De tuinbouwsector leert en onderneemt met biodiversiteit

De minister appelleerde aan de kracht van de sector, het sterke innovatieve karakter en het sector systeem in zijn geheel. ‘De Nederlandse tuinbouw is van wereldklasse, laat dat zien en wees er trots op’, aldus Adema. Ook refereerde hij aan het gezamenlijk optrekken om de resultaten van de transities nog beter te duiden. De overheid ziet graag dat de sector aan slag gaat om doelsturing mogelijk te maken. Dit past bij het geprezen ondernemerschap en vraagt nieuwe initiatieven vanuit de sector.

In het kader van de komende verkiezingen ontving de minister uit handen van Adri Bom-Lemstra voorzitter Greenports Nederland het verkiezingsmanifest dat onder aanvoering van Greenports Nederland door de gezamenlijke brancheorganisaties in de tuinbouw is opgesteld.

Key note spreker Vincent Merckx, onderzoeker bij Naturalis en de Universiteit van Amsterdam doet onderzoek naar biodiversiteit, met name in de bodem. Hij liet zien dat het meten en begrijpen van biodiversiteit nog steeds een enorme uitdaging is, maar dat er ook kansen liggen om deze biodiversiteit te gebruiken voor een duurzamere tuinbouw. Zijn oproep is vooral om onderzoek en praktijk beter met elkaar te verbinden, zodat deze kansen maximaal benut worden.

Gedreven ondernemers zoals Peter van der Avoird, Harry Wubben en Toon Ebben namen het publiek vervolgens mee in hoe duurzaamheid, biodiversiteit en natuur inclusief ondernemen voor hen uitpakt en dagelijks inspireert en motiveert om hierin steeds een stap verder te gaan. ‘We kunnen op dit moment nog meer met elkaar onze kennis delen en onze verhalen en ervaringen vertellen, dat is nuttig voor de hele sector”, aldus Harry Wubben.

De workshop van Jaap Dirkmaat (directeur Nederlands cultuurlandschap) gaf een inkijk in het tot nu grootste landschapsherstelproject van Nederland ‘De Ooijpolder’ en de realisatie van “Heerlijckheid Land van Cuijk” samen met Toon Ebben. Zij gingen vervolgens in gesprek over de verbinding tussen bedrijf, overheid en omgeving en op welke wijze het tuinbouwcluster in staat is om samen te investeren in een betere natuurinclusieve leefomgeving.

Hoe ziet het transitiepad naar een winstgevende natuurinclusieve tuinbouw eruit, is de vraagstelling in de workshop van Eveline Stilma adviseur innovatie plantenteelt bij Greenport West-Holland. Jose van der Klauw, duurzaamheidsmanager van Dijk Flora, merkt op dat de druk op de sector om duurzaam te telen toeneemt, ook bij klanten. We moeten met elkaar meer het verhaal vertellen van waar onze planten en bloemen meerwaarde hebben, denk aan wateropname in de bodem, verkoeling, en dergelijke factoren. Hierbij wordt uit de zaal opgemerkt dat er veel te winnen valt bij een meer eensluidende definitie van ‘biodiversiteit’. 

Het verhaal van de tuinbouwsector

De tuinbouwsector heeft een nieuw verhaal nodig. En onze verhalen moeten we naar een groter publiek brengen. Dat was het vertrekpunt in de workshop van Hidde Boersma, schrijver, spreker en maker van de film Paved Paradise, waarin hij pleit voor intensieve landbouw om natuur te sparen, en Joris Lohman, directeur Foodhub, opgericht om de voedseltransitie te versnellen naar een duurzaam en gezond voedselsysteem. In de workshop werd het publiek actief betrokken in de zoektocht naar oplossingen. Deze input wordt o.a. meegenomen in een debat op 10 oktober in de Balie in Amsterdam.

Hier de link naar de sfeerreportage van het Nationaal Tuinbouwcongres van Greenports Nederland.

Bij gebruik van foto’s vermelding Fotografie: Rolf van Koppen.

Bron: Greenports Nederland

tuinbouw-economie-greenport

Tuinbouw laat enorme veerkracht en innovatie zien

De tuinbouwketen, welke bestaat uit de ketens van groente, fruit, sierteelt, uitgangsmaterialen en techniek, investeert bovengemiddeld veel in onderzoek en ontwikkeling: van de totale uitgaven aan R&D in Nederland wordt 5 procent door de tuinbouwketen gedaan.

Volgens Jaap Bond, boegbeeld van Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, is het een belangrijk signaal dat de sector volop inzet op R&D. Juist innovatie zorgt volgens hem voor een veerkrachtige en toekomstgerichte sector. “De tuinbouwketen investeert bijna 1 miljard euro aan R&D en blijft hiermee in de top van R&D-investeringen in Nederland. Belangrijk is dat onze innovaties in veredeling en techniek niet alleen in Nederland blijven, maar de hele wereld over gaan. Door volop in te zetten op innoveren voor de toekomst – ook tijdens een crisis – werken we met elkaar samen aan duurzame oplossingen voor wereldwijde maatschappelijke problemen, zoals slim en zuinig watergebruik, gezonde en duurzame voeding, kennisontwikkeling en een groene leefomgeving. Deze veerkrachtige sector is daarmee van grote betekenis voor zowel Nederland als ver daarbuiten.”

Toegevoegde waarde en werkgelegenheid

Uit de nieuwe cijfers blijkt dat de totale bijdrage van het tuinbouwcomplex, gedefinieerd als bovengenoemde tuinbouwketen inclusief aanvullende toeleverende en logistieke diensten ten behoeve van de keten (zoals banken, staalbedrijven, vervoerders, detaillisten, etc.), aan de Nederlandse economie is gestegen van 2,6 naar 2,8 procent van het bruto binnenlands product. Het tuinbouwcomplex is daarmee over de periode 2018-2021 belangrijker geworden voor de Nederlandse economie. De toegevoegde waarde van het tuinbouwcomplex bedraagt 23,6 miljard euro. Daarnaast is het tuinbouwcomplex goed voor 3,1 procent van de totale werkgelegenheid en zorgt daarmee voor ruim 246 duizend banen.  

Veerkracht = ondernemerskracht

Volgens Adri Bom-Lemstra, voorzitter van Greenports Nederland, kreeg de tuinbouw het flink voor de kiezen met de hoge energieprijzen, de duurder wordende grondstoffen en de instabiele geopolitieke situatie. Het is en blijft volgens haar een uitdagende situatie voor de sector.  “De verduurzamingsopgaven liegen er niet om en vragen vertrouwen in de toekomst. De cijfers laten de veerkracht van de tuinbouw zien. Om te blijven innoveren en de internationale concurrentiepositie vast te houden, moeten we met elkaar wel de focus houden op verduurzaming én blijven investeren in een goed ondernemers- en vestigingsklimaat in Nederland.“ 

Onderzoek

De Tuinbouwcijfers 2022 zijn tot stand gekomen door onderzoek van het CBS en Wageningen Economic Research op verzoek van Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen en Greenports Nederland. De cijfers geven een beeld van de economische prestaties van het agrocomplex tuinbouw en uitgangsmaterialen zoals het bouwen van de kassen, het telen van de zaden, productie, verhandelen en distribueren van groenten, fruit en sierteeltproducten.

Op www.cbs.nl is de maatwerktabellenset van het CBS en Wageningen Economic Research gepubliceerd over de economische prestaties van de keten Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. De gehele rapportage Tuinbouwcijfers 2022 is vanaf vrijdag 23 juni 2023 te vinden op de website van het CBS. 

NationaalTuinbouw-Congres-greenport-duin-en-bollenstreek

Greenports Nederland zoekt vrijdenkers om tuinbouw een extra boost te geven

Hoe circulair is de tuinbouw? Gaat het deze sector lukken om de hele keten van productie, handel tot aan de consument toe ingrijpend te verduurzamen en heeft de coronacrisis dit een extra impuls gegeven? Dat was het thema van het Nationaal Tuinbouwcongres in Baarn. Adri Bom-Lemstra, voorzitter van Greenports Nederland, opende het congres. Zij gaf aan dat de sector veel meer aan de buitenwereld moet vertellen welke mooie, duurzame en gezonde producten deze keten maakt. Daarnaast benadrukte zij dat de tuinbouw nog meer samenwerking moet gaan zoeken met andere sectoren om de transitie te versnellen.

Duurzaam produceren

Daarna was het de beurt aan Volkert Engelsman, CEO Eosta, die een prikkelend betoog hield over duurzaam produceren. In zijn pleidooi ging hij onder andere in op de rol van de supermarkten. “Om duurzaam te kunnen produceren moet je ketentransparantie hebben. Alleen dan kan je met ketenpartners tot afspraken komen over eerlijke prijzen. Want hoe kan een boer groen worden als hij rood staat? Met eerlijke voeding wordt de wereldbevolking gezonder. De sector gaat nooit in één keer helemaal om, dat zullen de koplopers moeten doen. Wij steken hiermee ons nek uit en hopen zo het nieuwe normaal in beweging te zetten.”: aldus Engelsman.

Gideonsbende, sluit aan

Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde, is fan van de Nederlandse tuinbouw vanwege haar innovatieve karakter, echter doet zij bij lange na niet genoeg, de tuinbouw zal radicaal moeten veranderen om in te spelen op de klimaatveranderingen. “Wij hebben nog 10 jaar de tijd om ons echt aan te passen. Met een beetje anders redden we het niet. Wij zijn goed om zaken slim en efficiënter te maken, maar niet zo goed om dingen radicaal anders te gaan doen. Maar daar moeten we nu mee starten om op tijd klaar te zijn. Dit betekent voor de tuinbouw, duurzamer moeten worden en focussen op nieuwe verdienmodellen zoals het exporteren van kennis en innovatie. En zet de ramen en deuren open; ga samenwerken met frisdenkers. Haal mensen van buiten naar binnen. De tuinbouw is veel te intern gericht.” Rotmans riep het publiek op om een gideonsbende te beginnen om zo de transitie teweeg te brengen. Verbinders zijn nodig om het bestaande met het nieuwe te verbinden.

Naast de twee hoofdsprekers konden de aanwezigen deelnemen aan de workshops over biodiversiteit, groene waterstof en talentontwikkeling. Hier werden nieuwe ideeën uitgewisseld en verbindingen gemaakt.

Innovation Prize 2021

Het congres werd afgesloten met de uitreiking van de derde Topsector TU Innovation Prize. De vakjury riep InsectSense uit als winnaar. Thermeleon ging er met de publieksprijs vandoor. Juryvoorzitter Harrij Schmeitz van Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen (T&U) was onder de indruk van de inzendingen. “De Nederlandse tuinbouw heeft een flink aantal uitdagingen voor de toekomst om de stap te maken naar klimaatneutrale productie. De innovaties die we hierbij nodig hebben, komen niet alleen voort uit het ‘traditionele’ innovatie ecosysteem van de tuinbouw. Baanbrekende innovaties komen juist ook uit andere sectoren.”

De jury over de winnaar: InsectSense zet het ongelooflijk reukvermogen van echte bijen in voor de vroege detectie van plantenziekten. Deze methode is snel, nauwkeurig, kosteneffectief en niet-invasief en kan helpen om aanzienlijke economische verliezen in de land- en tuinbouwsector te voorkomen. Dit is zo baanbrekend en duurzaam dat wij de doorontwikkeling hiervan graag ondersteunen. Op deze manier maken we gebruik van de kracht van de natuur om optimaal en duurzaam te kunnen telen: the help of nature to improve nature.”

InsectSense ontving een kennisvoucher t.w.v. €25.000,- om samen met Wageningen University & Research, professoren en studenten de oplossing c.q. het concept verder uit te werken en/of knelpunten op te lossen. De winnaar ontvangt ook een StartLife wildcard van Startlife Accelerate en ontvangt een jaar lang persoonlijke begeleiding van een innovatiemakelaar van de Topsector T&U.  

Startup Thermeleon kreeg met een record aantal stemmen de publieksprijs. Deze startup maakt kassen energiezuiniger door de overtollige warmte strategisch te hergebruiken tijdens de dag- en nachtcyclus, waardoor de CO2-uitstoot en energiekosten voor telers worden verminderd. Thermeleon heeft een geldprijs van € 1.500,- gewonnen en een HortiTech Startup Membership van 6 maanden met toegang tot netwerk, kennis en faciliteiten van innovatieplatform HortiHeroes en World Horti Center.

Huisvesting-arbeidsmigranten-duin-en-bollenstreek

Greenports NL: verruiming huisvestingsopties intern. medewerkers

Onder de paraplu van het programma ‘Huisvesting Arbeidsmigranten’ onderneemt de provincie verschillende activiteiten om versnelt meer kwalitatief goede huisvesting voor internationale medewerkers beschikbaar te krijgen. Gerard Mostert verwoordde dat Greenports Nederland blij is met de inspanningen en met de resultaten en aanbevelingen die dat op het gebied van data- en kennisontwikkeling en samenwerking tussen stakeholders heeft opgeleverd. De aanbevelingen over het ruimtelijk instrumentarium schieten in de optiek van Greenports Nederland echter nog tekort. Gerard Mostert benadrukte dat er verruiming nodig is van de mogelijkheden om internationale medewerkers ook buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) te huisvesten.

Gerard Mostert laat weten

“De krapte op de woningmarkt is groot, en daarmee ook de strijd om de m2 binnen BSD. Het huisvesten van internationale medewerkers binnen BSD leidt tot verdringing op de woningmarkt en de weerstand hiertegen groeit. Om ruimte te creëren voor de gewone woningzoekenden zijn er andere plekken nodig voor internationale medewerkers. Die andere plekken zijn te vinden buiten BSD. Daarvan zijn legio voorbeelden bekend, zoals op percelen in bestaand glastuinbouwgebied (voor medewerkers tuinbouw), daar waar ze herstructurering van de tuinbouw niet in de weg staan. Aan de randen van bedrijventerreinen op loop- en fietsafstand van het werk. En in voormalige bedrijfslocaties (schuren, kantoren) waar ruimte is voor kwalitatief goede huisvesting op nog steeds aanvaardbare afstand van voorzieningen. Gemeenten en stakeholders staan open voor deze oplossingen, maar door het ontbreken van eenduidigheid in beleid van gemeenten en de provincie komen ze niet tot uitvoering.”

Verkennen en uitwerken

In de beraadslagingen die volgden onderkende gedeputeerde Anne Koning dat de huisvestingsopgave die voorligt niet alleen binnen BSD gerealiseerd kan worden. Het college van Gedeputeerde Staten (GS) gaat daarom verder met het verkennen van huisvestingsmogelijkheden aan de randen van BSD en met het uitwerken van criteria waaraan mogelijke locaties moeten voldoen en op getoetst kunnen worden.

De resultaten en aanbevelingen van het programma ‘Huisvesting Arbeidsmigranten’ worden uitgewerkt in beleidsvoorstellen die in de tweede helft van 2021 voorgelegd worden aan de Provinciale Staten. 

De inspraak van Gerard Mostert en de vragen van de commissieleden hierover zijn terug te zien op https://bit.ly/3yHX3d3, vanaf 35.09 tot 57.55.

Eerder berichtten wij al over het manifest Bouwen, bouwen, bouwen van Greenports Nederland. Je leest hier meer over via dit speciale nieuwsbericht. En ook vanuit Glastuinbouw Nederland is aandacht voor dit onderwerp.

Huisvesting-arbeidsmigranten-duin-en-bollenstreek

Lobby voor huisvesting internationale medewerkers

Vinden is nog niet wonen
De commissie Roemer concludeert dat de zoektocht naar nieuwe huisvestingslocaties voor internationale medewerkers de hoogste prioriteit heeft. Een heldere conclusie waar wij aan toe willen voegen dat alleen het zoeken naar locaties onvoldoende is. Er moet ook snelheid gemaakt worden in de daadwerkelijke realisatie van nieuwe huisvesting. Deze nuancering is belangrijk omdat uit de dagelijkse praktijk van gemeenten, huisvesters, uitzenders en primaire werkgevers blijkt dat het niet alleen lastig is om geschikte locaties te vinden, maar ook om ze be- of herbouwd te krijgen. Als we stellen dat 15% tot 20% van alle uitgewerkte initiatieven daadwerkelijk tot extra bedden leidt, zijn we erg optimistisch (gebaseerd op gesprekken met experts, waaronder Expertisecentrum Flexwonen).

De huisvestingsinitiatieven die er zijn, halen in veel gevallen helaas de eindstreep niet. Belemmeringen die realisatie in de weg staan zijn het ontbreken van draagvlak (weerstand en publieke commotie) tot te lange ondoorzichtige procedures en beperkend beleid.

Greenports Nederland vraagt om:

  1. Een landelijke aanpak voor de huisvestingsopgave internationale medewerkers.
    Deze aanpak bestaat uit:
    a. Landelijke sturing op de opgave, de beleidskaders en de kwaliteitscriteria waaraan huisvesting voor internationale medewerkers moet voldoen.
    b. Provinciale sturing op de regionale samenwerking en op het vinden van locaties. De provincies ondersteunen gemeenten bij het inpassen van de gevonden locaties in de omgevingsvisies.
    c. Gemeentelijke sturing op de inpassing van huisvestingsinitiatieven.
    d. Intensieve samenwerking tussen het Rijk, de provincies en de gemeenten in de uitvoering.
    e. Proactieve inpassing van de bestemming huisvesting internationale medewerkers in omgevingsvisies.
  2. Snelle invoering van een vereenvoudigde inschrijvingsprocedure BRP / aanpassing Wet BRP.

Situatie GreenportDuin- en Bollenstreek

De provinciale verordening en de beleidswensen van de gemeentes in onze Greenport zijn in dit geval nog niet goed genoeg op elkaar afgestemd. De provincie kijkt samen met gemeentes, door middel van ‘experimeneer projecten’ in het kader van het programma internationele medewerkers van Provincie Zuid-Holland, naar mogelijke oplossingen.

Lees hier het persbericht dat Greenport Nederland uitstuurde.

Vrachtwagen-transport-bloemen-greenport-duin-en-bollenstreek

Extra capaciteit nodig voor transport versproducten van en naar VK

De hele situatie zorgt voor Nederlandse bedrijven voor grote problemen in de import en export van tuinbouwproducten van en naar Engeland. De Crisisorganisatie Corona Tuinbouw roept de politiek met klem op absolute prioriteit te geven aan het openhouden van het bestaande ferry transport en waar mogelijk mee te werken aan uitbreiding van de capaciteit daarvan. Hierbij is het, in afwachting van de uitkomsten van het crisisberaad in Brussel, zeer belangrijk druk op Frankrijk uit te oefenen om zo tot snelle openstelling van de tunnel te komen.

Daarnaast vraagt de crisisorganisatie om, vanwege de bederfelijkheid van bloemen, planten en groenten, voorrang te geven aan het transport van versproducten. Als laatste punt wordt aandacht gevraagd om maximale zorg te besteden aan de mogelijkheden voor gestrande chauffeurs om huiswaarts te keren.

Gebruik van de tunnel tussen Calais en Dover is door de Franse maatregelen niet mogelijk. Dit zet grote druk op de capaciteit van de veerboten tussen België, Nederland en het Verenigd Koninkrijk die nog wel varen voor het vrachtverkeer. De beschikbaarheid van het ferry transport is voor veel tuinbouwbedrijven cruciaal. Diverse bedrijven die in hun transport afhankelijk zijn van de tunnel zijn op dit moment al geraakt door de sluiting.

Zorgen om beschikbaarheid van voldoende chauffeurs

De Taskforce Logistiek, onderdeel van de crisisorganisatie, met betrokkenen vanuit de relevante brancheorganisaties in de tuinbouw en het ministerie van LNV hebben maandagmiddag de gevolgen van de grenssluiting tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk geïnventariseerd. De Taskforce verwacht dat voor alle bedrijven in de tuinbouwketen met activiteiten richting VK de problemen de komende dagen fors op kunnen lopen. Een langere sluiting van de tunnel kan leiden tot enorme (prijs)druk op het ferry transport. Zowel vertragingen als beperkingen in beschikbare capaciteit leiden tot forse schades voor betrokken bedrijven. Daarbij is ook de beschikbaarheid van voldoende chauffeurs voor de komende tijd een zorg. Door de corona maatregelen kunnen chauffeurs niet makkelijk terugkomen vanuit Engeland en zal men mogelijk straks in quarantaine moeten waardoor ze niet aan het werk kunnen. Dit is een serieus aandachtspunt.

Het wegvervoer door de tunnel beslaat alleen al ruim 50% van het totale transport van versproducten naar het Verenigd Koninkrijk. Engeland is, na Duitsland, de tweede afnemer van versproducten uit NL en vertegenwoordigt een exportwaarde van bijna 2,5 miljard Euro per jaar.

Coronacrisis Tuinbouw
Greenports Nederland coördineert en faciliteert voor tuinbouworganisaties de aanpak van de Coronacrisis. Hierbij inventariseren deelnemende organisaties de impact en het schadebeeld in de sector als gevolg van wereldwijde maatregelen om de Coronapandemie in te dammen. Ze werken vervolgens samen aan oplossingen voor collectieve knelpunten.

Voor meer informatie neem je contact op met Pauline Verhagen via communicatie@greenports-nederland.nl.

Bron: Greenports Nederland