Wat betekent verzilting voor de bollenteelt?

Een stevige uitspraak, die begrijpelijkerwijs veel reacties oproept, maar ook nuance en nader onderzoek behoeft. Tegelijkertijd is de onderliggende boodschap niet nieuw en duidelijk: Door zeespiegelstijging en afnemende rivieraanvoer is voldoende zoet water van de juiste kwaliteit in de toekomst namelijk niet vanzelfsprekend.
En bloembollen zijn gevoelig voor hogere zoutgehalten. Dit kan gevolgen hebben voor de bodemkwaliteit, gewasopbrengsten en uiteindelijk voor de economische toekomst van bedrijven.

Maar hoe groot en hoe urgent is het probleem precies? Welke delen van de Duin- en Bollenstreek zijn het meest kwetsbaar? Wanneer worden kritische grenzen bereikt en welke maatregelen zijn technisch én economisch haalbaar? Op deze vragen bestaat nog geen eenduidig, gebiedspecifiek antwoord.

Komende winter zoutgehaltes in water en bodem meten
Het project Zoetwaterstrategie, onderdeel van de Regio Deal Sierteeltregio, wil de algemene waarschuwingen vertalen naar concrete cijfers voor de Duin- en Bollenstreek. Dit gebeurt door vanaf de komende winter zoutgehaltes in water en bodem te meten samen met kwekers en het Hoogheemraadschap van Rijnland.
Met toekomstscenario’s voor 2035, 2050 en 2100 wordt zichtbaar waar en wanneer knelpunten kunnen ontstaan. Hierbij wordt dankbaar gebruik gemaakt van de resultaten van het project ‘Waterkalenders’ dat wordt uitgevoerd door Deltares in opdracht van de Provincie Zuid-Holland. Hiervoor zijn ook de nodige bijeenkomsten in de Bollenstreek zijn geweest en gepland.

Eind 2027 actieprogramma met concrete maatregelen
De Zoetwaterstrategie blijft niet bij onderzoek. Samen met kwekers wordt bekeken welke maatregelen op bedrijfsniveau mogelijk zijn. Denk aan slimmer watergebruik, wateropslag, aanpassing van drainage en het benutten van alternatieve zoetwaterbronnen. Ook wordt onderzocht welke collectieve maatregelen op gebiedsniveau nodig en haalbaar zijn. Het project mondt eind 2027 uit in een actieprogramma met concrete maatregelen voor betrokken partijen en aanbevelingen voor passend beleid en mogelijke subsidie- en stimuleringsinstrumenten.

Zo krijgen ondernemers betere informatie voor investeringsbeslissingen. Overheden en het waterschap krijgen een feitelijke basis voor beleid, gebiedsinrichting en mogelijke subsidie- en stimuleringsregelingen. Voor financiers, kennisinstellingen en andere betrokken partijen wordt duidelijk waar samenwerking en innovatie noodzakelijk zijn.

Behalve een zoetwaterstrategie wordt in het project ook een integraal waterplan opgesteld waarin ook waterkwaliteit en waterveiligheid een plek hebben. In het project wordt samengewerkt door de Greenport, KAVB, LTO, Provincie-Zuid-Holland, gemeenten, het Hoogeheemraadschap van Rijnland en Salta. Er wordt gekeken naar koppeling met het project Regiocertificering.

Bepalen wat we samen kunnen doen
De waarschuwing van de Deltacommissaris onderstreept dat afwachten geen optie is. De inzet van de Zoetwaterstrategie is daarom helder: niet alleen laten zien wat er op de sector afkomt, maar vooral bepalen wat we samen kunnen doen om ook in de toekomst een sterke en productieve bollensector in de Duin- en Bollenstreek te behouden.

Rijksbegroting 2027: Miljoenen voor agrarisch natuurbeheer en verduurzaming

De nadruk ligt op vijf samenhangende opgaven: stikstofreductie en natuurherstel, uitbreiding van het agrarisch natuurbeheer, verduurzaming van de landbouw, verbetering van waterkwaliteit en een sterkere koppeling van natuur aan klimaat-, landbouw- en ruimtelijke opgaven.

Nieuwe openstelling experimenteerlocaties
Bijna € 500 miljoen extra voor agrarisch natuurbeheer voor de komende 4 jaar. Het totale budget groeit naar ruim € 1,4 miljard. Toch lijkt het minder dan verwacht. Bijna € 50 miljoen is gereserveerd voor innovatie en praktijkgerichte experimenten. Hieronder valt ook een nieuwe openstelling van de regeling experimenteerlocaties. 
Helaas was het voor Greenport Duin- en Bollenstreek niet mogelijk in 2026 een aanvraag in te dienen, vanwege postcode-uitsluitingen. Medio 2027 zal de regeling naar verwachting opnieuw worden opengesteld en dienen we een nieuwe aanvraag in.

Verbreding pakket gewasbeschermingsmiddelen
Voor boeren die hun bedrijfsvoering willen verduurzamen is € 231 miljoen beschikbaar voor aanpassingen. Er wordt € 30,5 miljoen uitgetrokken voor extra stimulering van biologische landbouw en afzet van biologische producten en € 34,2 miljoen voor verbreding van het pakket gewasbeschermingsmiddelen, gericht op verduurzaming. Daarnaast wordt € 90 miljoen benoemd voor het convenant gewasbeschermingsmiddelen. 

Verschuiving naar integrale aanpak
Voor biodiversiteit zijn met name drie ontwikkelingen relevant. Ten eerste de aanzienlijke middelen die beschikbaar worden gesteld voor natuurherstel, stikstofreductie en gebiedsontwikkeling. Ten tweede de forse uitbreiding van het agrarisch natuurbeheer en als derde de verschuiving naar een meer integrale aanpak, waarin natuur, landbouw, water en klimaat nadrukkelijk in samenhang worden benaderd.  
Deze ontwikkeling sluit goed aan bij de richting van het Ontwerp-Natuurplan. De nadruk verschuift daarin van afzonderlijke maatregelen naar gebiedsgerichte aanpakken waarin meerdere doelen tegelijk worden gerealiseerd. Voor de komende jaren lijken de grootste kansen te liggen in het verbinden van agrarisch natuurbeheer, natuurherstel, waterbeheer en klimaatmaatregelen in dezelfde gebieden, bijvoorbeeld in beekdalen, veenweidegebieden, overgangszones rond Natura 2000-gebieden en andere prioritaire gebieden voor natuurherstel.

Studenten onderzoeken vragen rond houtvezel

De studenten storten zich de komende maanden op onderzoeksvragen rond houtvezel. Anne Marie van Dam, kennismakelaar bij de Greenport, begeleidt de studenten.
Houtvezel wordt experimenteel in de bollenteelt gebruikt als afdeklaag tegen onkruid en als aanvulling op de organische stofvoorziening, nagenoeg zonder aanvoer van fosfaat.

Anne Marie van Dam: “Het is niet goed bekend hoe snel houtvezel in de bodem afbreekt en ook niet en of het bodemleven erdoor verandert en zich aanpast aan een andere soort organische stof. Met hulp van studenten Flore, Byörn en hun docenten kan een stukje van die puzzel opgelost worden. Voor de studenten is het een uitdagende beroepsopdracht aan het eind van hun studie. Zo leren we van elkaar.”

Bij de introductiedag maakten de bezoekers van HAS green academy kennis met de bollenteelt. Wolf Mooij leidde hen rond op het Ecologisch Proefveld Bollenstreek. Allan Visser liet zien hoe de bollenteelt en verwerking in de praktijk gaat. Anne Marie van Dam introduceerde de fosfaatpilot en het demoveld Bollenstreek. Het onderzoek is onderdeel van het project Kennisplatform Duurzame Bollenstreek en loopt tot februari.

Evi Willems van de Has, maakt een leuk videoverslag.

Meer informatie: Anne Marie van Dam

Onderwijs ontwikkelt zich steeds meer naar combinatie praktijk en theorie

Voor de komende 10 jaar ziet Bakker werken en leren steeds meer in elkaar overlopen. “Je ziet dat nu al gebeuren. Opleidingen, cursussen, trainingen en de combinatie met werken raken steeds meer met elkaar verweven.” Bakker spreekt voor het MBO. Het opleidingstraject vindt voor een deel van de opleidingen overwegend plaats op bedrijven. Zijn verwachting is dat opleidingen met voltijdsstudie (BOL) zeker zullen blijven, maar dat de combinatie werken en leren (BBL) zich zal doorontwikkelen. De vraag naar goed opgeleide vakmensen in de (glas)tuinbouw, handel en groenvoorziening blijft groeien. Door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt kiezen steeds meer studenten van de opleidingen Boomteelt, Teelt en techniek, Groene handel en logistiek en Hovenier voor een BBL-traject (Beroepsbegeleidende Leerweg).

“Met deze BBL-opleidingen, starten we ’s ochtends op school met theorie en gaan de studenten vervolgens de praktijk in. Daar horen zij waar de bedrijven tegenaan lopen en welke kennis en vaardigheden er nodig zijn. Zo ervaren de studenten dat de theoretische kennis die ze opdoen op school, ook direct toepasbaar is in de praktijk. Ervaringen van ondernemers spreken studenten erg aan, naast de lessen van docenten, zeker als je het samen verzorgt.” 

Groepsgevoel en algemene ontwikkeling
De kansen die de EU biedt voor onderwijs worden ook aangegrepen. “De EU stimuleert de samenwerking tussen Europese onderwijsinstellingen. Yuverta MBO Aalsmeer heeft drie jaar geleden samen met partnerscholen uit Spanje, Zweden en Denemarken een Erasmusaanvraag toegekend gekregen. Onze studenten zijn in Spanje geweest en een bezoek aan Kopenhagen staat op de agenda. De buitenlandse studenten hebben op hun beurt kunnen zien hoe het er in Nederland aan toegaat.”
Dit brengt de studenten volgens Bakker niet alleen vakkennis, maar draagt ook bij aan hun algemene ontwikkeling. Ze spreken buitenlandse talen, maken kennis met andere culturen en het is goed voor de groepsbinding. “Daarnaast hebben we contact met landbouwuniversiteiten in onder andere Boekarest en Boedapest. Dat geeft aan dat internationalisering belangrijk is”.

Meewerken aan projecten en fieldlabs
Ook actuele onderwerpen, zoals droogte en de toenemende verzilting in de bollenteelt, krijgen aandacht binnen het onderwijs. “Er zijn veel projecten en fieldlabs waar ik graag aan meewerk met onze studenten. Neem onze studenten van de opleiding Toegepaste Biologie. Zij zijn heel geschikt om mee te werken aan onderzoek naar bijvoorbeeld het stimuleren van plantgroei.”  Als concreet voorbeeld noemt Bakker een onderzoek waarbij een groep studenten met een fotosynthesemeter de activiteit van planten heeft gemeten. “De studenten zijn prima in staat om met deze apparatuur praktisch onderzoek te doen. Ze ontdekten dat de assimilatielampen dagelijks een half uur te vroeg aangingen. Op jaarbasis levert zo’n ontdekking een flinke energiebesparing.” 

Bakker vindt het jammer dat HBO-studenten soms eerder worden gevraagd voor onderzoek, terwijl zijn studenten ook een goede bijdrage aan kunnen leveren. Projecten waarbij samenwerking ontstaat met zowel MBO- als HBO-studenten, zou Bakker van harte toejuichen.

Werken met drones
Weerbaar telen en het arbeidsvraagstuk, zijn enkele uitdagingen voor de toekomst. Robotisering kan daarbij helpen. Bakker ziet in de nabije toekomst binnen het onderwijs een steeds verdergaande integratie met technologie. “In het kader van de Human Capital Agenda, kunnen we als onderwijs, bedrijfsleven en overheid met elkaar de komende jaren werken aan een concrete invulling hiervan.”  
Hij denkt onder andere aan werken met drones en ontwikkeling van digitale meet- en regeltechnieken. “Het is belangrijk dat studenten weten hoe ze data moeten ontsluiten, vastleggen én interpreteren.” Ook de Regiodeal en Leven Lang Ontwikkelen (LLO) bieden kansen om in te spelen op deze ontwikkelingen.

Yuverta heeft drie scholen in Aalsmeer: een vmbo, een mavo en MBO en is in 2021 ontstaan uit een fusie van Wellantcollege, Citaverde en Helicon Opleidingen.

Wat leeft er in een bollenveld? Studenten HAS green academy onderzochten het Demoveld Bollenstreek

Het Demoveld Bollenstreek in 2026

Dit jaar zijn er hyacinten geteeld. Die waren geplant op ruggen, met in elke rug een fertigatieslangetje voor de stikstofbemesting en vochtvoorziening. Onkruid werd voor opkomst geschoffeld en daarna herhaaldelijk met een wiedeg bestreden, Wat in de ruggenteelt goed uitvoerbaar was. Er zijn dit jaar geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. In het midden van het veld staat een haag met verschillende vroegbloeiende heesters, geplant in 2023. Langs het veld ligt een bloemstrook, dit voorjaar opnieuw is ingezaaid.

Het onderzoek van de studenten

De studenten hebben vallen voor insecten en andere ‘geleedpotige’ dieren geplaatst in beide helften van het hyacintenveld, in de haag en in de bloemstrook. De haag blijkt de meeste insecten en spinnen te huisvesten. Daarna volgt de bloemstrook, gevolgd door de twee helften van het hyacintenperceel. Er was geen effect van afstand tot de haag of tot de bloemenrand. Ten opzichte van vorig jaar was de diversiteit in families wat toegenomen, terwijl de aantallen wat lager waren. In de haag waren zowel meer plaaginsecten als meer predatoren (natuurlijke vijanden) aanwezig dan tussen de hyacinten. In de heg werden ook meer insecten en andere geleedpotigen gevonden dan in de bloemstrook, die dit voorjaar opnieuw is ingezaaid. Bij de spinnen kwam de kleine dikkaak het meeste voor, een soort die bladluizen eet. Op dit moment is nog niet aan te geven wat dit praktische betekent voor de bollenteelt.

Tijdens de presentatie werd gerooid op het Demoveld Bollenstreek.

Bijzondere loopkevers

De loopkevers, die tot de natuurlijke vijanden behoren, zijn tot op soort gedetermineerd. Er zijn 37 soorten loopkevers gevonden op het demoveld, tegen 33 vorig jaar. Van de minder algemene soorten viel de bruine bontloper op, waarvan nog maar een paar waarnemingen in de regio bekend zijn, namelijk in de duinen.  Ook is de Kleine Roodpootglimmer gevonden. De dichtstbijzijnde andere waarneming van deze soort is in een Haarlemse achtertuin in 2021. 

Vervolg

Het rapport van de studenten komt na afronding beschikbaar op de website van Demoveld Bollenstreek. De resultaten worden samen met de metingen en ervaringen van de teelt van dit jaar verder verwerkt door het team van Kennisplatform Duurzame Bollenstreek, een project van Greenport Duin- en Bollenstreek. Dit wordt mogelijk gemaakt met financiering van de Europese Unie en provincie Zuid-Holland. Na de oogst van de hyacinten worden een aantal groenbemesters op het demoveld ingezaaid. Volgend jaar worden er dahlia’s geteeld. En wat de studenten betreft: Jacco Spithout studeert deze zomer af, en zoekt een baan als ecoloog. Anouk Massuger hoopt over een half jaar haar studie Toegepaste Biologie af te ronden. Vincent Harkes vervolgt zijn studie Milieukunde met een deelprogramma (‘minor’) in Noorwegen en hoopt daarna af te studeren. 

De presentatie (PowerPoint) is op te vragen.

meld-je-aan-voor-tuinbouw-ondernemersprijs-greenport

Provinciale Tuinbouwvisie 2050 onderstreept belang van samenwerking in de Bollenstreek

Voor de Bollenstreek betekent dit dat de sector verder moet werken aan weerbaar telen, slimmer watergebruik, minder milieubelasting en een toekomstbestendig verdienmodel. De visie benadrukt dat deze opgaven niet door individuele ondernemers of overheden alleen kunnen worden opgelost. Juist gebiedsgerichte samenwerking is nodig om de economische kracht van de bollensector te verbinden met een gezonde leefomgeving.

Greenport Duin- en Bollenstreek als verbindende kracht

Daarbij wordt de Greenport Duin- en Bollenstreek nadrukkelijk gepositioneerd als het brandpunt van de samenwerking tussen overheden, sector, kennispartners en andere betrokken partijen in de regio. Vanuit die rol kan de Greenport partijen verbinden, gezamenlijke opgaven agenderen en projecten aanjagen die bijdragen aan een sterke en duurzame Bollenstreek. Lopende initiatieven, zoals de Regio Deal Sierteeltregio, de inzet op waterkwaliteit en de ontwikkeling van een zoetwaterstrategie, sluiten hier goed op aan.

Duidelijk opdracht en kans

De Tuinbouwvisie 2050 is geen directe beleidswijziging, maar vormt wel een belangrijk vertrekpunt voor toekomstig provinciaal beleid. Voor de Bollenstreek ligt er daarmee een duidelijke opdracht én kans: samen werken aan een bollensector die ook in 2050 economisch vitaal is, past binnen de grenzen van water, bodem en natuur, en verbonden blijft met de streek waarin zij diep geworteld is.

Document Waarde van Tuinbouw | Tuinbouw van Waarde – Visie 2050

Bekijk hier het volledige bestand.