemen. ,,Het is veel gemakkelijker geworden door de transportband. Vroeger legden we de bloemen in het pad. Dat was buiten maar ook in de eerste kassen, nog zonder goot, niet prettig. Het water liep er dwars doorheen en je werd zeiknat. Behalve snijden, moest je ook de bladeren weghalen, de bloemen wegsjouwen op je arm naar een karretje en met een touwtje een bos maken. Dat gaat nu allemaal mechanisch. Zoals ik al zei, ze hebben nu een luizenleven’’, grijnst hij opnieuw.

Spuiten

Ook de verzorging van het gewas is anders geworden. Niet alleen licht, water en temperatuur zijn met een paar drukken op de knop te regelen, ook het aanpakken van eventuele luizenplaag gaat via een spuitboom die over de lelies rolt. Gerrit: ,,Vroeger spoten wij vaak preventief. Bij chrysanten bijvoorbeeld deden we dat elke twee weken om geen gezeur met spint op de veiling te krijgen. Hoe? Met een spuit op de rug. We noemden het gewasbescherming, maar het was natuurlijk gif. We wilden schade voorkomen en dat lukte prima. Bijhouden wat we gebruikten? Nee, we schreven niks op.’’

Die situatie is nu wel anders geworden, weet Niels. Aan de Kloosterschuurlaan wordt alleen af en toe tegen luizen gespoten, het enige beestje waar de lelies last van hebben. Preventief spuiten is al heel lang niet meer aan de orde. ,,Als je een kwikstaart ziet, weet je dat er luizen zitten en dan moet je soms plaatselijk wat doen om erger te voorkomen. Maar de kas zit vol sluipwespen, roofwantsen en gaasvliegen die luizen opruimen.’’ Spuiten tegen onkruid gebeurt één keer namelijk als de lelies net opkomen. ,,Roundup? Nee, dat gebruiken we al twintig jaar niet meer. We hebben een olieachtige substantie waardoor het onkruid slecht kiemt. En daarna zijn de lelies zo groot dat het onkruid eronder blijft. Heel soms in de zomer schoffelen we weleens.’’

Bemesting

In de grond aan de Kloosterschuurlaan worden sinds 2003 jaarrond lelies geteeld. Bij het frezen (hakselen) van de gewasresten worden elke teeltronde biologische korrels, gemaakt van druivenpitten en zeewier, toegevoegd. ,,Een kleintje Yakult voor het bodemleven’’, noemen de telers het. Voordeel van het shotje is dat de grond niet wordt uitgeput maar beter wordt. Eventuele overschotten aan water en meststoffen worden via de drainage opgevangen, en opnieuw gebruikt via de beregening in de kas. Met dit in 2018 in gebruik genomen systeem is het meststofverbruik met zeventig procent afgenomen en is het teeltsysteem volledig gesloten. Er gaat niets vanuit de kas de sloot of het riool in.

Niels: ,,Vergelijk de grond maar met een koffiefilter waardoor steeds dezelfde stoffen heen sijpelen. Je weet wat je moet toevoegen en er wordt niets verspild.’’ Gerrit: ,,Wij stoomden elk jaar de grond voor de tulpen want je wilde geen ’kwaaie’ grond, zoals dat werd genoemd. Er ging een zeil over de grond en er werd hete stoom onder geblazen dan was alles steriel en dood. Vervolgens werd jaarlijks een grondmonster genomen en dan werd met de hand gemest. Wat er te veel werd gestrooid, belandde in de sloot waar we ooit nog het water uithaalden. Ik weet nog dat we een bassin bij het recent verkochte bedrijf aan de Noordwijkerweg moesten maken voor de opvang van regenwater. Dat kostte toen 40.000 gulden en dat vonden we zonde van onze centen. Maar de investering hadden we er binnen een jaar uit want de bloemen groeiden beter door het veel schonere en minder zoute regenwater. Dat hadden we honderd jaar eerder moeten doen, zeiden we tegen elkaar. Datzelfde geldt nu voor het opvangen van drainagewater.’’

Verkoop

De komst van internet en de computer heeft de teelt maar ook de verkoop van de bloemen veranderd. Gerrit: ,,Wij sneden de bloemen en gooiden ze bij wijze van spreken in de trog. De handel zocht het maar uit. Je kon op de veiling mazzel hebben als jouw bloemen als eerste werden geveild maar ook pech als je in de laatste rij zat. Het was altijd afwachten wat je kreeg voor de aangeboden bloemen die we aanvankelijk ’s morgens nog zelf naar de veiling brachten.’’

In de eerste jaren werd naar de veiling gebeld om de prijs te horen, later werd vanaf acht uur ’s morgens op de computer gekeken. Nu wordt het overgrote deel van de lelies direct verkocht waarna alleen de afrekening nog via FloraHolland verloopt. Niels: ,,De handel en bloemist kopen vanaf een plaatje en bestellen zo direct bij de kweker. Ik denk dat hooguit vijf procent van onze lelies nog voor de klok gaat en ook die is volledig gedigitaliseerd. Het is meer boodschappen doen waarbij de bloemist elke woensdag een aantal lelies wil hebben.’’

Serie

Dit verhaal maakt deel uit van een zevendelige serie over het sierteeltcomplex in Rijnsburg/Katwijk. De historie, de bedreigingen en de veranderingen maar ook de impact op de directe omgeving. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland. In het eerste verhaal de verandering in de bloementeelt. Volgende week de zorgen van de kwekers over hun toekomst.

Bron: Leidsch Dagblad (Rosa van der Veeren beeld door Hielco Kuipers)

Bollenstreek-in-bedrijf-9-augstus-2025-greenport-hillegom

32e editie Bollenstreek in Bedrijf op zaterdag 9 augustus in Hillegom

De deelnemende agrarische ondernemers laten met plezier en vol passie zien wat er in hun bedrijven en op het land precies gebeurt. Ze vertellen alles wat je wilt weten over de teelt en verwerking van bloembollen, bloemen en vaste planten. De open dag Bollenstreek in Bedrijf is een leuke en leerzame manier voor jong en oud om de agrarische sector beter te leren kennen.

Bezoek vijf deelnemende bedrijven in Hillegom

Op zaterdag 9 augustus tussen 10.00 en 16.00 uur kun je de volgende bedrijven bezoeken:

  • H.M. van Haaster, bloembollenbedrijf, Bartenweg 5
  • Jac.P. Heemskerk, bloembollenbedrijf, 1e Loosterweg 51
  • C.A. Heemskerk, bloembollenbedrijf, 1e Loosterweg 116
  • Rutgrink Lovely Astilbe, kwekerij van astilbes, 1e Loosterweg 1F
  • Marc de Boer, vasteplantenkwekerij, 1e Loosterweg 1D.

De route langs de bedrijven is ongeveer 1,5 kilometer lang en loopt via de Margrietenlaan en het zandlaantje langs het spoor. Fietsen en auto’s kun je parkeren bij de bedrijven.

Extra activiteiten op elk bedrijf

Bij elk bedrijf vind je een extra activiteit die te maken heeft met natuur en landschap. Zo geeft het Hoogheemraadschap van Rijnland informatie over waterbeheer en waterkwaliteit in de Bollenstreek. De Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging Geestgrond en Living Lab B7 vertellen over hun projecten voor agrarisch natuurbeheer. Bij de Vrienden van Oud Hillegom en Museum De Zwarte Tulp kom je alles te weten over de geschiedenis en de bloembollencultuur. Het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek geeft informatie over bollenschuren. Een imker laat zijn bijenvolk zien en geeft uitleg over bijen houden en honing maken en je kunt ambachtelijk Bollenstreekijs proeven. Voor de kids is er een springkussen en als ze meedoen aan de speurtocht maken ze kans op een leuke prijs.  

Folder

Bekijk de folder met de deelnemende bedrijven en de extra activiteiten die er op elk bedrijf te zien zijn.

Bollenstreek in Bedrijf

Bollenstreek in Bedrijf wordt dit jaar voor de 32ste keer georganiseerd. Het is een initiatief van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) en de Land- en Tuinbouworganisatie Noord (LTO Noord). Doel van de open dag is de inwoners en bezoekers van de Duin- en Bollenstreek nauwer te betrekken bij het werk in de bollenschuren, kassen en op het land.

Meer informatie is te vinden op de website www.bollenstreekinbedrijf.nl en via de sociale media van Bollenstreek in Bedrijf.