Jaap-Bond-in-de-spiegel-greenport-stories

In de Spiegel: Jaap Bond

In de Spiegel is de rubriek van Greenport Stories waarin iemand uit het agrarische cluster in de spiegel kijkt. Aan het woord Jaap Bond: een Volendammer in de Bollenstreek, voorzitter van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) en boegbeeld Tuinbouw/Uitgangsmaterialen.

 

Als u in de spiegel kijkt, wat voor soort voorzitter ziet u dan?

Dan zie ik een harde werker en iemand die zeer betrokken is. Door ervaring krijg ik dingen vaak voor elkaar, onder andere door samenwerking en verbinding te zoeken.

 

U heeft verschillende functies, wat zijn de voornaamste?

Dat klopt, maar in de eerste plaats ben ik voorzitter van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur. Hier houd ik mij vrijwel dagelijks, in ieder geval 24 uur per week mee bezig. Daarnaast ben ik zogenaamd ‘boegbeeld’ Tuinbouw/Uitgangsmaterialen. Dit zijn mijn meest voorname taken die heel goed te combineren zijn. De functies vullen elkaar aan. Mijn dagelijkse werk bestaat uit vergaderen, e-mails beantwoorden, het netwerk op orde houden en bezig zijn met de waan van de dag: zoals meedraaien in projecten over proeftuinen, gewasbescherming en andere actualiteiten.

Hoe lang bent u nu actief bij de KAVB? En hoe bevalt dat?

Ik ben bij de KAVB gestart in december 2019, dus nu bijna een jaar. Het bevalt heel erg goed. Het is een leuke club, niet te groot en er is veel te doen. Ik vind het bijzonder dat de KAVB de oudste vereniging is van Nederland. De oprichters waren toen al mensen met visie. We behartigen de belangen van een mooie sector. Het product bollen en bloemen is natuurlijk geweldig. De druk vanuit de politiek wordt alleen wel steeds groter, er wordt veel verwacht. We zijn daarom continu gericht op het vak van de toekomst waarin we nog transparanter zullen moeten gaan ondernemen. Ik zie veel op ondernemers afkomen. Ik ben blij dat ik een bijdrage kan leveren om dat in goede banen te leiden.

Wanneer gaat de KAVB fuseren met Anthos?

Die vraag is mij al vaak gesteld. Zeker in mijn eerste weken bij de KAVB. Het antwoord is simpel. Daar gaat de KAVB niet over en daar zijn twee partijen voor nodig. Ik wil goed samenwerken met de Anthos en ik heb geen achteruitkijkspiegels, oftewel ik kijk alleen vooruit. Ik sluit een nog nauwere samenwerking in de toekomst niet uit. Want feit blijft dat we met dezelfde factoren te maken hebben. Als het bij ons regent, dan regent het bij Anthos ook.

U vlogt, wat modern! Waarom doet u dat?

Ja, ik vlog regelmatig. Dat deed ik in mijn vorige carrière als gedeputeerde ook al graag. In het voorjaar, tijdens de eerste lockdown, heb ik het weer actief opgepakt. Dit keer als voorzitter van de KAVB en namens het crisisteam tuinbouw. Ik doe dat om de persoonlijke touch te houden. Naast alle digitale communicatie, zoals nieuwsbrieven, merk ik dat je in deze moeilijke tijd de persoonlijke touch en empathie mist. Vloggen helpt daarbij. Ik ben zeker van plan om het vloggen binnenkort ook weer op te pakken.

U speelde een belangrijke rol in het corona crisisteam tuinbouw?

Ja ik was voorzitter van het landelijke crisisteam voor de sector tuinbouw. De periode vanaf maart was een zeer hectische en heftige periode voor de gehele tuinbouw. Het crisisteam had de taak om een goed uitvoerbare en toegankelijke schaderegeling voor ondernemers in de tuinbouwketen te bewerkstelligen. Er was acuut geld nodig voor bedrijven die op omvallen stonden. Uiteindelijk is er 600 miljoen euro beschikbaar gekomen. Maar het ging om veel meer dan geld. We moesten de politiek uitleg geven aan de werkwijze van bijvoorbeeld meerjarige teelt. Ook hielden we ons bezig met het openhouden van de Europese grenzen voor onze arbeidsmigranten. Ik kijk erop terug als een bizarre en hectische tijd. Ik ben tevreden over wat we voor elkaar hebben gekregen. Onze inzet heeft zeker bijgedragen aan een sneller herstel. Want de geluiden uit de markt zijn goed, zowel bij de handel, de kwekers als de broeiers. Over het algemeen dan, want lelies zijn nog wel en punt van zorg. Maar al met al had ik in maart niet durven hopen dat we nu, in november, staan waar we staan.

Wat vindt u van Greenport Duin- en Bollenstreek?

Ik ben heel blij met Greenport organisaties. Ze vervullen een belangrijke rol in de agrarische sector. Bij de Greenports komen ondernemers, overheid, onderwijs en onderzoek samen. De zogenaamde Triple Helix. Ikzelf ben betrokken geweest bij de oprichting van Greenport Aalsmeer en Greenport Noord-Holland Noord. Wat ik zie is dat elke Greenport per regio een op maat gesneden plan uitvoert. Dat is goed, want elke regio verdient een eigen aanpak.

Denkt u dat Duin- en Bollenstreek het centrum van bollen blijft?

Daar ben ik van overtuigd. Niet alleen op economisch vlak. Wij hebben hier de naam, de geschiedenis en de betrokkenheid. Deze regio en dit landschap heeft een cultuurhistorisch karakter waar geen ander gebied ter wereld aan kan tippen. Dan hebben we ook nog de Keukenhof en het Bloemencorso. Natuurlijk staat er druk op ons gebied, maar datzelfde gebied wordt goed beschermd. Het Pact van Teylingen is een zeer belangrijk besluit geweest. We moeten daaraan blijven vasthouden en de bollenvelden blijven koesteren met elkaar.

Van welke gebeurtenis heeft u veel geleerd?

Ik ben een geboren en getogen Volendammer en mijn carrière gestart bij de politie. Ik had een daar drukke baan en helemaal niet de ambitie om de politiek in te gaan. Maar toen er in Volendam niets gedaan werd aan het woningentekort voor jongeren ben ik mij toch gaan inzetten voor de politiek. Er zijn duizend woningen gekomen. Invloed hebben op besluiten via de politiek beviel mij goed. En zo rolde ik dus de politiek in. Uiteindelijk werd ik gevraagd om gedeputeerde te worden.

Waar mogen wij u s nachts voor wakker maken?

Vroeger was dat een potje voetbal. Maar nu is dat voor een bordje gestoofde paling. Ik ben en blijf een Volendammer he?

 

Rob-Baan-in-de-spiegel-greenport-stories

In de Spiegel: Rob Baan

In de Spiegel is de rubriek van Greenport Stories waarin iemand uit het sierteeltcluster in de spiegel kijkt. Aan het woord Rob Baan: pionier, visionair, idealist, ‘Beste Boer van Nederland’ en eigenaar van Koppert Cress.

Als je in de spiegel kijkt, wat voor soort ondernemer zie je dan?

Ik ben een ondernemer met pretoogjes. Letterlijk en figuurlijk. Ik ben optimistisch en vrolijk van aard en ik wil zoveel mogelijk plezier in mijn werk hebben. Ik ben niet ondernemer geworden om stinkend rijk te worden. Ik definieer mijn corebusiness als ‘gezondheid en geluk’. Dat is waar ik elke avond mijn wekker voor zet. Mijn doel is om van Nederland de “gezondste delta van de wereld” te maken. Het geheim van die gezonde delta zit in gezonde voeding. De land- en tuinbouw van Nederland spelen hier een zeer belangrijkere rol.

Wat is Koppert Cress?

Koppert Cress is mijn bedrijf in microgroenten. We zijn gespecialiseerd in cressen, vers gekiemde plantjes met heerlijk verfijnde smaken. We leveren vooral aan goede chef-koks. Nu de restaurants opnieuw dicht zijn, hebben wij uiteraard ook weer de nodige uitdagingen.

Twee weken geleden was je te gast in GreenportLIVE, wat neem je hieruit mee?

Ik vond het een zeer interessante bijeenkomst. De nadruk lag op woningvraagstukken voor arbeidsmigranten in Nederland. Aanwezig was ondernemer Bert Verheij van het bedrijf Homeflex. Ik vind het heel knap dat Verheij het mogelijk maakt om voor 100 euro per persoon per week arbeidsmigranten zo’n goed geregeld onderkomen te bieden. Een mooi en net onderkomen waar alles strak geregeld is. De man was veel te bescheiden. Dagelijks heeft hij te maken met lastige procedures en moeilijke gespreken met de lokale overheid. En dat terwijl dit soort beheersbare oplossingen juist toegejuicht zouden moeten worden door gemeentes. Ondernemers als Bert verdienen wat mij betreft een standbeeld.

Gezonde voeding is jouw stokpaardje geworden, wat drijft je?

Ik mag mijzelf inmiddels een specialist noemen op het vlak van voeding. Ik heb ervaring met ondernemen in groente en zaden in meer dan 70 landen. Overal waar ik kom wordt Nederland bewonderd om haar innovaties en prestaties op het vlak van land-, glas- en tuinbouw. Wat wij in dit land doen is zeer vooruitstrevend en zelfs fenomenaal. Het is bijzonder dat we deze eervolle positie alleen niet in Nederland hebben. Sterker nog het imago van de agrarische sector staat al tijden onder druk. De discussie rondom stikstof helpt in deze ook niet. Boze boeren, protesten en ondoordachte acties maken het alleen maar erger.

 

Toch zie ik oplossingen. Ik denk dat met de helft van de veestapel onze boeren hetzelfde salaris moeten kunnen blijven verdienen. Hoe? Door terug te gaan naar onze high-end kwaliteitsproducten. En dat geldt voor vrijwel alle op Nederlandse voedingsbodem gemaakte agrarische producten. Niemand zit te wachten op een goedkoop stuk plastic kaas voor een zo goedkoop mogelijke prijs. In Nederland zijn wij van origine specialisten op het gebied van bijvoorbeeld Goudse Kaas of Leerdammer Kaas. Wereldberoemde kazen. Voor die kwaliteit is de consument echt bereid meer te betalen. Ook is de consument heus bereid meer te betalen voor prachtige tulpen die lang in de vaas staan in plaats van een goedkoop flauw bosje uit de supermarkt.

 

Kijk eens naar wat er gebeurt de laatste decennia in het Westland. Nederland is wereldwijd een absolute koploper in glastuinbouw. National Geographic schreef niet er zo lang geleden een artikel over: “How the Dutch can feed the world”. Ook bioloog David Attenborough stelde onlangs in zijn Netflix documentaire de Nederlandse kassen als voorbeeld. De strategie moet anders. Wat de overheid nu doet is de “domste kinderen” van de klas lesgeven in circulaire economie. En wat zien we: wetten wijzigen en straffen opleggen brengt weerstand en protest. Ik adviseer de overheid zich juist te richten op de “allerbeste leerlingen” van de klas. Op de boeren die alles voor elkaar hebben, innoveren en als lichtend voorbeeld kunnen dienen. Want goed voorbeeld doet volgen.

Interessante strategie, maar werkt dat wel voor de boer in Nederland?

Elke ambitieuze chef-kok kijkt naar wat Jonnie Boer van De Librije doet. Dat is het werkend perspectief, het hoogst haalbare. Boeren willen graag een uniek product aanbieden. In elke boer zit een visionair, een specialist op zijn gebied. Het zijn in feite allemaal pioniers met veel verstand van hun product en vak. Maar de kennis, de trotsheid en de positieve verhalen over hun producten blijven helaas verborgen achter de dam. De boeren van Nederland zijn te bescheiden. De boeren die je nu terugziet in de media zijn boos en komen niet goed uit hun woorden bij Jinek of het NOS Journaal.

 

Ook in de Bollenstreek zijn er veel trotse tulpentelers met enorm veel vakkennis. Zij kennen hun tulpen als geen ander en kunnen daar heel passievol over vertellen. Deze passie, ik noem het productfierheid, daar draait het om. Ik zie graag dat boeren hun productfierheid weer gaan laten zien. Als je met hart en ziel jarenlang hebt gewerkt aan de allerbeste kaas of tulp, dan ben je er supertrots op. Waarom dit dan voor een lage prijs wegzetten in een supermarkt? Voor een Franse kaas betaal je ook een goed bedrag. En waarom? Omdat het product goed is en het waard is.

Met wie ben je hierover in gesprek?

Ik heb dit jaar de titel ‘Beste Boer van Nederland’ gekregen en dat opent veel deuren. Maar ik zit al jarenlang in veel overleggen en besturen. Mijn medewerkers hebben onlangs een lijstje gemaakt waaruit bleek dat ik momenteel 50 verschillende functies bekleed. Ik zit in landelijke besturen en ik zit aan tafel met landelijke politici. Gezamenlijke projecten en overleggen leveren nieuwe inzichten op. Onze sector zou mede door de veranderende economie en crisis weleens een echte omslag kunnen gaan maken. Ik hoop dat we de tuinbouw snel zijn eervolle positie in Nederland terug kunnen geven.

Waarom zijn er zoveel arbeidsproblemen in de agrarische sector?

Het heeft vaak te maken met seizoenswerk en slechte arbeidsomstandigheden. Ik zie mijn medewerkers als het onroerend goed van mijn bedrijf. Zonder hen kan Koppert Cress niet draaien. Ik ben immers zo jong niet meer, zo sterk niet meer en ik heb maar twee handen. Ik betaal hen daarom goed en ik zorg voor jaarrond werk. Hier krijg ik veel voor terug. Sterker nog ik heb een wachtlijst met personeel wat hier wil komen werken.

Ik heb mensen werken uit alle hoeken van de wereld. Mijn enige voorwaarde is dat ze Nederlands spreken, zelfredzaam zijn, werk zien en met initiatieven komen. Wat ik merk is dat ik veel families aan boord heb die ook binnen ons bedrijf voor elkaar zorgen. En binnen elke familie is er wel iemand met een handicap. Dus binnen ons bedrijf ook. Het is een vanzelfsprekendheid, een afspiegeling van de samenleving.

Van welke gebeurtenis heb je veel geleerd?

Ik heb veel geleerd van de EHEC crisis. In mei 2011 was er in Noord-Europa een uitbraak van de E.coli bacterie. Mensen gingen dood en komkommers en kiemgroenten kregen de schuld. En dat terwijl ik alles toen al heel goed voor elkaar had. Mijn voedselveiligheid was al op alle manieren goed geregeld, mijn producten waren uiterst veilig. Ik merkte dat de overheid, de instanties en organisatie mij nog niet kenden. Ik was tot dan toe te bescheiden geweest. Sindsdien weet ik dat als je niet geschoren wilt worden, je ook niet moet stil zitten. Zo werkt het nu ook weer in deze coronacrisis. Ik ben meteen gaan bewegen en dit keer ben ik ook meteen op de barricade gesprongen. Ik ben drukker dan ooit. Natuurlijk met de uitdagingen van mijn eigen bedrijf, maar ook met de kansen die deze crisis biedt. Het is duidelijker dan ooit dat wij gezonder moeten gaan eten. Mensen met een gezond lijf en een goed immuunsysteem zijn goed opgewassen tegen het coronavirus. Ik ben bijvoorbeeld volop bezig met het promoten van gezonde schoollunches. Ik vind het ongelofelijk dat het kabinet alleen maar praat over het bestrijden van corona. Juist nu moeten we ons richten op preventie, gezonde voeding en een gezonde bevolking.

Karin-Hoekstra-in-de-spiegel-greenport-stories

In de Spiegel: Karin Hoekstra

In de Spiegel is de rubriek van Greenport Stories waarin iemand uit het sierteeltcluster in de spiegel kijkt. Aan het woord Karin Hoekstra, wethouder in de gemeente Hillegom.

Als je in de spiegel kijkt, wat voor soort wethouder zie je dan?

Ik ben een inhoudelijke, betrokken en resultaatgerichte wethouder, kritisch ook. Ik zeg inhoudelijk betrokken, maar er is zeker ook een warme betrokkenheid voor het dorp Hillegom. Ik ben een echte Hillegomse namelijk. Ik ben hier opgegroeid en ik heb hier op de lagere school gezeten. Toen ik ging studeren verhuisde ik naar Amsterdam. Na mijn studie en mijn eerste banen ben ik na twintig jaar weer teruggekeerd naar Hillegom. Inmiddels woon en werk ik hier nu alweer twintig jaar met veel plezier.


Wat is je corebusiness? Hoe zou je de baan ‘wethouder’ zelf omschrijven?

Als wethouder zie ik het als mijn taak om Hillegom nog mooier te maken dan het al is. Dat klinkt wellicht wat simpel, maar hier komt het uiteindelijk wel op neer. In mijn portefeuille heb ik onder andere de onderwerpen ruimtelijke ordening, milieu en duurzaamheid. Met behulp van ‘De Omgevingsvisie Heerlijk Hillegom’ houden we vast aan een duidelijke richting en doel. Hillegom moet een gemeente zijn waar mensen heerlijk kunnen wonen, waar genoeg ruimte is voor een ommetje door het groen en waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Ook ligt er een belangrijke en gezamenlijke taak met buurgemeentes om onze bollengrond te behouden en dus niet alles vol te bouwen. In de Duin- en Bollenstreek hebben we in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG) de afspraak dat we deze unieke regio open willen houden, met het behoud van de bollenvelden en bollenbedrijven.


Hoe zit dat dan met windturbines in het landschap?

Een van mijn belangrijkste taken op dit moment is de energietransitie: van steenkool en aardgas, naar duurzaam opgewekte energie door bijvoorbeeld wind of zon. Hillegom heeft de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn. Goed om te zien dat op steeds meer daken zonnepanelen komen. Maar alleen de daken is niet voldoende. We moeten met elkaar kijken hoe we de energietransitie verder vormgeven met bijvoorbeeld zonnevelden of windturbines. Windturbines zijn er nu nog niet in Hillegom, maar het is wel een manier om duurzame energie op te wekken. De komende periode gaan we met inwoners en ondernemers in gesprek waar eventueel een zonneveld of een windturbine gerealiseerd kan worden. Een belangrijke stelregel voor ons daarbij is dat mensen die er eventueel nadeel van ondervinden er ook voordeel van moeten ondervinden.


Een energieneutraal Hillegom, dat is best een uitdaging?

Dat is het zeker. Ik moet ook benadrukken dat dit een ambitie is. Een grote ambitie. Komende tijd gaan wij hier actief mee aan de gang. We willen in goed overleg met bewoners en ondernemers kijken hoe we samen kunnen optrekken. Op dit moment zijn fysieke bijeenkomsten helaas wat lastig. Maar we zullen, onder andere via LTO, KAVB en de Greenport Duin- en Bollenstreek, ondernemers gaan vragen om hun input. Mede door het landelijke Klimaatakkoord heeft de energietransitie binnen Hillegom een enorm hoge prioriteit. Ondertussen zien we gelukkig al veel mooie initiatieven in de gemeente. Er verschijnen bijvoorbeeld steeds meer zonnepanelen op daken van schuren. Maar we kunnen en moeten nog veel verder gaan dan dat. Denk aan een circulaire economie, er is bijvoorbeeld veel meer mogelijk met agrarisch afval. Ik ga hierover graag in gesprek en ik ben op zoek naar initiatieven en goede duurzame ideeën. Ondernemers met ideeën of vragen kunnen mij mailen via: gemeente@hillegom.nl Kom maar op, ik kijk ernaar uit!


Door corona is 2020 een heel ander jaar geworden. Ook voor jou als wethouder?

Ik zie bij mijn collega’s die over onder andere zorg, cultuur en sport gaan, dat corona veel impact heeft op hun beleid en de dagelijkse werkzaamheden. Bij mij is er ook veel veranderd, maar de effecten op de lopende zaken binnen mijn portefeuille vallen relatief wel mee. Wat ik wel zie is dat bewoners actiever zijn in en rondom het huis met verbouwingen, dakkapellen en (tuin)afval. Veel ondernemers hebben daarentegen hun uitbreidingsplannen en grote investeringen juist even gestaakt. Het is een moeilijke en ingewikkelde periode. Toch is het belangrijk om in beweging te blijven en contact met elkaar te houden.

 

Van wie ben je er een?

Aan mij wordt regelmatig gevraagd of ik familie ben van de oud-wethouder Hoekstra in Hillegom. En ja dat ben ik, hij is mijn vader. Mijn opa werkte bij de politie in Hillegom en mijn andere opa was bloembollenhandelaar. Een ideale achtergrond voor een wethouder he? Toch was het nooit mijn intentie om wethouder te worden. Ik heb bewegingswetenschappen gestudeerd en ik heb jarenlang gewerkt bij zorgverzekeraars. Nu gebruik ik mijn kennis over beweging vaak in mijn werk. Gezond en fit zijn is van levensbelang en daar stemmen we in Hillegom de ruimte en de natuur nauwkeurig op af. Ikzelf zoek mijn ontspanning ook graag in sport. Ik loop hard en ik ga regelmatig naar de sportschool.

Tenslotte, waar ben je het meest trots op?

Ik ben er trots op dat ik wethouder ben in de gemeente waar ik mij thuis voel. Het is fijn dat ik op deze manier mijn steentje kan bijdragen.

In-de-spiegel-Thomas-Clavaux-greenport-duin-en-bollenstreek

In de Spiegel: Thomas Clavaux

In de Spiegel is de rubriek van GreenportStories waarin iemand uit het sierteeltcluster in de spiegel kijkt. Aan het woord Thomas Clavaux, eigenaar van deBloemist.nl én een van de drie finalisten van de Duurzaamheidsprijs Duin- en Bollenstreek.

Wat zie je als je kijkt in de spiegel?

Dan zie ik een ondernemer die graag innoveert, op zoek is naar nieuwe kansen en die er linksom of rechtsom voor gaat. Vroeger had ik een bloemenwinkel, een mooie zaak die goed draaide. Toch besloot ik dat ik dat niet mijn hele leven wilde blijven doen. Ik ben gestopt en besloot een online bloemenwinkel te starten, een van de eersten in Nederland. Inmiddels werken wij samen met 700 bloemisten en hebben we een landelijke dekking.

Wat is jullie core business?

Wij verkopen en versturen bloemen en cadeaus door heel Nederland. Dat doen we met twee eigen koeriers en lokale bloemisten. We hebben een eigen binderij en dat maakt onze positie in de markt uniek. Het bedrijf Fleurop is bijvoorbeeld alleen een verzendorganisatie met aangesloten bloemisten.

Waar woon je en van wie ben je er een?

Ik ben geboren in Den Haag, opgegroeid in Wassenaar en ik woon nu 18 jaar in Rijnsburg. We kwamen terecht in Rijnsburg omdat we op een mooi huis waren gevallen met een flinke loods voor ons bedrijf. We wonen hier fantastisch, maar ik ben er dus niet eentje van hier. Ik kom graag in Katwijk voor een wandeling aan het strand of in de duinen. Het is zo dichtbij, ik ga het liefst lekker op de fiets. Maar dan wel als iedereen weg is. Ik zoek in mijn vrije tijd graag de rust op. Van de zomer was het op het strand voor mij echt te druk.

Hoe is het ondernemen in Rijnsburg? Heb je er voordeel van dat Royal Flora Holland dichtbij zit?

Zeker, alles zit natuurlijk heel dichtbij en daardoor zijn de lijnen kort. Het grootste deel onze leveranciers zitten in een straal van 10 kilometer rondom ons bedrijf. Bij de inkoop van onze bloemen letten we ook op duurzaamheid, meer dan de helft van de bloemen die wij inkopen heeft een duurzaamheidskeurmerk. De producten die ik koop komen wel rechtstreeks bij de kweker vandaan, maar de verkoop loopt via de veiling. Ik koop vooral in via Floramondo van Royal Flora Holland, een prettig digitaal platform met veel mogelijkheden en altijd een groot assortiment.

Waarom doe je mee aan de Duurzaamheidsprijs?

Tja, ik zie het al een paar jaar voorbij komen en nu dacht ik ineens weet je wat… Ik doe een keer mee! Eerst werd ik genomineerd en nu hoor ik bij de drie finalisten. Op 8 oktober vindt de finale plaats en ik ben zeer benieuwd. Wij zijn al jarenlang een duurzaam bedrijf. Ik heb dat zelf nooit zo bijzonder gevonden. Het is wat mij betreft gewoon een keuze geweest om efficiënter en duurzamer te gaan werken. Soms is duurzaam wellicht iets duurder, maar mijn ervaring is dat ik alles ook weer terugverdien. Duurzaam betekent voor mij ook kwaliteit en efficiency.

Nu we meedoen met de duurzaamheidsprijs hebben we informatie over ons duurzame keurmerk op de website geplaatst en krijgen onze bloemen een label. Het is jammer dat we dit jaar te maken hebben met een pandemie en dat veel bijeenkomsten anders zijn dan anders. Daardoor heb je minder contact met de andere kandidaten. Toch denk ik dat we elkaar ook op afstand kunnen inspireren en daar gaat het uiteindelijk om.

Hoe is duurzaamheid in je bedrijf verweven?

Zo’n 75% van mijn assortiment heeft een MPS A keurmerk, een milieubeoordeling van de hoogste kwaliteit. Ons verpakkingsbeleid is heel streng. Onze producten worden alleen in een doos verzonden als dat echt nodig is. En als het product toch in een doos wordt verzonden, is deze natuurlijk gemaakt van gerecycled papier. Afval is ook een belangrijk thema bij ons. Wij scheiden ons afval zoveel mogelijk en voeren het af op een milieubewuste manier. Plastic afval wordt bijvoorbeeld afgevoerd door een gecombineerde rit van en naar de veiling. Ook ons bedrijfspand is volledig omgebouwd en energieneutraal. Elk jaar pakken we iets op. We zijn onlangs gestart met een heel mooi project, de Groene Cirkel. Dit is een biologische bloemenkwekerij in Oegstgeest waar mensen met een beperking of achterstand een plek vinden om te werken. Mensen hebben hier een mooie dagbesteding en doen werkervaring op om zo wellicht te kunnen re-integreren in een betaalde baan. We helpen hen met kennis en kunde en we sponsoren gereedschappen en materialen. Onlangs zijn we er met ons team op bezoek geweest om een middagje te helpen. Het gaf ons allemaal ontzettend veel voldoening. Binnenkort kun je via onze website zelfs de biologische bloemen kopen van kwekerij De Groene Cirkel.

Ga je jezelf ook profileren als duurzame bloemist?

Richting bedrijven en instellingen zullen wij onze duurzaamheid zeker communiceren. Maar duurzaamheid is minder hot dan de meeste mensen misschien denken. Er wordt gezegd dat steeds meer mensen ernaar vragen, maar mijn ervaring is dat klanten vooral selecteren op kwaliteit. Duurzame producten zijn vrijwel altijd van topkwaliteit en zo sla ik twee vliegen in een klap. Mijn duurzame beleid is overigens geen marketinginstrument, ik wil vooral een bijdrage te leveren aan een blijvend leefbaar klimaat. Ook voor de volgende generaties.

Tenslotte, waar mogen we je ‘s nachts voor wakker maken?

Voor een wedstrijd judo. Zo’n 14 jaar geleden ging ik met mijn zoontje naar de judo. Hij vond het alleen niet zo leuk als ik. Ik heb inmiddels de zwarte band. Het is mijn passie geworden, mijn uitlaatklep. Het is een intensieve sport en juist door die fysieke inspanning kan ik mij ontspannen. Ik train inmiddels twee á drie keer per week en ik word elk jaar fanatieker.

Kim-Rijnsburger-in-de-spiegel-greenport-duin-en-bollenstreek

In de Spiegel: Kim Rijnsburger

“In de Spiegel” is de tweewekelijkse rubriek van Greenport Stories waarin iemand uit het sierteeltcluster in de spiegel kijkt. Aan het woord de gepassioneerde Kim Rijnsburger, plant biotechnoloog bij Valorisatielab Reststromen Tuin & Akkerbouw (VARTA).

“Bij VARTA willen we graag laten zien dat de plant zoveel meer in zich heeft dan alleen maar een perfect gekweekte plant of bloem. Hiermee stimuleren we de totstandkoming van een bio-circulaire economie en bieden wij agrarische ondernemers bovendien een extra businessmodel. Reststromen worden immers een product.”

Als je in de spiegel kijkt, wat voor soort onderzoeker zie je dan?

Ik zie een gepassioneerde onderzoeker die graag op zoek is naar biobased oplossingen. Als kind was ik altijd al graag met de natuur bezig, het is dan ook niet verwonderlijk dat ik plantbiotechnologie ben gaan studeren aan de Universiteit van Wageningen. Ik ben in 2017 afgestudeerd en nu doe ik wat ik het liefst doe: planten onderzoeken. Ik verwonder me nog iedere dag over wat je uit een plant kunt halen.

Wat is jullie CORE (of dagelijkse) business?

Bij VARTA onderzoeken we plantaardige reststromen uit de agrarische wereld. Wij kijken hoe we waardevolle inhoudsstoffen uit plantaardige reststromen kunnen halen en hoe we deze kunnen toepassen in bijvoorbeeld cosmetica, voedingsmiddelen, medicijnen of gewasbescherming. We starten hierbij altijd met een literatuuronderzoek en stellen een aantal vragen, zoals met welk soort gewas hebben we te maken? En wat is er al bekend over de plant? Ieder gewas is anders, maar het literatuuronderzoek helpt ons een stap in de goede richting. Daarna gaan we naar het lab om de daadwerkelijke inhoudsstoffen uit de plant te halen. Tot slot kijken we naar een concrete toepassing. Wij eindigen het onderzoek graag met een concreet productsample, denk hierbij aan een biobased cosmetica- of foodproduct waar de inhoudsstoffen van de plant in zijn verwerkt.

Wat zijn dat precies die inhoudsstoffen?

In planten zit veel kracht. Van de natuur kunnen wij veel leren. Sommige planten hebben bijvoorbeeld een natuurlijk afweermechanisme, de stoffen die vrijkomen bij dit mechanisme zijn wellicht ook te gebruiken door de mens. Misschien in medicijnen of wellicht in biobased voedsel. Bij GOVA, een grote laurierkwekerij is hiermee een start gemaakt. Al snel bleek dat uit gesnoeid (afval)blad van de laurier waardevolle oliën kunnen worden onttrokken. Deze oliën zijn bruikbaar voor veel producten. Dit bleek zo’n succes dat GOVA besloot om ook andere plantaardige reststromen te gaan onderzoeken. Hieruit ontstond het Valorisatielab Reststromen Tuin & Akkerbouw (VARTA). De onderzoeks- en extractiemethode van GOVA wordt verder uitgebreid en nu gebruikt voor andere planten. Wij denken nog veel interessante inhoudsstoffen uit andere bloemen en planten te kunnen ontdekken. Bij reststromen kun je denken aan bloemstengels, bladeren van planten of bloemen die in een bepaalde tijd van het jaar minder opbrengen. In deze reststromen kunnen interessante en werkzame inhoudsstoffen zitten.

Hoe verhoudt jullie onderzoek zich dit tot onze Greenport?

Tijdens de corona lockdown hadden veel agrariërs te kampen met flinke overschotten. Er was immers geen export meer mogelijk. Veel van deze overschotten werden vernietigd. Dat was vreselijk. Zoiets moois als een bloem werd zomaar weggegooid. En dat terwijl er in deze bloemen en planten nog veel stoffen zitten waarmee andere waardevolle dingen gedaan kunnen worden. De roep om onderzoek werd hierdoor alleen maar groter. De meeste sierteeltbedrijven zijn nu volledig ingericht op het eindproduct. Maar wellicht dat bedrijven in de toekomst geld gaan verdienen met hun reststromen. Dat betekent dat er naast de core business van bloemenhandel een extra businesscase mogelijk is voor ondernemers. Oftewel geld verdienen met je reststroom. Dit vergt in het begin wel wat tijd en doorzettingsvermogen. Maar soms is het slechts een kwestie van restmateriaal op de juiste manier opvangen. Blad wat normaal op de grond valt en vertrapt wordt, kan prima in een schone ton verzameld worden. Of stelen van bloemen kunnen netjes worden opgevangen in bakken. Een aantal kwekers zijn hier al mee bezig en ook Greenports investeren in deze onderzoeken ten behoeve van hun kwekers.

Wat is het hogere doel?

We willen graag laten zien dat de plant zoveel meer in zich heeft dan alleen maar een perfect gekweekte plant of bloem. Hiermee stimuleren we de totstandkoming van een bio-circulaire economie en het biedt agrarische ondernemers bovendien een extra businessmodel. Reststromen worden immers een product.

Het onderzoek hoeft geen ellenlang traject te worden. Wij hebben dit jaar bijvoorbeeld de inhoudsstoffen van de Celosia onderzocht, een klein plantje met een roze pluim. Uit dit plantje halen we nu natuurlijke kleurstoffen. Zo is er onlangs een handdesinfectie op de markt gezet waarin zowel de verzorgende oliën van laurierblad als de roze kleur van de Celosia zijn verwerkt. Het resultaat is een prachtig actueel product én veel trotse en betrokken ondernemers in nog geen jaar tijd. Dit is nog maar het begin, er is zoveel meer mogelijk.

Hoe kun je meedoen?

Op dit moment onderzoeken wij 20 gewassen. De resultaten hiervan verwachten we rond oktober. We zijn echter continu op zoek naar andere planten met interessante inhoudsstoffen. We benaderen hiervoor zelf ondernemers, maar kwekers kunnen ons ook benaderen. Juist bedrijven uit de sierteeltsector zijn van harte welkom om reststromen aan te bieden. Heb je een gewas met een mogelijke waardevolle reststroom? Neem dan contact met ons op via de link: www.valorisatielab.nl/inventarisatie/ Het is wel belangrijk dat we ruim van te voren kunnen starten met ons onderzoek. Wil je bijvoorbeeld onderzoek laten doen naar de Narcis? Dan willen wij daar dit najaar al mee starten. Zodat alle voorbereidingen zijn gedaan voordat de reststromen in april daadwerkelijk binnen komen.

Wat zijn de kosten?

Op dit moment is er vanuit het Westland via de provincie Zuid Holland en de Stichting Innovatie Glastuinbouw Nederland (SIGN) een financiering. Wij hopen dat we met de Bollenstreek ook een dergelijk stimuleringstraject kunnen starten. Individuele trajecten zijn ook mogelijk. Neem vooral contact op als er interesse is.

Wat zijn je mooiste werkmomenten?

Als we een overwinning hebben behaald, oftewel als we iets ontdekt of bereikt hebben. Ik ben vooral trots als we iets uit een plant hebben gehaald wat vervolgens een mooi en concreet product oplevert. Ik gebruik nu met trots de handdesinfectie met de natuurlijke extracten van de door ons onderzochte planten.

Arnold-van-Berkel-in-de-spiegel-greenport-duin-en-bollenstreek

In de Spiegel: Arnold van Berkel

Als je in de spiegel kijkt wat zie je dan?

Ik ben een gedreven ondernemer die er écht voor gaat. Ook wil ik graag een goede ondernemer zijn. Ik lever kwaliteit en ik kom altijd mijn afspraken na. Ik wil dat mensen het fijn vinden om zaken met mij te doen.  

Wat is je core business?  

De Firma van Berkel teelt vaste planten en verkoopt landplanten. We zijn een sortiment kwekerij en telen ongeveer 350 soorten en cultivars op een oppervlakte van 4,5 hectare. Wij kweken alles zelf zodat we de soortechtheid en de kwaliteit kunnen garanderen. Onze specialiteiten zijn de Papaver en de Geranium.  

Van wie ben jij d’r een?  

Mijn vader had een groentekwekerij in Hillegom. De kwekerij hebben mijn broer en ik van hem overgenomen. In 1997 zijn we overgestapt van groente naar de vaste planten. Het kweken van groente heeft zeker zijn mooie kanten, maar de verkoop liep vrijwel volledig via de veiling. Nu regelen we de verkoop zelf, onze afnemers zijn exporteurs, stekbedrijven, pot- en containerkwekers en collega kwekers. We hebben van de omschakeling nooit spijt gehad. Bij vaste planten ligt het rendement hoger. Mijn broer Leo houdt zich met name bezig met de administratie en de verkoop. Ik richt mij meer op de teelt en het landwerk.  

Wat maakt vaste planten zo’n mooi product? 

Als je door een tuin wandelt waar goed nagedacht is over mooie vaste planten dan heeft deze vraag geen uitleg nodig. Je kunt een tuin zo inrichten dat je elk seizoen mooie bloeiers hebt en de tuin het hele jaar door prachtig is. Heb je eenmaal vaste planten in je tuin? Dan heb je er jarenlang profijt en plezier van. Kijk ook eens op www.perennialpower.nl een website die gaat over de kracht van vaste planten (een initiatief vanuit de vaste plantensector). Van een groene tuin word je niet alleen gelukkig, het verbetert ook het klimaat, vraagt weinig onderhoud en trekt bijen en vlinders aan.  

Zijn jullie een duurzaam bedrijf? 

Wij doen ons best. We gebruiken in de teelt al jaren geen chemische onkruidbestrijding. We bestrijden onkruid op mechanische wijze en handmatig. Onder andere door te schoffelen met luchtondersteuning waarmee we het net gekiemde onkruid wegblazen. In de Bollenstreek kan deze methode vaak goed gebruikt worden in verband met de zandgronden. Dit luistert nauw, je moet er dicht op zitten om het onder controle te houden.  

Plagen zoals spint bestrijden we met  een natuurlijke vijand. Hiervoor gebruiken we mijten en daar hebben we goede ervaringen mee. Je moet dit heel goed monitoren en er op tijd bij zijn, want als het uit de hand loopt moet je toch teruggrijpen op chemische middelen. Bij ons gaat het goed.  

Verder denk ik dat we ook op een goede en duurzame manier met ons personeel omgaan. Wij hebben al jarenlang dezelfde betrokken groep mensen om ons heen die ons ondersteunen bij de werkzaamheden.  

Waar ben je het meest trots op? 

Ik ben heel trots op mijn gezin. Ik heb een fantastische vrouw en samen hebben we zeven kinderen. Mijn vrouw maakt veel mogelijk en draaide het gezin omdat ik vaak weg was. Inmiddels zijn alle kinderen het huis uit. De oudste is 36 en de jongste is 27 jaar. Niemand van hen heeft interesse om het bedrijf over te nemen. Dat hoeft ook niet. Ze hebben allemaal gestudeerd en zijn hun eigen weg gegaan. Maar je weet nooit hoe het loopt. De tijd zal het leren. 

Waar ik ook trots op ben is de prachtige vaste planten showtuin die we samen met een bemiddelingsbureau en een exporteur hebben opgezet. Iedereen die wel eens over de Noorder Leidsevaart rijdt kan hem niet missen. Deze tuin is een venster op de vaste plantentuin van de toekomst, hier staan de nieuwste soorten bijeen en is een lust voor het oog. 

Waar kennen mensen jou nog meer van? 

Ik ben al jarenlang actief betrokken bij de LTO. Ook ben ik bestuurslid van de cultuurgroep vaste planten. Daarnaast ben ik lid van de sectorraad boomkwekerijgewassen van Naktuinbouw, daar vallen de vaste planten onder. Ook ben ik bij de parochie betrokken. Er gaat al met al veel tijd zitten in deze clubs en besturen. Waarom ik het doe? Ik ben er eigenlijk vanzelf ingerold. Al vanaf mijn twintigste werd ik gevraagd voor bestuurswerk. In de groentetijd zat ik bij de zogenaamde landelijke preicommissie en deed ik studieclub werk. Ik ben van mening dat als je talenten hebt gekregen je die moet gebruiken. Daarom zet ik mij in voor de sector en de samenleving. En het brengt mij zelf ook heel veel. Ik ontmoet veel interessante mensen die mij vaak weer wijzer maken. Zo blijf ik mij elke dag nog ontwikkelen.