Mijn roots, geworteld in de Duin- en Bollenstreek
Geboren en getogen in Hillegom, waar beide ouders een echte tuinbouw achtergrond al hadden. Van mijn vaders kant waren ze turfstekers bij Heerenveen en zijn opa kwam – toen het crisis was daar – naar Hillegom (emigreren heette het toen) om een middenstandwinkeltje te beginnen aan de Stationsweg. Zijn vader ging in de bollen werken en uiteindelijk hadden ze een eigen bedrijf in De Zilk, wat mijn vader en z’n broer vanaf de jaren dertig voortzetten: Teelt en export naar de Verenigde Staten. Ze reisden per schip naar de VS en reden dan per auto bijna een half jaar per jaar door de VS om klanten te bezoeken en orders te boeken. Eigenlijk heel bijzonder dat de klantrelaties toen al zo hecht waren, dat was lang niet in alle sectoren zo. Mijn moeder kwam uit Enkhuizen en haar beide grootvaders waren de oprichters van Sluis & Groot. Sterke roots in de veredeling dus, alhoewel mijn moeders’ vader vrij jong overleden is en niet direct in de zaak betrokken was.
De zaak van m’n vader was ook niet in beeld voor mij. Als jongste van vijf kinderen was hij – toen ik nog klein was – na 25 jaar reizen op de VS zich meer gaan richten op fulltime bestuurswerk door de laatste elf jaar van z’n werkzame leven voorzitter te worden van het Productschap Siergewassen. Zijn broer en mijn neef hebben toen de zaak voortgezet, maar inmiddels niet meer. Ook was hij nog twee keer voorzitter van de Floriade (Amsterdam) waar ik als jong kind wel eens meeging en m’n ogen uitkeek. Overigens waren dat de enige Floriade’s die echt succesvol waren…
Ik ben dus best wel trots op m’n familieachtergrond. Gepaste trots overigens, want ik heb er tenslotte niks voor hoeven doen.
Het is natuurlijk allemaal erg uit de oude doos maar toch leuk als er heel soms naar gevraagd wordt zoals nu bij Greenport Duin- en Bollenstreek. Tijd voor wat minder ver terug in de tijd…
Studie en loopbaan
De bollenzaak was dus allang niet meer in beeld voor mij. Ik had na m’n eindexamen van de middelbare school in Haarlem eerst drie maanden gewerkt bij een klant van m’n oom in Californië op de plantenkwekerij. Ik had qua vervolgstudie niet echt een duidelijke richting voor ogen. Mijn vader kwam regelmatig in Wageningen en vroeg zich af of een studie daar niks voor mij was. En dat gebeurde ook. Ik vond mezelf – ondanks een B-pakket – niet echt iemand voor een lab en dus werd het de studie landbouweconomie met een aantal bijvakken in de tuinbouwplantenteelt. Een erg leuke tijd met ook nog een mooie stage bij de Nederlandse ambassade in Londen waar ik de markt voor sierteeltproducten in het VK mocht onderzoeken. Toen ik in 1986 terug kwam ben ik bij de boterdivisie van Campina in Breda gaan werken. Een baan in de tuinbouw lag misschien meer voor de hand maar eigenlijk wilde ik daarom juist eerst iets aders in de land- en tuinbouw. Een commerciële functie, heel leerzaam, zeker in de tijd van de boterberg. Toen ik na vier jaar eigenlijk de kant van Veghel uit moest hebben we privé er voor gekozen weer in het westen te gaan wonen en ben ik terecht gekomen bij het Centraal Bureau van de Tuinbouwveilingen (CBT). Dat was een marketingfunctie. Reuze internationaal en interessant, het was ook de tijd van de Wasserbombe. Toen zeven jaar later de koepel uit elkaar viel door verschillende inzichten van de onderliggende vijfentwintig veilingen ben ik bij de WLTO in Haarlem gaan werken als directeur belangenbehartiging. De link was wel een beetje logisch omdat veel van de tuinders uit de veiling coöperaties in het Westen ook vaak waren aangesloten bij de WLTO. Daar is de basis gelegd ook voor m’n latere functies in de belangenbehartiging voor boeren en tuinders en ook de handel.
Via functies bij LTO Nederland, Glastuinbouw Nederland heb ik de laatste tien jaar voor de Nederlandse aardappelhandel (de NAO) gewerkt. Nederland is ijzersterk met name in veredeling van aardappels en die pootaardappelen gaan de hele wereld over. Prachtig om als gezicht van deze sector dat verhaal steeds weer te vertellen. In deze jaren hebben we, onder andere Anthos, VGB, Plantum en NAO, ook een belangrijke verbinding gebracht tussen de tuinbouw en de akkerbouw in de vorm van een plantaardige handelskoepel, PlantNet International (PNI). Met name de exportzaken (fytosanitaire eisen van derde landen) zijn zeer vergelijkbaar tussen bijv. de pootaardappelen en de bloembollen. Dus we konden de krachten bundelen en is PNI nu op het hoogste niveau gesprekspartner van LVVN en de NVWA.
Persoonlijke drive
M’n hele loopbaan heb ik dus in allerlei functies vanuit verschillende optiek rond de boer en tuinder en de keten gestaan. Daarbij geloof ik zeer in een sterke ketensamenwerking om de markt optimaal te bedienen. Maar ook op het niveau van brancheorganisaties is die samenwerking een must. Er is bovendien zoveel druk op de land- en tuinbouw en de beschikbare ruimte dat we vanuit het gezamenlijke cluster van veredeling t/m exporthandel, toeleveranciers en kennisinstellingen alle zeilen moeten bijzetten om de sector genoeg toekomstperspectief te laten hebben zodat het ondernemerschap ook voor een nieuwe generatie kan floreren voor een sterke rol in de economie en welvaart. Dat gezamenlijke cluster vanuit het verleden opgebouwd is ook de kracht voor de toekomst.
En dan spelen regio’s een hele belangrijke rol. Want de land- en tuinbouw heeft weliswaar ruimte nodig maar heeft daarmee ook sterke roots in de regio’s en kan – door steeds meer te verduurzamen – voor heel veel continuïteit zorgen voor economie en maatschappij. En ook om het landschap te beheren.
Veel internationaal gerichte ketenspelers in de veredeling en de afzet hebben hun basis in Nederland vanwege het sterke ondernemerschap van de primaire productie. Zonder die primaire productie zijn er ook geen ketens want die verplaatsen dan naar andere landen waar wel primaire productie is. Daarom is een professionele op duurzaamheid gerichte teelt zo’n belangrijke factor voor de toekomst van onze sterkste sectoren zodat die ook behouden blijven voor Nederland en in ons geval de Duin- en Bollenstreek.
Motivatie voor het voorzitterschap van Greenport DB
Eigenlijk is de belangrijkste motivatie om een bijdrage te leveren aan een sterke Greenport Duin- en Bollenstreek dat ik er niet alleen geboren en getogen ben maar ook nog lang gewoond heb, in Noordwijkerhout. Weliswaar woon ik nu enkele jaren in Voorschoten, maar dat voelt nog steeds als de rand van de Duin- en Bollenstreek.
En wat ook meespeelt is dat er ondanks de druk op de sector nog steeds veel onderdelen van de bollen, bloemen en plantenketen aanwezig zijn in deze regio en daarmee wordt er een belangrijke bijdrage geleverd niet alleen aan de regio maar ook aan de gehele Nederlandse bollen- en planten sector. En die rol moeten we koesteren. Een sterke teelt gericht op duurzaamheid is daarbij onmisbaar en alleen zo kan er een innovatief klimaat zijn waar spelers elkaar stimuleren om gezamenlijk de sterkste te zijn. Ook de overheden zijn daar cruciaal in. Want zij zijn het immers die de randvoorwaarden moeten stellen te midden van andere belangen. Dus een goede samenwerking is voor beide kanten noodzakelijk zodat de sector past in het gewenste maatschappelijk kader maar ook de bijdrage kan blijven leveren aan de welvaart van de Duin- en Bollenstreek. De Greenport wil deze positie waarborgen voor de toekomst door partijen te verbinden en waar nodig initiatieven te ontplooien om het geschetste doel te bereiken. Daar wil ik als geboren en getogen Bollenstreker een bijdrage aan leveren.