“De geesten zijn rijp voor biodiversiteit in de Bollenstreek.”
Wat onderzoekers en bollentelers samen in gang hebben gezet.
Hoe kunnen we de biodiversiteit in de Bollenstreek verbeteren? Wat gebeurt er als een bollenteler met de natuur gaat samenwerken? Kunnen vogels wel genoeg voedsel vinden op een bollenveld? De afgelopen vijf jaar zochten bollentelers, beleidsmakers en onderzoekers samen naar antwoorden. Ze werkten in bollenland als een natuurlijk laboratorium om te leren in de praktijk, vandaar de naam ‘Living Lab B7’. Op donderdag 5 februari deelden ze hun ervaringen en lessen voor de toekomst. “Iedereen wil zich inzetten.”
In de sfeervolle boerenzolder van Boerderijwinkel Elsbroekerwei in Hillegom klinken regelmatig lachsalvo’s door de zaal. Over en weer worden grapjes gemaakt, veel mensen kennen elkaar goed. Toen Wolf Mooij en Cassandra van Altena van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) vijf jaar geleden in de Bollenstreek op zoek gingen naar partners voor Living Lab B7, was dat voor hen wel anders. Ze kenden nog niemand. Samen met Joke Stoop liep Mooij gewoon een boerenerf op en kwam in gesprek. Mooij: “Toen het woord biodiversiteit viel, werd er gezegd: ‘Daarvoor moet je bij hem zijn, hij is jager.’ Als ecoloog moest ik toen wel even schakelen. Je kunt dus op veel manieren houden van de natuur.” En precies dat is een van de belangrijkste resultaten van deze vijf jaar, blijkt uit deze middag: ook al werk je vanuit verschillende waarden, als je op zoek gaat naar gemeenschappelijke doelen, kun je samen een verandering in gang zetten.
Complex vraagstuk
Living Lab B7 startte in 2021 met financiering van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). In een living lab, een term uit de wetenschap, werken onderzoekers, overheden en lokale partijen in een gebied samen om een complex vraagstuk op te lossen. Zoals de diverse belangen die spelen in de Duin- en Bollenstreek. Het open landschap wordt gekoesterd, maar er is ook behoefte aan nieuwe woningen. De kleurrijke bollenvelden trekken jaarlijks veel toeristen, de bollenteelt is economisch belangrijk. Tegelijk zorgt het relatief hoge gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen ervoor dat er zorgen zijn over het milieu, gezondheid en de biodiversiteit. In Living Lab B7 werkten bollentelers, bewoners, bezoekers en beleidsmakers samen aan een betere biodiversiteit in de Bollenstreek. Vandaar die 7 B’s.
Over grenzen heen samenwerken
Wat die regionale samenwerking kan betekenen voor herstel van biodiversiteit, onderzocht Susan de Koning van de Radboud Universiteit. Ze merkt op: “Mensen zien de bollenteelt als beschermer van het open landschap. Sinds 15 jaar is er tegelijkertijd meer druk op de sector om te verduurzamen, anders kun je als ondernemer niet meer economisch vitaal blijven.” Zij adviseert ondernemers om in een groter netwerk samen te werken, want biodiversiteit houdt zich ook niet aan de grenzen van gemeenten en provincies. Ook beleidsmakers hebben een bredere visie nodig, niet gefocust op maar één milieuaspect.
Dat is precies wat Nationaal Park Hollandse Duinen voor ogen heeft. In de brede kuststrook van Hoek van Holland tot Hillegom werken allerlei partners samen om de natuur te versterken, over de grenzen van de 14 gemeenten heen. Vanuit die gedachte is Living Lab B7 ontstaan. Directeur Georgette Leltz: “Wij faciliteren samenwerking, óók tussen mens en natuur. Daarbij kijken we breder dan het aantal soorten. Hoe houd je de streek levend, want er moet ook verdiend en gewoond worden. Er zijn de afgelopen jaren grenzen geslecht tussen wetenschappers en telers, en wij willen de link met natuurbeheerders verder versterken.”
Bollenvogels
Dat er zeker biodiversiteit op bollenvelden te vinden is, blijkt wel uit het veldonderzoek dat Hugo Langezaal van NIOO-KNAW deed naar de gele kwikstaart. Voor zijn onderzoek maakte Langezaal dankbaar gebruik van de kennis en het netwerk van Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging Geestgrond. De gele kwikstaart blijkt goed te gedijen in de bollenvelden en staat dan ook bekend als een van de ‘bollenvogels’ (de andere vogels zijn: scholekster, veldleeuwerik, kievit en patrijs). Bijna de helft van de nesten is succesvol, en dat is vergelijkbaar met het nestsucces in andere landbouwgewassen, vertelt Langezaal. “Om voedsel te vinden maken ze maar korte vluchten, dicht bij hun nest. En ze gaan veel vaker dan ik verwachtte naar de slootkanten voor voedsel.” Conclusie: “De slootkanten zijn van levensbelang. Ik ben verbaasd dat ook kleine slootkanten nog zoveel leven hebben. In het veld valt dus nog veel winst te behalen.”
Testen zonder chemische bestrijding
Een manier om erachter te komen hoe je de biodiversiteit in het bollenveld kunt verbeteren, is het gewoon proberen. Zo werkt een living lab: doen – leren – beter doen. Die kans is er op het Demoveld Bollenstreek in Hillegom. Projectleider Nathalie Roefs van HAS green academy is er blij mee: “Toen we tijdens een eerste veldproef de Bollenjongens leerden kennen, ontstond er iets moois. Deze groep jonge bollenkwekers beseft dat de toekomst vraagt om andere oplossingen en ze waren bereid mee te doen.” Op het Demoveld Bollenstreek (beschikbaar gesteld door Bollenjongen Bart) experimenteren de telers, samen met HAS-studenten begeleid door docent-onderzoeker Aafke Schaap, met twee soorten bollenteelt. Op de ene helft van het veld gebruiken ze geen chemische bestrijdingsmiddelen, op de andere helft doen ze dat zo min mogelijk, alleen als ze echt moeten ingrijpen. Wat ze zien, is dat elke maatregel meerdere effecten heeft. Zo werkt houtvezel wel als bestrijding tegen plagen en virussen, maar heeft het ook effect op het bodemleven. En plantaardige meststoffen blijken het moeilijk te maken om de productie op niveau te houden. Bollenteeltadviseur Bram Mulder van Agrifirm-GMN werkt mee op het demoveld en vertelt: “Dat kan je een teeltjaar kosten, en hoe duurzaam is dat?” Kortom: er zijn verschillende perspectieven en belangen. “Als je maar met respect het open gesprek voert, kun je samen met vertrouwen vooruit.”
Toekomst
Op het Demoveld Bollenstreek gaan de experimenten door. Dit derde teeltseizoen worden hyacinten op ruggen geteeld, wat mechanisch onkruid wieden vergemakkelijkt. De goede gesprekken en een bezoek bij biologische teler John Huiberts hebben bollenjongen Allan Visser geïnspireerd om te starten met een ecologisch proefveld bij W.A.M. Pennings in Noordwijkerhout. Vijf bollenteeltbedrijven en twee teeltadviseurs, onder coördinatie van Wolf Mooij en Henk Verdegaal, doen hier ervaring op met biologische bollenteelt. Zowel het Demoveld Bollenstreek als dit proefveld vinden de komende drie jaar ondersteuning van het Kennisplatform Duurzame Bollenstreek. Dit project is gefinancierd vanuit de Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland. Penvoerder is de Greenport Duin- en Bollenstreek. “Mooi om te horen hoe goed die samenwerking bevalt”, vindt gedeputeerde Anne Koning van provincie Zuid-Holland. “Als overheid moet je koplopers aanmoedigen door kennisdeling en -ontwikkeling te stimuleren.”
Een ander concreet resultaat van Living Lab B7 is een breed verspreide poster met 14 maatregelen die bollentelers kunnen nemen om de biodiversiteit te verbeteren. De Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) verwerkt die maatregelen in een Biodiversiteitsmonitor voor de bollenteelt.
Rijp voor biodiversiteit
De aanwezige bollentelers zijn met een positieve blik naar biodiversiteit gaan kijken, en door de samenwerking meer gemotiveerd hieraan te werken. “Er gaat een andere wereld open als je biologisch gaat werken”, zegt Johan Verschoor, bollenteler en bestuurslid van de KAVB. “Maar het kost wel land en het is duur. De proefvelden die zijn opgericht tijdens dit living lab zijn een uitgelezen kans om ermee door te gaan.” Vanuit diverse hoeken klinkt de behoefte aan meer praktische kennis over biodiversiteit. De provincie kreeg de oproep om een centrale vraagbaak voor boeren op te richten.
Terugblikkend concludeert Van Altena: “Ik ben er trots op dat iedereen zich wilde inzetten. We hebben volgens mij impact gemaakt en er is reuring in de streek.” Mooij vult aan: “Ik heb het idee dat de geesten meer rijp zijn voor biodiversiteit.”
Het grootste succes
Het grootste succes van Living Lab B7 zit vooral in iets minder tastbaars, blijkt deze middag. Er is bij bollentelers, beleidsmakers en wetenschappers meer onderling respect voor elkaars zorgen, wensen en mogelijkheden. Als de wil er is, als je kennis deelt en met open vizier samenwerkt, kom je verder.
Magazine beschikbaar
Je leest hier het magazine wat is uitgebracht.

