Salesmanager Dennis Kromhout in de handelsruimte van Heemskerk Flowers. © Foto Hielco Kuipers

Hoe blijven bloemen duurzaam én betaalbaar? Grote handelsbedrijven investeren in robotisering en innovatie

De bloemenhandel is de laatste twintig jaar ingrijpend veranderd. Grote handelsbedrijven met honderden werknemers hebben de plek ingenomen van honderden zelfstandige lijnrijders. Bloemen worden digitaal verkocht onder meer via webshops die 24 uur per dag open zijn en vervolgens op bestelling afgeleverd. In Rijnsburg domineren vijf grote handelsbedrijven het Florapark aan de Laan van Verhof. Eén daarvan is de Van der Plas Group (VDP Group), een ander is Heemskerk Flowers. Schaalvergroting is in hun ogen de toekomst van de sierteelt.

De verandering in de sierteelthandel kun je vanuit het Rijnsburgse kantoor van Wim van der Plas, de 55-jarige directeur van de VDP Group, zien. Hij wijst naar het raam met uitzicht op alle dokken met het logo van de VDP Group.

,,Daar zaten ooit allemaal lijnrijders. Ik geloof in specialisten dus er blijven altijd een paar lijnrijders én klanten die de bloemen en planten willen zien, ruiken en voelen. Maar voor de vakhandel werken wij nu bijna volledig vraag gestuurd. Alle bloemen en planten die wij inkopen, zijn besteld. Dat betekent geen onnodige voorraden, een kortere keten en dus versere bloemen. We hebben in Europa zo’n veertig plekken, hubs noemen wij dat, waar de producten in bulk heengaan en vandaaruit verder worden gebracht. Dat doen we deels zelf en deels met gespecialiseerde transporteurs.’’

Serie

Dit verhaal maakt deel uit van een zevendelige serie over het sierteeltcomplex in Rijnsburg/Katwijk. De historie, de bedreigingen en de veranderingen maar ook de impact op de directe omgeving. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland. In het vijfde verhaal de schaalvergroting in de Rijnsburgse bloemenhandel.

Ook Heemskerk Flowers heeft een wagenpark om bloemen door heel Europa te brengen. Bloemen die voor zeven uur ’s avonds zijn besteld, worden binnen een straal van vierhonderd kilometer van Rijnsburg voor de winkeldeur ’s morgens open gaat afgeleverd.

,,Dat is onze kracht’’, vertelt salesmanager Dennis Kromhout. Een deel van de ingekochte bloemen is al via internet besteld, de rest wordt op voorraad gekocht bij de kwekers (zo’n 65 procent van de planten en 50 procent van de bloemen) of via Royal FloraHolland.

,,We hebben, naast vijftien inkopers met een eigen specialiteit, vijftig tot zestig verkopers, want onze klanten hebben allemaal een persoonlijk aanspreekpunt in de eigen taal. Wij geloven niet in alleen maar een webshop zoals bol.com. We willen een band met onze klanten. We zijn wat dat betreft nog een lijnrijdersbedrijf. We hebben nog een twaalftal echte lijnen, maar ook commissieklanten waarvoor wij inkopen. We hebben weliswaar een eigen voorraad, maar we hoeven nooit iets weg te gooien. Dat vinden wij zonde.’’

De komst van de grote handelsbedrijven heeft het werk veranderd.

Wim van der Plas: ,,Laatst was ik op een kleine veiling in het buitenland waar iedereen elkaar nog persoonlijk kent. Natuurlijk is dat gezelliger, maar de marktwerking in de sierteeltsector is niet te stoppen. Vergelijk het maar met de honderden kotters uit Katwijk waarvan er nog een paar over zijn.’’

Dennis Kromhout maakt eenzelfde vergelijking, maar dan met de buurtsupers. Die hebben ook plaatsgemaakt voor de grotere supermarkten. ,,Minder kneuterig, maar zo gaat het nu eenmaal.’’

Groei

Die marktwerking en de daarmee gepaard gaande schaalvergroting zorgde ervoor dat beide bedrijven de afgelopen decennia flink zijn gegroeid. Bij de 54 jaar bestaande VDP Group komt de groei deels door autonome groei en deels doordat andere familiebedrijven zich bij de VDP Group aansloten. Die bedrijven blijven vaak nog onder de eigen, bij klanten vertrouwde, familienaam opereren.

De VDP Group telt nu vier divisies (retail, vakhandel, import en decoratie) en heeft ruim 1.000 werknemers (waarvan 750 in Rijnsburg), kantoren in Aalsmeer en het Westland en een omzet van 4,5 miljoen. Het ruim zestig jaar bestaande Heemskerk Flowers met een omzet van 120 miljoen heeft nu 350 werknemers in Rijnsburg. Daarnaast is er Friz, een bedrijf dat zich richt op de afzet richting supermarkten en EZ Flowers in Aalsmeer voor de luchtvracht van bloemen.

Betaalbare bloemen

Schaalvergroting is nodig om de kosten van de bloemen en planten in de hand te houden. 

Van der Plas: ,,Als we willen dat de consumenten betaalbare en duurzame bloemen kunnen en willen blijven kopen, moeten we maatregelen nemen. Efficiënter en slimmer werken en dus investeren in automatisering, mechanisering en robotisering. Handjes worden steeds duurder in een dunnere arbeidsmarkt, dus moet de verwerking van de bloemen efficiënter en goedkoper. Dat vergt grote investeringen, zoals wij hebben gedaan onder meer in de verwerking van de bloemen, én innovatie. Dat gaat gemakkelijker voor een groot bedrijf.’’

Daarnaast ziet de Katwijkse directeur nog een voordeel voor een groter handelshuis als de Van der Plas Group. Voor de grote spelers op de markt is het gemakkelijker om aan bloemen te komen. Daarvan komen er steeds meer van buiten Europa. De VDP Group heeft een eigen divisie import, kan gemakkelijker regelrecht zaken doen met kwekers in het buitenland.

,,De veiling speelt een geweldige rol voor de kleinere spelers. Maar als je in de toekomst kijkt, moet je zorgen dat je aan je bloemen kunt komen. Duurzaam en tegen een niet te hoge prijs, want er zit wel een plafond aan de prijs die een consument wil betalen. En die moet wel blijven kopen.’’

Ook bij Heemskerk zien ze de voordelen van schaalvergroting. ,,De inkopers kunnen voor meer partijen werken en de kosten van aankoop van één blik bloemen zijn hetzelfde als honderd blikken. Vervolgens is het transport efficiënter en energiezuiniger, want de vrachtwagen is voller. Je kunt betere service bieden door een grotere voorraad, je bent interessanter voor een grote kweker en je pand en productielijnen worden beter gebruikt’’, aldus Kromhout.

Na de mechanisatieslag wordt nu gekeken hoe robots kunnen worden ingezet. Kromhout: ,,We werken nu al met Smartglassbrillen, maar er blijft met dit product altijd werk voor mensenhanden.’’

Jong talent

Behalve kapitaal heeft de sector, naast de vakmensen, ook jong talent, opgegroeid met internet, robotisering en kunstmatige intelligentie, nodig. Die jonge generatie wil geen zes dagen in de week werken, met een vrachtwagen zeventig tot tachtig uur van huis zijn en op zaterdag werken. Een baan bij een handelsbedrijf is voor velen aantrekkelijk.

Dat ziet ook Dennis Kromhout van Heemskerk Flowers. ,,Veel mensen waarderen het om elke avond thuis te zijn. We hebben hier ook geen groot verloop in het bedrijf. Veel mensen werken hier lange tijd, zelf ben ik hier ook al 25 jaar, maar we hebben ook veel jonge mensen. Een gezonde mix van leeftijden.’’

Kritiek

Beide mannen geloven in de toekomst van de sierteeltsector. Uit onderzoek blijkt dat bloemen nog steeds een gewaardeerd cadeau zijn waar mensen blij van worden. Tegelijkertijd zien ze dat de sector de nodige kritiek krijgt met name over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Van der Plas: ,,De plofplant was recent in nieuws, en dan wordt consumenten aangeraden de tuincentra voorbij te rijden. Of ze krijgen het advies met Moederdag geen bloemen meer te kopen. We komen niet meer ongeschonden uit die wedstrijd. Die kritiek kunnen we niet wegduwen, dus moeten we daar iets mee. Uiteindelijk hebben we een fantastisch product en een innovatieve sector.’’ 

Dennis Kromhout wijst op de ’kracht van bloemen’. ,,Dat is emotie en beleving en niet weg te denken bij allerlei momenten zoals een bruiloft of een begrafenis. Ik denk dat de branche echt veel doet aan verduurzaming. Dat is ook nodig hoor, maar de kritiek is niet altijd terecht.’’

Rol veiling

Om verder te verduurzamen zien de bedrijven een belangrijke rol weggelegd voor Royal FloraHolland. De bloemenveiling investeert zelf de komende vijftien jaar honderd miljoen euro in duurzaamheidsmaatregelen als het verminderen van CO2-Uitstoot en verlaging van het energieverbruik.

Dat gebeurt door het wegdoen van gasgestookte ketels en het plaatsen van warmtepompen (de grootste van Nederland komt in Aalsmeer), het terugwinnen van warmte uit koelcellen, de plaatsing van Ledverlichting en de installatie van zonnepanelen. 

Daarnaast heeft Royal FloraHolland het zogeheten het FSI-(Floriculture Sustainability Initiative) certificaat ingevoerd en verplicht gesteld. Volgens heel veel kleine kwekers is dat vooral heel veel administratief werk dat alleen op een grotere kwekerij uitvoerbaar is. ,,Dat is voor kleine kwekers inderdaad niet gemakkelijk’’, erkent Dennis Kromhout. 

Dat (vaak kleinere) kwekers met soms bijzondere producten hierdoor afvallen, is in de ogen van de VDP Group directeur Wim van der Plas vervelend. ,,Het risico bestaat dat deze specialisten op den duur verdwijnen.’’

Bron: Leidsch Dagblad (Roza van der Veer en beeld door Hielco Kuipers)

HAS-studenten-Demoveld-Bollenstreekmei-2025-greenport

Onderzoeksrapport HAS-studenten Demoveld Bollenstreek beschikbaar

Voor de beroepsopdracht “Duurzame bollenteelt” is vanuit onder andere HAS green academy een meerjarig praktijkonderzoek opgezet op het Demoveld Bollenstreek in Hillegom. Hierin worden inzichten over natuurinclusieve en extensieve teeltmethoden getoetst in de praktijk. Dit rapport beschrijft het tweede monitoringsseizoen, hierin werden narcissen geteeld. De focus lag op biodiversiteit en bodemkwaliteit binnen beide beheersystemen. Na weken van onderzoek en schrijven zijn de flyer en het onderzoeksdocument van Daisy, Siebe en Fleur klaar. Benieuwd naar wie zij zijn? Ze stelden zich eerder al voor op onze website.

Onderzoeksrapport en flyer

Samenvatting onderzoeksrapport

Intensieve landbouwpraktijken leiden tot een afname van wilde diersoorten in het Nederlandse agrarisch landschap. Dit heeft gevolgen voor de ecosystemen en functies die zij vervullen, zoals natuurlijke plaagbestrijding. Om deze negatieve trend te keren, wordt steeds vaker gezocht naar landbouwmethoden die biodiversiteit en bodemkwaliteit verbeteren. De afname van biodiversiteit en bodemkwaliteit in landbouwgebieden vormt een bedreiging voor zowel natuur als landbouw. Binnen de landbouw bestaan verschillende teeltmethoden die biodiversiteit en bodemkwaliteit op uiteenlopende manieren beïnvloeden. Natuurinclusieve landbouw benut natuurlijke processen en vermijdt chemische middelen, extensieve landbouw heeft minimale externe inputs en er wordt enkel ingegrepen bij ernstige plaagdruk. 

Dit onderzoek richt zich op de relatie tussen biodiversiteit en bodemkwaliteit binnen natuurinclusieve en extensieve teeltmethoden, met als doel te begrijpen hoe landbouwpraktijken deze dynamiek beïnvloeden. Op een demoveld in de Bollenstreek zijn insecten gemonitord met potvallen, plakvallen, panvallen en de Berlese-trechter. Hiermee is ook het effect van een bloemenrand onderzocht. Daarnaast is de bodemkwaliteit geanalyseerd aan de hand van chemische, fysische en biologische parameters. 

De resultaten tonen aan dat de extensieve zijde, met een open zandbodem, meer insecten en een grotere soortenrijkdom herbergt dan de natuurinclusieve zijde. Dit verschil wordt veroorzaakt door de dennensnipperhoutvezellaag aan de natuurinclusieve zijde. Deze laag lijkt een fysieke barrière te vormen voor bodemgebonden insecten. Daarbij verstoort de houtvezellaag de werking van biodiversiteit bevorderende maatregelen zoals de bloemenrand. Loopkevers, als bio-indicatorgroep, bevestigen dit beeld. Loopkevers kwamen in hogere aantallen en met grotere ecologische diversiteit voor aan de extensieve zijde, inclusief zeldzame soorten zoals A. stierlini, wat wijst op een goede habitatkwaliteit. 

De bodemparameters verschilden nauwelijks tussen de beheersystemen en konden niet eenduidig worden gekoppeld aan het beheer. Alleen de gehalten aan kalium, calcium en stikstof verschilden enigszins, waarschijnlijk door variaties in mestgebruik. Er werden zwakke verbanden gevonden tussen biodiversiteit en enkele bodemparameters (pH, indringingsweerstand, vochtgehalte en organisch stof), maar deze kwamen niet overeen met bevindingen uit bestaande literatuur. 

Op basis van de resultaten wordt geadviseerd om te stoppen met gebruik van de houtvezellaag, vanwege de mogelijk negatieve impact op biodiversiteit. Voor vervolgonderzoek wordt aanbevolen om ook percelen met intensieve bollenteelt te betrekken, om een breder beeld te krijgen van de exacte effecten van de beheersystemen op de biodiversiteit en bodemkwaliteit. 

Bekijk hier beide documenten:

krachten-bundelen-topsector-tu-greenports-nederland

Onderzoek WUR waardevolle kennis voor veredelaars: Combi van warmte en droogte zorgt voor langere wortels

Synergie tussen warmte en droogte

In kweekexperimenten in grond werden de wortels van de modelplant Arabidopsis thaliana, beter bekend als zandraket, blootgesteld aan een temperatuur van 28°C in plaats van 20 °C. Ook kregen de planten iets minder water, waardoor er milde droogtestress ontstond. Deze combinatie leverde een significante toename in wortellengte op, wat laat zien dat bodemtemperatuur en bodemvochtigheid elkaar versterken bij het stimuleren van wortelgroei.



Wortels van planten worden langer wanneer de bodem niet alleen iets warmer, maar ook iets droger is

Thermomorfogenese, zoals de groeireactie op warmte wordt genoemd, is al uitgebreid bestudeerd bij stengels en bladeren. Over de reactie van de wortels van de plant op bodemtemperatuur en -vochtigheid was tot nu toe veel minder bekend. Dit onderzoek laat zien dat wortels een zelfstandig netwerk van signalen gebruiken om hun groei effectief af te stemmen op de omstandigheden in de bodem.

Voordeel van langere wortels

Langere wortels helpen planten om beter water en voedingsstoffen op te nemen, vooral onder stressvolle omstandigheden zoals warmte en droogte. Door dieper de bodem in te groeien, kunnen de planten bij vochtiger grondlagen komen, waardoor ze beter kunnen overleven wanneer het aan de oppervlakte droger is.

De onderzoekers ontdekten dat drie belangrijke eiwitten die dit gecombineerde effect regelen:

2 en SnRK2.3
Deze eiwitten (kinases) zijn vereist voor de versterkte groeireactie bij warmte én droogtestress. Zonder deze eiwitten treedt het extra groeieffect niet op.

COP1
Dit eiwit onderdrukt de versterkte wortelgroei als er geen droogtestress is.

HY5 in trichoblasten
De transcriptiefactor HY5 bepaalt welke genen in de wortelharen (trichoblasten) aan- of uitgezet worden. SnRK2.2/2.3 bevorderen de stabiliteit van HY5, terwijl COP1 de HY5-stabiliteit juist verlaagt. Hoe stabieler HY5, hoe sterker de worteluitrekking.

Synergie tussen warmte (28 °C) en milde droogtestress stimuleert wortelgroei in Arabidopsis via de kinases SnRK2.2/2.3, de E3-ligase COP1 en de transcriptiefactor HY5.

Waardevolle kennis voor veredelaars
Klimaatverandering zorgt voor grotere verschillen in bodemtemperatuur en onregelmatige hoeveelheden neerslag. Daardoor worden de groeiomstandigheden voor gewassen onvoorspelbaarder. Dit onderzoek toont aan welke moleculen wortelgroei sturen bij warmte én milde droogte. Veredelaars kunnen deze kennis gebruiken om gewassen met sterkere, veerkrachtige wortels te ontwikkelen. Daarnaast kunnen landbouwers hun teeltsystemen beter afstemmen op wisselende bodemtemperaturen en -vochtigheid. Dat zal, zo verwachten de onderzoekers, bijdragen aan stabielere oogsten en efficiënter watergebruik.

Het onderzoek aan klimaat-bestendige planten wordt voortgezet bij WUR, onder meer in het groeifonds programma CropXR.

Bron: BPNieuws

Sierteelt_Rijnsburg___Erik_van_den_Hoek_logistiekmanager_Flora

Royal FloraHolland wil spil van de hele sierteelt zijn. ’Kwekers hebben collectief nodig tegen macht kopers’

Ooit waren de bloementelers in Rijnsburg overgeleverd aan de grillen van de kopers. Telers werden tegen elkaar uitgespeeld om zo goedkoop aan handel te komen. Reden voor de telers om in 1914 een coöperatieve veiling op te richten. De opvolger van die veiling Flora bestaat nog steeds onder de naam Royal FloraHolland (FH) met vestigingen in de Rijnsburgse Kamphuizerpolder, maar ook in Aalsmeer en Naaldwijk. De veiling is eigendom van de telers die gezamenlijk optrekken tegenover de steeds vaker samenwerkende handelaren. Dit is een artikel in een reeks van artikelen van het Leidsch Dagblad.

In de volksmond is het nog steeds dé bloemenveiling. Maar bij Royal FloraHolland reppen ze liever over een digitaal platform waar de werkdag van ruim vierhonderd mensen om zes uur ’s morgens begint. Binnen een paar uur worden dagelijks 23.000 verschillende ’stelen’ verkocht aan handelaren die uiteindelijk zorgen dat ergens op de wereld een bos bloemen op de vensterbank of keukentafel prijkt. ,,Het gaat hier allemaal razendsnel’’, vertelt Erik van den Hoek, manager logistiek. Hij werkt al 28 jaar bij Royal FloraHolland en geeft een rondleiding door het Rijnsburgse complex, de enige locatie waar nog een echte mijnzaal met veilingklok aanwezig is.

Vanaf 6 uur ’s morgens openen hier handelaren hun laptop om via grote digitale klokken hun fusten met bloemen in te kopen. Gemiddeld zijn er een stuk of dertig of veertig kopers in een zaal met wel honderd plekken. Van den Hoek: ,,Voor de coronapandemie kwamen er vaak zo’n driehonderd kopers, afhankelijk van het weer, die met een druk op de knop bloemen kochten. Je merkte aan de sfeer hoe de bloemenprijs was. Was het allemaal wat jolig dan was de prijs laag, was het doodstil dan was de prijs hoog, want dan zat iedereen geconcentreerd te kopen. Die sfeer is weg, want het aantal kopers in de zaal is sinds de pandemie flink afgenomen. Er zijn er nu veel die het nut niet zien om hier te zitten. Ze kopen de bloemen vanaf een andere plek, thuis, hun box hier op de veiling of op kantoor.’’

Klok

De in totaal 2.500 kopers op FloraHolland zitten dan wel minder in de zaal, dat betekent niet dat het belang van de klok verdwijnt. In Rijnsburg wordt nog steeds 50 procent van de bloemen voor de klok verkocht, de rest gaat regelrecht van de kweker naar de koper. In de vestigingen van Aalsmeer en het Westland ligt dat percentage voor de klok lager, maar daar worden ook meer planten aangevoerd. Manager Van den Hoek: ,,De prijs voor de klok is over het algemeen hoger dan bijvoorbeeld in de voorverkoop. En de telers zijn niet afhankelijk van een grote afnemer. Stel dat die opeens jouw bloemen niet meer wil hebben, dan heb je wel een probleem.’’

Betaling

Telers die lid zijn van FloraHolland mogen gebruik mag maken van de fusten, de stapelwagens én het betalingssysteem van FloraHolland. Sterker nog, een kweker die lid is van de coöperatie is verplicht om alle bloemen, zelfs als ze regelrecht naar de koper gaan, via FloraHolland af te rekenen. Coen Meijeraan, Manager Real Estate &Facility Management (RE&FM), wijst erop dat kwekers via de coöperatie aan het einde van de week honderd procent gegarandeerd hun geld krijgen. ,,Kopers moeten per direct betalen aan FloraHolland. Daarmee hebben kwekers geen debiteurenrisico. Dat is in de bollenteelt bijvoorbeeld heel anders. Daar wachten telers soms maanden op hun geld.’’

Collectief

Royal FloraHolland, met in 2024 een omzet van 5,3 miljard euro en een winst van zes miljoen euro, is daarmee de spil van de hele sierteelt. In een wereld waarin handelsbedrijven groter worden, is een sterke telersorganisatie van groot zakelijk belang, constateert Meijeraan. ,,Als je geen lid bent van FloraHolland en je bloemen rechtstreeks aanlevert aan slechts één handelshuis, scheelt dat mogelijk een procent aan kosten, inderdaad. Dat gaat vast een tijdje goed, maar uiteindelijk zit je wel volledig in de zak van die bloemenkoper of retailer. Je moet dan meebewegen, want je hebt geen alternatief meer voor je bloemen zoals ze aanbieden voor de klok. In de groentesector zie je die dominantie van macht aan de koperszijde. Als bloemenkwekers als collectief sterk willen blijven staan, dan hebben ze een coöperatie als FloraHolland nodig.’’

Matchmaker

Om de spilfunctie van FloraHolland te versterken, is sinds enige tijd Floriday geïntroduceerd. Een digitaal afzetplatform, waarbij telers zelf beslissen hoe ze hun bloemen willen afzetten (verkopen). Doel is om uiteindelijk al het (wereldwijde) aanbod van leden en aanvoerders op dit platform te krijgen. Met de planten lukt dat goed, want daar gaat inmiddels 70 procent van de handel via Floriday, in de bloemen ligt het percentage lager. Meijeraan: ,,We willen de centrale ’matchmaker’ van de sierteelt zijn. Voor het mondiale cluster want we willen ook meer buitenlandse kwekers en kopers aan ons verbinden.’’

Om de positie van FloraHolland te versterken, wordt ook gewerkt aan de dienstverlening. Zo is enige tijd geleden een eigen transportbedrijf opgericht (Floriway) om de bloemen zelf te kunnen transporteren en is er een nieuw logistiek systeem waarmee FloraHolland 24 uur per dag uit kan leveren. Kopers kunnen aangeven op welk tijdstip ze de bloemen willen hebben die op FH staan opgeslagen. ,,Het adagium was altijd vaker, vlugger en sneller, maar we bieden nu de aanvullende mogelijkheid om op een later moment afgeleverd te krijgen. Nu is het grootste deel van de keten nog ingesteld op alles vroeg afhandelen maar inmiddels is een groeiende groep al gewend en vindt het ook handig om op andere tijdstippen bloemen geleverd te krijgen.’’

Verduurzaming

Dat betekent niet dat de toekomst van de sierteelt onbekommerd is. Met name de kritiek over de milieubelasting en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is een hoofdpijndossier.  ,,Het is wel vaak makkelijk scoren’’, moppert Meijeraan. ,,Er wordt vaak gebruik gemaakt van framing: op basis van eenzijdige berichtgeving wordt stemming gemaakt. Tegelijkertijd is er weinig oog voor dat bijna alle kwekers biologische middelen als sluipwespen en roofmijten gebruiken en alleen gericht ingrijpen als er iets mis gaat. Ook de veredeling is nu niet meer gericht op een nieuw kleurtje bloem, maar op sterkere planten die met minder gewasbeschermingsmiddelen toekunnen. Het is echt een integrale aanpak.’’

Zijn kanttekeningen betekenen niet dat de sector niet verder moet verduurzamen, vindt Meijeraan. De MPS of Global GAP certificaten (die voldoen aan de eisen van het Floriculture Sustainability Initiative) worden door FloraHolland opgelegd. ,,Daar is niet iedereen blij mee, maar we gaan er wel mee door. Het zou alleen mooi zijn als de consumenten expliciet gaan vragen naar deze certificaten. En er ook wat meer voor wil betalen.’’

’Ik zit voor de koper én de kweker’

Binnen Royal FloraHolland speelt de veilingmeester een cruciale rol. Onder zijn of haar leiding komt de prijs van de bloemen tot stand. We keken een ochtendje mee met veilingmeesters Linda de Ruiter en Marjan van der Plas.

Zeven uur stipt. Veilingmeester De Ruiter zit voor twee beeldschermen met haar vingers aan de knoppen van de veilingknop. In de komende paar uur zorgt zij, samen met klokmaat Van der Plas, dat karren vol bloemen worden verkocht voor een goede prijs. En dat betekent ook streng zijn voor kopers. ,,Jij mag nu niet meer drukken’’, klinkt het dus af en toe door haar speaker.

De lijst met de te veilen bloemen ligt uitgeprint op haar bureau. Maar haar ogen zijn continu gericht op de beeldschermen, waar een foto verschijnt van de aangeboden bloemen. Soms gaan hele karren in een keer weg, maar nog veel vaker worden partijen aan verschillende kopers gesleten. ,,Ik heb er nog twee. Kom op’’, moedigt Linda de kopers aan. ,,Dit is echt iets aparts en ik heb er maar vier emmers van’’, meldt ze bij een andere partij. De kopers bieden per afslag en Linda bepaalt of de prijs per cent, vijf cent, tien cent of een euro per steel omlaag gaat. Dat betekent constant meerekenen en inschatten wat de prijs doet.

Een enkele koper die per ongeluk te veel blikken (zoals de witte fusten steevast worden genoemd) heeft gekocht, krijgt de kans om zijn aankoop te annuleren. ,,Gedaan’’, meldt ze waarna er een code in het scherm verschijnt. ,,Zoiets moet ik wel in de gaten houden, hoor. Soms heeft een koper voor een hoge prijs gekocht en ziet hij de prijs kelderen. Dan zegt hij dat hij abuis was en wil later voor een lagere prijs toch de bloemen hebben. Koopmans kak noemen we dat, dus dan mag hij van mij niet meer drukken. Dat is nu eenmaal het risico van inkopen en ik zit er ook voor de kwekers’’, legt ze uit.

En zo grijpt ze als veilingmeester wel vaker in. Zo ook als een partij bloemen voor een te lage prijs of helemaal niet dreigt te worden verkocht. ,,Nee, deze laat ik niet doordraaien. Die doen we nog een keer’’, meldt ze in haar speaker tegen de onzichtbare kopers. Om vervolgens tevreden te knikken als de bloemen alsnog een koper hebben gevonden. ,,Je zit hier niet om elkaars nek om te draaien, maar je moet het met elkaar doen. Ik praat met kopers en kwekers en hoop dat ze mij veel informatie geven. Als ze melden dat het de laatste bloemen van het seizoen zijn of dat ze volgende week met de eerste bloemen komen, wil ik dat weten. Echt, als ik kweker zou zijn, zou ik zorgen dat de veilingmeester mijn beste vriend zou zijn.’’

Dan stapt Marjan van der Plas het kantoor binnen om het volgende uur veilen voor haar rekening te nemen. Linda kan even relaxen, koffie halen en haar e-mail en whatsapp bijwerken. ,,Mijn telefoon is staat altijd aan. Kwekers en kopers appen vaak. Ook in het weekeinde en zondag want ze willen iemand bereiken. We zijn echt een spin in het web hier.’’

Serie

Dit verhaal maakt deel uit van een zevendelige serie over het sierteeltcomplex in Rijnsburg/Katwijk. De historie, de bedreigingen en de veranderingen maar ook de impact op de directe omgeving. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland. In het derde verhaal de spil van het sierteeltcomplex: Royal FloraHolland.

Bron: Leidsch Dagblad (Rosa van der Veer en beeld door Hielco Kuipers)

Rijnsburgse tuinders steeds onzekerder over toekomst in Trappenberg/Kloosterschuur. ’Ik denk dat het hier straks klaar is’

Peter van Tilburg (64) groeide op in het huidige tuindersgebied Trappenberg/Kloosterschuur. Zijn overgrootvader kwam rond 1850 vanuit Sliedrecht naar Rijnsburg, waar hij negentig hectare grond in de toenmalige Kloosterschuur pachtte. Van Tilburg herinnert zich nog dat zijn vader Floris koeien, maar ook schapen en een paar varkens had.

Van Tilburg ging zelf ook de bloementeelt in. Hij begon met, net als veel Rijnsburgse telers, met zomerbloemen en droogbloemen. ,,Ik bouwde zelf een kasje met éénruiters tot ik in 1985 een sierteeltbedrijf met orchideeën kon overnemen in Kleipetten. Op een gegeven moment had ik vier bedrijfslocaties: in de Kloosterschuur, in Kleipetten, zonnebloemen in Frankrijk om het seizoen te verlengen en glas aan de Noordwijkerweg.’’

Klaar

In 2002 werd op de plek waar ooit de koeien van zijn vader graasden het nieuwe orchideeënbedrijf Van Tilburg Orchids gebouwd, dat inmiddels wordt gerund door zoon Han. Peter ziet nu in Trappenberg/Kloosterschuur hetzelfde gebeuren als in Kleipetten, waar alle tuinbouwbedrijven zijn verdwenen voor woningbouw. ,,Daar waren veel kleinere bedrijven zonder opvolgers. Investeringen blijven uit en dan wordt op een gegeven moment de stap te groot om aan alle eisen te voldoen. Wij zijn het enige bedrijf dat uiteindelijk is doorgegaan. Dezelfde trend zie je nu rond de Voorhouterweg, maar ook al een beetje in Trappenberg/Kloosterschuur. Als je praat over bedrijven met toekomstperspectief, heb je er niet meer dan een handvol. Dus ik denk dat het hier in de regio straks gewoon klaar is.’’

Droom

Eén van die bedrijven met toekomstperspectief is de 25 jaar geleden opgerichte gerberakwekerij Esmeralda van Marcel van Vliet (52) en Gerben Wessels (53). Een bedrijf waar met veertig man personeel jaarlijks dertig miljoen gerbera’s worden geoogst. Als het aan deze kwekers had gelegen, was het bedrijf inmiddels niet alleen groter, maar ook gehuisvest in een compleet nieuw kassencomplex. Maar die droom lijkt verder dan ooit nu het Katwijkse college Rijnsburg-Noord heeft aangewezen voor de vestiging van bedrijven en om financiële redenen geen exclusieve gronden meer reserveert voor de sierteelt. Een hectare bedrijventerrein levert simpelweg meer op dan een hectare kassen.

,,Er wordt gezegd dat de sierteelt belangrijk is, maar in de praktijk valt dat tegen’’, constateren de kwekers inmiddels. Zij zien namelijk dat, naast een aanpassing van de bestemming, al langere tijd tuinbouwgronden worden gebruikt voor niet-sierteeltdoeleinden. ,,Een zorgkwekerij, de opslag van strandhuisjes en een caravanstalling. Verder worden al jaren bedrijfswoningen omgezet in plattelandswoningen. De gemeente heeft na bijna drie jaar nog steeds geen goede regelgeving om dit tegen te gaan. Daar wonen straks mensen die denken landelijk te wonen, maar het blijkt een agrarisch industrieterrein te zijn. ’s Morgens om zes uur begint het werk in de kassen, de radio gaat aan en vrachtwagens halen bloemen. Ook op zaterdag, want bloemen houden geen weekeinde. Die mensen gaan zeuren en klagen en dat is niet handig voor beide partijen’’, licht eigenaar Van Vliet toe.  

Andere agenda

Zelf wilden de gerberakwekers graag een nieuw bedrijf neerzetten op de voormalige gronden van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij, rond de Kloosterschuurweg en afgebakend door de Vinkenweg en Mezenlaan. Deze negentien hectare is inmiddels eigendom van de gemeente Katwijk. Maar de verhuizing bleek niet zo simpel te zijn, want de kwekers werden geconfronteerd met aanvullende eisen en beperkingen. Zo moest er binnen een jaar na aankoop van de grond worden begonnen met de bouw, mochten er geen twee bedrijfswoningen komen, was er geen ontsluiting van het perceel naar de weg en waren er geen elektriciteit-, gas- en wateraansluitingen.

Reden voor de gerberakwekers om af te haken. Peter van Tilburg, die tot dit voorjaar in LTO Nederland zat en nu nog voor de lokale telers op de bres staat, heeft er een hard hoofd in dat die voormalige GOM-gronden ooit nog bij de glastuinders terecht komen. ,,Met het aanbod dat ze toen aan telers deden, ging het nooit lukken. De prijs was niet conform en de kavels van twee hectare waren te klein. Ik denk dat ze niet aan kwekers wilden verkopen en dat er echt een andere agenda was. Dat blijkt nu wel, nu het college kiest voor een bedrijvenbestemming in plaats van exclusief een tuindersgebied.’’

Uitsterfbeleid

De Rijnsburgse kwekers hebben al langere tijd het gevoel dat er lokaal een uitsterfbeleid wordt gevoerd. Een vermoeden dat werd bevestigd door het in 2023 door de gemeente Katwijk uitgevoerde onderzoek met de titel Scenario’s GOM gronden en Trappenberg/Kloosterschuur. Daarin wordt vastgesteld dat Trappenberg/Kloosterschuur het enige resterende sierteeltgebied van de hele Duin- en Bollenstreek is. Het herbestemmen van de voormalige GOM-gronden leidt niet direct tot het verdwijnen van de teelt, maar betekent wel het einde aan investeringen en de teelt op lange termijn, aldus het rapport. En dat terwijl er van de in totaal twaalf bloemenkwekers drie Rijnsburgse bedrijven (waarvan Esmeralda er een is) staan te trappelen om in het tuinbouwgebied uit te breiden.

Naast Esmeralda wil Van Egmond Lisianthus graag uitbreiden. Het bedrijf heeft nu nog een tweede locatie in het Westland, maar wil het bedrijf in Rijnsburg concentreren. Na eerdere pogingen om op de GOM-gronden te bouwen, wordt nu geprobeerd om naast én achter (op Voorhouts grondgebied) het huidige bedrijf te bouwen. ,,We zijn daar al jaren mee bezig, maar het schiet niet op. Het voelt niet alsof de tuinders, toch de trots van Rijnsburg, serieus worden genomen’’, aldus directeur José van Egmond. Ook het lelieveredelingsbedrijf Vletter en Den Haan, dat nu onder meer in de Kamphuizerpolder zit, wil graag naar één plek in Rijnsburg. Om dat mogelijk te maken, zouden de voormalige GOM-gronden geschikt zijn. Tussen het bedrijf en de gemeente Katwijk wordt nog steeds overleg gevoerd, melden ze beiden. Met andere telers zoals Marcel van Vliet en teeltmanager Gerben Wessels is al tijden niet meer gesproken.

Achteruitgang

De hele discussie over de toekomst van Rijnsburg-Noord en dus het sierteeltgebied is precies het scenario waarvoor de gerberatelers al tijden bang zijn. Want ja, als het niet overduidelijk is dat een gebied is bestemd voor de sierteelt, zoals ooit vastgelegd door de gemeente Rijnsburg, betekent dat een langzame achteruitgang. Teeltbedrijven zonder opvolging wachten op een aantrekkelijk bod van de langskomende projectontwikkelaar of de gemeente. Logisch, want de gronden en het bedrijf zijn simpelweg hun pensioen.

Minder telers betekent dat voorzieningen, huisvesting voor arbeidskrachten, maar ook bloementransport, voor de resterende kwekers moeilijker worden. ,,Maar denk ook eens aan het verbeteren van de waterkwaliteit in het gebied in het kader van KWR in 2027. Gezamenlijk zijn er nu watercoaches bij de bedrijven aan het werk’’, licht Wessels toe. Een ander voorbeeld is het project om aardwarmte in Trappenberg/Kloosterschuur te gaan opwekken. Dat is een uitgesproken kans om met veel minder energiekosten kassen, huizen en bedrijfsgebouwen te verwarmen.

Gerberakweker Van Vliet: ,,Het is een prachtige techniek, maar je hebt wel een zekere schaal nodig. Als alle telers meedoen, is het interessant en heb je die schaal. Als er een paar afhaken wordt het al snel te klein en dus te duur. Zo mis je een mooie kans om te verduurzamen.’’

’Behoud het ecosysteem’ en ’rook tuinders niet uit’

Hoe de toekomst van het tuindersgebied Trappenberg/Kloosterschuur eruitziet, is vastgelegd in de herziene Intergemeentelijke Structuurvisie (ISG). In het uit 2016 daterende ISG werd het sierteeltcomplex nog als belangrijk voor de Greenport Bollenstreek omschreven. Maarten Prins, programmamanager Greenport Duin- en Bollenstreek, hoopt dat zo blijft. Net zoals hij nog hoopt dat negentien hectare tuinbouwgrond, ooit bedoeld als plek voor nieuwe teeltbedrijven maar inmiddels door eigenaar Katwijk vrijgegeven voor andere bedrijven, toch voor de tuinbouw blijft behouden.

,,De discussie is begrijpelijk vanuit de portemonnee van de gemeente Katwijk. Maar ik denk dat het belangrijk is dat de tuinbouw in dit laatste gebied een plek houdt. Er zitten een aantal levensvatbare bedrijven die graag willen, maar nu niet de kans krijgen. Laat er nu eens iemand van buiten naar kijken en dan zorgen dat er realistische plannen worden gemaakt. Nu lijkt het of Katwijk meewerkt, maar in de praktijk zie ik het ook als mee stribbelen.’’

Hij wijst op het belang van het in standhouden van het ’ecosysteem’ van tuinders, handel en toeleveranciers. ,,Bovendien kan het complex van grote waarde zijn voor de hele samenleving op gebied van biodiversiteit, waterhuishouding, maar ook warmtewinning. Daarnaast moet je kiezen wat voor economie je in je dorp wilt hebben. Alleen maar forenzen die de hele dag achter de computer zitten? Wat is Rijnsburg dan voor bloemendorp zonder bloemen? Die sierteeltsector hoort bij de eigen cultuur.’’

Ook voor FloraHollandmanager Coen Meijeraan is het behoud van een kwekersgebied van groot belang. Niet alleen omdat een (klein) deel van de aanvoer van FloraHolland uit Rijnsburg komt, maar ook voor de primaire werkgelegenheid en de interactie tussen kopers en kwekers. ,,Je hebt hier een compleet sierteeltcluster met alle elementen zoals handel en teelt. Dat cluster verzwak je door de laatste kwekers ’uit te roken’, zoals nu in Katwijk gebeurt. En als dat cluster er niet meer is, heeft ook de accountant, het uitzendbureau en de carrosseriebouwer geen werk meer.’’

Serie

Dit verhaal maakt deel uit van een zevendelige serie over het sierteeltcomplex in Rijnsburg/Katwijk. De historie, de bedreigingen en de veranderingen maar ook de impact op de directe omgeving. Deze serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Kwaliteitsimpuls Zuid-Hollandse Journalistiek van de provincie Zuid-Holland. In het tweede verhaal Kloosterschuur/Trappenberg en de zorgen over het voortbestaan van het teeltgebied. Volgende week Royal FloraHolland als spil van de sierteelt.

Bron: Leids Dagblad (Rosa van der Veer en beeld door Hielco Kuipers)

Campagne Enjoy our Flowers, but don’t cross the flower line gaat door: Flower Liners krijgen vervolg

Flower Line

De campagne legde dit voorjaar vooral focus op de Flower Line. Een vriendelijke manier om te vertellen waar de absolute grens ligt. De bezoeker mag niet over die grens stappen. De grens wordt visueel benadrukt met een afscheidingslint. Dit seizoen is geleerd op welke manier de grens het meest effectief wordt aangeduid. Ook is duidelijk het verschil duidelijk geworden met velden waar het campagnemateriaal nog niet is toegepast. Een goede aanzet dus, die vraagt om een consequent vervolg.

De kracht van de Flower Liners

In de drukste weekenden van het bloembollenseizoen zijn deze vrijwilligers aanwezig geweest op de velden. Flower Liners helpen de bezoekers de juiste foto-hotspots in de streek te vinden en leggen uit waarom het niet is toegestaan over de flower line te stappen. Zij vertellen bijvoorbeeld waarom het belangrijk is om op de paden te blijven. En over het groeiproces van de bloembollen. En welke vogels allemaal bescherming voor hun nesten vinden tussen de bloeiende tulpen. De Flower Liners zijn hét gezicht van de campagne en maken op een vriendelijke en betrokken manier contact met toeristen.

Nieuwe Flower Liners gezocht

Om het succes van voorjaar 2025 voort te zetten, start nu al de zoektocht naar uitbreiding van de vrijwilligersgroep. Met een aantal interessante workshops, wil het campagneteam op speelse wijze de kennis van de Flower Liners vergroten. Zo staat een rondleiding op een bollenbedrijf op de agenda, zal het thema cultuurhistorie aandacht krijgen, staat een excursie tussen de bollenvogels op het programma en wordt één van de foto-hotspots bezocht met een training hoe-maak-je-het-perfecte-plaatje. De eerste activiteit staat al gepland voor begin augustus. Wie interesse heeft kan zich melden via ambassadeurs@enjoyourflowers.nl.