Radio-1 reportage: Bollensector redden van zeewater

Dit zorgde voor commotie. Eens in de zes jaar bepaalt Nederland of de huidige watermaatregelen volstaan. Dit is de opdracht van Verdaas als deltacommissaris. Zijn conclusie:  Nederland moet veel meer doen om droog te blijven en voldoende zoet water te houden. Hij sprak over ingrijpende veranderingen voor bewoners van de Nederlandse Delta, inclusief bollenboeren en andere landbouwers. Verdaas stelde dat klimaatverandering sneller verloopt dan gedacht. Actie is vereist.

De bollensector is zich daarvan bewust. Radio-1 programma ‘Dit is de Dag’ wijdde een item aan het onderwerp met als titel: Kunnen we de bollensector redden van het zoute zeewater’. Presentator Jan-Willem Wesselink sprak met zoetwater-expert Marjolein Mens van kennisinstituut Deltares, Maarten Prins programmamanager bij Greenport in de Duin- en Bollenstreek en bollenteler Simon Pennings. 

Steeds weer aangepast

Marjolein Mens: “Metingen wijzen uit dat zout water de komende jaren door drukverschillen steeds verder door de kleilaag omhoog zal komen.” Simon Pennings sprak zijn trots uit op de bollensector. “Door de jaren heen hebben we ons steeds weten aan te passen aan nieuwe situaties. We laten ons nu als sector niet zomaar afschrijven.” Investeren in buffering en voorkomen dat veel zoet water naar de zee stroomt, biedt volgens hem mogelijkheden.

Als toekomstpad werden drie mogelijkheden geschetst: faciliteren, accommoderen en transformeren. Faciliteren is de huidige situatie. Maarten Prins sprak over mogelijkheden om te accommoderen zoals teelt uit de grond of rassen die beter bestand zijn tegen zouter water. Bij transformeren zou je kunnen denken aan compleet andere teelten op bepaalde plaatsen.

“Het gaat er nu om de mogelijkheden te onderzoeken. Hiervoor loopt een aantal projecten van het bedrijfsleven samen met het Hoogheemraadschap en Provincie. Zuid-Holland.” 

Zoals het onderzoek naar vatbaarheid van gewassen voor zout en het project met Salta, KAVB en LTO waarbij we monitoren waar verzilting optreedt. Een volgende stap is het maken van een waterplan.

“Ook onderweg kun je emissies voorkomen”

Voor H.M. van Haaster & Zonen BV is de speciale aanhanger met lekgoot en opvangreservoir inmiddels een vast onderdeel van de bedrijfsvoering. Vooral tijdens de rooi- en planttijd bewijst de aanhanger zijn waarde. Martijn van Haaster: “Als je bollen hebt ontsmet, geschuimd of gedompeld, moet je wat mij betreft niet zonder lekgoot de weg op.”

H.M. van Haaster & Zonen BV is een familiebedrijf dat al ruim 110 jaar actief is in de teelt van voorjaarsbloeiers als tulpen, hyacinten en narcissen. Daarnaast houdt het bedrijf zich al ruim 70 jaar bezig met de groothandel en export van bloembollen. Omdat er veel tussen verschillende locaties wordt gereden, is transport een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering.

Zo’n zes jaar geleden investeerde het bedrijf in een speciale aanhanger met een lekgoot, opvangreservoir en klemdak. De aanleiding was in eerste instantie vooral praktisch. “We hadden de aanhanger nodig omdat we veel tussen verschillende locaties reden. Het dak was voor ons een absolute vereiste. Daarmee kunnen we de kisten tijdens het transport goed vastzetten, zonder spanbanden. Bovendien blijven de bollen dankzij het klemdek door als we tijdens het transport regen krijgen.”

Meteen gekozen voor een lekgoot

Omdat Van Haaster verwachtte de aanhanger lange tijd te gebruiken, koos Martijn direct voor een uitvoering met lekgoot en opvangreservoir. “Als je toch een nieuwe aanhanger koopt, kun je hem maar beter meteen goed uitvoeren. Voor ons was het logisch om direct voor een aanhanger met lekgoot te kiezen.”

Deze voorziening komt vooral tijdens planttijd goed van pas. Kisten waarin bollen zijn ontsmet, geschuimd of gedompeld, kunnen tijdens het transport nog vocht of resten van middelen bevatten. Via de lekgoot wordt het water opgevangen in een speciaal reservoir onder de aanhanger.

“Je voorkomt daarmee dat het water tijdens het transport van de aanhanger afloopt. Je wilt niet dat lekwater op de weg of uiteindelijk in het oppervlaktewater terechtkomt.”

Helemaal droog blijven de kisten overigens niet door het dak. Door regen en wind kan er via de zijkanten altijd water bij komen. Het dak beperkt de hoeveelheid restvloeistof wel aanzienlijk. Daarnaast kunnen de kisten met het naar beneden beweegbare dak stevig worden vastgeklemd. Spanbanden zijn daardoor niet meer nodig.

Een aandachtspunt: zand

De voorziening kent ook een praktisch aandachtspunt. Tijdens de oogst komt er veel zand op de aanhanger terecht. Dat kan ervoor zorgen dat de lekgoot verstopt raakt. Van Haaster heeft samen met twee collega-kwekers gezocht naar een praktische oplossing voor het residu van bolontsmettingsmiddelen op de kisten. Zij hebben gezamenlijk een kistenwasser aangeschaft. Daardoor kunnen de kisten voor de oogst worden gereinigd, waarbij residu van bolontsmettingsmiddelen deels van de kisten wordt gewassen. “Zo spoelt er tijdens de oogst minder residuwater van de kisten af tijdens het transport.” Dit is een stap voorwaarts maar nog niet 100% sluitend.

In het najaar worden de kisten opnieuw ontsmet. Juist in dit seizoen komt de combinatie van deze aanhanger met klemdak, lekgoot en het opvangreservoir goed tot zijn recht. Het dak beperkte de hoeveelheid regenwater die bij de kisten komt, terwijl eventueel lekwater via de lekgoot wordt opgevangen. Zo kan Van Haaster ook tijdens het transport het risico op emissies beperken.

Praktische investering

Van Haaster kocht de aanhanger destijds zonder gebruik te maken van subsidie. Inmiddels zijn er volgens Martijn mogelijkheden om een dergelijke investering te ondersteunen. Bij Landbouwportaal Rijnland kan 40% subsidie worden aangevraagd voor een lekgoot op de transportwagen.

Voor Van Haaster staat vooral de praktische meerwaarde centraal. “Het is een voorziening die tijdens de planttijd echt zijn dienst bewijst. Je hebt veel transportbewegingen en dan wil je gewoon dat het water dat van de kisten komt, wordt opgevangen.”

Zijn advies aan collega-kwekers is dan ook duidelijk: denk bij transport niet alleen aan het vastzetten van de kisten, maar ook aan wat er met eventueel lekwater gebeurt.

“Als je bollen hebt ontsmet, geschuimd of gedompeld, ga dan wat mij betreft niet zonder lekgoot de weg op. Je wilt voorkomen dat resten van middelen tijdens het transport vrijkomen. Met een lekgoot en opvangreservoir kun je dat risico eenvoudig beperken.”

Bollenstreek-drone-satelliet-greenport-duin-en-bollenstreek

Jaarrapportage 2025 en samenvatting beschikbaar

In 2025 hebben we mooie stappen gezet in de streek. Het Demoveld Bollenstreek en het Ecologisch Proefveld gaan de komende jaren verder; samen leren hoe je groener kunt telen. Dat geldt ook voor Regiocertificering. Dit project heeft inmiddels haar tweede pilotjaar afgesloten. En hoe! Inmiddels doen naast telers van voorjaarbloeiers, ook vaste plantentelers mee en telers van zomerbloeiers. De teller staat op circa 55% van het totale beteelbare sierteeltareaal in de Duin- en Bollenstreek. Zo kunnen we impact
maken.

Dat geldt ook voor de Human Capital Agenda en de Regio Deal Sierteeltregio die vanaf 1 januari 2026 van start zijn gegaan en waar hard aan gewerkt is. De sierteeltsector in de streek staat voor grote transities en de ondernemers zijn bereid die aan te gaan, daarvoor zijn bundeling van krachten, experimenteerruimte en onderzoeks- en leercapaciteit essentieel. Daar kunnen we op deze manier met alle betrokken partijen invulling aan geven. Ruimte is schaars, meervoudige waarde-creatie en inspelen om nieuwe ontwikkelingen (zoals klimaatverandering en maatschappelijke inzichten) zorgen ervoor dat
de het maatschappelijk draagvlak blijft en dat het rendabel (en plezierig!) ondernemen blijft.

Downloads

Foto Hogervorst - illustratie centrale wasplaats

Subsidieaanvraag Centrale wasplaats: gebruikers gezocht

Een praktische stap richting een emissiearm erf en aantoonbaar schoner oppervlaktewater: dat is het idee achter de centrale wasplaats die Erik Hogervorst (Hogervorst Creating Solutions) wil realiseren voor en in de Bollenstreek.

Hiervoor wordt subsidie aangevraagd. De centrale wasplaats wordt alleen gerealiseerd bij voldoende draagvlak. Daarom is er behoefte aan minimaal 15 agrariërs die zich voor een periode van 5 jaar willen verbinden als gebruiker. Daarmee wordt de basis gelegd voor een toekomstbestendige voorziening.

Hoe werkt de centrale wasplaats

Via een centrale wasplaats worden machines zoals veldspuiten worden op één centrale plek gereinigd, waarbij het spoelwater zorgvuldig wordt opgevangen en verwerkt. Zo komen deze stoffen niet in het oppervlaktewater terecht.

De voordelen zijn direct merkbaar:

  • Je werkt mee aan een betere bescherming van waterkwaliteit en biodiversiteit
  • Minder emissies vanaf het erf
  • Kostenvoordeel door gedeeld gebruik van de voorziening
  • Concrete invulling van de ambities binnen Regiocertificering.

Wat houdt deelname in?

  • Gebruiksovereenkomst voor 5 jaar
  • Jaarlijkse bijdrage van €750 (excl. btw)
  • Inclusief drie reinigingsbeurten per jaar voor een veldspuit of een andere machine die in aanraking is geweest met gewasbeschermingsmiddelen.

Deelname inclusief garanties

Met deelname wordt gegarandeerd dat reiniging op een gecontroleerde en verantwoorde manier plaatsvindt, zonder risico op belasting van het oppervlaktewater. Een directe stap richting een emissiearm erf en schoner water in de omgeving.

Sluit je aan en doe mee! reageer voor eind juli

Meer informatie staat in de gebruiksregels en in de gebruiksovereenkomst, welke je vindt op de website van Hogervorst: https://hogervorst.nl/spuittechniek/nieuws/.

Wil je meewerken? Stuur dan de gebruiksovereenkomst uiterlijk eind juli naar Erik Hogervorst. Neem bij vragen of uitleg contact op met Erik Hogervorst: e.hogervorst@hogervorst.nl of 06-536 36 039.

Beeld is ter illustratie en in eigendom van Hogervorst.

Ondertekenende partijen Convenant Gewasbescherming

Plantaardige sectoren ondertekenen hoofdlijnen Convenant Gewasbescherming

Het Hoofdlijnenconvenant Gewasbescherming helpt telers in plantaardige sectoren om hun teelten verder te verduurzamen én biedt hun tegelijkertijd meer rechtszekerheid en langjarig handelingsperspectief. Vanuit die vaststelling hebben BO Akkerbouw, Greenports Nederland, LTO Nederland en NAJK het Hoofdlijnenconvenant op 14 juli ondertekend. Volgens de vier organisaties biedt het convenant voldoende aanknopingspunten om na de zomer, samen met de andere convenantpartners, verder uit te werken. “Onze handtekening staat voor een intentie om te komen tot een akkoord”, zo benadrukt André Hoogendijk, directeur BO Akkerbouw: “Cruciale onderdelen moeten nog verder uitgewerkt worden om het convenant succesvol te laten zijn.”

Telers zijn volgens voorzitter Adri Bom-Lemstra van Greenports Nederland al volop bezig om hun gewasbescherming verder te verduurzamen en de impact daarvan op milieu en omgeving te verminderen: “Het toepassen en verder intensiveren van integrated crop management (ICM) vraagt om risicovolle investeringen, onderzoek en versnelde beschikbaarheid van niet-chemische alternatieven zoals high tech-apparatuur en groene gewasbeschermingsmiddelen. De € 250 miljoen die het Rijk nu beschikbaar stelt voor onderzoek en implementatie van ICM is een eerste stap. Maar voor een fonds dat risicovolle ICM-maatregelen versneld in de praktijk brengt, en telers financieel compenseert als zij ingrijpende maatregelen moeten nemen, is een veelvoud van dit budget nodig.”

Ook de samenwerking met markt- en ketenpartijen moet volgens Bom-Lemstra nog verder worden uitgewerkt: “Bijvoorbeeld het uit de markt terugverdienen van hogere kosten of lagere opbrengsten. Maar ook de vraag hoe – als de markt hierin faalt – de overheid bijspringt om te voorkomen dat dat alleen een risico voor telers en/of ketenpartners wordt.”

Topsport

“Wat telers doen is topsport”, zegt LTO-voorzitter Ger Koopmans, “maar wel steeds vaker topsport met gebonden handen en voeten. Zo hebben telers vaker te maken met periodes van extreme droogte of wateroverlast. Mede door klimaatverandering zien we in alle teelten een toenemende plaag- en ziektedruk. Maar het aantal werkzame stoffen dat zij mogen gebruiken om hun teelt te beschermen is de voorbije jaren met meer dan 60% afgenomen. Intussen maken provincies en gemeenten steeds vaker eigen beleid met teelt- of middelverboden. En in verschillende provincies moeten telers een natuurvergunning aanvragen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, gericht op het uitsluiten van mogelijke natuureffecten op afstanden tot 4.000 meter. Totaal onwerkbare, omgekeerde bewijslast, – en stuk voor stuk bepalingen die per postcode kunnen verschillen.”


Koopmans: “Met dit convenant kan er een einde komen aan die onwerkbare praktijk. Na de zomer wordt een ‘landelijk beleidskader leefomgeving en natuur’ opgesteld dat bindend wordt voor provincies en gemeenten. Cruciaal is dat de landelijke maatregelen in dit beleidskader gebaseerd worden op onafhankelijk, wetenschappelijk onderzoek. Daarmee wordt rechtszekerheid geboden aan telers en aan de maatschappij. Uitwerking hiervan wordt bepalend voor het succes van het convenant. Hierin ben ik gesterkt door een signaal vanuit NFO, waarbij wordt ervaren dat de nu voorliggende tekst soms nog te veel geschreven lijkt te zijn vanuit een wantrouwen naar elkaar. Daarom is besloten dat de sectororganisaties KAVB, NFO, Biohuis en Glastuinbouw Nederland in het vervolgproces na de zomer ook zelf aan tafel zitten en rechtstreeks betrokken zijn bij deze uitwerking.”

Stichting Natuur & Milieu en LandschappenNL waren als deelnemers van de kerntafel direct betrokken bij het onderhandelingsakkoord. Desondanks lieten zij eind vorige week weten dit akkoord niet te zullen ondertekenen. Koopmans: “Het verrast ons zeer dat zij nu afhaken. We zijn er blij mee dat andere partijen aan tafel, waaronder overheden, dit onderhandelingsakkoord wel steunen.”

Inbreng van leden en achterban

NAJK-bestuurder Hilde Coolman: “Het hoofdlijnenconvenant bevat ook maatregelen die zwaar vallen in de plantaardige sectoren. Het landelijke beleidskader voor natuur en leefomgeving dat na de zomer wordt opgesteld, zal ook maatregelen bevatten die in specifieke situaties beperkend zijn voor telers. En voor waterkwaliteit zal, met name in grondwaterbeschermingsgebieden, sneller en scherper geschakeld moeten worden om waterkwaliteitsrisico’s te beperken. Voor telers zal daar écht voldoende tegenover moeten staan. Bij zware ingrepen dienen telers volledig gecompenseerd te worden. En ook voor de plantaardige sectoren moet daarbij het hele ‘trappetje van Remkes’ op tafel liggen, inclusief de mogelijkheid om te kiezen voor extensivering, verplaatsing of uitkoop. Daar gaan we ons in de verdere uitwerking keihard voor inzetten!”

“Twee weken geleden organiseerden onze organisaties een gezamenlijk leden-webinar. De tientallen vragen die tijdens het webinar gesteld werden, laten zien hoe groot de betrokkenheid en het gevoel van urgentie onder onze leden is,” zegt Coolman: “Daarbij kwam kraakhelder naar voren dat telers stappen kunnen en willen zetten, maar daarbij wel als randvoorwaarde stellen dat draconische maatregelen zoals vergunningplicht, teeltverboden en afstandseisen zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Telers vragen om handelingsperspectief, om werkbare alternatieven en om keuzes die gebaseerd zijn op onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek.”

Coolman: “In het regeerakkoord staat dat – als het partijen niet lukt om in gezamenlijkheid tot een Convenant Gewasbescherming te komen – het kabinet zelf met nieuw beleid komt om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen. De Kamerbrief van 26 juni jl. bekrachtigde dit. Indien de sector de discussie over gewasbescherming overlaat aan kabinet en Tweede Kamer, dan liggen de mogelijke maatregelen al op de plank, waaronder uitfasering van het middelengebruik in gebieden, zonering en een vergunningsplicht. Wij zijn ervan overtuigd dat het in het belang is van onze telers en bedrijven om dat te voorkomen. Om invloed aan tafel uit te blijven oefenen en om ons in te blijven zetten voor afspraken die haalbaar en realistisch zijn, ondernemers handelingsperspectief bieden én rechtszekerheid. Tijdens het webinar met onze achterban voelden we ook steun voor die aanpak.”

Proces na de zomer

Hoogendijk vult aan: “Het hoofdlijnenconvenant dat vandaag door alle betrokken partijen is ondertekend, is een ‘raamakkoord’. Belangrijke thema’s moeten zorgvuldig uitgewerkt worden met compenserende maatregelen voor de telers die het betreft. Na de zomer gaan we daarmee door. Dan worden ook deelconvenanten per plantaardige sector opgesteld. Succes is niet gegarandeerd, daar zijn we ons allemaal van bewust, maar we zien voldoende aanknopingspunten. We hebben voldoende vertrouwen in het proces, om bij die verdere uitwerking betrokken te willen zijn.”